Stichtelijke overdenking.
Nog vele dingen heb ik U te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen; maar wanneer die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden. Joh. 16 vs. 12 en 13a.
In al de waarheid.
ln de roerend schone afscheidsredelen, gehouden op den vóóravond van Zijn sterven, spreekt de Heere Jezus van de vele dingen, die Hij nog te zeggen leeft, maar die Zijne discipelen nu niet vragen kunnen. Doch de Geest der Waarleid, zoo luidt de belofte, zal u in al Ie waarheid leiden.
Als een goede Herder zorgt hier Chrisus teeder voor Zijn schapen. Hoe zouden deze discipelen, die in Gethsémané door de droefheid werden overmand bij het zien van 'sHeilands lijden, hebben kunnen verdragen de mededeeling van de diepte van smart waarin Christus zich moest begeven ? .... Vele dingen van Zijn lijden, vele dingen van Zijn lood, Zqn opstanding. Zijn heerlijkheid zij kunnen ze nu niet dragen. Daarbij komen de vele dingen van de rechtvaardigmaking en heiligmaking, van de Kerk, haar fundament, haar éénheid, haar regeering. ln de brieven der apostelen vinden wij er breed over gehandeld. Toch heeft de Heere Jezus er in Zqn onderwqs weinig of in het geheel niet over gesproken. Niet, omdat zij niet van belang waren. Veel minder nog omdat dit zaken waren die door Paulus, Petrus of Johannes zoo bedacht waren, maar enkel en alleen omdat zij deze openbaring thans niet konden dragen. Hoe lleek het, om nog één voorbeeld te noemen, voor de discipelen, - vooral voor Petrus eene niet te dragen waarheid dat ook aan de heidenen het evangelie moest gebracht. Het was eene verborgenheid, die van alle eeuwen en geslachten verborgen was geweest, maar die dan nu, in den tijd des Nieuwen Testaments, niet het minst door de bediening van den apostel Paulus openbaar geworden is.
Het gaat dus over de waarheid van liet kruis van Jezus Christus, over het Evangelie, dat den Jood een ergernis en den Griek een dwaasheid is, maar dat toch eene kracht Gods is tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood en ook den Griek. Hierin is de grens maar ook de uitgebreidheid van de inleiding des Heiligen Geestes genoemd. „De Bijbel zegt niet, hoe de hemel , maar hoe wij naar den hemel Zoo heeft iemand gezegd. Er ligt groote waarheid in, hoewel dit gezegde tot eenzqdigheid aanleiding kan geven. En wat van do Schrift geldt kan ook van Zijn Bewerker gezegd worden.
De Heilige Geest leidt niet in in de dingen van wetenschap en kunst, van rechtspraak en politiek. Wel zal Hij ook op dit gebied tot zegen zijn.
Hg laat het breede terrein van het aardsche en maatschappelijke leven niet ongemoeid, alsof dit niet door de zonde bedorven ware. Maar toch de bijzondere bemoeienis des Heiligen Geestes strekt zich op 'n ander terrein uit. Hij brengt de hoogste wijsheid en ontsluit alle schatten der wijsheid en der kennis Gods. Hij is in al Zijn onderwqs vol van genade en waarheid. Het gaat daarin over de zaligheid en liet hoogste geluk. De Heilige Geest leidt in in de kennis van de waarheid van het Kruis. Maar natuurlqk, omdatdit eene zaak is niet sleohts van de ziel des menschen, maar van den geheelen mensch, en omdat deze mensch verbonden is aan zijn omgeving, zal de Heilige Geest zijn invloed uitoefenen over alle terrein van het leven.
Maar al is dit gewichtige onderwijs des Geestes begrensd tot de geestelijke en eeuwige, dingen, dit neemt toch niet weg dat hier een veelomvattende arbeid is bedoeld. Er mag dan wel gesproken van aZ de waarheid. Hier mag niet slechts gedacht aan vermeerdering van de kennis, omdat die kennis des verstands niet is het brandpunt van den godsdienst, zooals velen meenen.
Het gaat over het Kruis, het Kruis der verlossing. Daarom zal de Heilige Geest verlossings-openbaring geven, in overeenstemming met de noodzakelijkheid dat de mensch ontworsteld worde aan de macht der zonde. Het spreekt daarom ook vanzelf dat de inleiding des Geestes zich niet zal verliezen in een deugdleer; zulk onderwijs behoefde bij de discipelen geeu uitstel. Het was er ook niet om te doen om godsdienstige aandoeningen op te wekken. Op datzelfde oogenblik hadden zij zulk eene' opwekking wel kunnen dragen. Maar met de diepte van Gethsémané was het anders; het helleleed van Christus, de Godverlatenheid waarin Hij verzinken moest, om ook weer als uit de rampzaligheid op te komen, .... de kennis van deze dingen zou als een looden gewicht hun ziel bezwaren en pijnigen. De Geest echter zou hen in al de waarheid inleiden. De draagkracht zouden zij van boven ontvangen, waardoor zij „al de waarheid" zouden kunnen dragen en ook indragen in de wereld. En zoo is de inleiding des Geestes, die de Heiland belooft, geheel er op aangelegd om het verlorene te zoeken en het afgedrevene weder te brengen. lacht en kracht zouden zij ontvangen. Waarheid en leven. Waarheid van boven, maar ook kracht om haar te dragen,
Heerlqk is deze belofte vervuld bij de uitstorting des Heiligen Geestes. Toen zagen de apostelen den persoon van Jezus Christus in het helderste licht, getuige de vrijmoedige Pinkster-prediking getuige heel den arbeid der apostelen, in, het woord der Schrift neergelegd. Nu klinkt het door heel de Schrift heen: gestorven om onze zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Nu werpt het Nieuwe Testament licht op het Oude! In het Oude wordt het Nieuwe gevonden. Het is wel duidelijk dat de Heere nog vele dingen te zeggen had. De Heilige Geest heeft den discipelen alle gesproken woorden indachtig gemaakt. En de grootheid van den Man van Smarten hebben de apostelen om strqd verkondigd! Het is hen helder geworden dat Hij alzoo moest lijden en in Zijn heerlijkheid ingaan. Zq hebben die waarheid gedragen en uitgedragen. Zij hebben Christus' heerlijkheid gezien, van den Eengeborene van den Vader, vol van genade en waarheid. In al de waarheid zijn zg geleid; de waarheid van Gods eeuwige gerechtigheid; van het feit der zonde; van de liefde Gods in Christus geopenbaard. Van nu af aan konden zij ook dragen alles wat de profeten te voren gesproken hadden van het lijden van Christus en de heerlijkheid daarop volgende.
De hoogste wijsheid hebben; zij ons in hun geschriften neergelegd. De wijsheid der verlossing; wijsheid ter zaligheid.
Maar al is er een bijzondere gave des Geestes geweest in de dagen van de apostelen opdat de Schrift zou afgewerkt worden, er blijft nog een voortdurende werkzaamheid van den Heiligen Geest noodig opdat diezelfde Schrift zal uitgewerkt worden. Het blijve bij ons voorop staan dat de inhoud der Goddelijke openbaring, die den Verlosser tot middelpunt heeft en in de Schrift is neergelegd — afgesloten is. Zonder hoogmoedig te zijn mogen wij de hand leggen op den Bijbel en zeggen: wij hebben het licht, wij bezitten de waarheid, er behoeft niet meer naar gezocht te worden. De volle openbaring is ons in Christus geschonken en zonder eenige inhouding in de Schrift meegedeeld.
Dit sluit echter de brandende noodzakelgkheid van de leiding des Heiligen Geestes in zich! Het licht en de waarheid zal niet tot Christus en Zijn Schrift beperkt blijven, maar licht en waarheid moeten van Hem uitgaan, om werkelgkheid te worden in het hart des menschen, in de Gemeente, om Gods koninkrgk op aarde te stichten,
De mensch moet herschapen worden naar het evenbeeld Gods. En ook hiervan geldt: vele dingen heb ik u te zeggen, maar gij kunt die nu niet dragen; de Heilige Geest echter zal u in al de waarheid leiden.
Ook nu zegt de Heere alles niet ineens, ook al geeft Hij ons Zgn geheelen Bijbel in handen. De Heere werpt Zijne schatten niet op Zgn volk, maar Hg leidt hen in de waarheid, in al de waarheid.
Wasdom is er in de genade. Kennis van ellende zal er moeten wezen, indien er in de verlossing van Christus geroemd zal worden en er ook een leven der dankbaarheid zal zijn naar den eisch der Schrift. Al de waarheid daalt ineens niet in het harte neder. De kennis der ellende wordt bg denzelfden mensch gaandeweg dieper en menigeen heeft in lateren tijd volkomen vrede gekregen met een Schriftwoord dat hem eerst veel te hard was, alles afsnijdend wat er uit den mensch voortkwam. Toch had de Geest des Heeren hem reeds ten leven geroepen. Nu is hg er geheel mee verzoend. Waarom? Omdat de Geest ons niet alles in een spanne tijds zegt hetgeen in de Schrift staat. —• Er is wasdom in de genade. De kennis der verlossing wordt gaandeweg dieper endoor menig Schriftgedeelte verheldert hoe langer hoe meer het geestelgk oog. Ja, in het zieleleven van de geloovigen wordt door de toenemende verzekering der verlossing het zonde-besef nog meer verdiept. Wg hebben niet een lange reeks van woorden op het oog die gemakkelijk over de lippen vloeien, maar de belijdenis voor God: „Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch." Zoo leidt de Heilige Geest schrede na schrede het heiligdom der kennisse Gods in, om steeds meer van Christus' Kruis te doen zien, en Zgn algenoegzaamheid te doen aanbidden.
Daarom blijft voor den meest begenadigde de prediking des Woords noodig, óok het gebruik der Sacramenten, opdat de middelen tot den wasdom niet verzuimd worden. Immers daardoor doet de Heilige Geest steeds oude en nieuwe dingen uit denzelfden schat voortkomen. En langzaam doch met kracht wordt de genade-staat uit 't Evangelie opgebouwd. Het gaat langs den weg van wedergeboorte en bekeering tot rechtvaardigmaking en heiligmaking. Zalig een ieder die in dezen weg geoefend mag worden ! Het is alles één voorbereiding voor het volkomen leven in Gods gemeenschap. „Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen." Dit woord van den Heere Jezus verliest nimmer zgn kracht in het worstelperk der Gemeente Gods. Doch de uitstorting des Geestes, vrucht van Christus' verdienste, draagt de belofte met zich dat na het leven met God komt het sterven met God. En na het sterven met God komt het aanschouwen van God en een zich ongestoord verdiepen in de kennis van Hem uit Wien en door Wien en tot Wien alle dingen zijn. Neen, de Heilige Geest werpt niet als in een worp de schatten der hoogste wijsheid in ons; Hij werkt het Evangelie der verlossing uit langs diepten waar het hart voor schrikt, maar ook de kalme, eenvoudige vrede des geloofs. Maar hoe het ook zij, .... al de waarheid is het deel en zal het deel worden dergenen die den Heere vreezen.
Maar wat nu van elk lid der Kerk geldt vanaf de wedergeboorte tot aan zijn stervensure, is ook waar van de Kerk in haar geheel, in al haar bedeelingen, tot aan de wederkomst van Christus op de wolken des hemels. Overziet in uwe gedachten haar Oudtestamentische bedeeling, ook haar christelijke bedeeling waaronder wij leven en ook hierin komt het woord van den Heiland in toepassing: de Geest der waarheid zal u in al de waarheid leiden. Toch is er één Woord, voor alle eeuwen, zoolang als de Kerk hier op aarde bestaat. De Schrift bleef voor haar de levende stem Gods, Maar de tgden zijn veranderd en met de tijden de menschen, hun leven, hun denken en gevoelen. En daarom is er steeds noodig geweest, tot op dezen dag, de vertolking en de toepassing van de eeuwige waarheid in de taal en het leven van het heden. Daarom is er eene theologische wetenschap noodig, om de waarheid der Schrift denkend te vertolken voor eiken tgd in het volle rijke menschenleven.
Wg denken aan de voortlevende prediking des Woords. Deze is toch niet een ineensehakeling van teksten, zooals men wel eens schijnt te meenen. Maar zonder iets nieuws te scheppen, brengt zij de Gemeente Gods nader tot de Schrift, en omgekeerd. Alzoo is zij een middel waardoor de Heilige Geest in den loop der eeuwen in al de waarheid leidt.
Wij denken aan haar belgdenis die in haar vergadering steeds getoetst moet aan de Schrift; aan haar liturgie, aan haar eeredienst, die uit de Heilige Schrift moeten opwassen en gevoeld worden. En zoo is de oude Bijbel geen versteende massa, geen boek vol letters en koude dogma's. Integendeel, hij is een zuivere bron van levend water, waaruit het geloofs-leven onderhouden wordt. Niets nieuws wordt aan de openbaring toegevoegd, toch wordt door den Heiligen Geest de Kerk ingeleid in al de waarheid „totdat wg allen zullen komen tot de eenigheid des geloofs en der kennisvan den Zoon Gods, tot eenen volkomenenman, tot de mate van de grootte der volheid van Christus." Zoo plant de Geest de waarheid der Schrift over in, de Gemeente; Hij zal in deze bedeeling de Schrift getrouw bewaren en. haar in haar onnoembaar groote waarde laten, maar dan ook Zijn doel bereiken als allen door den Heere geleerd en met den Heiligen Geest vervuld zullen zijn.
Het is noodzakelgk dat wg ons de vraag voorleggen in hoeverre de door Christus beloofde Geest der verlichting ons deel is geworden. „Hg zal u in al de waarheid leiden." Laat ons het bedenken dat wij van nature buiten de waarheid staan en in de leugen zijn, wijl geluisterd is en gehandeld werd naarde voorspiegeling van satan: gij zult als God wezen, kennende goed en kwaad, In zulk een jammerlgke sfeer staat dan het gansche menschelgke geslacht buiten Christus, zoodat de mensch niet verstaat de dingen die des Geestes zijn. Zg zgn hem een dwaasheid.
En buiten de waarheid is ook buiten Christus. Buiten Christus is ook buiten de verzoening Gods. Dan zijn wij nog in onze zonde. En als hierin geen verandering komt, zal het ook een verzinken zijn in de buitenste duisternis. Erkent gq dan nipt op dezen dag de noodzakelijk om uit den kring der dwaasheid, der leugen, der zonde, in den kring der eeuwige waarheid te worden ingeleid? Er zg daarom een bidden om den Heiligen Geest! Steeds weer! Steeds meer! Want het moet komen van waarheid tot waarheid, van genade tot genade, van klacht tot klacht over uw diep bederf, van verheuging tot verheuging in de deugden Gods. Het moet komen tot al de waarheid in Christus Jezus, den volkomen Zaligmaker, opdat een iegelijk het wete dat hij in Christus is ingeplant. En dan is er geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn. Eeuwig zijt gij dan in de waarheid, omdat de eeuwige waarheid in u gekomen is, Heerlgk Pinksterfeest!
Niet minder hebben wg te bedenken dat de Schrift het boek des Heiligen Geestes is. Zij worden daarom met ernst onderzocht. Alle middelen worden aangegrepen om een helder inzicht van hare openbaring te ontvangen, opdat wg toonen dat zij onze inspanning waardig is. God heeft Zijn Kerk een grooten schat in Zgn Woord gegeven. Wee ons als wij in verstijving bleven nederzitten bij die zuivere levensbron! Maar dan bedauwe ook de Geest die kennis van het heilig blad, opdat de openbaring der zaligheid ook ter zaligheid gedij e. Het Evangelie is dan levend in onze harten en de Geest der waarheid leidt ons in al de waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's