Uit het kerkelijk leven.
Alles vraagt om een oplossing. IV.
De ras-echte vrijzinnige zal als eerlijk man moeten bekennen, dat de Herv. Kerk in haar tegenwoordigen vorm geen vrgzinnige Kerk is en ook niet zgn wil. Neen, zg wil heel iets anders, dan dat het geloof steunen zal alleen op de inspraak van het geweten, den drang van het gemoed en het inzicht der rede. Zg heeft haar belgdenis, waarin het Christelijk geloof aller eeuwen vertolkt wordt, zooals het conform Gods Woord leeft in de harten van duizenden en tienduizenden, /////die daarin antwoord ontvangen op de diepste vragen en daarbij ruste vinden voor de ziel, in Jezus Christus, gestorven voor onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Die belijdenis heeft zij, en die belijdenis der eeuwen laat zg zich zóo maar niet ontnemen. Ook wil zg niet, dat zal worden gedaan, alsof zij niet bestaat.
Wel zóó ruim is zij, dat zij de woorden en formuleering der belqdenisschriften bqzaak vindt. Maar waar zij een standpunt heeft ingenomen in de groote religieuszedelgke vraagstukken en zij in haar belijdenisschriften koos, lo. tegen Rome vóór de Reformatie; 2o. tegen de Luthersche vóór de Gereformeerde opvatting; 3o. tegen de Pelagiaansch-Arminiaansche vóór de Contra-Remonstrantsche beschouwing, daar wil de Herv. Kerk zich ook in wezen, in hoofdzaak en in beginsel daaraan houden en zegt dan ook, een eigen karakter hebbend, dat rechtens èn historisch in de Ned. Herv. Kerk thuis hoort wie Protestansch, en wel Gereformeerd-Protestansch voelt. Concept-Algem. Reglement voor de Ned. Herv. Kerk door J. R. Slotemaker de Bruine en L, J, Blanson Henkemans Nqmegen. Firma ten Hoet 1904, blz 12.)
Men kan zeggen met dr, Hooykaas, dat de Herv. Kerk in de belijdeniskwestie onwaarachtig geschipperd heeft, maar zg heeft haar confessie niet overboord geworpen en zij wil, dat in de prediking, op de catechisatie, bg Doop en Avondmaal ja overal en altijd zal uitkomen, dat men de grondslagen der belijdenis niet omver werpt en dat men ééns geestes is met de confessie.
Wel staan hier dan de bekende woorden „geest en hoofdzaak." Maar de Synode van 1841, die 't eerst deze woorden gebruikte, verklaarde daarbij aanstonds tot geruststelling: „dat de oude en vaste grondslagen der Gereformeerde Kerk bij de tegenwoordige Kerkinrichting op generlei wijze zouden worden losgerukt, " daarbij voegende: „dat het tegenwoordige (onderteekenings) formulier, al vordert het ook geene instemming met den ganschen inhoud der belijdenisschriften, zich echter niet vergenoegt met de aankleving van deze of gene waarheid daarin vervat, maar in 't algemeen, de leer, die in dezelve voorkomt, gelgk die in haren aard en geest het wezen en de hoofdzaak uitmaakt van de belijdenis der Herv. Kerk, wil aangenomen hebben."
Prof. Eerdmann oordeelt dan ook niet heelemaal juist, als hij schrijft: „wat deze geest en die beginselen omvatten is nergens omschreven." Want Art. XI van het Algem. Regl. (de grondwet) spreekt van de leer der Herv. Kerk, die gehandhaafd moet worden, laat het dan niet ad litteram, naar de letter, zijn, maar dan toch wat den geest en de hoofdzaak betreft; wat alleen kan, als men dus blijft op den bodem van het Apostolisch christendom en ééns geestes met de beginselen van het Gereformeerd-Protestantisme, zooals dat in onze belqdenisschriften nader duidelijk omschreven is.
Prof. Scholten voelde dat wel, toen hij schreef, dat het hier niet het openen van een deur voor subjectieve willekeur was, maar dat het met die woorden „geest en hoofdzaak moest zijn een blijven bij 't geen naar den geest en de beginselen der opstellers als het wezen en de hoofdzaak der formulieren behoort aangemerkt te worden,
En nu weten we wel, dat do modernen beweren, dat zij juist de echt-christelgke beginselen uit de in den loop der tgden bedorven confessies hebben weten te voorschijn te halen, maar als men dan in alles het bovennatuurlgke afwijst, van geen Middelaar weten wil, den Christus Gods tot een geheel andere verschijning maakt, over het kruis van Christus héél anders gaat spreken, dan deze uitdrukking nu sinds eeuwen onder ons in het midden der Christelijke Kerk beteekent ~ dan zeggen we: het is van u, modernen, niet eerlijk, als gij met deze nieuwe, andersoortige beginselen blijven wilt in de Herv. Kerk, onder betuiging dat gij êensgeestes zijn met ónze belijdenisschriften.
Maar laten we hier een passage aanhalen uit een brochure van dr. I. M. J. Hoog predikant te Nijmegen. Deze vrgzinnige predikant schreef in zijn boekje: „De voornaamste Rechtsche-en Middenrichtingen in het Nederlandsche Protestantisme van onzen tijd" over het gevaarlijke en misleidende van de Groninger richting, die termen en uitdrukkingen, aan de orthodoxe leer ontleend, bleven gebruiken, maar in heel Anderen zin. En als hg het dan heeft over een boek van prof, P. Hofstede de Groot in 1850 uitgegeven onder den titel: Herziene Formulieren der Nederl. Hervormde Kerk, waarin de Heidelbergsche Catechismus werd verduidelijkt, verbeterd en aangevuld naar het Evangelie, dan memoreert hg, dat de schrgver zelf zeide: „dat van den Heidelb. Catechismus de waterlooten zgn besnoeid, het dood hout is weggenomen, daardoor hebben de vruchtbare takken zich kunnen uitzetten. Zoo is de boom verjongd, maar toch dezelfde boom gebleven." Waarbij Dr. de Hoog evenwel anders oordeelt en over die verjongenskuur zegt:
„Deze uitlating is teekenend, maar ze zegt de waarheid niet; de boom is niet dezelfde gebleven en de Heidelbergsche Catechismus is een Groningsche Catechismus geworden. Als er dit duidelijk opgeschreven was b.v. „Groningsche Catechismus naar het model van den Heidelbergschen ontworpen", zou er minder reden van ergernis bij de vrienden van den Heidelberger zijn geweest en die reden was er nu in hooge mate; het monument der Gereformeerde reformatie, waaraan groote strijders der 16de eeuw hadden gearbeid, terwijl de brandstapels rookten en galg en rad waren opgericht, dat monument, waarvan elke volzin was overdacht en besproken, herzien door meer dan een, waarin met voorzichtigheid gemeden was wat al te veel van de theologische school kwam om het in waarheid te doen zijn een leerboek voor gemeenteleden, dat boekje, dat voor talloos vele menschen bgna drie eeuwen lang was geweest de eenige troost in leven en sterven — daarin was een theologisch professor van heel andere richting aan 't snoeien en snijden gegaan, het overblgvende aankleedend in eigen kleed, en dat met de bewering, dat het nog is de Heidelbergsche Catechismus. Indien er ooit heiligschennis is gepleegd dan zeker hier."
„Ik bedoel" zoo gaat de vrijzinnige dr. Hoog voort „daarmee natuurlijk niet, dat de Heidelbergsche Catechismus een onaantastbare grootheid wezen zou; dat men zich bg zijn inhoud steeds zou moeten neerleggen, daarvoor haast zou moeten neerknielen — verre van dien. Ik behoef niet te zeggen dat ik den inhoud van dit boekje voor onzen tijd niet meer voor mijn rekening zou willen nemen; maar hoe men ook tegenover den inhoud mag staan, de Catechismus is classiek zoowel om den inhoud zelf als om zijn historie en zgn invloed gedurende drie eeuwen geoefend; daarom is het een zonde tegen kieschheid en goeden smaak den inhoud om te zetten naar eigen opvattingen en dan te beweren, dat dit zou wezen een verbeterde en gezuiverde uitgave."
Wat dr. Hoog hier zegt, zouden we nu ook willen zeggen, tegen allen, die in de Herv. Kerk blijven, bewerende, dat zg het met den geest en met de hoofdzaak en met de beginselen der belijdenis ééns zgn, doch intusschen met een heel andere leer komen en den eenigen troost beide in leven en sterven, zooals de Christen dien teekent in de 1ste Zondagsafdeeling, geheel andersoortig maken gaat, een ander fundament leggend, dan onder ons, naar luid van de belgdenis der Gereformeerde Kerk, is aangenomen.
Als men dan een geheel andere leer voorstaat over God, over den mensch, over de openbaring Gods, over de zonde, over den Christus, over de verlossing en verzoening — waarom zoude men het dan niet zeggen en naar een ander Kerkgenootschap overgaan, waar de Herv. Kerk toch in deze een standpunt inneemt, naar luid van hare belijdenisschriften? Eerlijkheid duurt toch het langst?
Hier hebben wij, — juist omdat we deze dingen niet willen bagatelliseeren en verdonkeremanen — een zeer ernstige aanklacht tegen de modernen in onze Herv. Kerk. Natuurlgk blijven zij, omdat zij hunne moderne beginselen willen verbreiden in de Kerk en onder het volk, waarvoor zg meenen, dat de Herv, Kerk de meest aangewezen plaats is, daar men in die Kerk nog het best de massa bereiken kan. Maar er zijn wetten, die het letterkundig eigendom beschermen. De componist weet, dat zijn muziek niet mag worden overgenomen door anderen. Het handelsmerk van den firmant is veilig voor zijn concurrent, die er blijven moet. Maar wat recht heeft men dan om in de Herv. Kerk, welke een confessioneel karakter heeft en verlangt dat haar belgdenis in geest en hoofdzaak zal worden gehandhaafd door de besturen, zoowel als in de prediking, op de catechisatie, bg de openbare belgdenis, bij den Doop en bg het Avondmaal, ja bij alles en altgd — wat recht, heeft men in die Kerk, welke leeft en leven wil bg de aloude christeIgke beginselen, door duizenden - en duizenden hier en elders geloofd en beleden, onder den schijn van hetzelfde te gelooven, den Christus der belijdenis te loochenen en het christendom der Kerk te vervalschen?
Het gaat hier niet om een bagatel. Het gaat hier om recht; en het gaat hier werkelijk om de grondslagen, om het middelpunt, om de kroon van ons christelgk geloof, om den eenigen troost des christens beide in leven en sterven.
Als men een vrijzinnige Kerk wil, een Kerk zonder dogmatischen grondslag, een Kerk waarin geen menschelgke getuigenissen scheiding maken tusschen God en ons (zooals de moderne dit uitdrukt), waarin het gaat om de getuigenis der waarheid is ons hart, zonder dat er sprake is van den Bijbel als met gezag bekleed, en waarbg dan eigen hart en verstand ten slotte uitmaken wat waarheid is — welnu laat men dan den beroepsbrief der Herv, Kerk opzij leggen, laat men dan uittreden uit het Kerkverband, waar het gaat om Gods Woord en de belijdenis en Iaat men een ander, een wezenlgk Ander evangelie verkondigend, niet langer blijven in de Herv. Kerk, die met te spreken van het Evangelie van Jezus Christus, het Evangelie des kruises bedoelt, het Evangelie, waarvan het verzoenend lijden en sterven het centrum is, getuigend van de liefde Gods, die daartoe Zijn eigen Zoon gegeven heeft.
Men ga naar een Kerkgemeenschap, waar geen instemming-van dogmata, waar geen „éénsgeestes-zijn met een belijdenis gevergd wordt.
Hier willen we even wgzen op de actie onder de rechtzinnigen, zooals die enkele jaren geleden gevoerd is, om de woorden geest en hoofdzaak geschrapt te krggen en de proponentsformule aangevuld. Dat was om het misbruik, dat er van de betrekkelijke vrgheid in onze Herv. Kerk gemaakt wordt een weinig in te toomen.
't Was volstrekt geen beweging, om de Herv. Kerk tot een belijdende Kerk te maken; want onze Herv. Kerk heeft een confessioneel karakter. Ieder heeft in haar midden overeenkomstig Gods Heilig Woord (zie den „beroepsbrief") en naar den geest en overeenkomstig de hoofdzaak van de belgdenis te handelen.
Maar omdat de vrijzinnigen dat wat al te veel over 't hoofd zien en willen vergeten, dacht het velen van de rechterzijde goed, hier een weinig verandering en verbetering te brengen, waarmee de meerderheid in de Kerk accoord ging.
Deze actie is aangeduid als zou de rechterzgde bg formules leven. Dwaasheid natuurlijk. En alléén die heel onnoozel is vliegt er hier in. Want wg althans zgn niet zoo bizonder gesteld op voorschrift na voorschrift en formule na formule. Waar de Geest des Heeren is, daar is vrgheid. Maar die begreep, dat het hier niet om een formule ging, maar dat hier de belijdenis van den Christus en de hoofdwaarheden van ons christelgk geloof in gevaar waren, die verstond ook, waarom de rechterzijde zich hier concentreerde in de geest-en hoofdzaak beweging en bewees daarmee instemming.
Deze beweging, geheel in de lijn der vrijzinnigen van de vorige eeuw liggend, zij 't dan ook in omgekeerden zin, kan dus ook een middel tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk worden genoemd: den dogmatischen grondslag der Kerk nader bepalend en het confessioneel karakter der Kerk versterkend en zóó het middel zgnde, om de vrijzinnigen het big ven in de Herv. Kerk moeilijker te maken, waarop, zg 't dan niet aanstonds, de uittocht der vrgzinnigen volgen zou.
Een ideaal-beweging was dit niet; althans niet voor ons. Maar de vrgzinnigen mogen er allerminst veel aanmerking op maken. Want 't ligt in dezelfde Iijn als waarop zg zich in de vorige eeuw steeds bewogen hebben. Zij hebben steeds afgeknabbeld; wij wilden een weinig de band nauwer toe halen. Mogen zg ons dat kwalgk nemen? Bovendien, wat zij gezaaid hebben, zullen ze ook vroeger of later maaien; dat staat vast! Was het ons das geen ideaal beweging; in de Kerk zelve vond zg tal van adhaesie-betuigingen en de medewerking was algemeen. En het is niet onmogelijk, dat, wanneer in die richting werd aangestuurd, het resultaat binnen afzienbaren tijd zóó zou worden, dat de vrgzinnigen ons allerminst dankbaar zouden wezen
Vooral wanneer de classicale vergaderingen eens meer zeggingschap op de samenstelling van de Synode verkregen, zou het wel eens kunnen blijken, dat ook daar, gelijk in de Kerk zelve, het orthodoxe deel niet het kleinste is in onze Herv, Kerk.
En zouden de vrgzinnigen die zoo zéér prat gaan op z. g. n. democratie niet veel moeten voelen voor een andere samenstelling van de Synode, waar nu b.v. de Waalsche Commissie (met zestien gemeenten, zegge 16 gemeenten!) nog altijd evenveel stemmen in het kapittel kan hebben als de prov. Zuid-Holland met 198 gemeenten.
Terwijl de kleinste provincie Limburg bg N. Brabant onder gebracht wordt, wordt de Waalsche Commissie, welke met de interne aangelegenheden der Herv. Kerk letterlgk niets, niets te maken heeft, voor vol aangezien. Waarbij nog komt, dat de Waalsche Commissie altgd modern is.
Twee wegen tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk hebben we dus nu met een enkel woord nader aangeduid: de poging van de vrgzinnigen om het confessioneel karakter van de Herv. Kerk te verruimen, en de poging van de rechterzgde om het belgdend karakter meer te doen uitkomen.
In een volgend artikel nog iets anders.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's