De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 29)

En tot haar persoonlijk had het gepredikt: Geloof in den Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden! Neem den Heere Jezus aan als uw Borg en Zaligmaker en gij zgt erfgenaam van 't eeuwig leven! Aanvaard met hartelijk vertrouwen, wat u uit genade, om niet, wórdt aangeboden, wordt toegereikt!

Och, ze wist alles nu reeds zoó goed, want de Blijde Boodschap der Zaligheid is zoo heel, heel eenvoudig en kort, dat een kind ze zóó kan vatten — als is ze dan ook zoo diep en lang, dat de wijsheid van den grootsten denker als de voleindigde onbeholpenheid verlegen haar verre van zich laat.

Ze wist het zoo goed; ze zag het om zich heen gespreid in volle klaarheid, maar — als niet voor haar bestemd; in elk geval nu nog niet. Er was nog een onverbrekelqke afscheiding tusschen haar en al dat begeerlijke, al dat heerlijke, al dat grootè en vele, dat haar arme, leege ziel zou kunnen vullen.

Ddt was het, wat zoo somberde en klaagde in haar hart, zoo triestig waasde over haar wezen en in haar oogen die diepe smart teekende.

En mevrouw zag dat alles duidelijk als rouw over een geliefde zuster. Dat was een geluk voor Ombra, want zooveel te vrijer kon ze den kamp met zich zelf strijden, beschut als ze nu was voor raadgevingen, die haar den strqd zouden hebben doen staken, om een zielevrede te aanvaarden, die niets meer was dan een nevel en niets wezenlijks, niets massiefs bevatte.

Mevrouw leed met, haar mee, en peinsde, peinsde om haar te helpen, wezenlijk en waar. En ze vond het.

„Ombra  'k heb hier zoo lang Roosje niet gezieri. En je zegt, dat ze ook zoo geschokt is-. Dat kind-heeft thuis ook niets; ze moest eens naar hier komen! Niet maar voor een uurtje, maar voor een dag of wat; ze zou zich bij jou wel bezig kunnen hoüdèn. Zg heeft toch ook verzet noodigl"

Mevrouw zag, terwijl ze dit voorstelde, dat Ombra's gelaat terstond verhelderde en was er al zeker van, de beste medicijn gevonden te hebben. Er kwam zelfs een glimlach over 't immer betrokken gelaat van Ombra, toen ze zei:

„O mevrouw! wat zou Roosje dèt heerlijk vinden! En wat een genot het voor mg zou zgn! — Zal ik er dan maar eens werk van maken? "

„Spreek maar met Stientje af, wanneer je 't best een uurtje gemist kunt worden vandaag; dan moet je maar even naar huis!"

Ombra wist dat haar ouders — en vader niet het minst — de geldelijke bgstand van mevrouw en de alzgdige hulp van haar oom en tante wel waardéeren en door hun afhankelgkheid van anderen heel wat gedweeër waren geworden en rekening hielden met de wenschen van mevrouw, maar ook met' die van oom en tante. Thuis zouden ze er op zgn minst in bewilligen. Roosje een paar dagen af te staan, vooral ook, omdat dit in verband kon staan met plannen, die mevrouw ten opzichte van het meisje zou kunnen hebben.

Vader en moeder begonnen te voelen, dal ze arme menschen waren, en smeekingen hadden te spreken.

Roosje liep bij haar oom en tante in en uit als een eigen kind, en hing aan Mien als aan een goede moeder. En haar vader, al maalde hij voor zich zelf om kerk noch godsdienst, zorgde naarstig mee dat Roosje getrouw ter katechisatie on naar de vereeniging ging en Zondags naar de kerk. Hij wist van alles heel secuur dag en stonde.

Hg was tóch in alles voor zijn jongste dochter zeer tegemoetkomend en bezorgd, zóó zelfs, dat het zgn broer verbaasde, omdat hg zooiets nooit bg hem had opgemerkt.

Er was evenwel reden voor: sedert dien nooit te vergeten middernacht, toen Femrna's vreeselijk verwijt hun zielen met ontzetting had vervuld — sedert dien nacht snakte telkens Roosje's hoofd, en schokten haar armen, alsof ze plots onverhoeds werd aangegrepen. Men had gehoopt, dat het beteren zou, doch 't leek soms, of 't erger werd. En al ware 't nu alleen dat zenuwschokken van Roosje, dan was 't voor de ouders Ombra toch nog overmatig veel, dat herinnering aan Femrna's laatste woorden zoo pijnigend levend hield. Vooral den naastbestaanden deerde 't om 't arme kind. Anderen ook wel, maar die wisten er niet de ware oorzaak van. En juist de ware oorzaak was zoo aangrgpend' De stem van Femma's verwijt moest versmoren in 't dolle rumoer der dronkenschap, 't verwgt zelf zou voor de oüders blijven leven en spreken in 't zenuwschokken van de forsch opgeschoten jonge' dochter.

Maar 't was niet enkel dat uitwendige dat lichamelijke, wat Roosje vannacht was bijgebleven, — Femma's verwijt had haar diep ernstig tot zich zelf doen inkeeren, en er haar krachtig aan herinnerd, dat het voor haar nog niet te laat was, en dat zij nu wél wist datgene, wat haar overleden zuster nooit had geweten,

(word vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's