De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

17 minuten leestijd

Alles vraagt om een oplossing. V.

Meer dan honderd jaar nu, heeft men van vrg zinnige zgde en van orthodoxen kant op dezelfde manier een oplossing gezocht van het kerkelgke vraagstuk, waarbij de weg tot nog toe steeds vast geloopen is en nu meer dan ooit verder onbruikbaar schgnt te zgn. Het pogen van de vrgzinnigen was door verandering of verwgdering van reglementsbepalingen den dogmatischen grondslag der Kerk weg ie nemen of te verzuimea; het pogen van de rechterzgde was daarentegen om door wgziging van formuleering het confessioneel karakter der Kerk duidelijker te doen uitkomen.

Twee opmerkingen nog hierbij.

Elke wgziging sinds 1816 gemaakt, onder invloed van links, werd geneutraliseerd, door de meest stellige verzekeringen, dat grondslag, wezen beginsel en karakter van Kerk en belgdenis daardoor niet veranderd en niet verzwakt werden. De Herv. Kerk was en bleef een belgdende Kerk. Geen belijdenis-Kerk; maar een belijdende Kerk; belgdende den Naam des Heeren naar uitwgzen van Gods Heilig Woord, in den zin en naar de omsclSgving van onze aloude confessie!

En de vrgzinnigen, hoewel ze in beginsel voor wegneming van alle nadere bepaling van het confessioneel karakter der Kerk moeten zgn en ook willen zgn, hebben juist, omdat ze voelden in de Herv. Kerk voorzichtig te moeten wezen, dewgl men daar blgkbaar op dat confessioneel karakter nogal gesteld is, hebben steeds bg bun actie water in hun wgn moeten does, daar ze wel voelden anders niet te zullen bereiken. Dat hebben ze vroeger gedaan, en dat doen ze nóg.

Dat halfslachtig optreden der modernen in deze bewgst dus mede de kracht van de confessie, die er in onze Herv. Kerk in zit en er in gebleven is. Want was onze Herv. Kerk, ook in haar tegenwoordigen reglementairen vorm g^n belgdende Kerk, voorwaar de modernen zouden wel anders er op in gegaan zgn! Maar b.v. , de groote-Vergadering" in den Haag, een paar jaar geleden gehouden op uitnoodiging van de Synode Daar werd toen principieel over deze dingen gesproken. En wat hoorde men toen van Dr. Niemeger, den leider der vrgzinnig-Hervormden ? Niets meer of minder, dan een formuleering van be Igdenisvragen — wat aan Ds. Horreü de Haas daarna deze woorden in de pen gaf: «Klaarder klonk het getuigenis van den tweeden spreker, den vrgrinnigen dr. J. J. Bleeker, die zeide: „Naar mij voorkomt, brengt ons beginsel als Protestanten mee, dat wg het wagen met de vrijheid en plaats gunnen in onze Kerk aan ieder, die meent met een eerlgk geweten daarin op zijn plaats te zgn. Ik zou dit dus willen overlaten aan ieders persoonlgk geweten en stem volkomen in met ds. Thomson als hg schrgft (Omhoog 1913 I blz. 20): „geen Synode of classicale vergadering of welke vergadering ook kennen wg het recht toe iemand uit de Kerk te verwgderen, die zelf meent tot die Kerk te kunnen behooren en tot die Kerk behooren wil. Niemand is rechter tusscheu ons geweten en God."

Hier voelt men, wat en hoe een vrgzinnige Kerk moet zijn. Maar tegelgk voelt men dan, dat onze Herv. Kerk zoo niet is.

En ook hoort men hier, dat menschen als dr. Niemeger blgkbaar wel weten, dat zg ook nooit zoo worden zal, waarom zg het vrg zinnig beginsel maar willen laten schieten voor een deel, om zich te voegen naar den gang van het werk! Wat ds. Horreüs de Haas dan ook verder in de pen geeft: „In de kringen der linkerzgde is (na die Haagsche Vergadering) de belgdenis quaestie levendig aan de orde gebleven. Vandaar is protest opgegaan tegen de misgreep van dr. Niemeger om het »geest, , en hoofdzaak" in de wet te willen schrijven. Voorheen hadden mannen van naam in prindpieele richting aandrang uitgeoefend", en — zoo gaat ds. de Haas verder — mannen als prof. Meg boom en prof. Oort hebben in het Weekbl. voor vrijz.-Hervormden hun waarschuwende stem laten hooren en de linkerzijde toegeroepen zich van haar anti-confessioneel beginsel bewust te big ven.

Zal dan ook de vrijzinnige pwtg principieel optreden en baar wenscb verkrggen, dan moet zij vragen en bereiken, dat in de Herv. Kerk „voorstanders van aUe zienswgzen" vrgheid van beweging krggen en dat uitsluitend in deze waarde gehecht wordt aan „de gezindheid des harten".

Dat , we zóo ver zgn of ooit zoover zullen komen in de Herv. Kerk gelooft niemand.

En als ds. Horreüs de Haas in dezelfde brochure, doelend op de zienswgze van prof. Megboom en Oort contra dr. Niemeger schrgft: „Daarmede is nogmaals de richting aangegeven, waarheen historie en beginsel wgzen en waarin alleen de eenig-mogelgke practisehe en prineipieele oplossing kan worden gezocht" — dan zeggen we, zonder een profeet te wülen zgn, dat de oplossing in dezen weg nooit komen zal.

Nooit zal het, naar den menseh gesproken, zóo ver komen, dat de Herv. Kerk anti-confessioneel wordt en verklaart, dat voorstanders van alle zienswijzen welkom zgn in haar midden en dat niemand eenig recht heeft over de gezindheid des harten, uitkomend in leer en leven, te oordeelen.

En wij gelooven ook, dat men dit onder de vrgzinnigen wel voelt en dat men daarom z'n eischen lager stelt dan eigenlgk moest, wat anderen weer doet komen met een protest.

De rechtzinnigen xgn in deze zelfdesoortige, actie n: l. om door verandering of verwijdering van reglementsbepalingen het confessioneel karakter der Kerk nader te bepalen en vast te leggen, meer in de Ign van de historie der laatste eeuw dan de vrgzinnigen; ook meer getrouw aan hun belofte.

De belgdenis toch zou niet naar de letter, maar naar geest en hoofdzaak gehandhaafd worden. Gehandhaafd moeten worden. Door ieder bestuurscollege. Door ieder lidmaat. En het zou niet straffeloos worden toegelaten, als men de hoofdwaarheden kwam verwerpen.

- Nu heeft men dat laatste toch gedaan, in strijd met z'n belofte; in strgd met m de reglementen. En vandaar de actie der rechterzijde, om hier, zoo mogelgk. door een eenvoudig middel, een stokje voor te steken. Daar kan men in principe niets van zeggen.

De actie van de vrqzinnigen m deze werkt de reactie van de rechtzinnigen. En levend in een Kerk met een reglementenbundel als de onze, hebben de rechtzinnigen hierbij vóór, dat zij leven in en zich verbonden hebben aan een Kerk, met een confessioneel en niet met een anti-confessioneel karakter, in welker midden de confessie in geest en hoofdzaak door ieder dient gehandhaafd te worden en nader verdedigd tegenover subjectieve willekeur.

En juist omdat het hier niet gaat over een bagatel, om een woord, om een formuleering, maar om een groote zaak, welke het wezen der dingen, de kern, den wortel en de kroon van ons geloof raakt; omdat het gaat om de moderne en de orthodoxe Christusbeschouwing, mag men deze dingen ook niet bagatelliseeren of verdonkeremanen, maar moet men voelen, dat hier tegenover actie reactie moei komen. Het kan en het mag niet anders.

Mier een enkel woord over dat „handhaven" der leer. Ook daar heeft men zooveel van gezegd, dat eigenlijk niet waar is, en dient te worden recht gezet.

Velen onzer — althans van de predikanten — kennen de aanteekening bij art. XI Algem. Regl. in de uitgave Douwes en Feith (nu bewerkt door J. Knottenbelt). Daar staat een verklaring van dat woord „handhaven" ex cathedra, welke minstens genomen toch zéér onvolledig en éénzijdig is. Het „handhaven" der leer zou toch moeten geschieden jdoor prediking, .door onderwgs, door wederlegging van dwalingen en terechtwigzing van dwalenden, met één woord: door al wat de godsdienstige kennis kan bevorderen".

Prachtig 1

Maar dat neemt geen oogenblik weg, dat de Commissaris-Generaal van den beginne afaan heeft verzekerd, dat de leer der Kerk zou worden gehandhaafd door de Besturen en in de eerste Synode (zie de vergadering van 16 Juli 1816 acta, blz. 41) werd aan het adres van eenige predikanten uit de classis Leiden en Woerden gezegd, dat men niet behoefde bevreesd te zijn voor verandering van de eenmaal vastgestelde en aangenomen leer, daar allen die in eenige betrekking waren om de Kerk te besturen voor die leer zouden zorg dragen, en dat alleen mannen gekozen mochten worden die „aan de ware leer zeer voor gewaakt worden, dat die leer ook zou worden gehandhaafd!

Dit blijkt b.v. ook wel uit de Synodale Resolutie omtrent de Kerkelijke approbatie van geschriften van den '23sten Juli 1816, waarin o.m. voorkomt: het Christelqk Synode verklaart, dat hetzelve geene van den godsdienst handelende geschriften van Predikanten, Kandidaten en Leden in de Nederiandsche Hervormde Kerk, hetzg dezelve met of zonder naam des schrqvers worden uitgegeven, erkent en waarborgt als bevattende de Leer en Belijdenis der Nederiandsche Hervormde Kerk, zooals dezelve overeenkomstig Gods Heilig Woord in hare aangenomene formulieren van eenigheid is begrepen, dan alleen de zoodanigen, welke van kerkelijke goedkeuring voorzien zijn."

Op allerlei manier dus handhaven van de leer.

Gelijk b.v. prof. Royaards 28 Maart 1816 zei: „En dat de H. E. Synode aan dit beginsel zoo gehecht is, dat ze de verpligtingen, tot handhaving der leer, die overeenkomstig het Woord van God in de formulieren van eenigheid der Nederl. Herv. Kerk vervat is, bg hand teekening laat bevestigen door zulken, van wie men meent dat te moeten vorderen",

De aanteekening van Knottenbelt is dan ook minstens genomen onvolledig — en het zou wel aanbeveling verdienen, dat men er twee aanteekeningen van prof. dr. F. W. B, Bell, lid van de Synode van 1874 (acta, blz. 140, 141) bijvoegde, en wel lo „dat met de woorden „leer der Herv. Kerk" niets anders kan bedoeld zqn, dan de leer die begrepen is in de Ned. Gel. belijdenis, den Heidelb. Catechismus en de Leerregels der Synode van Dordrecht, dat is: de leer, welke in de aangenomen Formulieren van eenigheid der Ned. Herv. Kerk begrepen is"; en 2o: „aan het woord „handhaving" van die leer kan en mag geene andere beteekenis worden gegeven dan deze, dat allen die in onderscheidene betrekkingen met het kerkelgk Bestuur belast zqn, die leer der Herv. Kerk — en dat wel zooals zg luidt in haar geheel — moeten handhaven, zoowel door zelven die leer van harte te belgden en aan te bevelen, als door te waken, dat die leer gekend en beleden worde door allen, die aan hun bestuur onderworpen zgn".

De „geest-en hoofdzaakactie" bij de rechterzgde was dus heel normaal in het midden van onze tegenwoordige Herv. Kerk, Bet „verkleefd zgn aan de leer der Kerk" en het in de Besturen er voor zorgen, dat die leer der Kerk niet straffeloos geschonden wordt, is dus geheel in de lijn. Méér in de lijn, dan de hoofdwaarheden der leer verwerpen en een ènderen Christus verkondigen, waarbg de mazen in de reglementen opzettelijk zouden moeten worden verwijd. Maar hoewel die geest en hoofdzaakbeweging best te verdedigen is en in de Kerk wel bijval vond en zeker in de toekomst, wanneer zg gelukte, aan de vrijzinnigen groote moeilijkheden zou bezorgen, ja, hun het blijven in de Herv. Kerk op den duur onmogelijk zou maken, zeggen we toch niet van dezen weg, wat ds. Honeüs de Haas blijkbaar in den tijd van het vrgzinnig pogen zei: hierin ligt alleen de eenig-mogelijke practische en principieele oplossing van hetkerke-Igk vraagstuk.

We zouden de oplossing gaarne in een eindere richting sturen.

{Wordt vervolgt.)

De a. s. Classicale Vergadering.

Eigenlijk niet de moeite waard om er veel over te sehrgven. Omdat de agenda dit jaar zoo bizonder onbeduidend is.

Toch een enkel woord over de kerke-Igke vergadering die a. s. Woensdag 25 Juni door gansch ons land ia elke classi cale hoofdstad gehouden zal worden.

Natuurlgk krggen wij eerst de bestuursverkiezingen. Die zijn altijd van beteekenis. Vooral als er een lid voor het Prov. kerkbestuur gekozen moet worden; ' maar ook als 't gaat om leden van het Class. Bestuur aan te wijzen. We hopen, dat men overal de moeite zal nemen om zich deze verkiezingen in te denkfen en waar noodig, maatregelen zal nemen, om die verkiezingen zóó te leiden, dat nader door de kerkelijke besturen straks alles gedaan zal worden, wat mee dienen kan tot een goede oplossing van het kerkelgk vraagstuk. Want laten er dan nu slechts kleine dingen aan de orde zgn, 't gaat toch hoe langer hoe meer om de groote, die straks zéker komen.

Dus van de bestuursverkiezingen make men zich nergens met een Jantje van Leiden af!

En dan de Synodale voorstellen.

Nu, dat is weinig belangrijks dit jaar. En dat waar heel de wereld, ook de kerkelijke wereld, door groote en gewichtige dingen beroerd wordt. Maar nu er slechts klein-goed is, zullen we er moeilijk groote dingen van kunnen maken. Hier te forceeren verdient geen aanbeveling. De wijze kent tgd en plaats. Twee dingetjes zgn aan de orde. De eerste voorgestelde wetswijziging(i) is deze, dat, wanneer aan iemand eene • daarvan bmnen acht dagen ierichtteiioen aan den Kerkeraad der gemeente, waarheen het bewuste lidmaat is vertrokken. Dat is natuurlijk om den betrokken kerkeraad, voor wiens rekening de met attestatie vertrokkene komt, zoo vlug mogelijk op de hoogte te stellen van de komst der nieuw-ingekomen lidmaten. Zonder zoo'n bericht blgft de kerkeraad soms zoo lang onbekend van de komst dezer personen en dan zijn ze zoo lang zonder kerkelijk toezicht, wat niet zelden ten gevolge heeft, dat ze de attestatie geheel niet inleveren, of mogelijk ook bij een ander kerkgenootschap of bij een of andere secte als de Apostolischen, de Darbisten, de Mormonen enz.

De correspondentie van den scriba des kerkeraads zal er door uitbreiden, ook zijn post portkosten zal hooger klimmen, maar het voordeel in deze is grooter dan het nadeel en daarom verdient deze wijziging-aanvulling in onze reglementen te worden aangebracht.

Misschien zou de attestatie ook rechtsstreeks door den eenen kerkeraad aan den anderen worden toegezonden. Dan kwam ze zeker aan het goede adres en het werk was nog wat eenvoudiger.

Het tweede voorstel betreft de aanbestedingen van werken aan kerkgebouwen en pastorieën, waarvoor de Synode subsidie verleent. Deze aanbestedingen moeten altijd publiek geschieden, om knoeiergen zooveel mogelgk te voorkomen. Maar in Roomsche streken kan dat aanleiding geven, dat een Roomsche aannemer op 't dak van de Herv. Kerk komt te zitten en het Hervormde geld in een Roomsche zak terecht komt enz.

Daarom wil men nu, onder de noodige waarborgen, de gelegenheid tot onderhandsche aanbesteding verruimen.

Mits de noodige waarborgen er zgn is deze wgze van doen - aan te bevelen.

Behalve bespreking over deze twee weinig belangrgke synodale voorstellen zal er allicht ook wel gehandeld kunnen — en moeten — worden, over de kwestie van predikantstractementen en over verbetering van pensioeneering bg ingang van het emeritaat, als ook over de verzorging van predikantsweduwen en weezen. Laat men overal z'n mond eens open doen en er op aansturen, dat het Classicaal Bestuur in elke Classis zich deze dingen aantrekt en zich in verbinding stelt met de kerkeraden en kerkvoogdgen.

Wat is het predikantstractement niet dikwgls laag, véél te laag. Moest het niet overal op 't platte land ongeveer f2500 agn, pïue vrQe woning en vrge tuin?

En mag in de steden niet als eifcb gesteld worden minstens 3500 è 4000 gulden ?

We mogen hi«fr niet zwggen. Hebben we 't voor ons zelf dan niet noodig, laten we dan om anderen denken, vooral om zooveel predikant8? )rott«; e«, die zoo'n zorgvol leven hebben.

En dan het emeritaatspensioen!

Schande voor de Kerk, die voor haar dienaren in deze niets, niets doet.

Waarbij ook nog komt de vreeselgk slechte verzorging van predikantsweduwen en weezen! ""

Wanneer zal het hier eens tot kloeke daden komen?

Misschien dat ook nog een andere kwestie op de Classicale tafel komt. En wel de vraag: voor of legen het kiescollege?

Men-weet dat deze zaak naar voren gebracht is en ook bg de'Synode aanhangig gemaakt zal worden.

't Zou kunnen zgn, dat er ook een voorstel of een verzoek aan de classicale vergaderingen in deze is toegezonden (W8 weten het niet). Zoo ja, dan kan men zich wat vooib^reiden, om daarover zich. een meening te vormen.

« De Synode van 1919.

Met de gewone bespottelijke geheimzinnigheid, in den kring onzer hoogere kerkelijke besturen nu eenmaal gewoonte, is ons nog niets bekend van de juiste samenstelling onzer as. Synode. Wel hebben de Prov* Kerkbesturen, die de leden naar de Synode afvaardigen, vergaderd (in Mei), maar wie de gelukkigen zijn is nog niet uitgelekt, behoudens misschien van een enkele.

Toch weten we wel zoo ongeveer hoe de Synode er uit zal zien. Als naar gewoonte zal zg ook nu bestaan uit 23 leden —ede secretaris, de quaestorgeneraal en de twee kerkelijke hoogleeraren meegerekend.

Wie de kerkelgke hoogleeraren zijn die dit jaar naar den Haag gaan is wel zoowat bekend. Prof. Daubanton van Utrecht en prof. van Veldhuizen van Groningen zgn aan de beurt; maar als we goed ingelicht zgn, dan gaat in plaats van prof. Daubanton zgn secundus prof. Slotemaker de Bruine. De secretaris is dr. L W. Bakhuizen van den Brink en d« quaestor-generaal mr. S. J. Hogerzeil.

Behalve deze 4 leden met adviaeerend stem, zullen voorts zitting hebben 13 predikanten en 6 ouderlingen afgevaardigd door de verschillende Prov. Kerkbesturen. Dat zijn dan de eigenlijke. 

De 6 ouderlingen worden dit jaar afgevaardigd door de Prov. Kerkbesturen van Gelderland Friesland, Zuid-Holland, Zeeland, Utrecht en Overgsel. En aan gezien geen" Prov. Kerkbestuur méér dan 2 leden mag benoemen, zal er dus voor Gelderland, Friesland en Zuid-Holland (die altijd 2 leden afvaardigen) dit jaar maar 1 predikant zitting hebben. Het tweede lid voor die provincies moet nu een ouderling zgn (voor 3 jaren). Zoodoende zal b.v. ds. Steenbeek van Vianen niet in de Synode terug keeren; een ouderling zal zgn plaats innemen.

Verder moesten dit jaar aftreden: ds. Prins te Geldermalsen (voor Gelderland), ds. Weyland te Veere (voor Zeeland), ds, Bongers te Kamerik (voor Utrecht). Van de ouderlingen moeten aftreden J. W. Bolt te N. Pekela (voor Groningen) en mr. Tijssens te Utrecht (voor de Waaleche Commissie).

16 Juli a.s. verdwqnen die heeren dus, tenzg ze, waar mogelgk is, herkozen

zijn geworden. Dat het wel eens wenschelgk is om zittende leden door endere te vervangen behoeft geen betoog meer; we, zullen ook maar geen namen noemen 1

In de Synode zullen dus terugkeeren: Ds. H. van Druten te Rhgnsburg (aftr. 1920) voor Z.-Holland; ds. A. A, Oremer te Broek in Waterland (aftr. 1920) voor N.-Holland; ds. F. Tammens te Zuidbroek (aftr. 1920) voor Groningen} dr, Deeleman te-, Grevenbicht (aftr. 1920) voor N.-Brabant; ds. Scholte te Borger (aftr. 1920) voor Drenthe; ds. D. Eilerte de Haan te Heilo (aftr. 1921) voor N.-Holland; ds. D, Zoete te de Lemmer (aftr. 1921) voor Friesland; ds. A. de Haan te Zwolle (aftr. 1921) voor Overijssel; ds. E. E. Picard te Dordrecht (aftr. 1921) voor de Waalsche Commissie.

Naast deze negen predikantleden, komen ook weer zitting nemen de ouderlingen of oud-ouderlingen: P. Landsman te Vlissingen (aftr. 1920) voor Zeeland; L. Hannema teFraneker(aftr. 1920) voor Friesland; H. Veenman te Wageningen (aftr. 1921) voor Gelderland; prof. dr, S, D. van Veen oud-ouderling te Zeist (aftr. 1921) voor Utrecht.

g Het wachten is dus nu om te mogen p vernemen welke ouderling door Z.-Holland; welke predikant door Friesland, welke ouderling door Overgssel, welke predikant door Zeeland, welke predikant door Gelderland en welke predikant door Utrecht is afgevaardigd.

De Synode zal er zoo nitzlen:

GELDERLAND Z.-HOLLAND N.-HOLLAND ZEELAND UTRECHT FRIESLAND OVERIJSSEL GRONINGEN N. BR. EN LIMB. DRENTHE W. COMMISSIE 1 pred. 1 ouderl. 1 pred. 1 ouderl. 2 pred. 1 pred. 1 ouderl. 1 pred. 1 ouderl. 1 pred. 1 ouderl. 1 pred. 1 oudsrl. 2 pred. 1 pred. 1 pred 1 pred, •

Van deze 19 leden met beslissende stem zal de verhouding ongeveer zgn 12 orthodoxen en 7 vrijzinnigen.

Waarbq men evenwel helaas! weet, d dat soms dat „orthodox" zoo weinig zegt, wat vooral bq besprekingen inzake het kerkelgk vraagstuk teleurstelling kan geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's