De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

13 minuten leestijd

En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in 't hart, en zeiden tot Petrus en de andere Apostelen : wat zullen wij doen, mannen broeders ? En Petrus zeide tot hen; bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want u komt de belofte toe, en uwen kinderen, en allen die daar verre zijn, zoo velen als er de Heere onze God toe roepen zal. En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande ze, zeggende: wordt behouden van dit verkeerd geslacht. Hand. 2:37—40.

Vraag en antwoord.

Pinksterdagen zijn voorbij gegaan. Haast vergeten. Wq denken in onzen kring alweer aan den Zendingsdag in Driebergen.

Pinksteren ie geweest. Alles wae op Pinksteren in de war; ik versehrgf mg, 't waa alles in de weer. 's Morgens vroeg uit met den eersten trein, als 't kon en andere één later; 't ging.alles naar buiten; en van buiten.trok het naar de steden.

Was al die drukte om eerstelingen t brengen van een' lieflijken oogst binnen den tempel Gods? Eerstelingen van verbrokenheid des geestes, van geloof, van hoop en van liefde? Ik merk dat niet, als ik de volle treinen èn trammen èn booten zie; ook de wegen met fietsen bezaaid, dicht bezaaid, en 't stof door auto's en motoren opgejaagd doet aan andere dingen denken.

Een vliegmachine was hier of daar nog een ding, dat menschen 't oog naar boven deed slaan, doch niet hoog genoeg. Wat al stof op Pinksteren! Wat al veel onder Christelijke natiën en in Ohristelgke gemeenten, nog wel in Gereformeerde kringen (dat zijn immers kringen, waarin men voor «gezuiverde" beginselen kiest I), dat neerdrukt en u een recht uitzicht beneemt en opzien hindert!

Zonder zichzelven op een hoog gestoelte te zetten of de boosheid der tgden te vergrooten, was er grond voor de bêe, om die genade, welke de profeet Jeremia deed zeggen (Klaagl. 1:16): m dezer dingen wille ween ik; mgn oog, mijn oog vliet af van water, omdat de trooster, die mqne ziele zou verkwikken verre van mij is; mqne kinderen zgn verwoest, omdat de vijand de overhand heeft.

't Was in Jeruzalem op dat gedenkwaardige Pinksterfeest vol van menschen, die gevangen in den strik van hunnen zelfgenoegzamen godsdienst, ook tempelwaarts gingen, doch aan hunne Messiasverwerping — zoo kort gleden — niet dachten.

En daar komt die barmhartige Heere, groot in dragen en verdragen, en richt de Banier op midden in den stroom en breekt door alles heen en laat prediken van zonde en schuld en van Christus' heerlgkheid door een man, dien Hij daartoe verordineerd en bekwaamd had. Een oud thema op nieuw belicht.

Een visscherman, die zgne hanteering heeft te water en te land, (naar 't zeggen van een onzer ouden) vischte op 't land en wierp 't net uit en haalt straks't net toe en in één trek, bij Goddelgke gratie, vangt hg 3000 „visschen", zonder dat 't net bgna scheurde. Dat net, zoo hoor ik, door hem gebruikt, is nog niet oud, noch besloten en behoeft niet te worden gebuit.

Petrus heeft 't woord van hemelsche leer en bestraffing gesproken, en't bleek dat de „Meester der verzamelingen" zgne woorden tot prikkelen niet slechts, maar tot nagelen maakte, die heel wat dieper wonden, ën wonden zijn eerst noodig, zal het toekomen aan Gods balsem.

De Pinksterdag is voorbg ; de Pinkstergeest blgft onmisbaar tot levendmaking en vernieuwing des levens in Zgne verborgene werkingen en door Zijne invloeden heelt Hg gebrokenen van harte en troost ze in hunne smarten.

Miskenning van de beteekenis van Pinksteren tot toepassing en toeëigening van de genade van Christus Jezus en de liefde des Vaders, is een van de zonden . van dezen tijd. De tgden zgn moeielgk, omdat het schuldbesef ontbreekt. Is er dat, dan komt de barmhartigheid verder aan 't woord en geeft de vervulling van aloude beloften.

Woorden van verslagenheid des harten zijn een „zoet geluid" en worden tot in den hemel gehoord, ook als niemand op aarde ze nog uit onzen mond vernam.

Daarna wordt barmhartigheid gekroond, en als wg zeggen moeten: ik' zondigde, o Heere, en Gij zweegt stil, ik zondigde door, en Gij hieldt Uwe hand terug om mij te slaan, ik zondigde nog boozer, en Gg beweest mg barmhartigheid, zoodat ik berouw kreeg, gepaard met de begeerte tot vernieuwing des levens.

En nooit, van 't begin der wereld af tot vandaag toe, heeft de Heere boetvaardige zielen van Zich gestooten. 't Kan navraag Igden, al komt ook in de bedeeling der genade wijze bepaling en Goddelgke bestiering uit.

Simon had eens 't net uitgeworpen te water, heel een nacht door, en klaagde aan den morgen: Meester, wg hebben den geheelen nacht gearbeid en niet gevangen! Dat Petrus, als hij op Pinkstermorgen 3000 „visschen" vangt, niet uitroept: Heere, ga uit van mg, verwondert mij haast. Haast, want hij heeft het nog te druk met 't ophalen van 't net en allerlei, en zal straks God prgzen (vs. 47) ook over deze groote zaak. Want 't was groot bij hem en.... bg U immers ook.

Daar komen vele gewonden naar den Geneesheer en Zijne bedienden, zij zgn zeer gewond en ernstig krank; 't ergste is voorbg, want zg weten, dat ze ernstig gewond zgn, ten doode toe gewond en zgn radeloos, maar op weg naar den Geneesheer.

'k Woonde eens zeer in de nabgheid van een' doctor. Bgna eiken mogen zagen we er patiënten heen trekken. Dat wekte bij ons - soms medelijden, doch 't werd getemperd, want zg waren op weg ter genezing, zoo 't God beliefde, hun genezing toe te schikken.

Welnu, ik woon thans niet ver van den Geneesheer, voor Wien nooit „ongeneesIgken" zijn, onder degenen die opreohtelgk tot Hem mogen komen, en die door alle „doctors" opgegeven en bg alle middelen omgekomen zgn, om het ten laatste bg Hem te zoeken.

Petrus heeft zgne rede geëindigd. En de Heere wrocht mede. En daar komen mannen, die publiek vragen: Wat zullen wg doen, mannen broeders? Die betiteling van Petrus en de apostelen wgst mij al naar een gewichtige inwendige verandering, maar de vraag, welke ze doen, spreekt mg daarvan duidelgker.

Door 't oor heen heeft de Heere hun harte een slag toegebracht, waardoor hun harte gebroken is. Dan is't uit met den mensch naar zgn natuurlgk leven, ja, maar dan begint het naar t geestelgk leven. Israels Geneesheer heelt gebrokenen van harte.

Christus spreekt, : De Geest des Heeren was op Mij, om te genezen gebrokenen van harte enz. Hierin is immers iets wonders?

De mannen, die met deze vraag der radeloosheid komen, zagen voor zich geen uitweg meer; zij waren bitter ontsteld, omdat ze zien, dat zg zwaarlijk gezondigd hebben en zich vergrepen hebben aan den Koning en Zijne Kroonreehten.

Wij hebben God op 't hoogst misdaan En zijn van 't heilspoor afgegaan.

't Stond er van binnen zoo slecht bij. God beleedigd; hunne zielen gekwetst; Gods lieve volk aanstoot en ergenis gegeven; waardig eeuwig verdoemd te worden. Zgn kermen, zijn verbrijzeld, dragen hartelqk leed, omdat ze zich niet' bekommerd hebben om den Heere, noch om hunner zielen, heil. Uit echte zielservaring komt op 't woord van schuldbesef. Er is heilige schaamte en schande overdekt hen.

O! wij zgn der stemme onzes Gods ongehoorzaam geweest.

Achter dit woord lag allerlei belgdenis. Wee, onzer, dat wg zóó gezondigd hebben. Die schaamte doet de oogen neerslaan, en maakt voor den Heere onvrg moedig.

Ach! Mannen broeders, wat kant moet het met ons uit, die solidair zgn in deze ontzaglgke zonde en schuld!

in deze ontzaglgke zonde en schuld! Zg zien zich op den rand van den afgrond en „reus wanhoop" grijnst hen aan. De weg naar de hel was ruim genoeg', maar nu komen ze in engten en de weg is zoo smal en de poort is zoo eng!

Ik zou hier zoo lang niet op staan, ware het niet, dat de Geest des Heeren —al verschillen de wegen Gods met Zijne kinderen ook veel — niet gewoon is de verzekering van Gods liefde te werken, dan in eerst verootmoedigde harten en ruste te geven aan ontstelde zielen van wege hunne zonden al valt doorgaans bg ontdekking — als hier — eene hoofdzonde bizonder onder 't oog. Gods Geest leidt door 't dal der boetvaardigheid. (Leest maar eens Ps. 77, 88 en heel het Evangelie van Hem, die vermoeiden en belasten noodt en redt).

Paulus zegt met nadruk: Wetende den schrik des Heeren bewegen de menschen tot geloof. Juist, 't rechte gevoelen van zonde en mgn gansch zondigen aard tot vernedering, opdat Hg in mij werke die hoogachting van die vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog, waardoor Hg het is die goddeloozen (niet ook goddeloozen, zei Ds. Guldenarm Sen.) rechtvaardigt.

Jozef spreekt eerst wel hard tot zgne broederen, voordat hg ze met zgne gunst bekleedt.

Door die vraag te doen, openbaren die menschen hunnen ellendigen staat en toestand; zg roepen hunne zonde uit en begeven zich tot Godzalige en kundige lieden, die den moeden een woord ter rechter tgd weten te spreken.

Hun voorbeeld geeft mg aanleiding tot een goeden raad aan boetvaardige zielen.

Als de Heere ons vernedert en verbreekt, dan is er iets in ons dat zegt: houdt u stil, want de menschen, de menschen wat zullen ze wel van u denken? Zy zullen u voor heele groote zondaren aanzien; kropt alles maar bg u op; spreekt er niet van; en 't gevolg is, dat gg het hoe langer hoe benauwder krijgt. Eens te mogen spreken uit de veelheid van uw verdriet, is vaak verlichting. Ik heb er gekend, die later getuigden: Och! ik durfde er niet van spreken en bleef maar bij mij zei ven zitten; had ik maar eerder gesproken, want de opening van Gods woorden geeft licht, den slechten wgsheid loerende. Daardoor ondervonden velen de „gemeenschap heiligen"; zoodat als men zelf onmachtig was zign nood den Heere voor te stellen, anderen onze voorbidders nog eens werden, eer ze onze raadgevers waren. 

Br ligt vaak een diepe strijd reeds achter de vraag: wat zal ik, en allen in mijn geval, doen, mannen broeders? 

De vorst der duisternis zoekt tot wanhoop te drijven. 

Bij overtuiging van zonde krggen zoo lichtelgk zwaarmoedige gedachten de overhand op ons en hebben oprechten allerlei bedenkingen tegen de vertroostingen der Schrift. De meest bezwarende teksten past men op zichzelven toe; de strengste, meest wettische prediking, wordt gezocht; alle zonden komen te binnen; juist niet tot vernedering, maar tot vermeerdering der droefheid en ware het niet, dat de Heere ondersteunde door Zgnen Geest en moed gaf om te hopen op Hem en Zgn Woord, men kwam tot poel wanhoop en ging onder, gelgk nog kort geleden in onze nabgheid eene vrouwe die den weg van Achitofel ging. Evenwel de Heere ondersteunt met Zgne waarheid. Al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen worden als witte wol; komt tot Mg, allen die vermoeid en belast zgt; die tot Mg komt, zal Ik geenszins uitwerpen, enz. 

Hg brengt met kracht bg de voorbeelden van „doodbrakenden" die uitgeholpen zijn en geeft te bedenken, dat de Heere Zijn Woord nooit breekt, en het voor Hem „vreemd werk" zou zgn om verslagenen van harte ongetroost te laten. In Hem is alle grond van hoop. Hg heeft Zijne goedertierenheid bewezen, in Zgnen Christus, aller bizonderst. En dan vat zulk een volk moed en zegt: waarom zou ik niet op den Heere betrouwen ?

Naarmate de belover rgker en trouwer en aanzienlgker is, staat toch zgne belofte te vaster. Waar is een God, als onze God? 

Een volk dat in hoogachting en eerbied voor den Heere wandelt en in den weg der middelen volhardt, ondervindt wel, dat gerechtigheid kleinmaakt en verbrgzelt, doch de liefde geneest en geeft heerlijk antwoord. 

Herleest thans Petrus' antwoord met verwonderende aanbidding.

Mocht ik in een couranten-artikel een verhandeling schrgven over allerlei belangrgke hoofdwaarhèden, 'k wist haast geen beter kort bestek dan dit drieledig antwoord, 't welk gaat over bekeering, aan wgst het badwater, en den vinger opheft tot ernstige waarschuwing. Als ik preeken moest over dezen tekst, ik gaf aan: bewgst de echtheid uwer verslagenheid in berouw over, reiniging van, en strgd tegen de zonde.

Bekeert u, ontlast uwe conscientie door oprechte belgdenis voor den Heere en gelooft Zgn Evangelie van zondenvergeving in den Christus. Zoekt den rede in de gerechtigheid voor God en het zegel van die gerechtigheid en de reinigende genade des Heeren voor u zelven en voor uwe kinderen. Want.u dit want is zoo bemoedigend!) en uwen kinderen komt de belofte (dus tevens het teeken en zegel daarvan) toe en allen die verre zgn (dus de Heidenen mede) zoovelen als er de Heere onze God toeroepen zal.

Er is ruime kans bg een roepend God, die armen aanmoedigt, door Zgne volle beloften; ook voor de geslachten, die komen; voor ons op wie de einden der eeuwen gekomen zijn.

Gg gevoelt, dat hier gelegenheid was om bijna heel de heilsleer, leer der sacramenten, beteekenis van 't Verbond der genade te behandelen en daarna over te gaan tot de boosheid van dat geslacht en van onze geslachten, en die boosheid vooral te zien in de verloochening en verwerping van den Christus. Want tot dat geslacht had de Heere gesproken in personeelen dienst bg Israël, en Hg sprak tot onze geslachten door Zgn Woord en dat spreken van Hem maakt de verantwoording zoo groot en den oproep ernstig: Wordt behouden I Wordt behouden!

Dat wordt behouden en niet een behoudt uzelven, is in dit verband zeer leerrgk. De belofte gaan voorop en er is een God, die in het spoor Zgner toezegging leidt en kracht mededeelt.

Hier worden wij herinnerd aan Petrus' woord over de dierbare beloften „opdat wg door dezelve der Goddelgke natuur deelachtig zouden worden" en aan dat van Paulus: wijl wg dan deze beloften hebben, laat ons onszelven reinigen van alle besmettingen des vleesches en des geestes voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods. (2 Cor. 7:1).

't Beste leven is in booze tgden te strgden tegen de zonde en alzoo geene gemeenschap te hebben met de onvruchtbare werken der duisternis, om aan de oordeelen te ontkomen.

Reeds vroeg ik wat veel tjd van u mijn lezer en plaats in ons weekblad.

Maar gg weet, dat er velen tegenwoordig oordeelen, dat het zoo ongeveer van zelf spreekt, dat zg zalig worden, omdat ze nog nooit zichzelven rampzalig zagen; velen, die nooit kwamen tot de vraag: wat zal ik doen ? omdat de heilzame vrees en de schrik des Heeren hun onbekend waren.

O! dat is zoo'n gevaarlgke positie bg 't wankele van 't leven, bij de gewisheid van den dood en bg de ontzaggelgkheid' der eeuwigheid.

Hebt gg daarentegen uw behoudenis leeren zoeken in den weg der bekeering, in de reiniging door den vollen doop, en 't getuigenis der oprechtheid in gedurigen strgd, dan staat het vast, dat gg aan alle ander middel hebt gewanhoopt, dan aan Christus en Zgne genade en heerschappg voerende kracht en dan is 't waarachtig : Zoo iemand God liefheeft, die is van Hem gekend en die zich afkeert van zgne goddeloosheid, hg zal zekerlijk leven.

Goede moed, verslagene van harte, want gg reist in gezelschap van Hem, die de reiskosten betaalde en op den weg alles bezorgt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's