Ombra
OMBRA.
VAN STERVEN EN LEVEN.
Een waar verhaal door JAN VELTMAN.
De wagenmaker en zqn vrouw en Mina hadden wel 't nieuwe leven in Ombra waargenomen. Wat ze vermoedden, dat er kiemde, hadden ze zien groeien en opwassen; wat ze wisten, dat ze zocht, hadden ze in haar handen gezien als gevonden.
Maar vaak als Ombra er over den drempel trad, kwam ze er in den sluier der triestigheid, omdat ze den schat haar ontgaan waande, en in de hoop, dien hier weer terug te vinden.
En tante Betje was altijd even bliij met de komst van haar nicht, en al wat ze in haar waarnam, treurigheid over 't verlies, of blijdschap over 't hervinden van haar schat vervulde haar steeds met innige toegenegenheid, want zij waardeerde die smart en die vreugde als verschillende zgden van 't zelfde 6éne leven. Alle leven was tante bekoorlijk, als 't maar leven was.
Maar oom Johannes vond het geen gezond leven, dat maar immer als de maan op en onderging, nu vol, dan leeg, straks weer half. In Roosje merkte hij 't goed op, dat daar immer de ïon scheen: ze was altgd kinderlijk gelQovig, en leefde maar voort van den eeneu dag in den ander, zich in alles aan den Heere toevertrouwend. Even onbezorgd, als toen ze alle zorg aan haar ouders en zusters overliet.
Waarom was dat in Ombra zoo geheel anders? Zg toch had een veel dieper, helderder blik in alles? Door herhaaldelijk met haar te spreken, meende hg eindelgk de oorzaak gevonden te hebben. Zg sprak altijd over mevrouw Brants, maar zoo onbestemd, zoo dolend.
Ombra hield haar voor een geloovige, zeer ontwikkelde vrouw; maar hij wist niet, waarvoor hij haar had te houden.
„ Ombra I spreekt mevrouw wel eens met je over den Heere Jezus? "
, 0 ja, oomi" „Spreekt ze ook wel eens over 's mens«hen verdorvenheid door de zonde? " Ze schudde het hoofd en zei: „Daarvan kan ik mij niets herinneren." „Spreekt ze ooit over de heiligheid Gods, die geen enkele zonde kan verdragen, en, over zijn rechtvaardigheid, die elke zonde straft? "
„Neen oomI Zg zegt altgd, dat God liefde is, en dat wij altgd het goede moeten doen, en dat Jezus ons daarin is voorgegaan. — Zie oom, zij gelooft wel alles, wat er in den Bijbel staat, maar 't is, of ze alles wat anders gelooft, dan u 't zegt, en de dominee 't preekt. En dal brengt mg altijd in de war."
Ja, dat begreep hij nu wel.
„Ombra, zal ik je wat zeggen? — Ik geloof, dat mevrouw Brants een goed, lief, braaf mensch is, en aan wie je veel te danken hebt, en die je wel in eere moogt houden, maar die blijkbaar noch God, noch zichzelf recht kent, zooalswe naar de Schrift God en ons zelf behooren te kennen. Wie zich zelf kent, weet, hoe de zonde hem altijd omringt; wie God kent, weet, dat Hij geen zoude duldt, n daarom voor al zgn volk alle zonde p Christus heeft gelegd, en Hem daaroor tot in den kruisdood heeft laten boeten; en wie Christus kent, kent Hem allereerst als Zondedrager en Schuld verzoener, als Borg en Middelaar, die gestorven is voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardiging, —• Dat weet je toch alles, niet waar, Ombra? "
„Ja oom, dat weet ik ., , ." Ze wilde blijkbaar meer zeggen, doch hij brak haar spreken af.
„Dan moet je dat vasthouden, Ombra, en Paulus' woorden in herinnering houden, waar hij zegt: Al ware het dat iemand, of een engel uit den hemel — let wel op, Ombra — een engel uit den hemel, en dat is mevrouw ook in haar eigen oogen zeker niet — al ware het, at een engel uit den hemel u een ander Evangelie verkondigde buiten hetgeen wij verkondigd hebben, die zg vervloekt.
Dat moet je wel bedenken! — Zooals Paulus en zijn mede-apostelen Christus verkondigden en nog verkondigen in de Evangeliën en brieven, dat is de waaarheid. En wat daarmee niet overeenstemt is onwaarheid. En nu moet jij je aan de waarheid houden en je hart sluiten voor alle onwaarheid. Is dat een gedool en gedommel met jou. Jij hebt de Zon! — Wat doe je met lampen, die 't beetje licht, dat ze geven uit den grond moeten hebben ? Jij moet je aan de Schrift houden, en den Heere zelf als Leidsman en Raadgever, als je Leermeester vastgrijpen en bij Hem blijven. Een schaap kent zgn herder het blijft bij zijn herder. Jij mag je door niemand laten aftrekken van je Heiland wiens eigen je bent; dat is een groot kwaad. Wijzer willen zijn dan Gods Woord en ongeloovig zijn is een groote zonde. Je moet dat laten. Je moet bij den Heere blijven, kinderlgk, evenals Roosje, de Heere zal je wel vasthouden; maar jij rukt jezelf van Hem los, omdat jij je niet aan Zijn Woord houdt."
Die woorden schokten Ombra, gelijk iemand, die staat te wiegelen, plots door een sterkere wordt vastgegrepen en rechtgehouden. Ze schrok er zelfs van, en nadat ze zich recht-en vastgeklemd wist voelde ze nu 't wiegelen binnenwaarts in duizelachtig onbehagen.
„Wat moet ik dan doen, oom? " „Wat ik je pas gezegd heb, niets anders. Je moet je vashouden aan Gods Woord! (wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's