Uit het kerkelijk leven.
Een brief van Dr. Bronsveld.
Dat dr. Bronsveld aan zijn ethische geestverwanten, die zich voor de oplossing van het kerkelgk vraagstuk interesseeren, een open brief geschreven heeft, weten onze lezers. De brief is gepubliceerd in de N. R. Ct. en wg hebben hem in ons blad overgenomen.
Wanneer men dit schrgven van dr. Brondsveld leest zal het aanstonds opvallen, dat het hier weer gaat, zooals het zoo dikwijls is gegaan, vooral bij de ethische heeren. Ze willen vooral niet weten van ingrijpen van menschen. , Waarom, " zoo heet het ook nu weer, „waarom kunt gg het proces van den kerkelgken strgd niet overlaten aan Gods leiding? "
En verder: „Is het niet beter God rustig te laten regeeren?
Daarom bid ik u: Komt niet nieuwe plannen aanbevelen, waar er reeds zoovele mislukt zijn en er pas een in duigen viel".
Vreemd, dat een man als dr. Bronsveld zoo schrijft. Want hij meent er natuurlijk niets van, dat wg, menschen, omdat God regeert, niets mogen doen. Hij is zelf volstrekt niet van gevoelen, dat, omdat andere plannen mislukt zgn, geen nieuwe plannen mogen worden gemaakt,
't Zou dan ook al heel dwaas zgn, om dat als hoogste wijsheid te verkondigen.
Zulks verwachten we van dr. Bronsveld allerminst.
't Is dan ook blgkbaar alleen, omdat dr. Bronsveld met dat plan niet instemt en met dezen weg geen vrede heeft, dat hg zoo schrgft. Omdat het hem niet aanstaat, moet het nu ook maar in strgd met Gods wil genoemd worden. En met de vrome uitspraak „waarom kunt Gg het niet overlaten aan Gods leiding? " wordt alles in de doofpot gestopt wat de bedoelde heeren willen.
Maar zóo laten we ons niet van de wijs brengen.
Plannen maken, om te komen tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk, is op zichzelf genomen volstrekt niet verkeerd, 't Is volstrekt niet hetzelfde als „de dingen uit Gods handen nemen" en het niet toelaten, dat „God rustig regeert". Neen, we zgn redelijke schepselen en God heeft ons Zgn Woord gegeven. En nu zijn we verantwoordelijk voor God en voor de menschen, dat we, naar uitwijzen van Gods Woord, doen wat mogelijk is, om misstanden op te ruimen en het goede te bevorderen.
Met groote woorden laten we ons dan ook niet van de wijs brengen. Te minder, daar dr. Bronsveld zelf, hoewel hij begonnen is, met te zeggen „waarom kunt gij het proces van den kerkelgken strijd niet overlaten aan Gods leiding" en waar reeds zoovele plannen mislukt zijn, en er pas een nog in duigen viel" — een plan tot verandering in ons kerkelijk leven komt aanbevelen En wel 't volgende: „Wekt er toe op; en werkt er toe mede, dat bij v. de Synode op andere wgze dan tot heden wordt verkozen en samengesteld; dat de vrouwen stemrecht verkrggen; dat de kiescolleges worden afgeschaft". '
Drie, dingen dus voor eenl
Om nu op te wekken en mee te werken „dat de vrouwen stemrecht verkrijgen" willen we, om allerlei oorzaak, niet. Hierin laten we dr. Bronsveld gaarne alleen gaan.
Maar wat de twee andere voorstellen van den hoog bejaarden Utrechtschen predikant betreft, daar voelen we wel wat voor. De kiescollege mogen, wat ons betreft, verdwgnen; en dat er, zooals dr. Bronsveld dat meer dan eens bepleit heeft, een synode van 45 leden moet komen, door de 44 classicale vergaderingen en de Waalsche Commissie gekozen, achten ook wij een zeer aan te bevelen verandering. Zooals het nu is, is het op z'n slechtst. En zeker, we zgn van bezwaren bij ingrijpende veranderingen, overtuigd. Maar we achten het boven allen twijfel verheven, dat een Synode van 45 leden veel meer de Kerk zal afspiegelen en kunnen vertegenwoordigen dan de Synode die we nu hebben; wat iedere richting, zoowel links als rechts, zal moeten toestemmen
Van Vrgzinnige zgde is in deze wel een ander voorstel gedaan, maar ook daar heeft men toch uitgesproken, dat de tegenwoordige vertegenwoordiging der Kerk in de Synode nergens naar Igkt. En daarom heeft men daar ongeveer aldus zijn wenschen kenbaar gemaakt. De Algemeene Synode bestaat uit de afgevaardigden der Provinciale ressorten en de Waalsche Commissie (zooals dat ook nu het geval is.) Maar men wil dan voortaan, dat iedere provincie iew minste twee leden zal afvaardigen, waarvan één predikant; voor groote provinciën is dit getal te verhoogen; •waarhij die groote provincies de leden boven het eerste tweetal te kiezen, ook mogen nemen van buiten hun provinciaal ressort, om zoodoende hoogstaande personen, die om een of andere reden in het eigen ressort niet worden gekozen, toch een plaats te geven in het hoogste kerkbestuur.
In die vermeerdering van het aantal afgevaardigden uit elke provincie kunnen we ons wel vinden.
Dat Limburg nu niets heeft en de Waalsche Commissie bg tijden zelfs twee leden zendt, is hoogst onbillijk. Dat Zuid-Holland er twee zendt en Limburg en N.-Brabant saam ook twee, gelijk Utrecht en Drenthe, is ook niet te verdedigen. Veeleer, dat Zuid-Holland er vier afvaardigt tegen Drenthe twee.
Maar in een dergelgke regeling zit altijd iets willekeurigs, wat we niet krijgen, Als elke classicale vergadering één afgevaardigde zendt, gelijk ook de Waalsche Commissie. Want we moeten toch weten: wie kiest de leden van de Synode. En dan zouden wg zeer zeker't liefst willen, dat naar de beginselen van de Dordtsche Kerkorde, naast de classicale vergaderingen de provinciale Synoden weer kwamen en dan, om de twee of drie jaar, de Algemeene Synode, met instelling van kerkelijke deputaten, die de zaken behartigen als er geen meerdere kerkelijke vergaderingen zgn. Te vragen om de aloude presbyteriale kerkinrichting weer in beginsel ons terug te geven, is heusch, nog zoo onbillijk niet, ook niet onpractisch. Men zal hoe langs hoemeer toch tot die oude beginselen terug moeten, dat staat voor ons vast. Maar daarom zouden we, zoolang we die provinciale Synoden nog niet hebben, een afvaardiging naar de Synode door de classicale vergaderingen verkiezen boven 't geen de Vrijz. Hervormden daaromtrent voorstellen. Die vertrouwen het die class, vergaderingen blijkbaar niet toe, omdat die dominé's en die ouderlingen niet weten wie de mannen zgn, die voor het lidmaatschap van de Synode het meest geschikt zgn. En daarom willen we een vergadering scheppen een Provinciale Synode bestaande uit afgevaardigden der class, vergaderingen èn leden der Provinciale Kerkbesturen.
Men voelt, dat elke rechtsgrond voor zulk een vergadering ontbreekt. Want 't is geen provinciaal Kerkbestuur, 't is ook geen classicale vergadering, 't Is eigenlijk een vergadering van class, heeren, onder leiding en voogdgschap van het prov. Kerkbestuur.
En daar voelen we niets voor. In onzen democratischen tgd is dat ook geenszins aanbevelenswaardig.
Moeten wg dus kiezen tusschen het voorstel van dr. Bronsveld, (vroeger verdedigd) en het voorstel van de Vrgzinnig-Hervormden, dan kiezen we zonder aarzeling voor het eerste, gelijk ook de vergadering der ethische heeren te Utrecht zich voor dit voorstel heeft verklaard.
We zullen afwachten, wat de Synode zelf nu in deze zal beslissen.
Naar dr. Bronsvelds advies liggen er dus reeds drie voorstellen ter behandeling : andere samenstelling der Synode; invoering van het vrouwen-kiesrecht; afschafifiüg van de Kiescolleges. En als daarnaast nu ook de beheerskwestie komt, de predikantstractementen en pensioenenkwestie, en het voorstel Middelburg in zake de erkenning van de candidaatsbul der Vrije Universiteit, dan is er al heel wat werk aan den winkel.
Nog eens: Ds. Schermerhorn.
Van de hand van ds. Schermerhorn, Ned. Herv. predikant te Nieuwe-Niedorp (Noord-Holl.) vindt men in dit No. een „Ingezonden stuk, " naar aanleidingvan wat wg in No. 32 van „de Waarheidsvriend" schreven. We zeiden toen, dat we zoo gaarne zouden willen dat ds. Schermerhorn eens precies zei, wat hg wilde. Want zijn verklaring „ik heb mijn leven verpand aan de geestelgke revolutie" laat wel wat aan duidelijkheid te wenschen over.
Zgn standpunt ten opzichte van godsdienst en Kerk, van Koningin en Vaderland komt er allerminst door uit. En iemand die dan in 't openbaar optreedt met menschen als David Wijnkoop, mevr. Roland—Holst enz. mocht daar wezenlijk wel iets meer van zeggen. Waarbij een socialist als Bernstein gunstig afsteekt, daar deze tenminste de dingen zegt, zooals hg er over denkt, al is het nog zoo verschrikkelijk.
Ds. Schermerhorn schgnt hierover wat verstoord te zgn.
Wat! Zou hg niet duidelgk durven zeggen, wat hg wil? Neen, maarl En daarom een „Ingezonden" aan „de Waarheidsvriend, " waarin evenwel eigen-Igk ook al weer niets los gelaten wordt. Laat ons zien.
't Eerste is: „Ik zond geeu bericht van verhindering voor de 1 Mei vergadering te Delft, maar moest invallen voor mevr. Rolands—Holst te Leiden. Ware dit niet 't geval geweest, dan had ik met genoegen in Delft gesproken naast Wgnkoop en Kruyt, "
We weten uu meer precies hoe 't kwam, dat ds. Schermerhorn niet op 1 Mei te Delft gesproken heeft. Hg is te Leiden met mevr. Roland—Holst samen in volksvergadering opgetreden.
. Nu, dat is feitelijk 't zelfde. Of't Delft of te Leiden is geweest doet er niets toe.
Maar als dan volgt: „Ik ben reeds 20 jaren lang gewoon het 1 Meifeest mede te vieren", dan is dat niet zoo onschuldig als 't er op 't eerste gezicht uitziet. Want het 1 Meifeest in 1919 in gezelschap van David Wgnkoop en mevr. Roland—Holst te vieren, beteekent wat. 't Beteekende in Delft ten minste ióoveel, dat de S.D.A.P. afzonderlek vergaderdein „Ons
Huis" en de Communisten in Stads-Doelen, waar dan SchQjrmerhom, Wijnkoop en Kruyt het woord zouden voeren.
Men moet hier dus niet de onnoozele gaan spelen en een dergelqk optreden gaan bagatelliseeren. Elk publiek optreden heeft beteekenis, maar een derge-Igk optreden zeer zeker.
Nu zijn ds. Schermerhorn en zqn geestverwanten daar nogal sterk in, om de dingen, die volstrekt niet onschuldig zgn, heel onschuldig voor te stellen. Dat blijkt wel, als hij verder zegt: „Waarom zou ik niet in gezelschap van David Wijnkoop mogen spreken? Ik wil bg gelegenheid wel spreken in gezelschap van ds, v. Grieken of van wien anders, als ik maar de vrgheid heb te zeggen wat ik meen te moeten zeggen.''
Dat is opzettelgk de dingen verdraaien. Want dat is met opzet den schqn wekken, alsof het optreden op 1 Mei 1919 te Delft (Leiden) bedoeld was om wel tegelijk met, maar volstrekt niet als geestverwant van David Wgnkoop op te treden, hebbende het volle recht om Anders dan hg te getuigen.
Dat is laf, om 't zoo voor te stellen. En dat zeggen we met nadruk zoo scherp, omdat ds. Schermerhorn en zijn vrienden dat in 1906 en in 1914 óok gedaan hebben en hg er z5o uitgesprongen is, toen hg bijna tusschen de kerke-Igke boeien zat.
Laat ons daar iets vanmoeen.^r-In Sept. 1914 tr^^.^g_ Schermerhorn , 0P v"J«ï^'g'éff'afd. van „de Dageraad" te Groningen; 't welk dus een optreden was voor een vereeniging, die opwekt om zich af te scheiden van de Kerken daartoe op al hare vergaderingen formulieren tot dat doel kosteloos verkrggbaar stelt.
Dat werd als een aanklacht tegen den Herv. predikant van Nieuwe-Niedorp in de Synode gebracht; en de Oommissie van rapport, bestaande uit de heeren ds. F. Tammens, prot. Knappert, ds.de Groot, ds. Steenbeek, prof. van Veen, ds. Oremer en ds. Oouvret (orthodoxen en modernen saam) oordeelde „dat het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland aan het Olassicaal Bestuur van Alkmaar moest opdragen de noodige aandacht te schenken aan het optreden van genoemden predikant en in dezen opzicht over hem te houden."
(Syn. Acta 1914 blz. 630).
Nu gaan we stilzwggend voorbij het vreemde dat er in zit als de hond op de kat moet passen, dat deze niet aan 't spek komen zal. Maar dat aan het (modern) Prov. Kerkbestuur van N, Holland opgedragen is geworden het (modern) Class. Bestuur van Alkmaar te gelasten den (modernen) Herv. predikant van Nieuwe-Niedorp in de gaten te houden, zegt toch zeker, dat men algemeen voelde, dat het niet opgaat, als een Herv. predikant voor een afd. van „de Dageraad" optreedt.
Maar wat gingen ds, Sch. en zijn vrienden toen zeggen ?
Dat het optreden voor een vereeniging als „de Dageraad" nog niet bewijst, dat men het met die vereeniging eens is; dat men heel goed iets gansch ^.nders kan voorstaan enz. enz.
Voelt men het?
Men is bang dat men tegen de lamp zal loopen en dan gaat men zulke onzin verkoopen.
De secretaris der Synode, de heer Bakhuizen van den Brink, zei terecht, dat een Herv. predikant die optreedt voor een vereeniging, welke vgandig staat tegenover den godsdienst en alles doet om de losmaking van de Kerk te bevorderen, ergernis verwekt.
Eü ds. Schrieke toornde over de manier waarop men deze zaak wilde verdedigen, door te zeggen, dat het bewgs niet geleverd was, dat ds. Sch. het met „de Dageraad" eens is. „Ds. Schermerhorn" zoo zeide ds. Schrieke zeer naar waarheid, „trad in 1906 in den Haag en in 1914 in Groningen niet op, om voor z'n kerk op te komen, om voor den godsdienst op te komen." „Hij trad niet op, om daar de heerschende denkbeelden te bestrijden, maar om dien kring te steunen." „De Dageraad is, volgens verklaring van haar eigen orgaan, een vereeniging, die niet slechts het dogma, maar ook den godsdienst bestrgdt."
Een Herv. predikant die dus voor „de Dageraad" optreedt en Herv. predikant blijft gedraagt zich zijn ambt onwaardig. Zich beschikbaar te stellen voor een vereeniging, die zich zoo ergerlgk over godsdienst en christendom uitlaat en de Herv. Kerk zoo fel tegenstaat — en dan toch tegelgk predikant der Herv. Kerk te zgn en te blijven is zichzelf blameeren. En de Kerk behoort zeer zeker dan handelend op te treden.
Wat we nu in 1914 gehad hebben bg het optreden voor „de Dageraad" krggen we in 1919 weer bg het spreken met David Wijnkoop en mevr. Roland Holst in de Mei-vergadering der communisten.
„Waarom" zoo vraagt ds. Sch. heel onschuldig — waarom zou ik met zulke menschen niet mogen optreden, als ik vrg ben om te zeggen, wat ik wil? 't Is mg 't zelfde, met wien ik optreed. Of ik spreek met Wgnkoop of met van Grieken, dat kan mij niet schelen."
Wat laf! Want in den jare 1919 met David Wgnkoop en mevr. Roland Holst in volksvergadering op te treden, dat is een heel program van actie en een program van beginselen te hebben, of ... men is idioot,
't Blijkt dan ook trouwens, dat ds. Schermerhorn wel degelijk een program heeft en wel het oude program van het historisch materialisme, - van hetparadgs op aarde en wat dies meer zij. Immers zegt hg : „Tegenover het Prov. Kerkbestuur heb ik verklaard de geestelgke revolutie te willen bevorderen om de economische revolutie mogelijk te maken."
Dat is dus wat méér dan we al wisten. We wisten alleen van een geestelijke revolutie. Maar nu wordt gezegd, dat voor ds. Schermerhorn het einddoel is om te komen tot een economische revolutie, waarvan hg nader nog verklaart „langs den weg der geestelgke revolutie wil ik komen tot de economische revolutie ; d.w.z, de herschepping der maatschappij naar het beginsel van Christus. En ik kan mij een waarlgk Christelijke maatschappij niet anders denken dan als een anarchistisch-communistische."
Wg zijn gewoon om te zeggen, dat men iemands naam niet mag mishr^Yiën en dat men iemandj» ; sróorden nfet^mag verdraaien •
Dat mag men niet doen als men 't over Luther heeft, ook niet als 't over Calvgn gaat, ook niet als men 't heeft over Groen van Prinsterer enz. Men moet iemands woorden en iemands bedoelen recht doen.
Maar veel meer geldt dit Christus.
En nu Igkt het ons al dadelijk absurd, als men in naam van Christus als hoogste ideaal gaat verkondigen langs den weg der geestelgke revolutie — in gezelschap van David Wgnkoop en mevr. Roland Holst — te komen tot de economische revolutie — à la 1 Mei 1919 — uit welke economische revolutie dan het paradgs op aarde komen zal: een anarchistisch-communistische maatschappij.
Kom, kom — men moest niet zulke groote holle woorden gebruiken en men moest aflaten om dit te verkondigen in den naam van Christus.
In den naam van Christus moest men iets anders verkondigen, gelgk men ook plechtig beloofd heeft te zullen doen.
In den naam van Christus, moest men verkondigen, naar uitwgzen van Gods Heilig Woord (zie den beroepsbrief) het heerlijk evangelie des kruises, waarbg als het eerste stuk verkondigd wordt des menschen ellende, om der zonde wil; als het tweede stuk, des menschen verlossing door Christus; en als derde stuk des menschen dankbaarheid, in een leven uitkomend, waarvoor als regel geldt: heb God lief boven alles en uw naaste als u zelf.
In die twee geboden ligt een heele wereld-en levensbeschouwing, waarbg niet de lijn is door een geestelgke revolutie tot een economische revolutie te komen en dan te krggen een anarchistisch communistische maatschappij; maar waarbij de Ign duidelgk is uitgestippeld in Gods Woord en b. v. in onzen Heidelb Catechismus.
Wil men iets uit onze Ned. Geloofs Belgdenis hooren in deze? Daar lezen we in art. 36: wij gelooven, dat onze goede God, uit oorzake der verdorvenheid van het mensehelgk geslacht. Koningin en Overheden verordend heeft, willende, dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde en het alles met goede orde onder de menschen toega. Tot dat einde heeft Hg de Overheid het zwaard in handen gegeven, tot straffe der boozen en tot bescherming der vromen." „Verder, een ieder, van wat betrekking, kring, of stand hg zg, is schuldig zich aan de Overheden te onderwerpen, schattingen te betalen, hun eer en eerbied toe te dragen, en hun gehoorzaam te zgn in alle dingen, die niet strijden tegen Gods Woord; voor hen biddende in hunne gebeden, opdat hen de Heere besturen wil in al hunne wegen en dat wg een gerust' en stil leven leiden in Godzaligheid en eerbaarheid 1 Tim. 2 : 2. En hierom verwerpen wij de wederdoopers en andere oproerige menschen euinhet algemeen al degenen, die de Overheid en Magistraten verwerpen en de Justitie omstooten willen, de gemeenschap der goederen invoeren en de eerbaarheid verwarren, die God onder de menschen gesteld heeft."
En dat hebben onze vaderen in den naam van Christus geleerd en beleden toen de Overheid vgandig en vervolgende was en toen allerlei oproermakers als Karlstadt en de Wederdoopers tot meer radicale maatregelen raadden!
Toen hebben ee in den Catechismus ook uiteengezet, dat we ons geen eigenwilligen godsdienst (1ste tafel der Wet) maar ook geen eigenwillig sociaal en maatschappelgk leven mogen maken (2de tafel der Wet). Zeker mogen we — moeten we zelfs — op de gebreken en misstanden goede acht geven. Op godsdienstig-kerkelqk terrein, maar ook op sociaal, maatschappelijk gebied.
Maar de belofte „dat onze dagen verlengd zullen worden in het land, dat God ons geeft", zit altijd vast aan het houden van Zijn geboden. Want die Zgne ordinantien omverwerpt, diens lamp zal uitgebluseht worden.
Hier heeft de Kerk dus acht te geven op de woorden en de handelingen van personen, die zeggen in naam van Christus op te treden, in Zijnen Naam, staande tusschen David Wijnkoop en mevrouw Roland Holst, een geestelgke revolutie predikende, met het einddoel: een economische revolutie; om zoo te komen tot een anarchistisch communistische maatschappg.
De Kerk moet hier zeggen: gij zult den Naam van Christus niet misbruiken. En zij moet verhinderen, dat een harer predikanten, met schending van hare reglementen en tegen haar eigen belijdenis ingaande, zgn ambt langer misbruikt en de Kerk blameert.
En als ds. Schermerhorn dan ietwat stout en triomfantelijk vraagt: „Welk kerkelgk reglement kan mg dit belejtten? — dan antwoorden we: dat hebt Gijzélf reeds terdege gevoeld, want op de Classicale.Vergadering te Alkmaar hebt gij betoogd, dat art. 11 van het Alg, Reglement noodzakelijk veranderd moet worden, waar o.a. staat dat van ieder in de Herv. Kerk gevraagd wordt „de bevordering van christelijke zeden, de bewaring van orde en eendracht en en de aankweeking van liefde voor Koning(in) en Vaderland."
De belgdenis onzer Kerk is dus een beletsel voor een optreden voor een vereeniging als „de Dageraad" of in gezelschap van David Wijnkoop in een vergadering van communisten op 1 Mei '19.
En o.a. is art. 11 Algem. Reglement een beletsel.
Waarom we ook aan ds. Schermerhorn hier willen zeggen, dat het zgn roeping is zijn ambt in de Herv. Kerk neer te leggen en haar te verlaten, vooral, wanneer nu door de Synode en door de Kerk zelve nog eens zal worden uitgesproken, dat art. 11 niet veranderd zal worden.
Met het indienen van zijn eigen voorstel heeft ds. Schermerhorn de galg al opgericht, waaraan hij hangen moet straks.
Maar... 't is waar ook, de modernen beschikken over een philosophischen inulen, waarmee zij alle mogelijke bepalingen, omschrijvingen en beslissingen tot verteerbare spijze weten te vermalen. En ze doen, alsof er geen wolkje aan de lucht is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's