Ingezonden.
(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie.)
Geachte Redactie,
Mg werd toegezonden no. 32 van „De Waarheidsvriend". In de veronderstelling dat de redactie van een blad, hetwelk zich de Waarheidsvriend noemt, op de waarheid gesteld is, verzoek ik het volgende op te nemen.
lo. Ik zond geen bericht van verhindering voor de 1 Mei vergadering te Delft, maar moest invallen voor mevr. Roland Holst te Leiden. Ware dit niet 't geval geweest, dan had ik met genoegen in Delft gesproken naast Wijnkoop en Kruyt. Ik ben reeds 20 jaren gewoon het 1 Meifeest mede te vieren. Welk kerkreglement kan mij dit beletten ? Waarom zou ik niet in gezelschap van David Wijnkoop mogen spreken? Ik wil bij gelegenheid wel spreken in gezelschap van ds. van Grieken of van wien anders, als ik maar de vrijheid heb te zeggen wat ik meen te moeten zeggen.
2o, Ik denk er waarachtig niet uit te springen! En tegen deze laffe insinuatie (waarmede de schampere opmerking aan het slot van het artikeltje „Het socialisme en de godsdienst" samenhangt) wensch ik met beslistheid op te komen. Tegenover het prov. Kerkbestuur heb ik verklaard de geestelgke revolutie te willen bevorderen om de economische revolutie mogelijk te maken.
3o, Mij wordt gevraagd nu eens eerlijk en duidelijk te zijn. Ik heb jaren lang gepoogd dit te wezen. Ik heb steeds in 't openbaar in vergaderzaal en Kerk verkondigd wat ik nu nog eens herhaal: ik ben revolutionair; als belijder van het evangelie kan ik niet anders zgn; want deze maatschappij is in haar wezen een bespotting van bet groote beginsel van Christus: heb uw naaste lief als uzelf.
EQ mijn werken aan de geestelgke revolutie beduidt dus: dit te brengen tot het bewustzijn der menschen. Eu zoo moet langs den weg der geestelgke revolutie de economi? che revolutie komen. D.w.z. de herschepping der maatschappq naar het beginsel van Christus. En ik kan mij een waarlijk Christelijke maatschappq niet anders denken dan als een anarchistisch-communistische.
Achtend, N. J. C. SCHERMERHORN, Nieuwe-Niedorp, 14 Juli 1919.
UTRECHT, 14—7—19.
Geachte Redactie, Sta mg toe een enkel woord te mogen antwoorden aan de confess, broeders, die aan mijn Open brief aandacht wilden schenken en daarop zijn ingegaan. Ik wil allereerst de Utrechtsche Herv. Gemeente gelukwenschen, met het feit, dat hier 6, straks 7 geref. predikanten zijn. 'k Heb het nooit zoo gevoeld noch gezien; en velen met mq zqn aan dit heuchelijk feit tot op dit oogenblik onbekend geweest, 'k Vermoed evenwel, dat • men eerst een confess, bril moet koopen en in de confess, apotheek wat wonderpillen moet halen, om er recht achter te kunnen komen. Worden hier niet „twee volken en twee natiën" door een gemengd? En de onbenullige gezangenkwestie maakt hier de scheiding niet. De scheidingslijn ligt ergens elders.
Wel opmerkelijk is het, dat de Gereformeerden het altijd maar moeten doen met een confess, predikant, die dan óók gereformeerd heet. Maar intusschen doet men alles om de gereformeerde dominé's te weeren. Daar hebben de confess, broeders blijkbaar geen zin in. En zelf stelende in deze roepen ze óns na: houdt den diefi Of weten ze niet meer, wat ze gedaan hebben in de vac. ds. Leenmans? Als toen de ethischen niet eerlijker geweest waren dan de confessioneelen, dan hadden we toen een confess, predikant gekregen en geen gereformeerde! Terwijl niemand zal durven tegenspreken, dat we in Utrecht nu confess, dominé's genoeg hebben. Het kerkbezoek is zelfs bij de besten van hen beneden het middelmatige, terwijl dat juist bq de Geref. predt. het tegendeel is.
Kan het ook soms zijn, - dat sommige kerkeraadsleden bq de beroeping van den 14den predikant daarom als protest tegen het confessioneel drijven zqn weggebleven?
Van alles wat ik in mqn Open brief geschreven heb, kan ik dan ook niets terug nemen. Alleenliijk wil ik de verantwoordelgkheid voor het feit, dat wij soms genoodzaakt zgn bg de Kerken der afscheiding in onze geestelijke behoeften te gaan voorzien voor een gedeelte van de ethischen afnemen en het op de conscientie der confessioneele broeders leggen, die blgkbaar alles wat in hun oog confessioneel is, ook maar gereformeerd noemen en aan de gereformeerden niet gunnen, wat ze zelf wederrechtelijk zich toe eigenen.
Met alle achting, Uw dn.,
G. DE. VINK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's