Uit het kerkelijk leven.
Hij moet gaan.
Ds. Sehermerhorn, die den I-Meidag meevierde in gezelschap van David Wgnkoop. Mevr. Roland Holst, enz., te Leiden sprekende voor een vergadering van anarchisten en communisten, heeft gevoeld, dat het toch eigenlgk niet gaat, om anarchist, communist of bolsjewist à la Wgnkoop te zgn en tegelgk Herv. predikant. Want immers heeft men als Herv. predikant beloofd, zich verre te zullen houden van muiterij, oproer, omverwerping van altaar en troon. En dan tocu met David Wgnkoop en Mevr. Roland Holst mee op te trekken, dat kan en mag niet. Men brengt de Kerk, waartoe men behoort in opspraak en men stempelt zich zelf, als een man, die het met z'n eed of belofte nu niet zoo heel nauw neemt.
Ds, Sehermerhorn heeft dan ook wel gevoeld, dat hg en die met hem sympathiseeren, in botsing moeten komen met de kerkelgke reglementen, met name met art. 11 onzer Kerkelgke grondwet, en daarom heeft hg op de laatste Classicale Vergadering van Alkmaar, na bespreking, de volgende motie ingediend: De Classicale Vergadering van Alkmaar, van oordeel dat art, 11 Algem. Regl. in strijd is met de waardigheid der Kerk, verzoekt de Synode zoo spoedig mogelijk een verandering van dit artikel aan het oordeel der Kerk te onderwerpen en gaat over tot de orde van den dag".
Als men nu weet dat art. 11 Alg, Regl, aldus luidt:
, De zorg voor de belangen, zoo van de Christelgke Kerk in het algemeen als van de Hervormde in het bg zonder 1), de handhaving harer leer 2), de vermeerdering der godsdienstige kennis 3), de behartiging van de Zending 4), de bevordering van christelgke zeden 5), de bewaring van orde en eendracht 6), en de aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland 7) moeten steeds het hoofddoel zqn van allen, die in onderscheidene betrekkingen, met het kerkelgk bestuur belast zijn" — dan begrgpt men direct, dat Ds. Sehermerhorn let bizonder op 't geen onder No. 7 in dat artikel genoemd wordt.
Maar, in de moderne classis Alkmaar waren er maar 17 st. vóór deze motie en werd zg dus verworpen.
Toch is zij bij de Synode ingediend; evenwel zonder resultaat. Want op voorstel van de rapporteerende Commissie (rapporteur ds. Eilerts de Haan) is met algem. stemmen besloten op dit voorstel niet in te gaan.
Art. 11 van onze Kerkelgke Grondwet blgft dus, zooals het is en „bewaring van orde en eendracht en de aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland" moeten o. m. steeds het hoofddoel zgn van allen, die in onderscheidene betrekkingen met het kerkelgk bestuur — van Kerkeraad tot Synode toe — belast zqn.
Dat is het doodvonnis voor ds. Sehermerhorn es. Want als dr. Niemeyer ini het Weekblad voor Vrijz. Hervormden, schrgft, dat met orde en eendracht alleen gedoeld wordt op kerkelgk erf, dan vergist hg zfcn natuurIgk. In onze Geref. Kerk is steeds gewaarschuwd voor allen, die tweedracht, secten en muiterg in Kerken en wereldlgke regeeringen begeeren aan te richten", (Avondm. formulier), waarbij gevoegelgk art. 36 van ónze Ned. gel. bel. gelezen kan worden.
En als dr. Niemeyer nog een ander argument aanvoert, om te bewgzen, dat de Kerk ds. Sehermerhorn niets doen kan, dan zegt hij, dat men daarom met art. 11 Algem. Regl. in de hand niets doen kan, omdat men zich voor een tuchtzaak alleen maar beroepen mag op artikelen uit het regl. op de kerkelijke tucht.
Maar men voelt, deze tweede redeneering is even goed een vergissing als de eerste. Want dat men bg het gebruik en de toepassing van het regl, op de kerkelgke tucht heelemaal vergeten moet, dat er ook nog een Algem. Regl. is, de kerkelijke grondwet zgnde, wil niemand zoo maar aannemen.
't Is dan ook volstrekt niet waar.
Ds. Schade van Westrum, de redacteur van , de Hervorming", Weekblad van den Nederl. Protestantenbond, voelt dat ook wel als hg (Lutersch predikant zgnde) schrijft: „Wg gevoelen ons niet competent om een zoo der zake kundig man als dr. Niemeyer op het voor den buitenstaander zoo duister en geheimzinnig gebied van de wets-interpretatie in de Herv. Kerk tegen te spreken. Maar wg wagen toch de opmerking*. kunnen mannen als ds. Sehermerhorn, al kunnen zg' er ook niet met de wet in de hand worden uitgezet, zich wel in de Herv. Kerk op hun plaats gevoelen, als volgens het Algem. Regl. in die Kerk o.a. ook het aankweeken van liefde voor Kerk en Vaderland hoofddoel is van allen, die in onderscheiden betrekkingen, met het kerkelgk bestuur belast zgn? Behoort tot de hier bedoelde betrekkingen ook niet die van den predikant, waar hg als zoodanig ook lid is van den Kerkeraad? "
Laat de. Sehermerhorn dan ook maar gauw de Herv. Kerk verlaten, als eerlgk man zeggende: ik wü met zoo'n Kerk niets te maken hebben!
Art. 11 Algem. Regl. is er en blijft er.
Ds. Schermerhorn is er bg vergissing nog, maar gaat nu als eerlgk man weg. De Herv. Kerk zal het dan zonder ds. Sehermerhorn wel uithouden. En ds. Sehermerhorn zal zonder de Herv. Kerk z'n weg wel vinden.
In en om de Synode II.
De eerste zittingen zijn nooit de belangrijkste en doorgaans weinig interessant. Ze gaan voorbg met de regeling van zaken en vooral met besprekingen der finantiëele aangelegenheden. Als dat voorbg is begint het eigenlgke werk pas. Of die finantiëele aangelegenheden niet beter door een ander college dan de Synode zelve zouden kunnen worden geregeld en behartigd? We gelooven, dat het verstandig zou zijn dit geheel uit de Synodale handelingen uit te schakelen. Anderen kunnen dat veel beter doen dan een college van 19 mannen, die toch al zooveel te doen hebben.
Vgf zittingen hebben we dus gehad. De Qaestor-Generaal is van 't tooneel verdwenen en nadat een z.g.n. Synodus contracta is uitgeloot ter behandeling van een tuchtzaak tegen een ouderling in het prov. ressort van N Brabant met Limburg, wordt een rapport van de Syn, commissie over de behartiging van de belangen der militairen in de garnizoensplaatsêh, in behandeling genomen. De minister van Oorlog heeft blgkbaar besprekingen doen houden namens hem met de Syn. commissie (18 Juni j .1.) en toen twee vragen aan de Synode onzer Herv. Kerk doen voorleggen:1 Wat denkt de Kerk te doen ter verzorging van de geestelgke belangen der mili-itairen en 2. Hoe denkt de Synode der , Nederl. Herv. Kerk over het voorgenoj men instituut van Legerpredikanten?
i Volgens een brief, welke is publiek gemaakt, heeft de Synode daarop aan Z.Ex. het volgende geantwoord:
„Steeds is de kerk (zoöals o.a. blijkt uit de desbetreffende vragen bij de kerkvisitatie) bedacht geweest op de verzorging van de geestelijke belangen der militairen. In dit opzicht doen de kerkeraden wel wat in hun vermogen is, maar, daar gewoonlijk juist in de grootste gemeenten de grootste garnizoenen zgn en die groote gemeenten door gebrek aan tractementen te weinig predikanten hebben, was dit werk tot nog toe, tot hun leedwezen, te eenenmale onvoldoende. Indien er dus wegen kunnen worden gevonden om in dit belang voortaan beter te kunnen voorzien, zal daarvan met blgdschap door de kerk worden gebruik gemaakt.
Met groote ingenomenheid heeft daarom de Synode gezien, dat de regeering van haar kant de geestelgke belangen der jongelieden, die zg uit hun huis en arbeid roept tot den militairen dienst, wil behartigen. Het voorgenomen instituut van legerpredikcmten, die de adviseurs en tusschenpersonen worden tusschen de regeering en de kerkeraden, juicht zij toe, Ea van haar kant zal de Synode bij de kerkeraden gaarne aandringen op hartelgke samenwerking om dit instituut aan het doel te doen beantwoorden.
Het Nederlandsch Hervormd kerkrecht kent echter geen dienstdoende predikanten, die niet aan een gemeente zijn verbonden; zoodat de door de regeering te benoemen legerpredikanten zullen genoodzaakt zijn, eervol ontslag bij het bevoegd kerkbestuur aan te vragen; doch tegelgk kan aan hen volgens de in 1917 van kracht geworden nieuwe bepalingen van het reglement op de vacaturen, de bevoegd heid van emeriti worden verleend, waaraan verbonden is het recht tot openbare verkondiging van het Evangelie, bediening van Doop en Avondmaal, leiding der openbare godsdienstoefeningen, catechetisch onderwgs, herderlijke zorg.
Voor den naderen uitbouw van hun arbeid kan door de gemeenten worden gebruik gemaakt van de bepalingen in de (nieuwe) 4e afdeeling van het reglement op de vacaturen, waardoor predikanten tot speciale werkzaamheden, i. c. de verzorging van de geestelgke belangen der militairen, in een gemeente kunnen worden beroepen, welke predikanten dan alle verdere rechten der dienstdoende predikanten bezitten. Ook bestaat de gelegenheid, volgens de in 1919 van kracht geworden bepalingen in het reglement op het hulppredikerschap, om in groote gemeenten werkzaam te stellen predikanten van kleine gemeenten, zoodat zulken, die lust en gaven voor de verzorging van de geestelgke belangen der militairen hebben, in garnizoensplaatsen zullen kunnen worden aangesteld. Hierover zullen de kerkeraden met de door U. E. te benoemen legerpredikanten overleg kunnen plegen en kunnen de door U. E. aangestelde predikanten wenschen en wenken aan de regeering kenbaar maken.
Ten slotte verklaart de Synode het op prgs te stellen aan Uwe Excellentie een voordracht tot benoeming van de bedoelde legerpredikanten te mogen doen en de opdracht daartoe gaarne in te wachten.
We zulten nu afwachten welken vorm de plannen van den Minister zullen aannemen en wat onze Herv. Kerk daadwerkelgk zal kunnen gaan doen voor de geestelgke verzorging der militairen.
Tot nu toe deed de Kerk niet veel. Misschien dat de toekomst — mee dan een goede vrucht van den vreeselgken oorlogstgd — beter wordt.
In de zevende zitting was ter behandeling een voorstel van de class, verg. van Deventer, instemmend met een wensch van de class, verg. van Enschedé, dat in de Kerk meer invloed worde toegekend aan het z. g. n. leekenelement. In de besturen b. v. zitten te veel predikanten en te weinig ouderlingen; en de bepaling, dat in kerkeraadsvergaderingen geen besluiten mogen worden genomen, als geen predikant tegenwoordig is, wordt veroordeeld. Deze wensch van Deventer — een wetswgziging wordt niet voorgesteld — wordt voor kennisgeving aangenomen.
Wilde men in onze Kerk maar de presbyteriale Kerkinrichting, naar de beginselen der Dordtsche Kerkorde, dan zou in deze al veel gewonnen zgnI Maar, helaas! daar schgnen de Herv. menschen nog maar niet aan te willen.
Men wil het betere niet; omdat.... het komt uit den Dordtschen hoek en te gereformeerd is. Wat dwaas toch! We leven evenwel in een democratischen tgd en aan den eisch daarvan ontkomt men toch niet. Om dan evenwel den goeden weg te bewandelen, daar zal't om gaan. Laat men in elk geval die Dordtsche Kerkorde maar eens lezen; misschien is er nog wel wat uit te halen dat bruikbaar en goed is.
In diezelfde zevende zitting kwam aan de orde een voorstel van prof. Daubanton, dat hierop neer kwam, dat de verschillende examens aan de Universiteit tot één examen behoorden te worden saamgesmolten ; en dat ook het kerkelgk voorbereidend en het provinciaal examen ter toelating tot de evangeliebediening moesten worden gemaakt tot één.
Tegen het tweede voorstel heeft men in de Synode dit bezwaar, dat pas een nieuw regl. op het exaïnen is tot stand gekomen en om dat nu weer onderst boven te werpen verdient geen aanbeveling.
En wat het eerste voorstel betreft, vraagt men, of het aanbeveling verdient de studenten 8 jaar zonder examen te laten loopen en dan opeens alles in één examen af te eischen?
Bg de discussie blijkt, dat men het 2de voorstel van prof. Daubanton niet wilde aannemen, en wat het 1ste voorstel betreft komen allerlei bezwaren, zoowel tegen het bestaande gebruik in deze als tegen het nu voorgestelde, en met 12 tegen 7 stemmen wordt een motie van prof. Slotemaker de Bruine aangenomen, luidende aldus: „De Algemeene Synode van 1919 overwegende, dat het wenschelgk is nog tg den s deze vergadering de kwestie van de wet op het Hooger Onderwgs art. 131 onder het oog te zien, gaat over tot de orde van den dag."
De achtste zitting staat in het teeken van art. 11 Algem, Regl. naar aanleiding van een verzoek van ds. Schermerhorn CS. dat art. 11 te wgzigen. Waarom en hoe die wijziging geschieden moet, is — of 't dom of verstandig is, dat men daarover gezwegen heeft in den anarchistischen-communistischen kring waaruit 't voorstel gekomen is, laten we in 't midden — niet gezegd. Men heeft alleen geschreven, dat art. 11 een schande voor de Kerk is. Orndat er gesproken wordt van liefde voor Vaderland en Vorstenhuis waarschgnlijk.
De Synode besloot met algemeene stemmen art. 11 Alg. Regl. te laten zooals het is. Ds. Schermerhorn zal 't zich nu wel een schande rekenen te behooren tot zoo'n schandelijke Kerk met zoo'n schandelgk artikel in de kerkelgke grondwet; en hg zal nu wel heen gaan ...
De class, vergadering van Breda wil in het Regl. op de Vacaturen opgenomen zien een bepaling, waardoor aan het Class. Best. de bevoegdheid wordt verleend, geen approbatie aan het beroep te verleenen, wanneer niet gebleken is, dat het tractement in overeenstemming is met de draagkracht der gemeente.
De Synode wenscht om allerlei oorzaak, evenals ze verleden jaar reeds zei, deze verandering niet in de wet te zien opgenomen.
Het voorstel van ds. de Haan van Zwolle om het proponents-examen in September te doen vervallen, wordt met 15 tegen 4 st. verworpen.
De Classicale Vergadering van Zierikzee had voorgesteld art. 43 Regl. Vacaturen te wgzigen, zoodat lo. aan candidaten tot den H. D. die op beroep prediken reis-en verblgfkosten worden vergoed en 2o-aan predikanten die een vaste standplaats bekleeden, wordt veroorloofd op nominatie te prediken. Het eerste voorstel werd aangenomen en gesteld in handen van de commissie voor eind-redactie. Doch het tweede voorstel, dat nog niet lang geleden in de Synode langdurig is besproken, werd met 11 tegen 8 stemmen verworpen.
We zgn big voor de candidaten dat de Synode zóo beslist heeft. Het is voor een vacante gemeente dikwijls de gemakkelgkste manier een candidaat uit te noodigen. Ook is 't goedkooper dan dat een paar broeders van den kerkeraad op reis gaan om „te hooren". Maar om dan zoo'u candidaat nog zonder honorarium te laten preeken, is schande. Laat men toch zorgen voor reiskosten en als honorarium b.v. f 15 geven. Onze kerkeraden mogen er wel eens aan denken, dat voor de preekbeurten een vergoeding te ontvangen niet beneden de waardigheid van den predikant (en candidaat) is en dat het de roeping der gemeente is daarvoor het hare af te zonderen. Men is in onze Herv. Kerk veel te veel gewoon om op een koopje te loopen, waarvan de dominees niet zelden de dupe worden.
De kerkeraad van Amsterdam had de Synode verzocht, middelen te willen aanwg zen, waaruit de verhoogde verkiezingskosten, voortvloeiende uit de invoering van het nieuwe reglement op de benoeming enz., kunnen worden bestreden. Volgens matige berekening zullen die kosten voor Amsterdam minstens f 6000 entree bedragen. De Commissie van Rapport stelde natuurlgk voor aan den kerkeraad te berichten, dat men in Amsterdam, gelgk overal, H.H. Kerkvoogden in den arm moet nemen. Zelf betalen is hier de boodschap. Misschien dat het ook wel iets minder kan dan f 6000. 't Ligt er maar aan, hoe men het verkiezingswerk opzet.
In de negende zitting is aan de orde het concept-reglement voor de Kerkvisitatie. Aan de behandeling van dezen belangrijken arbeid' is bijna de geheele zitting gewijd.
De kerkvisitatoreri worden volgens dit Reglement benoemd door het Prov. Kerkbestuur uit een aanbeveling der Classicale besturen van minstens vier der meest geachte en bekwame leden der classis, zoowel predikanten als ouderlingen. Zij regelen hun werk zóo, dat elke gemeente eens in de vgf jaren bezocht wordt.
De schriftelgke kerkvisitatie, die om de 2 jaren zal plaats hebben, wordt beperkt tot statistische opgaven.
De kerkvisitatoren zullen hun arbeid weer kunnen inrichten naar de behoeften der gemeenten, en zgn niet zoo gebonden aan een vaste vragenlijst.
Met eenige wijzigingen, meest van bgkomstigen aard, zal het ontwerp aan de consideratiën der kerk onderworpen worden.
Zoodra mogelgk hopen we het geheele Reglement, dat we intusschen in de N. Rott. Ot. zagen geplubiceerd, in ons Bondsblad af te drukken.
De heer Sneep rapporteert o.a. over een verzoek ter voortgaande erkenning van de „Martha-stichting" als zelstandige gemeente. Het verzoek wordt toegestaan.
In de 10de zitting (Zaterdag 26 Juli) bracht prof. S. D. van Veen een rapport Uit over een voorstel van ds. M. van Grieken te Delft, tot wgziging van art. 7a Regl. op het Examen, om ook aan candidaten, die aan de Amsterdamsche Universiteit of aan de Vrije Universiteit hebben gestudeerd, het mogelgk te maken tot de Evangeliebediening in de Ned. Herv. Kerk te worden toegelaten. De voorsteller is van meening dat het studeeren aan de Gemeente-Universiteit in geen enkel opzicht voor a.8. Herv. predikanten moet worden bemoeilgkt, en dat „vergeten mag worden wat Amsterdam's Gemeenteraad nu meer dan 20 en de directeuren der Vrije Universiteit nu meer dan 30 jaar geleden hebben gezegd en gedaan." De meerderheid der Commissie van Rapport zou aan het verzoek voldaan willen zien, onder bepaling, dat zg die het candidaatsexamen aan de Amsterdamsche Gemeentelijke Universiteit of aan de Vrge Universiteit hebben afgelegd, minstens 2 jaar onder toezicht der kerkelijke hoogleeraren moeten hebben gestudeerd en 4 X f 25 moeten hebben betaald. De rapporteur prof. van Veen stelde voor aan het verzoek te voldoen, op voorwaarde, dat de examinandus het voorbereidend kerkelgk examen met goed gevolg heeft afgelegd en dat het examen afgelegd kan worden door candidaten in de Godgeleerdheid aan een der in Nederland wettig erkende Universiteiten.
Prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruine was vóór de conclusie. Hg wees er op, dat hier wel moet worden onderscheiden het tweeërlei karakter van het onderwgs aan de Gemeentelijke en aan de Vrije Universiteit. Immers de Gemeentelgke Universiteit heeft een Faculteit van Godsdienstwetenschap en de Vrge Universiteit een Theologische Faculteit. Het spreekt dus vanzelf, dat het H. Onderwgs voor de candidaten aan de Gemeentelijke Universiteit een bg zondere aanvulling zou behoeven. Maar al mogen de programma's eenigszins verschillend zgn, acht hg onder de voorgestelde waarborgen de aanneming van de conclusie aanbevelenswaardig.
Prof. dr. A. van Veldhuizen was principieel tegen het voorstel en de conclusie der Commissie van Rapport. Als onze a.s. Evangeliedienaren ook aan een andere inrichting van H. O. kunnen studeeren, waar geen kerkelijke hoogleeraren zgn, dan komt de positie van die hoogieeraren in gedrang. Bovendien worden aan de Vrge Universiteit sommige vakken als Biblica, Pract. Godgeleerdheid, Kerkrecht niet op de aan de andere Universiteiten gebruikelgke wgze gedoceerd.
De Secretaris, ds. L. W. Bakhuizen van den Brink, verbaasde zich over het weder aan de orde stellen dezer zaak. Hij meende ook dat de programma's van de eischen aan de V, U. en de andere Universiteiten niet gelgk zgn. Ook de heeren ds. Tammens en ds. Cremer en de President verklaarden zich tegen de wgziging, vooral op grond van de argumenten door prof. van Veldhuizen aangevoerd. Ds. D. Eilerts de Haan schaarde zich aan de zgde van den rapporteur. Ook prof. Slotemaker de Bruine bleef daarna nog de zaak verdedigen.
De president, dr. Weyland, wijst er op, dat het hier volstrekt niet geldt, de vraag van de geldigheid dier candidaatsbul, maar de vraag, of de kerk zal toestaan, dat hare a.s. dieuaren zullen studeeren aan inrichtingen waar hare kerkelgke hoogleeren geen onderwgs geven. Het is voorts wel gemakkelgk te zeggen: , vergeet wat 20 jaar geleden is gedaan", maar men moet niet vergeten, dat in die 20 jaren niets is gedaan om het gebeurde ongedaan te maken. De conslusie van de rapporteerende commissie wordt daarna met 13 tegen 5 stemmen verworpen.
Daarna werd het besluit van de Alg. Syn. Commissie d.d. 26 Mei j.I. inzake de toelating van dr. H. Janien te Eind hoven (voormalig predikant bg de Geref. Kerk aldaar) door het colloquium doctum goedgekeurd.
Ds. Scholte leest voor den collectebrief voor de Generale Kas, die wordt goedgekeurd.
Ds. Cremer neemt op zich op te stellen een aanschrgving aan de classicale besturen om toe te zien, dat de kerkeraden het reglement op de Generale Kas naleven. Wat onze indruk is van de behandeling van ons voorstel hierboven omschreven ?
Met den secretaris verbazen we ons, maar niet over de indiening er van, maar over de redeneeringen bg de behandeling er van gehouden door sommige heeren. En het resultaat is dus, dat we b.v. de dominees uit de Geref. Kerken, die het daar niet kunnen uithouden, met open armen ontvangen; maar jonge mannen die in een ordelijken weg aan de Gemeente Universiteit of aan de Vrge Universiteit hebben gestudeerd en den candidaatsbul hebben verkregen, die willen we niet erkennen en niet aannemen, ook al volgen ze bovendien twee jaar lang de colleges der kerkelgke hoogleeraren en daarvoor het college geld betalen. Maar de Voorzitter heeft het terecht opgemerkt, dat het te veel gevergd is van een synodaal mensch, om te vergeten wat er 20 en 30 jaar geleden is gezegd en gedaan.
(Wordt vervolgd)
Onze Zendingsdag.
De 12de Zendingsdag van den Geref. Zendingsbond zal D.V. Donderdag 7 Aug. . 8. in het Rijsenburgsehe Bosch, nabij et station Driebergen, gehouden worden, anvang 's morgens 10.15.
De Igst van de sprekers met hun onderwerpen is als volgt:
1. Dr. J. D: de Lind van Wgngaarden van Fegenoord: Openingsrede.
2. Ds. N. WarmoltsvanWezep(Gld.): „De stem des roependen in de woestgn."
3. Dr. J. Severijn van Leerdam: Het gansche schepsel zucht.
4. Ds. G. J. Koolhaas van Barneveld: Niet tevergeefs.
5. Ds. J. H. F. Remme van Huizen: De wensch aller heidenen.
6. Ds. A. C. Enkelaar van Ter-Aar: Het recht van den sterkste.
7. Ds. J. G. R. Langhout van Mgdrecht: Gideons altaar.
8. Ds. Q. Enkelaar van Wierden: Buiten hope en toch niet hopeloos.
9. Ds. H. A. de Geus van Veenendaal: Verkondigers van des Heeren deugden.
10. Ds. G. Lans van Monster: Het zal voorspoedig zgn.
11. Ds. J. J. van'Ingen van. Harderwgk: Mobilisatie.
12. Ds. J. 0. van Apeldoorn van Hoogeveen: Uw Koninkrijk kom e.
13. Ds. W. J. van Lokhorst van Bennekom: De berg des Heeren.
14. Ds. B. Batelaan van Amersfoort: Slotrede.
We hopen dat, ouder begunstiging van schoon zomer weder, een groote schare 7 Augustus in het Rgsenburgsehe Bosch mag samenkomen, om goede dingen te hooren en gezegend huiswaarts te keeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's