De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ombra

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ombra

4 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 35)

Nu begon 't Ombra te klaren, waar 't er bij Mevrouw en ook bq Sientje aan haperde: ze waren godsdienstige menschen, maar hun godsdienst was de godsdienst van de — in eigen oog — braven, die uit zichzelf meenden te bezitten, wat alleen Jezus Christus, de Gekruiste voor haar, Ombra, was: wgsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing.

Nu kende ze 't krqt, waar te kampen zou zqn, en de Ign, die beider perk aanwees.

Ombra had het gevoel van een soldaat, die nog den oorlog niet had gezien, en nu wist, ter weer geroepen te worden: in haar tuimelden vrees voor en verlangen naar een eerste treffen door elkander heen.

Doch wat was de werkelijkheid geheel anders dan het denkbeeld. Want mevrouw was toch nog 't zelfde goede mensch van altqd. De heele eerste week werd er geen woord gewisseld over de gewichtige zaak, en toen die een paar dagen later toch weer ter sprake kw^am, en Ombra zich niet door mevrouw liet bewolken, maar heel vriendelgk haar aanwees, dat wat ze zei, niet strookte met wat Paulus leerde, klopte mevrouw haar zacht tegen de borst en zei:

Kijk, Ombra! zoo is 't nu altgd met den godsdienst: geen twee menschen op de wereld denken precies gelgk. Maar daarom mag men ook elkander niet veroordeelen. Ieder moet voor zichzelf overtuigd zqnl"

Even later kwam mevrouw weer naar haar toe:

„'k Heb er schik van, Ombra, dat je zoo zelfstandig wordt!"

Dat deed het dienstmeisje goed.

Tusschen haar en Stientje begon ook van lieverlede een scheidlqn zich te vertoonen, doch 't stoorde niet in 't minst de vriendschap, Zooals elk voor zich haar eigen kast en kleeren en snuisterijen had, zoo hadden ze elk een overtuiging.

En zooals elk z^u eigen hoed en kleed 't mooist vond, Zoo mocht elk „zijn geloof" voor 't beste houden I

XIII.

Aart Hoffkamp was geen herbergier meer. Met de ziekte en het sterven van Femma had de Slurf zulk een knak gekregen, dat er geen herstellen meer aan was. Zondags kwamen er nog wel een aantal jonge knapen een groot deel van den namiddag en avond doorbrengen, maar ze deden een paar uur over een enkel glaasje, omdat ze nog over te weinig zakgeld beschikten: die enkele stuivers beteekenden te weinig voor den kroegbaas, om er van te kunnen bestaan.

»Ze verslijten 't aan de stoelen, wat ik aan die broekventjes verdien" — zei de man, en hg hield zieh nog groot ook, door te vertellen, dat het hem niet beviel, bewaarschool te houden,

't Huis was nog al hoog van huur, en er was geen roede bouwgrond bg; hg had wel een akker dichtbg kunnen huren, maar wie had er 't werk kunnen doen?

Hij zelf moest als de baas in de her­berg kunnen blijven!

't Was armoe geworden. En toen had hg zich gedwongen gezien, de Slurf te verlaten en een dagloonershuisje, met veel bouwland er bg, te betrekken. Ombra vooral had daartoe gedaan wat ze kon, het huisje gezocht en gehuurd, en — omdat de eigenaar 't zoo eischte, een half jaar pacht vooruit betaald.

Ze was slechts geschikt kunnen klaar komen op bijna een uur afstands van 't dorp, een half uur voorbij „De Polen." 't Huisje stond ver van den weg, eenzaam in 't veld, verstopt 's zomers in 't geboomte.

Vader kon nu de noodige vruchten kweeken, moeder zette geregeld haar handel in kruidenierswaren voort en hield bovendien ook Femma's gareuen bandklanten aan. Vijf dagen in de week ging ze den boer op,

Ombra vreesde, dat haar vader Roosje op 't land zou laten werken, en zorgde er voor, dat ze tgdig genoeg op een naaischool kwam.

Deze verhuizing had een heele wgziging in't familieleven gebracht, want als Ombra nu Woensdags even als altijd haar ouders ging bezoeken, kwam ze niet voorbg haar oom en tante, 's Zondags had ze nu ook geen reden meer, 00 niet naar haar ouders te gaan, terwigi ze dan ook haar zuster, met wie ze no zoo goed kon spreken, thuis vond. Daarb? was ze zoo innig big dat haar vader nn geen herberg meer hield, dat ze immer met hetzelfde kinderlgk genoegen naai 't eenvoudig gedoetje harer ouders trok, terwgl ze in de Slurf slechts kwaffli omdat ze 't haar kinderplicht wist.

Haar vader dronk nu bgna niet meer; hg maakte zich wel niet druk met bouwerij — en er was zeker onder lieden van zgn stand nu niemand die zulk een gemakkelijk leventje leidde,  hg — maar hg haalde toch zoovele vruchten van 't land, als ze een het jaar noodig hadden. Ombra betaalde grootendeels de huur, en moeder verdiende er allicht zooveel bg, dat ze - ; | zonder zorgen en zonder armoe — 't eene jaar aan 't andere konden knoopen.

{Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ombra

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's