Uit liet kerkelijk leven.
In en om de Synode
III
De nieuwe week (llde zitting) wordt geopend met bespreking van allerlei waarvan de correspondent der N. R, Ot. melding maakt met deze woorden: „dat voor ons verslag ditmaal geen stof oplevert." We kunnen dus gevoegelijk aanstonds van de llde zitting afstappen en onze aandacht geven aan de 12de zitting, waarin blgkbaar meer zakelijks is behandeld. Allereerst wordt kennis genomen van een uitspraak eener Synodus contracta betreffende een tuchtzaak door een Provinciaal Kerkbestuur bij de Synode overgebracht, Maar bg zulke zaken houdt de Synode de deur op slot en men behoeft geen moeite te doen, om dan iets te weten te komen, want 't is toch tevergeefs. Dat komt later wel. Vervolgens kwam prof. v. Veen aan 't woord om rapport uit te brengen ver een voorstel van de class, vergaering van Middelburg, rakende de toeating van predikanten uit een ander erkgenootschap,
Het Regl, op het Examen zegt daarmtrent in art. 10: „Die bij een ander protestantsch Kerkgenootschap als Evangeliedienaars werkzaam zijn geweest en in dezelfde betrekking in de Nederl, Herv. Kerk wenschen te bekleeden, onderwerpen zich aan een colloquium doctum, na vooraf de vereischte stukken te hebben overlegd. Die vereischte stukken zqn: a. bewqs, dat zg aan eene Nederiandsche Universiteit of aan eene wettig erkende inrichting van Hooger Onderwijs in het buitenland den graad van Candidaat in de Godgeleerdheid of enen daarmede gelgkstaanden graad hebben verworven, enz.
Dus, zoo redeneerde men in de classis Middelburg, waar men natuurlgk van de kwestie Netelenbos op de hoogte is en ook van de overkomst van dr Jansen te Eindhoven naar onze Herv. Kerk gehoord heeft — dus: iemand die b.v. aan de Vrije Universiteit gestudeerd heeft kan feitelijk niet worden toegelaten tot een crlloquium doctum en kan dus eigenlgk niet worden toegelaten in onze Herv. Kerk als predikant, want hg heeft niet aan een Nederl. Universiteit gestudeerd; en de wettig erkende inrichingen van Hooger Onderwijs tellen alleen maar mee, voor zoover deze in het Buitenland zijn.
Dat is een kwaad geval. Want als nu Netelenbos b.v. straks komen zal om toelating te vragen tot de Nederl. Herv. Kerk, dan zal hg de vereischte candiaatsbul niet kunnen toonen, gelijk toch ook dr. Jansen dat niet kon en.... toch is toegelaten. Dat deed de Middelurgsche heeren spreken van een niet koninklijken weg, dien nu bewandeld is - zooiets van de hand lichten met de heilige reglementen onzer Kerk - om dan ook voor te stellen voortaan art. 10 Regl Examen aldus te lezen bewgs dat zg aan eene Nederl. Univeriteit of aan eene wettig erkende inriching van Hooger Onderwgs in het binnenland of in het buitenland den graad van Candidaat, enz.
De commissie van rapport was blgkbaar een weinig gebelgd over de stoutheid van de Zeeuwsche classis, dat zg ook maar een oogenblik dorst veronderstellen, dat de Syn. Commissie met dr. Jansen niet „den koninklgken weg" zou hebben bewandeld. Wat zou men denken, dat er Synodale heeren waren, die anders altgd naar de letter van de wet vragen en nooit naar den geest — ook al zou het iemand z'n. doodvonnis inhouden — dat deze heeren ook maar een oogenblik van den rechten weg zouden zqn afgeweken? Neen, waar dr. Jansen niet aan een Nederl. Universiteit heeft gestudeerd en niet aan een inrichting van Hooger Onderwgs in het buitenland is hij niet.... afgewezen. De koninklgke weg dus, naar de letter van art 10. Toch wilde men, goedig als altijd, de Middelburgsche heeren wel ter wille zijn. En besloten werd, om de woorden „in het binnenland of* goed te keuren; welk besluit genomen werd met 11 tegen 8 st.
Dat op de attestaties staan moet de bgdragen aan de generale kas, welke men gewoon is te betalen, was vroeger — 23 Juli 1912 — reeds vastgesteld. De vraag van de classis Arnhem om dit vast te stellen had dus geen zin. Wat vastgesteld is behoeft niet nog eens vastgesteld te worden. Of — wordt misschien niet de hand gehouden aan dit besluit?
De classicale vergadering van Gouda had het volgende dringende verzoek ingediend, 't welk als motie op de vergadering was behandeld en aangenomen : „De Classicale Vergadering van Gouda, gelet op den van alle zgden meer en meer toenemenden drang en de door niemand te ontkennen noodzakelijkheid om zoo spoedig mogelijk tot een oplossing van het kerkelijk vraagstuk te komen, wendt - zich tot de Synode met het dringend verzoek alle middelen in het werk te stellen om tot een bevredigende oplossing der kerkelgke kwestie te komen, hetzij door zelf, als hoogst vertegenwoordigend lichaam der kerk, het initiatief te nemen, hetzij door een commissie te benoemen, die met uitgewerkte voorstellen kome, welke de oplossing van bedoeld vraagstuk, in verband met de hedendaagsche sociale stroomingen, mogelijk maken en de hinderpalen wegnemen, die de vrije ontplooiing van het religieus leven van ons volk belemmeren". .
De Synode vereenigde zich met de conclusie van de commissie van rapport, aldus luidende: aangezien uitgewerkte voorstellen van onderscheidene zqden eerlang zullen inkomen, wordt hetwenschelqk geacht, daarop niet vooruit te loopen
De motie van Gouda wordt diensvolgens voor kennisgeving aangenomen. De classis Zuifen krggt vrgheid om inplaats van in Zutfen voortaan in Doetinchem te vergaderen. Er is althans besloten in art. 37 Algem. Regl, al. 1 waar staat „ de class, verg. jaar-Igks op den laatsten Woensdag in de maand Juni te houden in de hoofdplaats der classe" wgziging te brengen en wel zóo dat gelezen zal worden: „in de classicale hoofdplaats of in eenige andere plaats door haarzelve te bepalen." Wat men 1871 en 1888 al voorgesteld heeft (o.a. de classis Edam), maar wat toen geen genade kon vinden in den Haag, zal dan nu misschien voortaan geoorloofd zgn.
De heer Bongers behandelt de tabellarische verslagen der examina. In 1918—19 agn geëxamineerd 21 candidaten, die allen zijn toegelaten; daarvan hebben er 16 te Utrecht gestudeerd, 4 te Leiden en 1 te Groningen. Weinig candidaten dus. Weinig te Utrecht, heel weinig te Leiden en bitter weinig te Groningen. En dat, waar het aantal vacante gemeenten toeneemt. In verband met dat laatste ziet prof. Slotemaker de Bruine de vraag onder de oogen, hoe het komt, dat het aantal proponenten zoo gering is en dat zoovele predikanten hun ambt neerleggen. Wij vinden telkens drie oorzaken aangewezen. In de eerste plaats de geringe bezoldiging. Welnu, spr. acht ook de bezoldiging ten eenenmale onvoldoende, maar men vergist zich toch, als men hier de belangrqke reden vindt. Immers de bezoldiging is altoos onvoldoende geweest. En onder financieele zorgen hebben de Evangeliedienaren met de grootste liefde en toewijding hun arbeid verricht. Bovendien moet niet worden vergeten, dat er ook vroeger voor en na dalingen zijn geweest in het aantal proponenten. Als tweede oorzaak noemt men den ireurigen toestand der kerk. Ook spr. acht verbetering noodzakelijk. Maar bedacht moet worden, dat het verschqnsel inter-kerkelijk is. Ook andere kerken lijden er onder. In de derde plaats wordt gewezen op het ontzaglijk gewicht van de geesttlijke problemen, waaronder wij zuchten. Wij worstelen met een dubbel stel van problemen: de sociale en geestelgk-cultureele.
Is echter onze tijd exceptioneel zwaar voor de predikanten? Hadden niet zij, die vroeger leefden, ook hun uiterst moeilqke tijden? Men herinnere zich den tijd toen het naturalisme opkwam, met zqn vragen of geloof, of voorzienigheid, of God nog noodig is. Of den tg d, door spr. zei ven doorleefd, toen de studenten en jeugdige Evangelie-dienaren opeens gesteld werden voor het probleem van de historisch-kritsche kwesties, waardoor hun het geloof dreigde te worden ontnomen. Misschien, quantitatief is onze tgd zwaarder, maar zeker niet qualitatief. En wanneer kritiek op de toestanden van thans wordt gegeven, dan behoort die kritiek te beantwoorden aan twee eischen. Zg behoort door de liefde te zgn ingegeven, en zij moet de feiten niet overdrijven. De toestand is wel ernstig. Maar het groote publiek ziet den toestand veel ernstiger in, dan hg is, omdat dit het onderwerp is geworden van brochures en dagbladartikelen.
Kan het groote publiek geacht worden, deze zaak met kennis van zaken en met de noodige teerheid te beoordeelen?
Spr. wil geenszins behooren tot hen die zeggen: „vrede, vrede en geen gevaar." Maar wg moeten niet ontmoedigd worden, en intusschen alles doen wat wg kunnen om het dengenen die moeite hebben gemakkelgker te maken. Wij staan voor wat soms genoemd wordt idealisme, doch wat spreker noemt geloof. Het is hier een zaak bovenal van geloof en gebed, opdat ons de kracht worde gegeven te doen wat wg kunnen, opdat de kerk haar tgd moge verstaan. Zeker, de toestand is ernstig, doch laat ons dien door onbevoegden niet ernstiger, en grover laten maken, bovenal onszelven behoedend voor moedeloosheid.
Na dr. Slotemaker de Bruine wordt het woord gevoerd door dr. van Veldhuizen, die niet wil klagen over het kleine aantal studenten, Zg die zich nu voorbereiden, weten welk een moeilijk leven zij tegemoet gaan.
De vice-president wijst op het gebrek aan belangstelling in vele gemeenten. Hem is een ressort bekend, waar in groote gemeenten op eersten kerstdag niet meer dan twintig hooïders ter kerke kwamen, Zooiets doet zgn druk gevoelen op den geestestoestand en den ijver der predikanten.
Nadat de heer Cremer allen nadruk heeft gelegd op den eisch, dat de Evangelie-bediening de toewijding eischt van den geheelen mensch, en niet als „bgbetrekking" kan worden beschouwd, sluit de president zich aan bij de woorden der vorige sprekers, in 't bijzonder ook bij die van dr, van Veldhuizen, Zgn er weinig candidaten, dan mag men verwachten, dat deze vol toewgding als een keurbende zullen uitgaan in de wereld. Niet door hun aantal, maar door hun bekwaamheid zullen zg grooten invloed oefenen.
Na deze besprekingen wordt het verslag der kerkelgke hoogleeraren over den staat van het hooger onderwijs in de godgeleerdheid gedurende 1918/'19 in behandeling genomen.
Aan de kerkelgke hoogleeraren wordt dank en hulde gebracht voor hun arbeid.
In de XlIIde zitting wordt medegedeeld, dat Z.Ex. de Minister van Onderwijs aan de Algemeene Synode bericht heeft, dat hij kan goedvinden, aan den rqksarchivaris, dr. L Lasonder te 's Gravenhage, op te dragen, voorloopig, althans voor den tgd van één jaar, werkzaam te zijn in het belang van de archieven der Nederlandsche Hervormde Kerk, met ingang van 1 September e.k.
Op voorstel van den president wordt besloten, de toelage voor elke der bibliotheken van de kerkelgke hoogleeraren tot f500 te verhoogen.
Gelezen wordt het verslag van ds. van Melle te Ngkerk van de opening van de gebouwen voor de Zendingsconferenties te Lunteren,
Vervolgens komt aan de orde het belangrgk rapport van de Commissie ten vorigen jare benoemd om een plan voor een enquête-godsdienstonderwijs te ontwerpen.
Genoemde commissie bestaat uit de heeren: Ds. Eilerts de Haan, dr. J. H. Gunning Wz, , ds. A de Haan, dr, H. H. Meulenbelt, dr. A Troelstra en dr, de Vrijer.
Tweeërlei vragenlijst is ontworpen: lo. een Iijst, welke eventueel zal worden toegezonden ter beantwoording aan alle dienstdoende predikanten en catechiseerende godsdienstonderwijzers(essen); 2o. een Igst, bestemd alleen voor hen, die godsdienstonderwgs geven aan inrichtingen van onderwgs voor de rgpere (dus niet meer leerplichtige) jeugd. Verder geeft de commissie in overweging, één lid-rapporteur te benoemen, belast met het wetenschappelgk beschrgven der ingekomen enquête-lgsten en het voorstellen van practische maatregelen, op de gegevens dier enquête-lijsten gegrond.
Die praeadviseur dr. van Veldhuizen en vele leden met hem spreken de wenschelgkheid van een enquête uit wegens verouderde toestanden en verbetering van leermiddelen. Er zgn echter ook leden, zooals de secretaris, de heeren Zoete, dr. van 'der Beke Callenfels en de president, die de vraag stellen, of deze enquête, zooals zg door de commissie wordt voorgesteld, wel veel resultaat zal opleveren. Diagnose alleen is niet voldoende, zoo meenden zij. Hoe zal't gaan met de genezing? Dwingende bepalingen kunnen niet worden gegeven. Ook op de groote kosten wordt gewezen.
Ds. Cremer verwacht meer noodzakelijke eenheid in het godsdienstonderwijs. Ds. Eilerts de Haan betoogt het groote belang der enquête.
Ds. A, de Baan zegt: Om verbetering te krijgen moet men eerst den toestand kennen. Men zou finantieelen steun kunnen vragen bg belangstellenden in deze zaak.
Door den president wordt het onderwijzen als een charisma beschouwd en gewezen op het bijzonder karakter van het godsdienstonderwgs. Hg zou de enquête naar wat op onderwgsinrichtingen geschiedt, dadelijk willen aanvangen en het overige eerst later.
De praeadviseurs vragen of men niet zou kunnen beginnen als proef met één provincie, b, v. Utrecht,
Op de vraag 'van den vice-president of het baten zal en of het niet beter zou wezen deze enquête te verbinden aan de taak der Kerkvisitatoren, die eventueel volgens het nieuwe reglement zullen optreden, antwoordt ds. Eilerts de Haan, dat hg niet twijfelt of het zal wel wat goeds uitwerken, ziende op wat reeds bereikt is bij het Zondagschoolonderwgs.
Met 15 tegen 4 st, wordt besloten, het voorstel van de commissie, om aanstonds tot de volledige enquête over te gaan, aan te nemen.
De president dankt de commissie ad hoc, in 't bijzonder haren secretaris, Dr. de Vrijer Ned. Herv. préd. te Odgk, voor haren arbeid.
De heer Eilerts de Haan rapporteert over het voorstel van M. van Grieken om art. 60 Regl. Vacaturen en formulier A van den beroepsbrief te wijzigen, ten einde te komen tot een pensioenregeling voor den predikant door de gemeente. Conform de conclusie van het rapport wordt dit voorstel althans voorloopig ter zijde gelegd, omdat een meer diepgaande regeling van de pensioenen in behandeling is.
Waar het onze bedoeling is geweest om voortaan op den beroepsbrief, naast de vermelding van rijkstractement, gemeentetractement enz, ook de vermelding van een pensioenregeling verplichtend te maken, zonder op de regeling zelve als zoodanig in te gaan, spijt het ons, dat de Synode dit al maar niet vast heeft aangenomen. Maar misschien krggen we, naar aanleiding van het voorstel van den Bond van predikanten wel alles te gelgk, wat ons natuurligk best is.
Door ds. Bongers wordt rapport uitgebracht over 5 missiven van ds, Von Popta te Bunnik, Ie. om de aanvulling van een onvoUedigen kerkeraad mogelijk te maken door medewerking van oud' kerkeraadsleden; 2e. om een predikant, die zware uitgaven moet doen voor het waarnemen van een gratiejaar, hulp toe te zeggen uit de Generale Kas; 3e. om een predikant-lid der Synode te verplichten zelf voor zijn predikdienst te zorgen inplaats van die op te dragen aan den ring; 4e. om emeriti-predikanten en leden van kerkelgke besturen boven den Kerkeraad toe te laten in de Classicale Vergaderingen met adviseerende stem; 5e. om herziening van kerkelgke tarieven. Omtrent de 4 eerste onderwerpen worden geen termen gevonden tot reglementswijzigingen; de laatste zaak wordt verwezen naar de commissie voor de herziening van het Reglement voor de kosten van het bestuur.
Conform de conclusie van een rapport van dr. van der Beke Oallenfels wordt besloten de grens te wijzigen tusschen de gemeenten de Krim en Coevorden.
Eveneens worden verschillende verrichtingen der Synodale Commissie, na kennisneming, goedgekeurd.
In de XlVde zitting wordt door dr. Deeleman rapport uitgebracht over verschillende verzoeken tot wijziging van de artikelen over VROUWENKIESRECHT. Een deel der commissie wil, waar deze zaak zoo kort geleden is behandeld, thans haar niet dadelgk weer ter hand nemen; de meerderheid wil het actief kiesrecht wel ingevoerd zien; wat het passief vrouwenkiesrecht betreft verklaart de meerderheid het gewenscht het voorstel daartoe als op het oogenblik ontijdig ter zgde te leggen. Het rapport zal in de volgende zitting worden behandeld. Prof. Slotemaker brengt ter tafel de eindredactie van het Regl. op de Kerkvisitatie met de daarbij behoorende toelichting.
Daarna wordt voortgegaan met de bespreking van de handelingen der Alg. Synodale Commissie. Door de Synodale Commissie was aan eene commissie opgedragen een vragenlijst aan de classicale besturen op te stellen, ten einde aard en omvang der thans nog bestaande collatie-rechten te leeren kennen. Deze commissie voldeed aan de haar gegeven opdracht. De vragenlgst werd door de Synodale Commissie bg de Synode overgebracht, die zich met het concept vereenigde. Bepaald werd, dat de antwoorden op de vragenlgst voor 1 Mei 1920 bij de Alg. Synodale Commissie moeten inkomen. Op die wgze de Synode aard en omvang der thans nog bestaande collatie rechten leeren kennen. En zulks met het oog op een reeds door den vorigen minister van justitie opgevat plan tot opheffing dier rechten.
In behandeling kwam een advies van de Algem. Synodale Commissie betreffende betere regeling van den arbeid tot verzorging van de geestelijke belangen van Nederlanders in het buitenland, inzonderheid in Duitschland, voor welken arbeid spoedig f 9000 per jaar noodig zal zgn. Het advies is samengevat in deze conclusies:
1. uit te zien naar een geschikten propagandist voor steun aan het werk der geestelijke verzorging van Hervormde Nederlanders in het buitenland; en voorloopig gebruik te maken van het aanbod van den oud-secretaris der Synode, J. Knottenbelt, om deze zaak te bevorderen door persoonlgk bezoek;
2. de »kas ter behartiging enz." te veranderen in een „Fonds voor de behartiging enz." te vormen uit giften en legaten en uit de saldi der jaarrekeningen;
3. het tractement en het pensioen van de voorgangers te Duisburg en te Dusseldorp volgens eens voorgestelde regeling vast te stellen;
4. den predikant voor het werk der geestelijke verzorging enz. aangesteld, dienstdoend predikant der Ned, Herv. Kerk te doen blijven, belast met deze bgzondere werkzaamheid, onder toezicht van de Alg. Syn. Commissie.
Prof. Slotemaker de Bruine stemt wegens de uitbreiding van het werk daarmee in.
Prof. V. Veldhuizen ziet evenals ds. Tammens en de president moeilijkheden in de 4e conclusie; de laatste is bovendien nog tegen de vorming van een fonds.
De vice-president wenscht, dat ieder de zaak aanbevele op zgn classicale vergadering.
De verdere behandeling van het rapport wordt aangehouden tot de volgende zitting.
De namiddag is bestemd voor commissievergaderingen .
In de XVde zitting werden de beraadslagingen over het rapport inzake de regeling van den arbeid onder Herv. Nederlanders in Duitschland voortgezet. Op voorstel van den Voorzitter worden de beginselen in het rapport neergelegd, wat het aanstellen van een propagandist en de finantieele regeling betreft, goedgekeurd en aan de Syn. Commissie de nadere uitvoering opgedragen. Het 4de punt, belangende de positie van de in Duitschland werkzame predikanten, zal ter nadere overweging aan de Syn. Oom. worden terug gezonden.
Vervolgens komt in behandeling het rapport over het VROUWEN-KIESRECHT.
De vraag, of het gewenscht is die zaak reeds nu weder ter hand te nemen, wordt door eenige leden van de rapporteerende commissie ontkennend beantwoord. De meerderheid der commissie antwoordt bevestigend, temeer omdat na de invoering van het vrouwen-kiesrecht in den Staat en de toekenning van het stemrecht aan de bedeelden de zaak in een nieuw stadium is getreden.
Het rapport gaf ditmaal geen aanleiding tot discussie, Terstond werd de vraag, of men deze zaak weer ter hand zal nemen, in stemming gebracht. Met 12 tegen 7 st. werd die vraag oniAenwend beantwoord, naar het advies van twee leden (van prof. v. Veldhuizen, ? n den secretaris), terwgl prof. Slotemaker de Bruine vóór behandeling adviseerde. Van de leden der Synode stemden vóór behandeling de heeren Deeleman, Scholte, Cremer, Eilerts de Haan, prof. v. Veen, ds. de Haan en Franke. De overige leden stemden tegen, waarbg er waren, die nadrukkelgk verklaarden, dat zij daarmede niet wilden geacht worden tegen het vrouwen-kiesrecht te zijn. Het vrouwen-kiesrecht is hiermee voorloopig weer van de baan. {Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's