Stichtelijke overdenking.
Heere, leer mij Uwen weg en leid mij. Ps. 27:11a.
Leid mij!
Heere, leer mij Uwen weg en leid mij. Ps. 27:11a.
Kinderen Gods" is de teedere en veelzeggende naam, waarmee de Heilige Schrift de geloovigen aanduidt Een naam, die vertrouwen wekt en bemoedigt; in donkere dagen vertroost en in uitreddingen dringt om Gode de eer te geven.
Kinderen Gods, 't zegt immers niets minder, dan dat de geloovigen God tot hun Vader hebben; en wat doet al een aardsche vader, die dien naam waardig is, niet om zijn kinderen te helpen, hun nood te verlichten en hen gelukkig te maken. Wat vader zou voor brood, zijn' kinderen steenen geven? En ook hier heeft de zonde verwoestend gewerkt. Onze ouderliefde groeide niet, maar slonk onder den giftigen adem der zonde, die in haar diepste wezen zelfzucht is. Daarenboven, hoe dikwerf staan wq machteloos tegenover het leed onzer kinderen!
Noch 't een noch 't ander heeft aan Gods Vaderliefde scba gedaan. Zij gaat onze bevatting ver te boven. De apoatel wekt de gemeente van Efeze op, om met de heiligen te bekennen de liefde van Christus, die ook zoo nog de kennis te boven gaat. Hij wil zeggen, de kelk van het enkele hart is veel te ondiep, om dien oneindigen stroom van Gods liefde te bevatten; voeg aller harten saam; en ook deze reusachtige bedding zal niet bg machte zijn om die onmetelijke wateren te omvatten. Wat dunkt u, lezer, kinderen van zulk een Vader te zijn, is dat niet groot? Maar deze naam stelt ook eischen, bevat ook klare aanwijzingen en rijke leering. Hq voert ons midden in het hart der ware godsvrucht, als kinderen voor God te zign.
Ootmoed, afhankelijkheid, nederigheid, eenvoud, leidzaamheid, eiseht deze naam in de geloovigen, kortom, kinderen Gods, dat zign zg, die door Zgne hajid zich laten leiden.
Dit geldt van alle ding in ons leven, stoffelijke en geestelijke, vergankelijke en onvergankelijke dingen. Wie het alleen wel af kan, wie 't zelf wel weet, toont daarmee den heiligen keur van 't kindschap te missen.
Bovenstaand Schriftwoord is een bede, de bede der innigste godsvrucht. Kern en pit van alle waarachtige godsvrucht toch is, dat de mensch van zichzelf èf en op God geworpen is. Tegen eigenzinnige godsdienst gaat de Schrift scherpelijk in; dat vloekt met het ware wezen van de vreeze des Heeren. Als mijn dienst waarde zal hebben voor hem, wien hg geldt, dan moet ik mij richten naar wat hem gevallig is. Geldt dit reeds onder menschen, hoeveel te meer jegens den Heere onzen God. In den staat der rechtheid was heel het leven des meusehen éeu luisteren met al de aandacht der ziel naar Gods stem.
En als God den zondaar aangrgpt met de almacht Zqner genade, dan leert Hg den van nature eigenzinnigen mensch te zeggen;
ik zal hooren, wat God de Heere spreken zal. Van nature is de mensch eigenzinnig en onwillig.
Op dit punt brak 't onweer der zonde los. Anders eischte God niets van den ensch, dan dat hij in alles Hem nderworpen zou zgn, in geen enkel paicht eigen keur of keus tot uitgangsunt zou nemen, maar zich geheel door od zou laten leiden.
In deze proef bezweek de mensch. Wij kennen de droeve historie, die hadde God 't niet genadig verhoed — en eeuwigen ondergang van heel ons eslacht zou bewerkt hebben.
Op 'n voornaam, alles-beheerschend unt werd de breuk geslagen. Dat verraadt zich nog in al Adams inderen.
In ons werkt de zucht, om onszelf te zijn, eigen heer en meester, 't Ware wezen der zonde is opstand, verwerping van Gods leiding. Dit berust op pure inbeelding. De mensch is geschapen, om geleid te worden. Hg is zichzelf niet genoeg. Hij behoeft leiding, aanvulling van buiten. en wie Gods leiding verwerpt, aanvaardt die van den overste dezer wereld, misschien onbewust, maar niettemin ontwgfelbaar zeker.
Het is noodig, dat wg tot bezinning komen, want het is gevaarlgk, om door een verleiner en leugenaar geleid te worden.
Bovenstaande bede onderstelt bovendien een, hartgrondigen ommekeer. Uit zichzelf komt niemand er toe. Ons oog moet geopend voor de ontstellende waarheid, dat wg door Satan geleid worden.
Zou 't geen ontstellende gewaarwording zgn, wanneer gq ontdektet, dat de gids, die leiden zou door 't onherbergzaam en onveilig oord, een beruchte roover-hoofdman was?
In nood en verlorenheid, als ge 't spoor bijster en van allen verlaten zijt, rgst deze bede in de ziel. Ach, zoolang de zon den weg zonder God maar beschijnt, kunnen wg Hem wel ontberen.
Maar als 't noodweer opsteekt, en de geesel van den stormwind u voortstriemt langs het doornig pad, dan wordt 't anders. Gij Zie 't , maar, mijn vader en mqn moeder hebben mg verlaten, klaagt de dichter; het beste, het dierbaarste, wat hij op aarde bezat, alles ontzonk, alles veriet hem, alleen en verlaten, zonder helper en leidsman, zóó leert hij bidden tegen zichzelf: Heer, leer mij Uwen weg Alle andere weg stelde te leur; 't pad der wereld liep dood; de weg van 't schepsel voerde al dieper in den nood; leer mg Uwen weg, want geen andere weg brengt er mij.
Welt die bede uit 't hart, dan is in beginsel de strgd beslist tusschen vleesch en Geest; dan is het eigen ik onttroond en God erkend als Overste Leidsman, ls Koning en Heere. Meen echter niet, dat daarmede de strgd ook uit is. Telkens sluipt de uitgedreven natuur weer terug. Waarlijk, eer ge 't nog recht beseft, ligt ge weer geknield voor den afgod van het eigen ik.
't Is dan ook geen bede voor één maal, een 'n gedurige smeeking, die nooit mag wegsterven uit 't hart. t Is een ootmoedig afhankelijke bede, die dan alleen oprecht in 't hart leeft, als de ziel klein en kinderlijk gestemd , niets van zichzelf en alles van den Heere verwacht.
Duidelijk komt dat ook uit in 't leid mg, dat op 't leer nog volgt. Leer en alleen is niet genoeg; 't leiden zelf is ook noodig.
Daar is verschil. Leeren kunt ge iemand den weg ook uit de verte, maar ult ge hem leiden, dan zgt ge er zelf bij, dan gaat ge mee den weg op; een wegwijzer is veel waard, maar voor ons, arrme zondaren, niet genoeg; wq hebben noodig Eén, die er ons brengt; bij den profeet, die leert, behoeven wij den priester, die verlost en den koning, die beveiligt.
En dat alles is nu in Christus ten volle vereenigd. * Hij heeft, alle gerechtigheid vervuld; en rqkdom van Zgn drievoudig ambt onuitputtelijk en volstrekt toereikend ter zaliging van zondaren, ook van den groótsten.
Zoo getuigt deze bede van diepen ootmoed, want zoo lang ge den weg zelf meent te weten — al is 't ook inbeelding — vraagt ge niet. Die belgdenis, dat ge met uzelf schipbreuk leidt, valt zwaar. Maar eenmaal daartoe gekomen, zult ge u er wèl bg bevinden:
Want immers. Hg geleidt in grazige weiden, aan zeer stille wateren; en als zij door het dal der moerbeziënboomen doorgaan, stellen zq Hem tot een fontein. in de woestqn is God Zqn volk een fontein.
En Hg die u roept is getrouw, die 't ook doen zal. Daarop leert God Zijn kinderen bouwen. De smeeking om Zgn licht en leiding is dan ook geen wanhopige, maar veeleer, een kinderlijk-geloovig-vertrouwen Ze wordt in strijd en noodweer geboren, maar doet een vrede in 't harte dalen, die de kennis te boven gaat. De Apostel vermaant de geloovigen in Filippi, dat zq in geen 'ding bezorgd zullen zijn, maar alle hun begeerten bij God bekend zullen worden, en de vrede Gods zal in hun harte wonen. Dat is alleen mogelqk, wanneer de bede voor Gods aangezicht wordt neergelegd in het vertrouwen dat Hij het maken zal
Want — ontga u dat niet — die vrede Gods zal niet de vrucht zijn van de vervulling dier begeerten, maar van de wetenschap, dat 't nu in goede handen en onder goede leiding gaat. En dat is een zaak van geloof, van vertrouwen.
Dat laat zich niet bewgzen. Zich aan Gods leiding te mogen overeven, dat is een zaak van vertrouwen. Meen niet, dat dit vertrouwen nooit geschokt zou worden.
Een enkele blik op de ervaringen en worstelingen van Gods heiligen in de Schrift, leert't u anders; David, Abraham, of, Elia, bg 't noemen dier enkele namen rijzen ze voor uw geestesoog, die bange, bittere worstelingen om 't geloof te behouden; maar daar is verschil tusschen de worstelingen der Kerk, en 't angstig beven der wereld; de beulsknechten in Gethsemané vielen van chrik achterover ter aarde, en Gods wankelend volk valt voorover aan Zgn voeten, valt Hem toe; God laat Zijn kwijnend bolk niet eeuwig in 't verdriet.
Deze bede wordt dan ook zekerlijk verhoord', de Heere is geen dorstig land en een dorre woestgn voor de Zijnen. Vergun mg 't woord, maar voor 't Vaderharte Gods is er niets aangenamer, dan dat Zijn kind kind wil zgn, d.w.z, , zich wil laten leiden; niets kan, weet of durft zonder Hem, maar dan ook door Hem geleid, „door benden dringt en over muren springt".
En zou Hg, de hemelsche Vader, dan weigeren te hooren naar de smeekbede om de leiding van Zijne hand, de onderrichting van Zijn Geest, de bestiering van Zijn Woord. Neen, neen, neen, lezer. Hij is geen man dat Hij liegen zou.
Hg zegt: Roept tot mij en Ik zal u antwoorden ; en daarom: werp al uwe bekommernissen op Hem, want Hij zorgt voor u; en zalig zal 't u zijn, telkens weer te mogen ervaren, dat gij te doen hebt met een God, die woord houdt, die trouwe houdt, en nooit laat varen de werken Zijner handen; nooit zal God Zqn gevangenen begeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's