De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De waardeering van  den arbeid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De waardeering van den arbeid.

9 minuten leestijd

XV. (Slot).

De arbeid heeft in de moderne maaj schappg een plaats van. buitengemeen, beteekenis. Daarbg wordLt onder „arbelji bgna uitsluitend verstaan de handeJ arbeid. Voor den geestes-arbeid w veel minder waardeering gevonden. ^ de techniek in haar hooge ontwikkeli toch te danken is aan geestelijken a: wordt niet bedacht.

Wondere gang van het leven! fiJ moderne maatschappij onderscheidt zicy door een heerschappig van den mengchj lijken geest over de stof in ongekenji mate. Hij weet steeds meer de schepping de krachten en machten der natuur y doorvorschen en aan zich te onderwerpen,

Maar het wordt alles gebruikt tot zelf! verheerlijking. Het leven is, iu alle standen, in al zgn geledingen, zoozeer ten prooi aan het materialisme, dat M heerschende mensch, die koninklijk allj zich dienstbaar maakt, wel niet andeJ en niet meer schgnt dan een deel "' natuur.

De krachten, die hg heeft leeren nen en beheerschen, worden dienstbaail gemaakt aan het doel, dat hg waant w kunnen bereiken: het geluk, volheid van] vreugde op deze aarde. Met een doel dat boven dit leven uitreikt, wordt niet] meer gerekend; de horizon is beperkt tot dit aardsch bestaan. De rechten van den mensch zijn geproclameerd; iedeti strijdt afzonderlijk, of, om sterker te staan in vereeniging met anderen, die dezelfdé| belangen hebben, voor zijne rechten.

En in dien strijd om het recht ia vraag naar Gods recht geheel vergeten, j Dat Hij, de Schepper en Sou ver ein, den mensch de wet en het recht heeft gesteld, wordt door weinigen nog erkend en beseft,

En nu kunnen wg in het groote coru' plex van verschijnselen ook dit waarnemen : dat de arbeid ten deele een andet karakter heeft verkregen, en een geheel andere waardeering vindt. De arbeid ij „ontgeestelgkt", gelgk in breede kringen het gansche leven gematerialiseerd is.

De arbeid wordt beschouwd als een last, als een vloek; hg is een, helaas onvermgdelgk, maar een hatelijk middel om te komen aan levens-onderhoud en levensgenot.

De band, die nog bindt aan den arbeid is de gedachte aan het loon, aan de levensvreugde, die wacht in de tijden, dat er niet wordt gearbeid.

Is het wonder, dat de arbeids-vreugde is verdwenen ? De arbeids-lust is ver te zoeken.

Wij behoeven waarlijk in onzen tgd niet lang om ons heen te zien, om té kunnen waarnemen, dat het inderdaad zoo gaat.

Velen hebben den mond vol van öe gemeenschap en hare belangen, Docli deze worden gemakkelgk, in roekelooze lichtvaardigheid opgeofferd, wanneer het belang, of liever de eischen van éin groep op het spel staan.

Genegenheid tot arbeiden ontbreekt, het schgnt wel, alsof men bij zoo weinig mogelgk arbeid zooveel mogelgk levensgenot wil smaken,

„De arbeider" is zich van zijn macht en onmisbaarheid bewust; maar het besef schijnt te gaan verdwijnen, dat, wanneer de productie vermindert, ook voor hemzelf de levensgoederen schaarscher en moeilijker bereikbaar worden.

Evenwel, de vraag naar de noodlottige gevolgen van den tegenzin in den arbeid willen wg niet aan de orde stellen. W? wilden er slechts in het kort op wijzen, hoe onder de werking van een complex van factoren èn de levenswaardeering èn de waardeering van den arbeid belangrgk gewijzigd zijn,

Den gang der dingen kan men loven of betreuren; men kan jammeren of zich verheugen over den staat van zaken, waarin wij zgn gekomen.

Men kan de voordeelen van het leven in de moderne maatschappij in het licht stellen, of de gevaren en bezwaren, die zij voor het geestelijk en zedelgk leven oplevert breed uitmeten.

Maar aanvaarden moeten wij haar allen of ongeveer allen.

Er zgn er enkelen, die getracht hebben, het moderne leven te ontvluchten; die zich terugtrekken uit de maatschappg, en een poging waagden, een levens-en arbeidsgemeenschap te vormen, die vrij zou zgn van al het kwaad, dat der moderne cultuur aankleeft. Van de cultuur wilden zij terug tot de natuur.

Doch ook in dat teruggetrokken en afgezonderd leven bleven de enkele idealisten, die zich hieraan gaven, genieten van de voortbrengselen en de vruchten van het cultuur leven, dat zg meenden te ontvlieden.

- Bovendien, het zijn er slechts enkelen, die zich de weelde van een dergelgke welgemeende maar slecht geslaagde proefneming, kunnen veroorloven.

De ontwikkeling kan niet worden tegengehouden; men kan den loop der dingen niet stuiten, of trachten, den gang van het leven terug te schroeven tot een hoogte van verloopen eeuwen.

De techniek, die de productie beheerecht, kan niet ongedaan worden ge-

kt Iedere maatschappij zou behoefte utgn aan dezelfde soorten van arbeid, thans iü de industrie worden ver-Set i^ qdel, te denkenof te wenschen, f^e terugkeer tot een vroegeren toead bereikbaar mocht zijn. Ëen aodere vraag is, of de christelijke l'gie in dezen niet een taak en een |Lg heeft. Voor een groot deel is wel de hedenosche cultuur ontkerstend, en meer meer wordt de Kerk verdrongen van plaats, die zy eenmaal ook in ons Iksleven heeft ingenomen. nocb dat neemt niet weg, dat zij toch een invloed ten goede kèn uitiéuen.

j)e gedachte mag niet worden losge-l ten dat in een komende cultuur-periode e christelijke religie wellicht meer be-g kenis zal hebben dan zij in den laatsten a \ heeft gehad. Is het niet door het h tal dergenen, die onder haar beslag imen, dan toch zeker door de getrouwlid en de geloofs-kracht barer belijders, pe Kerk heeft en houdt hare roeping. je meer een Kerk beantwoordt aan hetea zij naar haar wezen behoort; e zijn, 3 te grooter de kracht, die van haar tgaat. Onmiddelgk, op hare leden, die, Q in belijden, zich voegen naar het oord Gods, waarvan de Kerk draagster verkondigster is. En middellijk, doort zg, die voor het Woord Gods leven zich eraan onderwerpen, naar het ord van Christus het zout der aarde t D, dat bederf en ontbinding tegenhoudt. v Onder de factoren, die ontbinding beirderen, moet zeer zeker ook gerekend )fden de tegenzin in den arbeid, dien j op bedenkelijke wijze hand over nd zien toenemen, de beschouwing, , t de arbeid een last is, die moet )rden afgeschud.

Zij, die hun leven begeeren te richten , ar Gods Woord, moeten zich niet ider den invloed dezer beschouwing len brengen. Waar de ordeningen Gods kend, en het recht Gods geëerbiedigd )rdt, moet ook het besef levendig ge^ mden, dat de mensch tot arbeiden gehapen is, zij het ook, dat hij in het eet zijns aanschgns zqn brood moet ^n.

Waar het Woord Gods recht gepredikt )rdt, heeft de Kerk de roeping, te ge igen tegen de genotzucht en het madaliatae, die in alle kringen, hoog en ig, steeds machtiger om zich heen Ipen.

Die het eind en het doel van zgn staan vindt op deze aarde, moet wel n anderen blik op het leven hebben, andere eischen stellen aan het leven lil hg, die een onbewegelijk koninkrijk irwacht, en zich door de vrije gunst i)d3 overgezet weet in het Koninkrijk m deu Zoon Zijner liefde.

m deu Zoon Zijner liefde. Dit vast te houden, hiervan te getuigen, il natuurlijk niet zeggen, dat de Kerk ind zou moeten zqn voor de werkekheid, waarin wij leven. Het is onbetwistbaar, en wg hebben ook op gewezen, dat de arbeid, dank de ontwikkeling der techniek, voor er velen in onzen tijd niet meer de iteekenis heeft, die hg vroeger had; i is niet meer in staat, het leven te lUen en de bevrediging te geven, die j behoort te verschaffen.

Hiermede geen rekening te houden, u voor ieder een onvergeeflijke dwaaslid eu kortzichtigheid sgn. Het is roeping en eisch der christelgke igie, dat zq, nu de arbeid-zelf zoozeer beteekenis gewijzigd is, aan het leven m hem, die tot geestdoodeuden, meanischen arbeid geroepen wordt, een lestelijken inhoud tracht© te geven, die ) ziel kan vervullen.

De eentonigheid en afmatting van den beid drijft duizenden in de tg den dat zich van den arbeid verpoozen tot it zoeken van genot. De christelijke religie heeft te toonen, i Kerk heeft te zorgen, dat er andere, itere levensvervulling is dan het zich > ven aan verstrooiing en vermaak van ng niet altgd edel gehalte.

Zg heeft geestelijk voedsel te bieden, I te bepalen bij al wat liefelijk is, al it rein is, al wat wel luidt. Zonder twijfel heeft de Kerk in dit •zicht veel nagelaten, veel verzuimd, et name het gereformeerd pietisme > eft, in een wel is waar verklaarbare, «•ar niettemin betreurenswaardige Breld-ontvluchting, veel te veel aan de vereld" overgelaten, en niet ingezien, elke roeping voor de christelijke religie weggelegd.

Eindelgk willen wij er nog met een kei woord aan herinneren, waarop wij ""1 vroeger wezen, dat, gelijk bijv. I Oalvijn heeft ingezien, de arbeid n ontzaglijke beteekenis heeft voor de Genschap.

öit is eene beschouwing, die rechtfeeks voortvloeit uit hetgeen de H. 'tttift leert van de schepping des ^nschen.

Krachtens haar oorsprong is de mensch-I'd een organisme, de deelen hooren elkaar, hebben een roeping jegens ander. De liefde nu heet in de H. •irift de band der volmaaktheid. Zonder inspraak heeft ook in dezen de chris­

telijke religie een roeping. Zg kent, evende in het teeken des kruises, bij u et offer van Christus, aan • het kruis b ebracht, de beteekenis van het offer, l an een liefde, die „bedenkt, hetgeen T es anderen is." Dit is gansch iets anders nhv an de solidariteit, die aaneensluiting foekt op grond van gemeenschappelijke elangen.

Deze gedachte is, gelijk gemakkelijk s in te zien, van groote beteekenis ook oor den arbeid, die voor de gemeenschap an zulk een onvergelijkelijk belang is. Doch met deze gedachte verder te ntwikkelen zouden wij gaan buiten de renzen, ons gesteld. n Elgoegm

Daarom zij dit weinige genoeg; moge uidelijk zgn geworden, dat de christeijke religie niet alleen in den loop der euwen van onmiskenbaren invloed is eweest op de waardeering van den rbeid, maar ook in komende tijden are roeping nog heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De waardeering van  den arbeid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's