De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Unie „Een School met den Bijbel".

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Unie „Een School met den Bijbel".

6 minuten leestijd

1878 — 3 Augustus — 1919. Aankondiging van de 41ste Jaarcollecte voor de Scholen met den Bijbel. Unie-Blaadje No. 53. Zij hebben des HEEREN WOORD verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? JER. 8 : 9b.

't Zijn bange tijden, die we doorleven. Lang gevreesd en toch nog onverwachts brak de groote worsteling uit, De oorlogsvlam sloeg over bergketenen en oceanen; 't werd een wereldkrijg!

Van het Oosten en het Zuiden benauwde ons het gevaar en ook de zee werd oorlogsgebied; 5p en 5nder hare golven werd gestreden.

Zoo lag Nederland temidden van den vernielenden vuurgloed, die het aan alle zijden omblaakte.

Dag en nacht rommelde het in het Zuiden en Westen van den oorlogsdonder. Boven ons ronkten de vliegende oorlogsmachines en brachten verwoesting en dood ook binnen onze grenzen.

En menigen avond vroegen we ons angstig af: „Zal het morgen voor ons nog vrede zijn? "

Onze mannen en jongelingen waren in het veld; honderdduizenden waren opgeroepen om onze erve te bewaken.

Zou het baten? We hadden vrede; maar ach 't was de vrede van een belegerde veste.

Steeds kariger het deel, dat ons van den grooten wereldvoorraad werd toegemeten.

Nu moesten we waarlijk met angst uitroepen: „Wat zullen wij eten, wat zullen wij drinken, waarmede zullen we ons kleeden? "

Bq 't dreigend oorlogsgevaar, grimde ons voor de toekomst reeds de aansluipende hongersnood aan.

En toen kwamen water vloeden en pestilentiën: de dood klom in onze vensteren.

Ons hart beefde bij de vreeselijke geruchten van opstanden en omwentelingen in andere landen: 't was alsof de geest uit dea afgrond over Europa was losgelaten.

En toen het monster der revolutie zgn klauwen ook naar ons Vad^^rland uitstak, scheen voor een oogenblik alle hoop om behouden te worden ons te zullen ontzinken.

Maar ziet: wat niemand mogelijk achtte geschiedde.

Eér de vernieling des oorlogs onze grenzen bereikte, werden de zwaarden opgestoken.

Juist toen alles ons zou gaan ontbreken, kwam er verademing en ook het gevaar der revolutie werd nog bedwongen.

Nogmaals had God Nederland gered. Hij had het oor gewend, tot onse smeekingen ten tijde onzer benauwdheid.

Wel mogen onze harten thans overvloeien van dank. Dankbaarheid, als nimmer te' voren, past ons jegens Hem, Die ons uit zoo grooten nood verloste.

Maar nie! minder past ons waakzaamheid.

Dat wij ons toch wachten voor het roepen van „Vrede, vrede en geen gevaar !" want aan alle kanten 'omringen ons nog de gevaren.

En het grootste gevaar bedreigt ons juist van een zijde, waar velen het niet vermoeden.

Immers, dat er slechts één vonk noodig schijnt om een nieuwen oorlog te ontketenen, is niet het ergste.

Dat de revolutie buiten onze grenzen nog niet beteugeld is en ook op onze erve loert als een roofdier, is wel erger, maar nog niet het ergste.

Dat de geheele maatschappg ontwricht is; dat er een geest van ontevredenheid en wrevel heerscht; dat er een dolzinnige wedstrijd is naar steeds hooger loonen en steeds korter werktijden is een schrikkelqk gevaar, maar nog niet het ergste.

Het ergste van alles is, dat ook in onzen kring, onder de belijders van 's He? ren Naam, die geest uit den afgrond

werkt. Het ergste is, dat wg onze kinderen ïien opgroeien om mogelgk ook slachtoffers te worden van dien verderfelij ken geest der eeuw, ja, dat wij zelven hen vaak, zg 't ook onwetend, daartoe leiden.

O zeker, 't is onze plicht onzen kinderen deugdelijk onderwijs te doen geven, om ze te bekwamen voor „den strijd om het bestaan", gelijk het immers tegenwoordig heet.

Maar gevaarlijk is het, als we hun verstand scherpen, hun vaardigheid ontwikkelen en daarbij hun hoogste belangen — hun geestelgke ontwikkeling — verwaarloozen.

Natuuriyke kennis, zonder.godskennis, voert den enkelen mensch, voert geheele volken, de geheele menschheid naar den afgrond.

Ontwikkeling buiten God leidt tot het grofste egoïsme, tot overschatting van eigen kracht en tot zelfverheerlijking en ten slotte tot de gruwelijkste geweldenarg, die alles vermoraelt en vernietigt wat haar in den weg staat, of ze voert den verdwaasden mensch in de armen van den waanzin.

„En dan klinkt het woord van den profeet: „Zij hebben des HEEREN Woord verworpen; wat wgsheid zouden zij dan hebben!"

Op welke wijze kunnen wg tegen dit ontzettend gevaar waken, vooral met het oog op onze kinderen?

Zou het baten, als wij hen wezen op de jammerlijke gevolgen van het jagea naar winst en voordeel, naar hooger loon en minder arbeid?

Zou het baten als wij. hen verhaalden van de ellende der verloopen jaren van oorlog en revolutie?

Of, zou 't baten als wij hun leerdei: , van de zegeningen des vredes en vat eea arbeidzaam en nuttig besteed leven ?

Dat alles zijn slechts halve maatregelen JTegen alle gevaren, die daar dreigen in de toekomst is, voor ons en vooronn kroost, maar één wapen: het Evangelie!

En daarom: geen huisgezin zonder godsdienst, geen onderwijs zonder gods dienst, geen school zonder godsdienst!

Dat hebben onze voorgangers reeds lang verstaan. Langer dan een halve eeuw streden zij onder veel opoffering en zwaren druk hun hangen strijd voor de Christelijke school En thans, nu de druk schijnt weggenomen, is daarmede de strijd nog niet ten einde.

Moge eerlang de Christelijke school en haren onderwgxers recht zgn gedaan, toch is dat voor de toekomst van ons Volk niet genoeg. Daarvoor moet de School met den Bijbel de liefde der ouders blijven genieten.

Gij, Ouders moet inzien de hooge noodzakelgkheid om uw kinderen, niet alleen in uw gezin, maar ook in de school een beslist Christelijke opvoeding te geven.

De worsteling der eeuwen wordt steeds feller.

Het gaat immer meer en beslister; Voor of tegen den Christus, mèt of zónder Zgn Woord!

Wie niet beslist staat in zgn beginsel, wordt meegelokt; lafheid kent men straks niet meer: „Wie niet voor Mg is, is tegen Mij", sprak de Heiland.

Aan welke zgde wenscht gg uw kroost te zien?

Zult Gij dan niet doen wat Ge kunt, om hen tot den strijd toe te rusten?

Wetenschap zonder God voert tot de grootste dwaasheid.

Daarom zult Ge toch zeker voor uwj kinderen die school verkiezen, waar Godfe Woord in eere wordt gehouden!

En nu kornen we ook weer ditmaal van U vragen een offer voor de School met den Bijbel.

Een offer der dankbaarheid voor den zegen, die ons geschonken werd in Christelijk onderwijs.

Een offer der liefde, om te toonenuw gehechtheid aan de School, waarin de liefelijke naam van Jezus wordt genoemd.

Ben offer der toewijding, om te betuigen, hoe Ge ook voor de toekomst uw trouw aan de School met den Bijbel verpandt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Unie „Een School met den Bijbel".

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's