De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Het Regeeringsantwoord.

De Minister van Financiën heeft de verschillende opmerkingen, die uit de Kamer inzake de duurtetoeslag op de tractementen van predikanten en Roomsch-Katholieke geestelijken gekomen zgn, beantwoord. In dit antwoord worden echter geen nieuwe gezichtspunten ontwikkeld.

De Minister deelt niet de meening, welke door sommige leden uitgesproken werd, dat het niet op den weg van het Ryk, doch op dien der Kerkgenootschappen ligt, om de bedienaren der godsdienst met het oog op duurte der tgden geldelijk tegemoet te komen en evenmin bet bezwaar van anderen, dat, zoo tot duurteuitkeering wordt overgegaan, niet alleen de door het Rijk bezoldigde, doch ook de overige predikanten en Roomsch-Katholieke geestelijken die uitkeering behooren te ontvangen.

De Minister sluit zich bg de beschouwing aan van hen, die van oordeel zijn, dat eenerzijds in het karakter van den duurtetoeslag de grond ligt voor gelijkstelling, wat het genot der uitkeering betreft, van de door den Staat gesalarieerde bedienaren van den godsdienst met do Rijksambtenaren en anderzijds, dat een bijslag op Rgkstractement niet kan worden verleend aan personen, die zoodanig tractement niet genieten. Om dit te kunnen doen, zoude men moeten aanvangen om de laatsten een zoodanige wedde te verleenen.

De Regeering wijst voorts de meening van hen, die dit laatste zouden willen, met een beroep op de Grondwet af De regeling, die de Minister voorstaat steunt, naar haar zeggen, op den grondslag van den bestaanden toestand en op dien grondslag kan van het verleenen van een duurtebijslag aan alle bedienaren van den godsdienst geen sprake zijn.

Intusschen is op één punt de memorie van antwoord van den Minister gewichtig.

In het voorloopig verslag was naar bet standpunt der Regeering geïnformeerd in zake „ de losmaking der zilveren koorde." Daarover nu zegt de Minister: dat het denkbeeld om aan te sturen op verbreking van den financieelen band tusschen Kerk en Staat onder voor beide partijen billijke voorwaarden, naar de meening der Regeeriög gezette overweging verdient. De Minister gaat zelfs verder door te verklaren: dat het zijn plan is de kerkelijke besturen voor te stellen, dit punt met hem te bespreken.

Deze ministerieele mededeeling verheugt ons niet weinig. Laten wij de zaak van den duurtetoeslag voor het oogenblik verder onbesproken dan is, wat de Minister zich met het oog op de financieele verhouding tusschen de Kerk en het ijk voorstelt te doen, een stap in de goede richting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's