Financiën.
Eenigen tijd geleden ontving ik van iemand een gift. Die gift was niet groot. Nu, dat hindert niet. Kleine giften zgn my steeds welkom. Maar deze gever schreef er bij: Ik moest het maar beschouwen als „het penningske der weduwe", want hy kon op het oogenblik niet meer missen. Dat vond ik nu niet op zijn plaats. Het penningske der weduwe zal zeker door mij nooit veracht worden, want daar kan een groote zegen in verborgen liggen. Maar als men op het oogenblik niet veel kan geven, geef dan minder, maar wees er niet zoo vlug bg om dat dan het penningske der weduwe te noemen, daar moet men voorzichtig mede zijn. Dit geval staat niet op zichzelf. Het is mg meer voorgekomen van menschen, wier gift wel even gering was als van bedoelde weduwe, maar wier omstandigheden daarvan hemelsbreed verschilden; die niet alleen zelfs geen weduwe waren en niet in de termen vielen het ooit te worden, maar van wier „gansche leeftocht" die gift maar een zeer klein deeltje was. Ziet, dat is treden in de rechten van anderen, dat nooit goed te keuren is. Dat moeten wg overlaten aan hen die „waarlgk weduwe" zijn. Voorzichtigheid is in deze wel geboden.
Voor ik de postwissels ga opzoeken wil ik nog eerst mededeelen dat u dezer dagen de kwitantien zal gepresenteerd worden van 3 maanden abonnement. Op plaatsen waar dat geld door vrienden wordt opgehaald, om hierdoor de portkosten voor onze fondsen te verdienen, als Delft, Utrecht, Kampen enz^, zouden de abonnees aan hen, die dit werk uit liefde doen, een groote dienst bewgzen, als ze er voor wilden zorgen dat ze niet tweemaal behoefden te loopen. Och, leg het geld, vóór dat ge soms van huis gaat, op een hoekje van den schoorsteen of van de kast klaar, dan heeft moederde vrouw er geen moeite mee en zijn onze vrienden ook tevreden.
Wezep door ds. D. Boonstra een oude zilverbon, van „het Koningrgk der Nederlanden", die daarvoor geen dienst meer kan doen, maar door u voor een ander Koningrgk nog dienstbaar geajaakt kan worden.
Hoogeveen, door den heer K. Brunsting f 10 van N. N., voor ieder der fondsen de helft.
Middelharnisdoor ds. G. Alers. „Geachte püübingmeester. Hiernevens ontvangt u een gift van f 2, 50 met bijschrift: esaja 38:166 en een van f 1, gisterenmorgen gevonden in de collectezak der diaconie, voor het Leerstoel-en Studiefonds. Ook kleine beetjes helpen. Dat 's Heeren zegen er op moge rusten.
Rijssen door ds. J. C. Klomp f 1, gevonden in de collecte op 31 Aug., voor het Leerstoelfonds.
Wezep van ds. N. Warmolts f 1 voor het referaat.
Hartelijk dank voor deze gaven. Geve de Heere dat zij aan het doel mogen beantwoorden.
J. C. FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, Pelsrqckenstraat 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's