De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 41)

Kijk de Heere leert zijn kinderen, naar ze aanleg hebben, en geeft allen zooveel als ze kunnen dragen. De een is sterker dan de ander. Je moet er eens op letten, dat de Heere, in de Schrift, tot sommigen spreekt in een gezicht en tot anderen in een droom. En je moet er dan eens op letten, hoe de menschen, tot wie Hij in een gezicht spreekt, daardoor ontstellen en met groote vrees en ontzetting worden vervuld. Dat zgn allen sterke menschen, die wel een stootje kannen verdragen. Maar er zign ook zwakken, die bg zulk een verschgning bezwijken zouden, en tot dezen spreekt de Heere in den droom. Begrypje? een droom pakt je nooit zoo geweldig als de werkelgkheid. Zie je? De Heere behandelt elk van zgn kindereu apart. Maar — nooit tegen de Schrift! Altgd n& dr de Schrift”

Ze had hem gaarne eens in zijn gelaat gezien, of hij ook uiterlgk niet op oom Johannes leek. Maar ze durfde niet. Want 't was, of er dan iets kostelij ks en teers kapot zou springen.

„Je sprak over zulke dingen zeker veel met je baas? "

Hij scheukte heen en weer, half van vergenoeging, half van verlegenheid.

„O, we spraken er altijd over. Dat wil zeggen: de baas begon er altijd mee, en hoe meer ik hem vroeg, hoe liever hij 't had. Hij was den Bgbel doorkropen als de mollen den akker: hij weet alles."

„^Waarom ging je dan bg hem vandaan, Wijnand? Ik zou altgd bg zoo'n man gebleven zijn."

Ze zei 't in haar onnoozelheid, maar had ze nu terzijde gezien, dan had ze hem zien rood worden. Doch ze voelde wel wat, en vreesde dat er iets kostelgks en teers gesprongen was.

„Ja — zei hij met merkbare verlegenheid — ik had er kunnen big ven. Maar — het trok mg naar dezen kant, en toen ik er met hem over sprak, om eens naar een anderen baas te gaan, zei hg, dat dat zeer in 'mgn belang was; ik leerde allicht bg een ander er nog heel wat bg. 'k Ben hier ook niet zonder den Heere gekomen. *k Heb Zgn aangezicht ook in deze zaak gezocht en alles is als van een leien dakje gegaan. En nu ben ik blij, dat ik hier ben, en dat ik jou al gevonden heb. Gaje nu naar je dienst, of naar je ouders? "

„Eerst even naar „De Polen" en dan ga 'k dadelgk door naar vader en moeder".

„Goed, dan ga 'k mee tot aan 't hek en dan loop ik terug naar je oom!"

„O, ja, daar zou je naar toe. Nou, dan kan je praten met oom! Tante is ook een goed mensch. Je zult er schik hebben. Doe ze de groette . . Nee, doe 't ook maar niet . . . Nou, je moet het zelf weten!"

Zg bedoelde, dat ze niet wist, of het al of niet goed was, dat ze bg oom en tante al van hun wederzgdsche ontmoeting hier iets wisten. Eigenlgk wou ze 't liever zelf eens vertellen. Hg begreep echter uit haar woorden niet de bedoeling en wilde haar nog iets vragen. Doch ze waren nu al bijna het hek genaderd en gebruikten den korten tijd voor iets anders. „Ga je in de week ook wel naar 't dorp, Ombra? 's Avonds soms? "

„Soms! —En Zaterdagsavonds bijna altijd!"

Ze liepen nog immer meest naar den grond te zien, als beschaamd, en alsof de menschen hen dan niet samen zouden opmerken. Hg had nog juist den tgd, om haar een vraag te doen, die hg van verlegenheid zou moeten inhouden, indien zg stil stonden en ze elkander in 't gelaat keken.

„Ombra! 'k zou je dan kunnen geleiden naar huis toe. Als je 't goed vond !"

„Wel, dat zou 'k heel goed vinden. Maar hoe zou je 't weten, dat ik er was ? "

Zg bleef staan bg een meidoornboscbje, omdat ze nog niet voor 't hek van „De Polen" met hem gezien wilde worden, en nu voor 't eerst keek ze hem in 't gelaat, glimlachend, gelijk hij haar.

„'k Zal je wel zien, als j' er bent!" zei hg en pakte haar hand even, als ten afscheid, maar liet terstond weer los, hoewel hg nog een poosje bleef staan, zwggend, haar aanziende, gelgk zij hem. Dan eindelgk deed hij een stap achteruit, knikte veelzeggend haar toe en zei: „Dag, Ombra! Dag!"

En zij knikte heel vriendelijk terug en zei: „Dag, Wijnand!" Dan ging zij 't hek door, en hg terug naar 't dorp. Hun beider weg vormde een scherpen hoek met elkaar en daardoor konden ze nog een heelen tgd elkander zien. Doch ze deden 't zóó, dat niemand het merkte.

Beiden wisten nu genoeg, en ‘t hart zwol hen van dankbaarheid, en van nu baden ze voor elkander als voor zich zelf.

HOOFDSTUK XV.

't Was Februari. En had niet 't uitzicht van veld en boomen het tegengesproken, zoo had men kunnen gelooven, dat het Mei of Juni ware. De zon liet zich voelen.

Ombra had het te warm in haar haasigen gang naar 't dorp. 't Was wel niet aar vrije middag, maar nu had ze toch vrij gekregen, omdat ze gehoord had, dat nicht Mien bedenkelijk ziek was Dat ze niet goed was, wist ze al voor een dag of tien, maar 't heette toen, dat het niets beteekende. {Wordt vervolg).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's