De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

11 minuten leestijd

Een belijdende Vrije Kerk in Duitschland.

De landskerk in Duitschland is in haar krachteloosheid uitgekomen in de^ moeilijke dagen van Iqden en van revolutie. Er zit geen pit in.

Er is nu, waar de landskerk te Ham-- burg reeds weggevallen is, een oproep gedaan door de predikanten Glage en dr. Budde (toen zij nog predikanten der Ev, Landskerk te Hamburg waren) om te komen tot eene Vrqe belqdende Kerk. Dr. Budde schreef:

„Lang genoeg hebben wq ernstig conscientie-bezwaar gehad over onzen, zq het ook lossen, band aan eene Kerk, waarin 7a en neen gelqk recht hadden. Lang genoeg hebben wq voor de vraag gestaan, of het niet plicht zou zqn met deze Kerk te breken. Wq wachten op duidelqke vingerwq zingen des Heeren. Nu zqn deze ons ten deel gevallen. Wij hebben de Landskerk niet verslagen. Ghd heeft het gedaan door de toornige woede der revolutie. Nu zou het voor ons een niet te verontschuldigen verloochening der waarheid, ja eene verloochening van onzen Heiland Jezus Christus zqn, wanneer wq opnieuw met de loochenaars van den offerdood en de opstanding van Jezus Christus wilden samen doen. De Kruiskerk, dit hoop ik beslist, zal zich aan deze verloochening niet schuldig maken; zq zal zich niet opnieuw aan het verwijt bloot stellen, met de ongeloovigen een juk aan te trekken. Het is een dwaasheid te gelooven, dat men door een democratisch stemrecht een Kerk stichten kan. Wanneer in een stad alle mannen en vrouwen van 20 jaar af een kerkeraad kiezen, wanneer de zoo gekozen kerkeraad de de predikanten kiest en deze predikanten niet verplicht worden het Evangelie zuiver te verkondigen en de sacramenten volgens hunne instelling te bedienen, dan mag men zich niet aanmatigen een op zulke wqze tot stand gekomen organisatie eene Christelqke Kerk te noemen. Dat is dan veeleer eene vereeniging naar de wqze dezer wereld. Zoo kan men wel een Staatscreatuur vormen, maar niet eene Kerk. De Kerk van Christus is er, zq is eens en voor altqd gegrond op het eerste Pinksterfeest door den Heiligen Geest, gebouwd op de belqdenis van Christus als den Zoon des levenden Gods. Elke organisatie van haar uitwendigen verscUgningsvorm moet dezen grondslag tot voorwaarde hebben. Waar deze grondslag ontbreekt, kan men, gelqk in de rqken dezer wereld, wel veel organiseeren, maar dan organiseert men een rqk der wereld en niet eene Kerk. Noemt men zulk een creatuur (Gebilde) eene Kerk, dan zeilt men onder een valsche vlag, en daaraan zal de Kruisr kerk niet mede doen. Het gevolg daarvan zal zijn, dat wij niet, gelijk tot hiertoe nog geschied is, onze kerkelijke belastingen zullen kunnen betalen. Voor een doel, waarbq de belijdenis der Kerk niet hoog gehouden wordt, kunnen de mensehen van de Kruiskerk voortaan geen geldmiddelen ter beschikking stellen. De ure der scheiding is gekomen.

Eene vrije belgdende Kerk, zich aansluitend aan het geloof orszer reformatorische vaderen — dat is thans ons parool. Het is te hopen, dat niet alleen de „Kapellenleute" (dat wil zeggen de lieden die tot de Kapellenkirche behooren, welke van rechtzinnige zijde naast en in uitwendig verband met deLandskerk gesticht werden), maar alle Evangelische Christenen zich zullen aaneensluiten".

Ook hier in Nederland kunnen we met dezen oproep van dr. Budde van Hamburg ons voordeel doen.

Het is nu de tijd, dat er gehandeld moet worden.

* Het bezwaar.

Het groote bezwaar tegen de grootere Synode ingebracht, is, dat zoo'n groot college niet tegelgk alles kan zijn en alles doen kan.

Wij zullen het als een groot voordeel beschouwen als men eindelijk, nadat er 100 jaren en langer reeds om gevraagd is, eens radicaal tot een andere manier van kerkregeering zal gaan besluiten.

Hoe lang is er al niet gezegd, dat art. 61 Alg. Regl.: „Bg de Synode berust de hoogste wetgevende, rechtsprekende en besturende macht", zoo spoedig mogelgk moet gewijzigd worden. En dan gewgzigd niet door een andere formuleering, maar door een radicaal andere wgze van kerkelijk samenleven.

En als we dan in de Algemeene Synode werkelijk een lichaam mogen krijgen, dat de Kerk vertegenwoordigt, wat nu geenszins het geval is, dan zijn we een heel stuk gevorderd 1

Andere bezwaren nog.

De bezwaren die verder tegen de nieuwe regeling tot verkiezing en samenstelling van een grootere Synode worden ingebracht, zgn terug te brengen tot financiëele en practische bezwaren.

Een zoo groote Synode van 45 leden, ieder jaar vergaderend, zal zoo duur zgn en wie zal dat betalen ?

^Wie zal dat betalen ?' — die vraag hoort men in onze Herv. Kerk zoo dikwijls. In het midden van de grootste Kerk van Nederland. Ia een Kerk, waartoe mee de rgkste mensehen van Nederland hooren!

En laat het nu waar zgn, dat er van de millioenen die lid der Herv. Kerk zijn zooveel duizenden en tienduizenden en honderd duizenden zijn, die niets om de Kerk geven — het big ft toch waar, dat in het midden van onze Herv. Kerk best kan worden opgebracht, wat de kosten van bestuur zgn. Mits men met het oude systeem breke en men niet alles in éèn hand legt, om het van boven M te regelen. We hebben nu 100 jaar en langer tijd gehad om te leeren, dat dit het paard achter de wagen is en geestdoodend werkt.

Men moet de werkkringen in ons kerkelgk leven weer wat gaan verdeelen en wat nu al te veel in één centrum is saamgeperst, een weinig uit dat centrum losmaken en het decentraliseeren.

Dan komen er onderscheidene kringen, elk met eigen werk, ook met eigen ambitie, ook met eigen verantwoorde-Igkheid, ook met eigen voorziening in de kosten.

Er moet veel meer aandacht worden geschonken aan de wgze waarop ons kerkelgk leven kan worden ingericht.

Dat zal hoogere onkosten met zich brengen. Maar dat moet ook. Want er is nu veel te weinig gelegenheid, dat de Kerk zelve aan 't werk gaat. Én daar moet het heen; waarbg de hoogere kosten ook uit eigen midden moeten worden gevonden.

En zoo komen we aan het bezwaar van de groote Synode, die elk jaar vergaderen moet; 't welk dan zoo duur zal zgn, zooals men zegt.

Maar waarom moet die Synode elk jaar saamkomen; waarom kan het niet om de twee jaar, of wat óns beter nog lijkt, om de drie jaar ?

't Hangt er maar van af, hoe ons kerkelgk leven en de verdere regeering der Kerk verder is of zal worden ingericht.

., Waarom kan men de Kerk weer niet daadwerkelijk laten bestaan uit gemeenten, waar men een eigen kerkelgk leven, eigen manier van kerkregeering heeft, met voorziening in eigen kosten ?

En waarom dan de gemeenten weer niet in den kring van de Classis saamgebracht, met eigen — zeg twee — classieale vergaderingen, een Classicale Commissie (dat woord „Bestuur" moet men in „Commissie" veranderen!), door welke classis van iedere gemeente in haar ressort een jaarlgksch quotum geheven wordt, vast te stellen door haar vergadering, waarbij gelet wordt op de 'draagkracht der gemeenten, die daartoe in klassen worden verdeeld.

Welke de Classicale uitgaven zoo ongeveer zullen zgn?

Natuurlgk allereerst de kosten der twee Classicale vergaderingen (b.v. in Mei en in November te houden); dan de onkosten die verbonden zijn aan het (vier maal) samen komen der Classicale Commissie; dan de afvaardiging ter Provinciale Synode (waarover straks meer); dan de van de Classis uitgaande werkzaamheden, tot welke werkzaamheden de Classicale Vergadering zelve besluit en waarvoor de Classis dan ook zelve aansprakelijk is, wat de kosten aangaat.

Dan zal er gerekend moeten worden op bgdrage aan de Provincie, daar we ook van de Provinciale Synode een aanslag over de classes willen doen uitgaan.

Of dat de gemeenten dan niet aardig wat kosten zal?

't Zal er van afhangen, of de Classis wat doet of niet. En hoe meer ze doet, hoe liever het ons zou wezen, al worden de uitgaven dan ook hooger.

We hebben immers zoo'n groote Kerk; we hebben immers zoo'n rijke Kerk. En als we dan op een half jaar rekening van een Geref. Kerk in ons land (gaande over het 1ste halfjaar 1919) voor ons hebben liggen, waar onder meer de post voorkomt: Classiskosten f 769.751/2 (ook b.v. een post kosten voor de waarneming van vacantiebeurten, enz. f 275), dan zeggen we: dan kunnen we er in onze groote Hervormde Kerk nog wel wat bij krijgen, eer we het recht hebben om protest aan te teekenen tegen te hooge classicale kosten I De classes vormen weer een provinciaal ressort, met eigen werkzaamheden en eigen huishouding.

In het provinciaal ressort hebben we een provinciale Synode, bestaande uit afgevaardigden uit de verschillende classes, te kiezen uit de dienstdoende predikanten en dienstdoende ouderlingen door de onderscheidene classicale vergaderingen (van Mei). De leiding der zaken in elk Provinciaal ressort berust bij een Provinciale Commissie, gekozen door de Provinciale Synode.

Ook hier draagt men de kosten van eigen huishouding, omgeslagen over de verschillende classes, om zoo samen te dragen de kosten der Prov. Synoden, de kosten van afvaardiging ter Algem. Synode, de werkzaamheden, van haar uitgaande en bgdrage aan de Algemeene Synode.

Als dan de Algemeene Synode, welke om de drie jaar b v. vergaderen kan, een omslag maakt gaande over de verschillende provincies, dan twgfelen we niet, of, waar we van rgkswege uitbetaling krijgen voor de kosten van het bestuur der Kerk, en waar onderscheidene fondsen bestaan, de verschillende provincies en de verschillende classes en de gemeenten zelf ten slotte zullen gaarne voldoen aan de verplichtingen in deze, die bij een goede werk wgze met blijmoedigheid zullen gedragen worden.

Maar dan moet men ophouden met dat akelig opleggen van boven af, waarbij de Kerk zelf niets, letterlijk niets voor de dingen voelt, omdat het haar is als een zaak die haar niet aangaat.

Laat men het toch eens wagen langs de lijnen door onze kloeke Gereformeerde vaderen voor eeuwen reeds uitgestippeld, aanvullend en wgzigend wat onder de huidige omstandigheden goed en noodigis.

* De Generale kas.

Hoeveel synodale fondsen en kassen er zgn, weten we niet. Het getal is legio. En het is allemaal armoe troef. Omdat er zoo goed als niets voor gevoeld wordt.

Neem dé Generale kas. Wat een getob, van 't begin af aan geweest en nog volstrekt niet minder geworden nu. Circulaire op circulaire moet de Synode dan ook de wereld in sturen, om medewerking voor die Generale kas op te roepen en de liefde en den ijver in deze wakker te maken en aan te vuren.

Natuurlgk zit hier de fout weer, zooals overal elders bg die dingen, men legt het van boven af op en men houdt het alles liefst in ééne hand; en dan — het is gemakkelgk te begrgpen — staat de liefde der gemeenten en der leden der Kerk tegelgk op 't vriespunt.

Waarom ook deze dingen weer niet verdeeld met tact en wgsheid over de classes en de provinciale ressorten, waar men uit den aard der zaak de dingen veel beter kan beoordeelen dan in Den Haag.

Zoo lazen we b.v. in de Zondagsbode voor de Ned. Herv. gemeenten in den ring Schiedam en het Westland, deze ontboezeming: „de Igst (van dit jaar verleende toelagen) doet de volgende opmerkingen bg ons opkomen:

„Bg verseheidene posten denk ik: hoe jammer, dat de bgdrage niet hooger zijn kan. Zoo is de post: „tot verbetering der schraalste predikantstractementen" en „aan verschillende personen" zeer laag, in aanmerking genomen de vele nooden waarin valt te voorzien. Doch de Synode kan niet meer geven dan inkomt. Bg andere posten denk ik: is die ondersteuning niet volkomen misplaatst?

Zoo lees ik dat de welvarende gemeente Oosterbeek f 150 krijgt voor een godsdienstonderwgzer; het rgke 's Gravenhage f 600 voor het godsdienstonderwijs op de openbare scholen; het bloeiende 's Gravenzande f 150 voor predikdienst in den Oranjepolder; het kerksche Rotterdam f 600 voor den arbeid onder de bootwerkers; de hoofdstad Amsterdam f 500 voor godsdienstonderwijs op de openbare scholen; de academie-steden Leiden en Groningen respectieveigk f 200 voor een godsdienstonderwijzer tot het bezoeken van gemengde gezinnen en f 250 voor het godsdienstonderwijs op de openbare scholen, enz. enz.

Daar is de Generale Kas toch niet voor, om gemeenten, zoo rijkelgk door den Heere gezegend, te helpen?

Ook Rozenburg staat er op. 't Is toch een schande, dat zulk een gemeente, waar het „alles druipt van vettigheid" (Psalm 65), zoo weinig over heeft voor den dienst des Woords.

Moge daarin verandering komen."

Wg kunnen ons deze ontboezemingen indenken. Waarbg men elders natuurlijk wel weer andere opmerkingen nog zal hebben; daa^r ieder ook a! weer z'n eigen omgeving het beste kent. Maar juist daar zit ook de grondfout. Men centraliseert bij ons alles. En decentralisatie is toch veel beter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's