De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking

10 minuten leestijd

Maar onze oogen zijn op U, 2 Chron. 20 : 12c.

De victorie des levens is voor heu, die een nedrig gezicht op zichzelven ontvingen en zich in ootmoed mogen buigen voor den Heere.

Het apostolisch getuigenis: „Vernedert U onder de krachtige hand Gods, opdat dg U verhooge ter Zijner tqd", is wel bevestigd in 't midden van een volk, wiens roem is in Kruis en Kroon van deu eeuwig gezegenden Heiland.

Zij komen er door, die er recht verlegen voor komen te staan. Levensgeheim ligt in het „als ik zwak ben dan ben ik machtig", omdat er een levende God is, die het wonderlijk uitricht voor hen, die op Zijne goedertierenheid hopen.

De geschiedenis van 19 eeuwen geeft 't antwoord in de Kerk van Christus, op de vraag: „Volk van God, wat hebt gig aan Uwen Heere? En dat antwoord klinkt als een lied in Zion, dat de Heere een ziele, die hartelijk zucht en vlucht tot Hem, reispenningen op den weggeeft voor nood en behoefte, en uitkomsten bereidt, doende het welbehagen over allen, die Hem vreezen,

In deze dagen van dankbare herinnering aan sparende goedheid over land èa volk èn Vorstenhuis, kan ons vaak droefenis overvallen bij 't gezicht op de ontzettende teekenen van verval en inlinking en wereldgelijkvormigheid van de belijders der Gereformeerde religie, ea wordt ernstiger de roeping, om ons volk tot den ouden weg terug te roepen en te letten op voorbeelden in 'öods leidingen, waarin ook in de eeuwen vóór Christus' komst in 't vleesch, heerlijk uitschitterde, dat de victorie des levens is voor een vernederd volk, dat het bij den Heere komt te zoeken.

Hoe heeft de Heere Zgne trouwe toezeggingen, meer waard dan goud en zilver, bevestigd! Hij heeft Zijne wissels met prompte betaling gehonoreerd, ïoodat zoo hier en daar altaren zign opgericht voor Zijne eer, besproeid met tranen van dankerkentenis. Zij staan zoo niet aan den publieken weg, maar in de binnenkameren en soms in 't Heiligdom, waar 't volk vergaderd is.

't Mag vernederend zijn voor de menschelijke natuur, niets is eervoller, dan gansch hulpeloos tot Hem te vlieden.

Gratie en providentie, om die oude woorden eens te gebruiken, richten de wegen heerlijk uit; van alle omstandigheden en van alle menschen af en alleen God en Zijn' Woord over te houden, is zalig.

Wij hebben big deze dingen 't hoogste

Hij was heel wat gepasseerd voor hg kwam op de plaats waar hg stond in de gemeente van Juda en Jerusalem in het buis des Heeren, voor het nieuwe voorhof.

Nu is de weg van Josaphat, den Koning, voor bizondere personen en voor gansche volken zeer leerrgk.

De Koning bidt. En welk een innig gebed! Van uit den hemel wordt deze verlegene ziele in diep-droeve omstandigheden met welgevallen aanschouwd en het gebed is als schoone muziek in 't oor van Jehova God.

En dan dat 12de vers in zgn geheel; ea dat laatste woordje: maar onze oogen zgn op U, is zoo heerlqk als geloovige verzekering van een armen Koning.

't Was met Josaphat ook al langs afgronden gegaan, waarin hij, ware de Heere niet trouw, gewisselijk was omgekomen,

Wg zgn een geslacht, dat de oogen verkeerd in 't hoofd zitten en een volk, dat leerde: „ontdek mgne oogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uwer wet (d.i. van Uw verbond en van al uwe inzettingen"), weet dat het zgne oogen laat vliegen op 't geen niets is; ja, de uitnemendste van 's Heeren kinderen, slaan nog gedurig een schuinschen blik op de wereld en moeten klagen, „dat hunne ziele kleeft aan 't stof" en hunne oogen zijn gericht op schepselen hulp.

Josaphat wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids, en zocht de Baals niet, maar den God Zijns vaders en verhief zijn hart, haalde zgn harte op in blijdschap in godzalige oefening en deed veel om de kennisse Gods te vermeerderen.

Vreeze Gods en godzaligheid waren hem de beste vriendinnen van 's volks welvaren en pilaren voor 't gezag der Overheden.

Toen was de verschrikking des Heeren over al de koninkrijken rondom het kleine Juda, zoodat ze niet krggden tegen Josaphat.

Na dien tijd zoekt hg zich te sterken door eigengekozen vleeschelgke middelen en achl dan gaat het snellij k naar beneden. Hij begint den Heere uit 't oog te verliezen en dan komen van zelf alle dingen in 't oog en valt de vreeze in 't hart. Dan gaat het aan 't plannen smeden.

Ik herinner u dit alles niet breedvoerig. Gij weet van dat ongelukkige huwelijk van zgn zoon met een goddelooze vrouwe uit 't huis van Achab. Hig heeft natuurlgk allerlei argument en maakt zich misschien wel wijs, dat door die vereeniging, nog eens Juda en Israël als een geheel zal opbloeien in Davids geslacht.

Een mensch kan al wonderlgke gedachten denken om de beschuldigingen van eigen geweten 't zwijgen op te leggen.

Bij hem was zoo heel geleidelijk Achab en diens vriendschap in Gods plaats gekomen. Wat een slechte ruil en dat voor zulk een man! En die ruil wordt niet goed, al doen duizend bij duizend dagelijks 't zelfde.

't Genadig verleende voorrecht, om levend van zgn onvermogen overtuigd te zijn, was geweken, nu hg een rietstaf in zigne hand heeft; en die riefstaf moet gebroken worden zal hg weder op den Heere, als zgn Liefste Heiland leeren steunen.

Luchthartigheid staat soms plotseling voor den afgrond.

Josaphat brengt bezoek aan Achabs hof. Allicht zat de politiek daar achter. Achab ontvangt Juda's Koning met blijdschap en richt feestmalen aan ter zgner eere.

Achab zoekt partij te trekken van Josaphats tegenwoordigheid en port hem aan om mede op te trekken naar Ramoth in Gilead, Josaphat kon niet onbeleefd zijn en [Israels sterkte is ook zgn voordeel, 't Verbond is gesloten. „Zoo zal ik zgn, gelgk gij zgt en gelgk uw volk is, zoo zal mijn volk zign."

Heeft de Koning bg dit contract met Achab den Heere geraadpleegd? Wel neen! mgn lezer; alleen, nMat 't besluit is gfeïiomsn, wil hij voor i^u godedienstig fatsoen zal ik maar z^gger, den Heere in de zaak betrekken en dan nog wel vooraf weten den uitslag. Vreest hg misschien? Spreekt daar iets van binnen? In elk geval, de Baals priesters — en zg zgn velen! — worden geroepen, , j

Achab is ook wel vroom; alleen op eenigszins andere manier als Josaphat wellicht, maar ook godsdienstig,

Zgn mannen, zgn baalsdienaars, weten wel, dat een aangename leugen voor Achabs oor beter klinkt dan eene harde waarheid.

Juda's koning weet wel met wat soort „profeten" hg te doen heeft en welk altaar zij dienen, en hg brengt in 't midden den raad: Vraagt toch als heden naar het Woord des Heeren. Dat was aan 't hof te Samaria iets heel ongewoons, iets dat Achabs dwaasheid vindt, maar.... goed. Eén is er, maar hij zit in het gevangenhuis. Gg weet den afloop. iMicha predikt Gods waarheid en gaat naar den kerker terug Josaphat zwggt, doch zgn geweten is bezwaard. Hg moet over alles heen. Straks optrekken tegen de Syriërs, om Achab te helpen en komt in de grootste moeite. De Syriërs dringen op, krggen de overhand en vervolgen Josaphat, in de gedachte wellicbtj dftt hig Achab is. Een held Gods zonder wapenrusting is ook maar een ellendige. Wie moet hem helpen, als de Heere het niet doet? Achab? En zgne legers? In die doodsangst komt bij 't uit te roepen n.l. tot den Heere. O! als hij eens in zoo'n verkeerden weg kwarn testerven!

Een jongeling, die God vreesde, was eens op een kermis verdwaald. Hg meende, dat velen hem aanzagen, alsof ze zeggen wilden: Wat doet gg hier ? Op eens valt hem de gedachte met kracht in: O! als ik hier eens moest sterven; hg ontvliedt het terrein en de Heere brengt hem op de kniein, overtuigt hem van zgn verkeerden weg en vernieuwt straks zijn' vrede.

De Heere helpt Josaphat en maakt het telkens weer terecht, als zgn volk het vaak diep bederft; en als dan Gods kinds met heilige schaamte terug mag keeren, en al hunne dwaasheid hun onder 't oog komt, dan kunnen ze wel zingen van 's Heeren gróote goedertierenheid, die ons nooit doet naar onze zonden en ons nooit vergeldt naar onze ongerechtigheden.

Josaphat komt te Jerusalem terug met vrede; de rietstaf is hem uit de handen geslagen en tot zijne diepere vernedering hoort hg uit den mond van Jehu, zoon van Hanani deze snijdende vraag: Zoudt gg den goddelooze helpen, en die den Heere haten liefhebben?

Daar zijn jaren verloopen, 't Bericht komt, dat Moabs volk, Ammons kinderen en de Ammonieten in groote menigte opkomen ten strgde tegen Juda. De legers staan reeds te Engédi. Die vganden zgn machtig als wreed en branden van oorlogswoede.

Thans gaat gansch Juda tempelwaarts, om den Heere te zoeken. De Koning voorop. En de Koning bidt. Nu is de held in volle wapenrusting. De sterkte is God.

Wat wordt allea klein, als de Heere alleen groot mag zgn! Gods trouw, Zgne gunst, Zigne almacht mag hg bekennen en beide zgne oogen slaan op den Heere en Zgne deugden, in de handhaving waarvan hij al zijn heil ziet. Een onmachtig Koning sterk!

Als zoo onze oogen gericht mogen zgn op den Heere, dan raken wij er buiten en alle schepsel op den achtergrond.

De Heere aan de spitse is 't levensgeheim van een geloovig volk.

Alle Gods helden zeggen: Och, Heere vereenig mijn harte tot de vreeze Uws Naams I

'k Ga niet verder met U hooren, welk eene verzekeringen Josaphat daarna ontving, hoe hg en 't volk boog voor den Heere en Deze het wonderlijk uitrichtte en genade des geloofs gaf. Zóó veel, dat ze vooraf reeds den Heere, den God Israels met luider stem ten hoogsten prezen.

Josaphat keert zonder gestreden te hebben terug en zag het heil des Heeren, Met buit beladen komen ze in Jerusalem, hg en al zijne manschappen.

Hier is gebedsverhooring. Hier, op deze bladen der Heilige Schrift, is klaarlgk aangewezen, dat het goed uitkomt, als onze oogen op den Heere mogen zgn in oprecht geloof.

Of er ook menige traan gevallen is op de buit van 't overwonnen volk, meldt de geschiedenis niet. Wel moogt gij het er voor houden, omdat gewoonlgk, als de Heere toont, dat Zgn oog op ons staat in gunste, een pleng offer gebracht wordt, tot dankerkentenis, van dien God, die Zgn Woord bevestigt,

Welk een hooge eere is het Jezus toe te behooren, en in levende overtuiging van eigen onbekwaamheid gedreven te worden tot de Bron der krachten en door geloof, waren heldenmoed te bezitten, omdat de Heere alles is en ik niets.

Soms smaalt men op de leer van ons onvermogen, omdat men haar niet kent; zelfs wordt er wel eens mee gespot. Ach! wisten velen, dat de rechte kennis van eigen totale onbekwaamheid het middel is om te leeren roemen in den Heere en Zijne sterkte!

Nog iets. Tusschen Jerusalem en den Olgfberg lag een dal, 't welk het „dal van Josaphat" heet. Eens sprak de Heere (Joel 3:12) dat Hij aldaar zou zitten om te richten alle Heidenen van rondom.

Men weet niet juist, waarom dat dal dien naam draagt. Zou het met deze geschiedenis in verband staan?

De naam van onzen koning beteekent: Wien de Heere oordeelt, of wien Hg richt. Nu is dit in Gods leidingen met hem bizonder uitgekomen. Want onze God zit op den troon en schikt het lot van Koningen en volkeren, en in genade oordeelt Hg al Zgne kinderen, die in het dal des ootmoeds komen met ledige handen en in nood en gevaar mogen waken en bidden, vertrouwende op den Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's