De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Geen stap verder.

Het rapport, dat de Staatscommissie voor de Dramatische Kunst aan H. M. de Koningin na drie maanden beraad uitbracht, geeft bij lange na niet wat redelijker wgze van een ernstige commissie had mogen verwacht worden.

Door de snelle afwerking van het stuk, teneinde den minister toch maar in staat te kunnen stellen, om nog bgtgds een nieuwe aanvrage van een subsidie voor het tooneel voor het volgend jaar mogelgk te maken, werd de principiëele beschouwing van het vraagstuk slechts zeer oppervlakkig belicht.

Wat de commissie hier produceerde mist alle belangrijkheid.

Met een breed gebaar maakt zij zich van de zaak, waarom het hier gaat, af.

Dit geldt zoowel van de argumenten vóór subsidiëering als van de bezwaren tégen subsidiëering. 

Een paar grepen uit het rapport mogen dit nader aantoonen.

Na de stelling geponeerd te hebben, dat wat de hoofdzaak betreft de Dramatische kunst op één lijn staat met de Wetenschap, ziet de commissie de vraag, waarom de Dramatische kunst behoort gesubsidieerd te worden, als volgt onder het oog: 

Evenals alle hoogere levensopenbaring, zoo met name ook de Weten­schap, wordt waarachtige kunst slechts door een minderheid van het volk in die mate gewaardeerd, dat zg daarvoor' financieele offers van eenigen omvang bereid is te brengen. Daarom moet de Staat haar den weg effenen. Voor d« Wetenschap is dat reeds lang geschied en eveneens hebben Rijk, zoowel Gemeente de zorg voor het samen. brengen en bewaren van de voort brengselen der schilderkunst reeds sinds tientallen van jaren niet meer aan den kunst dn van vermogende bgzondeie personen overgelaten, beseffend, dat deze op zichzelf onvoldoende is, om de schilderkunst op het hooge peil te houden, waarop zij ten onzent kanen behoort te staan.

Na een zelfde redeneering over hei muzikaal kunstleven gehouden te hebben betoogt de commissie, dat thans op baat beurt de Dramatische kunst bg de Overheid om steun komt aanklopppen, de kunst, zooals zg schrgft: „van oudsher een der belangrijkste en rijkste openbaringsvormen van het artistieke leven. Om verder aan de hooge eischen, die deze kunst zich moet en wil stellen, te voldoen, moet de Overheid haar bijspringen en zg meent daarop hetzelfde recht te kunnen doen gelden als haar zusterkunsten.

Het is opmerkelijk, hoe de commissie hier in één adem noemt wetenschap voortbrengselen van de schilderkunst ei Dramatische kunst.

Gaan alle vergelijkingen meestentijds mank, voorzéker geldt dit van de opsomming der commissie.

Immers de Dramatische kunst wordt op het tooneel opgevoerd, en als „ dan het milieu kent, waarin de opvoering plaats heeft, de wijze waarop gespeeld wordt en de samenstelling waaronder het geheel wordt ondergebracht, dat vraagt men zich af, hoe de commissie er toe gekomen is de Dramatische kunst op één Ign te stellen met de Wetenschap en met de producten, die de schildet' kunst heeft voortgebracht.

Zeker, de commissie stelt, om overheidssteun te verkrijgen, voor de opvoering óok voorwaarden.

Daarover schrijft het Anti-Rev, Friml Dagblad zoo volkomen juist:

Niet natuurlgk krggt elk tooneelge zelschap geldelijken steun. Neen, neen er zijn voorwaarden Zoo mag b v. geen tooneelstuk worden opgevoerd, dat op de een of andere wgze oproer predikt; ook _ dat de „zedelgke grondslagen van volksleven" aantast, — overigens een vrg vage uitdrukking en ook geen, dat kwetsend is voor de godsdienstige gevoelens van andersdenkenden.

Men herkent hier oude paardjes. De voorwaarden, hier genoemd, Iqken wonderveel op die, waaraan volgens de mannen van '67, de openbare school moest voldoen: .Opvoeden tot trouw aan koning en vaderland;

„Nette" burgers kweeken; Geenerlei aanstoot geven inzake der godsdienst.

Even oppervlakkig als nu de argumenten vóór subsidiëering in 't rapport worden gedemonstreerd, staat het met de bezwaren die tégen subsidiëering worden aangevoerd.

We noemen slechts een tweetal, die in het rapport worden onder de oogen gezien.

In de eerste plaats: het ijdellijkge bruiken van Gods Naam op 't tooneel. Het werd door sommige leden der Staalscommissie ontkend, dat dit vaak(l) zou voorkomen. Opgemerkt werd door andere leden, dat dit gdellgk gebruik evenzeer voor het tooneel als voor Let dagelijksch leven moet worden afgekeurd.

Het misbruik moet worden gekeerd omdat het publiek recht heeft te ver langen, dat het in zgne godsdienstige gevoelens niet wordt gekwetst. En in de tweede plaats: het spelen op Zondag.

Het bezwaar uit dien hoofde tegen het tooneel werd, zoo schrgft de commissie — van de zijde der tooneelisten wel erkend. Hun zou de Zondagsrust begeerlgk zgn, waartegenover zg echter stelden, dat dan het mindersooriig vermaak des te meer bezoekers zou lokken. Ook werd opgemerkt, dat moeilgkheden met betrekking tot de Zondags wetgeving duidelgk aantoonen voor hoe groote bezwaren men komen te staan bg verdere regeling van de Zondagsrust ten deze.

Ziedaar alles, wat over deze twee bezwaren in het rapport wordt gezegd.

Oppervlakkiger kan het haast niet. Van de andere bezwaren geldt't zelfde. De indruk die het rapport in zijn' geheel maakt, is, dat hier vrg nutteloos werk is verricht.

De Staatscommissie heeft de zaak geen stap verder gebracht.

Er dreigt gevaar.

In „Door Plicht tot Recht", het orgaan onzer Chr. Postmannen, schrgft de heer J. Stoutjesdgk het volgende: Nu er allerwege op meerdere Zondagsrust aangedrongen wordt, nu door den Minister van Waterstaat een Zondagszegel is ingevoerd, geheel in overeenstemming met het verlangen van ons, Christelgk protest, georganiseerden, nu de nieuwe dienst voorwaarden zeggen dat niet meer dan 4 uur dienst op Zondag gedaan mag worden (helaas is het laatste nog niet van kracht), juist nu worden er telkens treinen ingelegd voor postvervoer op Zondag. Er dreigt gevaar dat onse Zondagen in 't gedrang komen. Alle conducteurs worden opgeroepen om alle uitbreiding van postvervoer op Zondag aan het Bondssecretariaat op te geven, opdat ons Bondsbestuur hier met alle kracht tegen op kan komen en Zijn Exc. den Minister van Waterstaat onmiddellgk kan voorlichten {De N. Haagsche Cour.)

Onze Chr. vakpers.

Met ingang van November zal „Crescendo", het orgaan van den Bond van Chr. Politiebeambten in Nederland, tweemaal per maand verschijnen.

Niet alleen kwantitatief, ook wat het gehalte betreft, wil de redactie het orgaan opvoeren, door gebruik te maken van de pennevruchten van meer ontwikkelde en hoogstaande mannen, zoowel voor sociale als voor politieaangelegenheden. {De Rotterdammer).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's