De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

OMBRA. VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 44)

Wat heb ik haar al veel van de allerheerlqkste beloften Gods voorgelezen, maar 't slot er van was telkens: Och VaderI dat is heerlijk, maar 'tis niet voor mg. Doch Psalm 88, daarvan zegt ze: dé, t is voor mij!

En weet je, waar nu voor haar 't licht schgnt?

Zg vroeg me gisteren: Vader, die dezen Psalm gemaakt heeft, was dat een kind van God? ...."

Ombra was nu terstond achter 't geheim, en 't verraste haar zoo, dat ze haar oom in de rede viel met de woorden: „Nu begrgp ik het in eens: zg denkt, dat als een kind van God dat alles precies zoo kent als zg nu, dan kan zg toch wel een kind Gods zgn, en zal ze wel tot ruimte komen ook."

Oom had er nu niets meer aan toe te voegen, want hij zag, dat ook het gelaat van zgn vrouw begon te glansen, en Willem ook glimlachte. Allen zagen plots iets wezenlijks, wat niemand nog had waargenomen, hoezeer men ook zocht. En allen waren er nu zeker van, dat Mina toch wél een kind Gods was. Voor haar eigen bewustzgn was 't nog wel niet zoo, maar blgkbaar gebruikte de H. Geest dat graflied als middel, om die bewustheid in haar te wekken. 't Arme schaap! — zei tante Betje meewarig — och, dat de Heere toch maar gauw mocht doorbreken."

En oom Johannes zei daarop: „Zg liepen als een stroom Hem aan; Hg liet hen nimmer schaamrood staan. Hg wendde straks hun lot."

Allen verstonden daar dit uit: Wg moeten aanhoudend den Heere bidden voor Mina.

Ombra was heengegaan zoo vol gedachten, dat ze, toen ze reeds op den weg was, zich bewust werd, dat ze in 't dorp niets en niemand had gezien: ze schrok er een weinig van, want het was, of ze in een korte plotse zweving uit het huis van oom Johannes naar hier was gekomen. O ja, dèt had haar zoo bezig gehouden inwendig, dat zg, die in een herberg te midden van vloekers en spotters was groot geworden, nu haar zoo Christelgk opgevoede nicht zooveel vooruit was. En dat had ze nu enkel den Heere te danken, want niets of niemand had haar ooit aangespoord om Hem te zoeken: Hgzelf had haar gezoeht, en nu wist ze al zoo goed als iemand, dat zg eeuwig Hem toebehoorde. Zg was er een van Oosten en Westen, had Mien gezegd, en zg zou aanzitten met Abraham, Izaak en Jakob, zg, een meisje uit een kroeg; zg, een zuster van Pemmal

Ze was nu toch buiten, waar niemand het zag, en liet de tranen van zalige blgdschap langs de wangen stroomen. En dan ineens dacht ze weer aan Mien, en bad, dat de Heere zich in al zgn liefde en genade ook aan die arme tobberd mocht openbaren.

Ze liep even de tuinderg in, waar Wgnand werkte. Van Loon was hier vóór aan den weg bezig. , Dag baas! waar zit Wgnand? Zou'k 'm even kunnen spreken ? " „Je moet maar eens zien, Ombra I — den weg weet je hier wel." Zg liep om de schuur heen, en zoodra ze hem daar in de verte zag, stapte ze sneller aan, om bg hem te komen. Hg zag haar naderen en kwam naar den kant van 't pad, om haar den gang over 'den omgespitten akker te sparen,

, Ombra, — er scheelt toch niks? " Hg wist, dat het niet haar vrije middag  was. , Ik ben bg oom Johannes geweest. Mien is ziek." „Ja, dat wist ik; maar 't is immers niet erg? " „'t Is wêl erg, Wgnand." Ze vertelde hem alles, wat ze er van wist, en dan schudde hg meewarig het hoofd. „Wat zou je denken, Ombra, — zal ik er eens naar toe gaan? "„Zeker, dat moet je doenl Je bent nu toeh ook zooveel als familie; en je weet, dat ze je daar wel graag eens hebben " „ Zou 'k dan vanavond maar eens gaan ? "

„Nee, Wijnand, ga liever morgen; ik ben er nu pas geweest; ga jg dan morgenavond; dan komt er overmorgen wel een van ons hier even aanloopen. En mocht het heel erg zijn, kom dan morgenavond nog even op „De Polen, " Hg hield even een hand tegen 't voorhoofd en zei: „Ombra, weet je wat? Ik kom dan in elk geval morgenavond even naar je toel"

„Goed, dat is 't allerbeste. Nu ga 'k gauw heen, anders mocht je baas me hier den toegang eens verbieden. Dagl" „Dag!"

HOOFDSTUK XVI.

Wat bad Ombra veel voor haar ziekfl nicht! Ja, ook wel om haar herstelling maar veel meer, en veel vuriger, dat ze zich het eigendom van haar Zaligmaker mocht kennen, en tot volkomen rust en vrede zou geraken.

Maar wat had het haar bg één harer vele bezoeken aangegrepen, toen ze, terwgl ze met tante Betje aan de tafel zat plotseling haar nicht in de andere kamer zoo angstig hoorde roepen:

„Benauwd!.... benauwdl"

{Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's