De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 45)

Tante was er terstond heen gesneld, en zg haar tante dadelgk na, en oom was uit de wagenmakerg komen aanloopen, bleek van schrik. En dan had ze Mien gezien, met het hoofd en de schouders reeds buiten de bedstee, als om er uit te vluchten. En o, dat angstige gelaat, 't beeld der voleindigde benauwdheid, had haar zoo duidelgk aan Pemma herinnerd, en haar hart met verstarrende verslagenheid vervuld. Ach, Mien ging in alles den weg van Femma.

„Heere! Heerel help tochl Ontferm U over Mienl"

Doch meteen had ze, als instinctmatig, beide ramen hoog opgeschoven, en dan was de zieke als uitgeput, maar verkwikt door versche lucht, spoedig ingedommeld. En ach, dat de bange ziel nog immer maar niet tot ruimte en licht kwam: 't bleef altgd even donker en hopeloos. Ze zag wel, dat het tante Betje erg ter harte ging; 't goede mensch begon er mager van te worden. Dat ze haar dochter moest verliezen, o, dat zou zulk een slag zgn, maar dat ze die lieveling de eeuwigheid zou zien ingaan zonder bewuste hoop op de zaligheid, dat deed haar 't haft ineen krimpen.

En ook aan oom Johannes meende Ombra te kunnen merken, dat hem de moed begaf. Want ze had hem gevraagd, wat hg er van dacht, dat de Heere doof scheen te zgn voor Mina's gedurig bidden, smeekend, kermend bidden, en de tranen waren uit zgn oogen gekomen en hg had het hoofd geschud als iemand, die geen raad meer wist, en hg had verlegen gestaan als een hulpeloos, radeloos kind. Dat oom Johannes nu ook niets wist te zeggen, dèit had haar angstig aangegrepen, want zg hield het nu voor mogelgk, dat Mien niet behouden zou zgn. 

Ze was heen gegaan, naar huis, over­ w stelpt met angstige zorg, en waar ze ging h of stond, daar bad het in haar ziel voor v Mina, dat de Heere haar mocht genadig v zgn, maar de twijfel sloop daarbg binnen s en deed er zóó rumoerig, dat 9e haarl eigen bidden niet meer gewaar werd. En de Heere zou toch niet hooren; naar haar zoo min als naar haar nicht!

En dan stil aan kwam het in haar, dat ze ook zelf niet zou behouden worden; als ook zg eens op haar sterfbed zou nederliggen, zou 't ook donker zgn voor haar, en even angstig en wanhopig als Femma zou ze de eeuwige donkerheid te gemoed treden.

O, 't werd haar nu zoo bang, en bidden kon ze dan in 't geheel niet meer, en 't was haar of God eindeloos ver van haar was; en ver van Mina, ver van alles en allen.

Mevrouw merkte 't en Stientje en als ze haar vroegen, zei ze rondweg wat haar deerde, en als ze haar met holle vrome praatjes wilden sussen, wees ze beiden op het ontzaglijk ernstige van't sterven, en dat geen deugd, geen braafheid, maar alleen de volle genade van Jezus Christus noodig was, om zonder schroom de eeuwigheid in te gaan. 't Was zeldzaarn, hoe vrgmoedig haar de eigen bewustheid van haar toestand maakte, en beide vrouwen als voor 't aangezicht Gods stelde.

Ze sliep dien nacht haast niet, en telkens weer herhaalde ze dezelfde bede om 't behoud van Mina en om de verzekering des Heiligen Geestes voor haar zelf, dat zg 't eigendom van den Heere Jezus was.

Den anderen dag ging ze alweer naar de zieke, die maar altgd met gevouwen handen op haar sponde lag, in den sluimer zelfs de lippen bewegend als biddend. Geen woord had ze nog gesproken en Ombra ging heen, even wgij als ze gekomen was. Ook den anderen dag was haar reis tevergeefs.

Maar den derden dag ! Woensdag. Ze had nu haar vrijen middag en hoopte er een paar uur te toeven.

Ze gmg de wagenmakerg in, om zoo min mogelgk de rust te storen, Willem kwam haar te gemoet met stralende  oogen en fluisterde: Ombra! Mien is niet meer bang!" 't Was, of de knaap zelf daar pas den allergrootsten schat had gevonden. Hg leidde zgn nicht binnen, in de woonkamer, en zag er terstond haar oom en tante als overstelpt met heilige vreugde.

„Ombra I de engelen juichen!" zei haar oom, haar hand vattend. En tante glimlachte, terwgl haar oogen vol dankbare tranen stonden.

„Ombra! kom hier bij mg — zei ee, de hand naar haar uitstrekkend — ik zal 't je vertellen." Ze wachtte niet eens, tot haar nicht al bg haar was gekomen.

„O, je hadt dat moeten hooren, na die lange stilte, en dan de manier, waarop ze zei: Moeder! — Ik hoorde 't aan de stem, dat zg wat goeds had te zeggen, en daarom ging ik haastig naar haar bed. Wat is 't, mgn kind? zeg ik, en ze zegt: Moeder, nu ben ik niet meer bang. Ik zeg: wel mgn lieve kind, ben je niet meer bang? Hoe komt dat? — En» zegt: Moeder! ik weet nu zeker, dat de Heere Jezus mg liefheeft. —

Wel, Ombra! ik kan je niet zeggen, hoe op slag het hart in 't Igf me opveerde van de allergrootste blgdschap die ik van al me leven heb gekend. Ik zeg: maar mijn kind toch, 't is toch wel waar! Hoe weet je dat? En wat zegt mjj die lieve engel? —• Moeder, Hij heeft het mij in mijn hart gezegd, en Hg zegt niets anders, en ik weet het, ik zie het, dat Hij het meent. {Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's