Stichtelijke overdenking.
Amos 4 vers 12b: Schik u, o Israël, om uwen God te ontmoeten.
Schik u!
Het is een aangrijpende gedachte, dat de mensch eenmaal zgn God zal ontmoeten. Hoever hij zich hier ook afkeereof vervreemde van zgn Maker, dat zal Hem niet blq vend gelukken. Zooala God Adam vond, die zich onttrok en voor God verborg, zoo zal Hg ieder vinden.
Ontzaglijke ontmoeting. God is het Licht bij 't welk gansch geene duisternis is. In den verblindenden glans van dat Licht aller Lichten wordt 't binnenste vanden mensch ontdekt en bloot gelegd. Dan baten geen vonden of vijgebl& ren; alle verbloeming en bemanteling ia dan waardeloos. „Gg stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns."
Wij zullen eens voor God verschijnen, en dan wee dien, die geen Borg heeft. Het is te verstaan, dat de zondaar zich poogt te onttrekken aan deze ontmoeting. Het is levendig te begrijpen, dat Adams eerste gedachte na dén val was: waar berg ik mij ? dat hg omzag naar een schuilplaats. Zgn conscientie zei hem, dat hg voor God niet bestaan kon. De bewustheid van schuld deed hem uitzien naar verberging. Zoo is het nog; de mensch, die zich aan God poogt te onttrekken, getuigt tegen zich zelf.
Dit pogen is nutteloos; wij allen zullen geopenbaard worden voor den rechterstoel Gods. Ontzaglgke ontmoeting 1 Niet dit is verkeerd, dat de mensch een schuilplaats zoekt, want het zal vreeselqk zijn om zonder eenige dekking gesteld te worden voor den verblindenden glans van Gods heilig Recht. Maar de fout ligt hierin, dat hg het niet op de rechte wgze doet. Wat hg aangrijpt ter beveiliging, het kleed zijner eigen gerechtigheid of het mom der onverschilligheid, zal niet bestand zijn tegen de pglen der Wet.
De waan, dat God genoegen zou nemen met 's menschen eigen werk, is Godonteerend en ziel verder vend. In deze waan schuilt de zondige minachting en geringschatting van de deugden des Heeren, en God laat zich niet bespotten.
Daarbij zgn er zoovelen, die volslagen gedachteloos voortleven. Gg kunt niet «eggen, dat zij valsche dekking zoeken, want zg zoeken gansch geen dekking; zq leven zonder God in de wereld, zonder gedachten aan de eeuwigheid. Voor hen bestaat niet anders dan dit aardsche leven met zgn lief en leed, met worstelingen en nooden, met zijn triomfen en genietingen.
Ernstig vermaan doet Gods Getuigenis hiertegen uitgaan; zoowel 't zoeken van valsche beschutting, als 't weigeren van elke dekking wordt veroordeeld. De ^mensch wordt gewaarschuwd, om niet te rusten, vóórdat de eenig-veilige schuilplaats hem dekt; om 't niet te wagen met een droeve inbeelding, maar te vluchten tot Hem, Die gesteld is als Middelaar tusschen God en den zondaar. Hoe menigwerf klinkt ons legen: onderzoek, beproef uzelf nauw. Acht 't niet gering, leef er niet over heen, sluit er uw oog niet voor, want vreeselij k zal 't zgn onvoorbereid te vallen in de hand des Heeren.
Zulk een waarschuwing beluistert gg ook in bovenstaand Schriftwoord: Schik u, o Israël, om uwen God te ontmoeten, Daar gij diepgaand verschil tusachen menschen en menschen, ter zake van het feit, dat zij God zullen ontmoeten. Daar zijn er, die de gedachte daaraan zelfs uitbannen als ondragelijk en angstaanjagend, terwijl anderen er naar uitzien als het toppunt van leven en zaligheid, uitroepende: Mgne nieren verlangen zeer in mijnen schoot; zingende van een blij vooruitzicht, dat hen streelt.
Vanwaar dat verschil?
Het is tastbaar, dat dit verschil zgn grond vindt in de gansch uiteenloopende verwachtingen, die zich aan deze ontmoeting verbinden.
Voor den een draagt deze ontmoeting een bange, verontrustende verwachting van oordeel en verwerping, terwgl de ander alsdan hoopt te beluisteren het lieflijke woord: Kom in, gg gezegende, en beërf de vreugde, die u is weggelegd.
't Zal een ontzettend oogenblik zgn, als den goddeloozen van de lippen des Almachtigen zal tegendreunen: Gaat weg, gg vervloekten, in het eeuwige vuur I En daar zal geen derde zgn; öf weggezonden in den eeuwigen nacht, èf opgenomen in de eindelooze heerlijkheid; het één of het ander.
Nu zgn er menschen, die meenen, d«.t ge 't maar stil afwachten moet, wat u is weggelegd; gij kunt er toch niets aan doen, zooals 't beschikt en beschoren is, zóó komt 't. 't Helpt niet, of ge hier aan zoekt te wrikken; zooals het van eeuwigheid is vastgesteld, zoo zal 't over u komen, in spijt van al uw tranen en zuchten.
Hier is waar en onwaar bedriegelgk doorééngemengd.
Waar is dat 't komt, zooals het van eeuwigheid is beschikt, maar onwaar, een verfoeielgke leugen is 't, dat al uw tranen en zuchten daar niets mee te maken hebben. Want Hij, die 't einde bepaalde, heeft ook de wegen en middelen beschikt, die tot dat einde leiden moeten; en tranen en zuehten zgn mede de middelen en wegen, die voeren tot dit heerlgke einde, dat straks in de poorten des hemels de eeuwige God uwe ziele zeer liefelijk zal omhelzen.
Deze dooreenmenging van waarheid en leugen : 't komt, zooals 't van eeuwig is besteld; en, 't helpt niet of ge weent en zucht, bidt en worstelt, de zuilen der eeuwigheid verwrikt ge niet, is de wgsheid der onaandoenlgken, die hunne conscientie in slaap sussen met het goddelooze woord uit Maleachi's dagen : het is tevergeefs God te dienen, want wat nuttigheid is 't, of gg zijn wacht waarneemt.
Neen, zegt de profeet, de tijd komt, dat gij onderscheid zien zult tusschen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient, die tijd komt.
Met die wgsheid der onaandoenlgken kan geen vrede hebben 't hart, dat ontdekt werd aan diepe afgronden, aan groote schuld en bange verlorenheid. Dat leert klagen vanwege de zonde, en acht geven op het woord.
Dat is heel iets anders dan de wijsheid der onaandoenlgken: 't komt er niet op aan hoe gg leeft, wat gg doet of zoekt, 't komt toch gelgk 't besloten werd.
Zich schikken, het is vlak 't tegendee van die zorgelooze, zondige onaandoenlijkheid, die op zien komen speelt. Het is vierkant tegengesteld aan dat achteloos en gedachteloos voortleven, zonder God in de wereld, als kwam er geen einde aan. Het is diep doordrongen zijn hiervan, dat wij hier geen blgvende stad hebben; het is grondig verstaan, dat dit leven werd gegeven als 'n leerschool waarin wg moeten voor-en toebereid worden om God te ontmoeten.
Schik u! neen, gy doet 't niet, die misschien wel de uiterlgke gedaante der godzaligheid draagt, mogelijk wel „gelijk als alleszins godsdienstiger" zgt, doch wier hart ongeschokt en onbewogen voortgaat, zonder u te bekommeren om God en Zijn heiligheden.
Gij ook niet, die elke opkomende gedachte aan 't ontzaglgk oordeel Gods tot zwggen brengt door uzelf voor te houden, dat ge er niets aan doen kunt.
Gij evenmin, die u 'n schuilplaats optrekt uit de bouwsteenen van het eigen werk en de eigengerechtigheid.
Ook gij zelfs niet, die misschien de helft van uw vermogen wegschenkt en uzelf rijgt in 't enge keurslijf eener slaafsche plichtenleer, die gebod op gebod en regel op regel stapelt; dingen, die als grond voor zielsbetrouwen waardeloos zgn.
Neen, zich schikken, dat deed die tollenaar, die bad: o God, wees mij zondaar genadig; die dichter, die smeekte: och Heer', och wierd mijn ziel door U gered! dat deed Zacheus, die Jezus wilde zien als zgn Borg en Goël; zich schikken, dat doet elk verbroken en verslagen zondaarshart, dat leert vluchten en zuchten tot den Heere Jezus en niet aflaat vóór Hg sprak: Ik ben uw heil.
Dat „zich schikken" heeft ten doel God te kunnen ontmoeten t
Dat weegt zwaar; God te kunnen ontmoeten als een verzoend God en barmhartig Vader, die onze zonden achter Zijn rug wierp, en de overtredingen uitdelgt om Zgnentwil; die niet meer toornt; Wiens majesteit niet meer verschrikt, beangst, verteert, neen, maar veelmeer koestert, bestraalt en zaligt; God ontmoeten, zooals een kind zijn Vader, van wien hij lang was gescheiden, maar nu voor immer wordt hereenigd.
Maar hoe is dat mogelijk? Hoe zal 't ooit daartoe kunnen komen? Enkel en alleen in en door en om Christus, den waren Immanuel. Buiten Christus is God een verterend vuur, bg 't welk geen zondaar kan wonen.
Buiten Christus moet de eisch van Gods recht den zondaar neerdrukken in den eeuwigen dood; en al spraakt gij de taal der engelen, en al gaaft gg uw gansche leeftocht aan de armen, en al zoudt ge uw vleesch kastgden en uw oogen uitgraven, en gg hadt Christus niet, dan zoudt ge nooit geschikt zijn om God te ontmoeten. Christus is de eenige en algenoegzame Middelaar Gods en der menschen; zoo gij in Hem geborgen zijt, is Gods gunste u verzekerd.
De. Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zgne handen gegeven. God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende.
En al zgt gij dan de grootste der zondaren, verworpen en verstootendoor de menschen, geplaagd en verzocht door de duivelen, bestreden en aangevochten door de machten der hel; melaatschvan l hoofd tot voeten, vol wonden en striemen en builen; arm en blind en naakt, jammerlgk en ellendig; zóo, dat gij uzelf moet aanklagen: 'k ben door Uwe wet te schenden, krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart, maar gg ssluis * Tei. 69. wat de Administratie hebt Christus, welnu, dan zgt gg geschikt - om God te ontmoeten.
Om Hem zóo te ontmoeten, dat Hg tot u zeggen zal: gg verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste, zie Ik zal uw steenen gansch sierlijk leggen. Ik zal u op saffieren grondvesten; Ik zal uw glasvensteren kristallgnen maken, en uw poorten van robgnsteenen; vrees niet, want gg zult niet beschaamd worden; uw maker is uw Man, Heere der heirscharen is Zijn Naam.
Voor een kleinen oogenblik heb Ik u verlaten, maar met groote ontfermingen zal Ik u vergaderen; in een kleinen toorn heb Ik mgn aangezicht een oogenblik van u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal ik Mij uwer ontfermen, spreekt de Heere, uw Verlosser.
O zalige ontmoeting! Dat alles^s alleen in Christus, om 't eeuwig en vrij machtig Welbehagen.
Zich schikken, dat is dus: in Christus schuilen, met al den nood van zonden en wonden vlieden tot Christus, en tot Hem zeggen: Heere, bg U schuil ik.
Schik u o lezer, gij kunt't niet; God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende! En de apostel roept uit: die ons nu hiertoe bereid heeft is God, Die ons oók 't -onderpand des Geestes gegeven heeft, 't Is alles, alles genade. 't Wil niet zeggen, dat gg u begveren moet om Gode aangenaam te worden.
't Is niet de voorwaarde, waaraan gg van uw kant voldoen moet, om in genade bg God aangenomen te kunnen worden; neen 't is Gods gave.
Christus wordt van God geschonken tot Wgsheid, Rechtvaardigheid, Heiligmaking en tot een volkomen Verlossing. Schik u; zoo lang uw hart koud, dor en ongevoelig blijft, kan er niets van komen. Het moet levendig, opmerkzaam, gevoelig, verbroken worden, en dan wordt het een vluchten en zuchten en vlieden, en schuilen bg Jezus.
Maar, vraagt ge, als 't in eigen kracht ondoenlijk is; als er niets van komen kan zonder de toevloeiende Geestesgenade, die 't harte wederbaart, levend en gevoelig maakt; als 't alles genade, Geestes-genade is, en zonder die genade 't hart is als de heide, die 't niet gevoelt, wanneer/t goede komt, waarom wordt 't hier dan geëischt, bevolen, vermaand?
Hier is de goddelgke, opvoedende Wijsheid des hemelschen Vaders.
In 't kader dier valsche wgsheid der onaandoenlgken past een vermaning als deze niet. Maar — merk daar wel op — Hg, Die 't einde bepaalde, beschikte ook de middelen, die tot dat einde leiden; Hg, Die de zaligheid Zgner kinderen bestelde voor de grondlegging der wereld, gaf ook de wegen, die daartoe voeren zullen. Daartoe behoort ook deze vermaning, die 't hart onrustig, begeerig, verlangend moet maken. Dan wordt de band aan den ploeg geslagen, maar als het dan na korter of langer tgd van eigen werk en inspanning doordringt: 't gaat niet, wg vorderen geen etap, dan leert de ziel vragen: Heere, schik Gij mg!
Dan keert 't gebod in den vorm van een gebed tot den Heere weer. Heere, Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal; och dat mgne wegen gericht werden, om Uwe inzettingen te bewaren.
En zoo komt het: op uw noodgeschrei, doe Ik groote wondren. En de weg naar den hemel wordt op de knieën bewandeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's