De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 47)

En al meteen sloeg ze de handen in elkaar, want ze werd zich bewust, dat ze haar Heer en God terug had, dat alle nacht en duister uit haar hart was geweken, en Hij ook in haar Z'n almachtig: Er zg licht! had gesproken.

't Jubelde in haar, en ze moest zich bedwingen om niet in trippeldans over den weg te wandelen, want haar hart danste van heilige vreugde.

En als ze door 't hek van „De Polen" ging, bleef ze plots staan en zei luidop:

„Daar! nu heb ik vergeten, even bg Wgnand aan te loopen, en'^t ook hem te zeggen!"

Ze was uu in een zeer eigenaardige stemming, geheel onder den machtigen indruk van 't hooge leven, dat pas ontwaakt was in haar tot sterven bereide nicht. Dat was geheel het leven van iemand, die gereed stond een nieuwe, heerlqke, heilige wereld in te treden en voor niets aandacht had, dan wat tot die nieuwe wereld behoorde, en w^ar de Persoon harer allerhoogste liefde in eeuwige glorie troonde. En onder dien indruk voelde ze haar eig«n leven zoo plat, zoo laag bg den grond, zoo koud, zoo aardsch. 't Hooger leven kwam haar beschuldigen, dat ze zich zooveel bekommerde met de dingen dezer wereld, die vergaan, eu van onder die dingen dook ook Wijnand op.

Wgnand ... ze verbeeldde zich, dat ze soms hem liever had dan Jezus, en al haar denken en droomen meest hem belangde. En ze voelde 't, dat dit zoo zou blgven, dat de liefde tot Wijnand de liefde tot haren Heer in den weg stond. Ze overlegde zelfs, of het niet haar pljeht was, om zich van hem geheel los te maken, om onbekommerd zich, met al wat ze was en had, den Heere toe te wgden.

Maar 't weten werd dan weer nieuw voor haar, dat God den mensch had gemaakt man en vrouw, om tot één vleesch te zi{n, tot volmaking van't on­ d d volmaakte, en om door middel van het heilig huwelijk het eeuwig Godsplan mede uit te voeren. En als nieuw klonken de Apostolische woorden in haar: „deze wereld gebruikende, maar niet misbruikende, alles bezittend als niet bezittend."

's Avonds kwam Wgnand met een ietwat bezwaard gemoed naar „De Polen", om eens te informeeren, waarom Ombra niet even hem bescheid had gebracht van Mina's toestand.

„Ik had nu juist even naar je toe willen loopen, om 't je te zeggen, " zei ze, en vertelde hem, wat zóó haar had vervuld, dat^ze hem geheel vergeten had. Hij was big 'met wat hg aangaande Mina hoorde, en hg had er een eigenaardig behagen in, dat Ombra hem had vergeten, omdat ze zoo volop van de gemeenschap des Heeren genoot.

Nadat ze hadden afgesproken, dat ze morgenavond eens samen naar oom Johannes zouden gaan, ging Wijnand weer heen, tot het hek uitgeleid door Ombra.

Toen ze den anderen dag samen bg den wagenmaker waren, gaf deze hun den raad, niet gelijk naar Mien te gaan, | 't Was beter, dat ze beiden afzonderlijk gingen en een enkel woordje met haar spraken, Wgnand ging eerst en werd terstond door haar herkend. Hg vroeg haar, hoe 't met haar was, en of ze nog hoop had op herstelling.

„Hoop op herstelling — zei ze met tamelgk heldere stem — hoop op terugkeer naar 't gebrekkige en vergankelijke — spreek liever van vrees voor herstelling — doch ik denk niet daaraan — Hij is altijd bg mij, en ik zal nu altijd bg Hem zijn."

„Je verlangt nu zeker altijd naar den hemel, niet waar Mina? "

Ze richtte even weer den blik naar hem en zei:

„Ik heb aan den hemel nog niet gedacht, Wgnand, Ik kan maar alleen denken aan den Heere Jezus, en ik verlang naar niets dan naar Hem."

Wijnand voelde iets van beschaamdheid, alsof hij een glad verkeerde vraag had gedaan, en beschuldigde zich zelf, dat hg nog nooit ernstig zich het denken van een der wereld afstervende had ingedacht. Hier was nu een, die 't hoogste leveu op aarde leidde, omdat ze haar éénen voet reeds in de eeuwigheid had gezet. Hier was er een, die door een kier iets zag van de waarachtige heerlgkheid, en deze kende maar één zaligheid: Jezus, Wat had hg veel over den hemel gedacht, den hemel, die zgn toekomstige eeuwige woonstede zou zgn, omdat hg 't leven in Christus had gevonden. Nu, hier, vroeg hij zich, of de hemel het wel waard was, er zooveel over te denken, waar het hart toch niet in de eerste plaats vroeg om een plaats, maar om een persoon, om een „Hulpe tegenover hem." 't Wedergeboren hart smachtte naar den levenden Christus, den AUès in allen. De bruid verlangde naar den Bruidegom, en zoo ze ook al naar Zgn woning verlangde, was dat toch maar alleen, omdat ze daar Hem zou ontmoeten, . . .

Hg wilde afscheid van haar nemen, en nog een goed woord tot haar spreken, maar 't voelde hem, of hg hier voor een koningin stond, en hg kon geen woorden verzinnen. Hg reikte haar zgn hand toe en zei: ”Mina!” ....

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's