De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

4 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 48)

Hij hoopte meer te zullen zeggen, zonder dat h^ nog wist, wat, doch zg vatte al 't woord, waarmee zg afscheid nam:

„Wijnand! Jezus, en niets dan Jezus!" „Jal" zei hg en drentelde heen. Tante Befje, die bg^na altgd in de ziekenkamer was, had de weinige woorden, nu gesproken, gehoord, volgde Wijnand en wenkte Ombra, dat zij nu wel even mocht komen.

Haar nicht zei, dat ze zoo terstond zou gaan; zg wilde eerst van Wgnand hooren, hoe de zieke gesteld was.

Hij zag zoo ernstig, beschaamd ernstig, en zei: „Je moet daar niet spreken, luisteren!" maar Oom Johannes stemde dit hoofdknikkend toe. Dan ging Ombra, met een gelaat zoo ernstig als van iemand, die een stervende bezocht. Maar toen ze Mien vriendelijk en wonder gelukkig haar zag toelachen, was terstond heel haar gelaat éen blijde lach.

„Dag mgn lieve Mienl" .

„Dag mgn lieve Ombra I — Ja'kweet het wel, dat jg ook naai: Jezus verlangt — ...."

Kgk, daar rolden Ombra ineens de dikke tranen over de wangen. En toch lachtte het om haar lippen.

„Ja, Ombra, 't zijn hier op aarde maar tranen, die kunnen zeggen, hoe lief Hij ons heeft, en hoe lief wg Hem hebben...."

Ombra's tranen zongen dan nu een hymne. „Je naam is Ombra — omber beteekent donker, donkere aarde. Wist je dat wel? Ik geloof, dat ik dat in een boek heb gelezen. Of, neen — 't beteekent schaduw. Maar precies komt dat er niet op aan — schaduw is ook donker. — Jezus is de zon, het groote, eenige licht. Jouw tranen zullen altgd blinken van dat licht...."

Ombra pakte haar hand. „Dag lieve Mien!" De zieke zei:

„Als je Jezus niet lief had, , zou je dé, t niet zóo zeggen. Alles, alles voor Hem, en om Hem!"

Ze maakte haar hand los en Ombra ging dralend heen; en als ze zich naast Wgnand had neergezet, bleef ze zitten, alsof ze daar alleen was.

„Ja, — zei haar oom — d& t eerst is leven!"

Toen de beide jongelui heengingen, waren ze zóo onder den machtigen indruk van wat ze aan de sterfspoude hadden beleefd, dat ze geen woord spraken, omdat ze in zich meer dan genoeg hadden, om er mee bezig te zgn.

Ombra had Mina's hand wel willen vasthouden, om — indien 't gekund had — met haar 't leven der heerlgkheid in te gaan, eeuwig nabg haar Jezus. Ze voelde, ze zag 't leven op aarde, als enkel donkerheid en schaduw, 't leven bg Jezus in eeuwigen UohtglanB "^van liefde, blgdschap, rust en vrede.

„'k Zou met haar mee willen gaan, Wgnand!"  „Ik ook, , Ombra< »! — Ik dacht aan dat versje: „In 't donker gaan wij henen Tot Jezus komt. Wg wachten, waken, weenen. Tot Jezus komt."

„Zie jq 't dan ook wel eens donker, Wijnand? "

•0! — zei hg — 'k heb mijn ziel soms zoo bang vol, dat ik gaarne voor altijd de wereld den rug zou willen toekeeren. 't Leven Igkt soms zoo mooi, Ombra als je 't een eindje van je af ziet; maar vlak bg valt het geweldig tegen. En altgd denk je, dat wat komt. beter zal zgn. De aarde is verdorven om der zonde wil. O, 'k ben soms zoo mo« van 't vruchtlooB hopen ...." Ombra glimlachte.

„Bé, dat had ik van jou niet gedacht; je hebt daar nooit over gesproken. Kan jg dan ook wel eens heel erg verlangen naar de verlossing en naar den Heere Jezus? " Nu nog bg 't natrillen in zijn ziel van Mina's woorden, weerhield niets hem, om iets heel intiems van zichzelf te zeggen, nu voor 't eerst:

„O, Ombra I 'k heb zoo vaak, verborgen tusschen de struiken, mg op mgn knieën geworpen en, met de handen uitgestrekt naar den hemel, gesmeekt: „O, Heer Jezus! neem mg nu bg U, voor eeuwig bij U"

Haar ziel werd verrukt van die woorden uit zijn mond. Nu voelde ze een eenheid met hem, zooals ze die met Mina bewast was geworden aan haar bed. „Zeg dat versje nog eens Wgnand!" Hg herhaalde 't:

„In 't donker gaan wg henen, Tot Jezus komt. Wg wachten, waken, weenen, Tot Jezus komt, "

Ze zei het na, en liet er op volgen: „Dat is mooi, Wgnandl"

Ze wandelden samen naar haar ouders, om 't daar te vertellen, hoe 't met Mien was. Ombra wist wel dat haar moeder in geen geval deze zieke zou bezoeken, doch haar vader meende ze daartoe gemakkelgk te kunnen bewegen. En nadat ze iets van Mina's ziekte en veel van haar verlangen naar' den Heere Jezus had verteld, beloofde hg de-volgende week eens te zullen gaan.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's