Feuilleton.
OMBRA.
VAN STERVEN EN LEVEN.
Een waar verhaal door JAN VBLTMAN. 51)
Dat was gisteravond toen ze bij haar oom vandaan kwam al begonnen en nu van morgen had ze weer een en ander verkeerd gedaan, wat zoo ongewoon was, dat Stientje vroeg:
„Maar Ombral wat heb jij toch te prakkiseeren ? "
En mevrouw merkte alles nog veel scherper op ! En nu zou ze haar wel gaarne 't groote nieuws meedeelen, maar — 't was waarschqnlqk beter, hiermee nog wat te wachten. Toch zou ze niet gaarne willen, dat mevrouw en Stientje 't nieuws eerst van anderen hoorden ....
Daar kwam mevrouw juist; zq zag bleek en scheen erg gejaagd.
„Ombra, kom je even bij mg in de kamer? "
„Nu dadelqk, mevrouw? " »Ja, dftdelqk maar, dan is 't uit I" Wat was dat nu? . Zoti mevrouw er al van gehoord hebben? Ze volgde haar terstond.
„Zie zoo, ga daar maar even zitten.'k Wou je zeggen, dat we tot een besluit zijn gekomen. Max moet hoogerop studeeren; wq zagen er erg tegen op, dat hg alleen daar naar toe zou, en nu gaan we, zoolang hg studeert, daar een villa betrekken. Max blijft dan onze huisgenoot, en ik kan hem big ven leiden. We laten dit hier onbewoond; alleen de tuinbaas blijft op , De Polen" om er toezicht te houden tot wg hier terugkeeren. Je schrikt daar zeker wel een beetje van; je hebt me altiijd trouw gediend, en we hielden van eli^nder - nooit iets gehad - en au zoo spoedig - zoo onverwacht - van elkaar. - Maar ik zal 't goed met je maken, en - we big ven vrienden. We weten geen van beiden, hoe spoedig we elkaar zullen noödig hebben. Maar ik reken op je, en jg moogt op mg rekenen. We hebl3en elkander leeren kennen...."
Ombra, zeer verrast, kon nu haar eigen nieuws niet langer inhouden.
Mevrouw 1 — ik wilde 't u —seggen— dat Wgnand waarstibgnjgk heel spoedig - rzelf tuinder wordt op een mooi spul, een heel beste zaak — en dat wij...."
Mevrouw sloeg de handen in elkaar. „En dan ga je heel gauw trouwen ? — Wel, dat treft al heel bgzonder!"
Ombra moest nu meer van de zaak vertellen, en ze deed dat graag, doch zweeg van het geld, dat er noodig" zou zijn, en mevrouw vroeg dienaangaande niets. Ze toonde echter wel haar blgdschap en sprak den wensch uit, dat God hen rgkelijk mocht zegenen met alles, wat hen wezenlgk gelukkig kon doen zijn.
Nog geen viur later sprak mevrouw alweer met haar en fluisterde haar toe:
„Nu we toch verhuizen, wil ik een deel van de meubels wegdoen en daaronder zal dan wel wat zgn, dat jij goed kunt gebruiken !"
Beiden schenen danig in haar schik te zijn.
En Stientje ook, nu ze van Ombra's trouwplannen hoorde, want nu behoefde ze 't niet langer te verzirggen, dat ze met mevrouw mee ging en in haar dienst bleef.
Ombra kreeg toestemming om nog dienselfden dag haar ouders te beaoeken, om ook met hen over die plots opgekomen plannen te spreken.
Vader noemde wel niet, maar liet toch voelen het bezwaar, dat als Ombra trouwde, zij haar ouders wel ni«t meer mee zou kunnen ondersteunen. Doch zij verzekerde, dat ze, in overleg met Wgnand, zou doen wat ze kon. En daarmee was de zaak in orde.
Ombra evenwel wist dat haar ouders, hoewel vader nu zelf goed mee moest aanpakken, zonder haar hulp — behalve de huishuur — er nu wel konden doorscharrelen, want moeders negotie ging steeds vooruit, en de verbouw der vruchten was telkens bgzonder meegevallen.
Roosje zou maar geen naaister worden; voor eigen huishouding kende ze nu genoeg van 't vak. En daar moeder al den dag uit was, vond ze overvloedig werk thuis, omdat ze ook veel arbeid met vader op 't land verrichtte. Haar zenuwgestel was heel wat sterker geworden, en 't schokken bijna geheel overgegaan. Ze had nu ook dat kinderachtige niet meer, en in manieren en natuur deed ze zieh — in alle eenvoudigheid—zóó goed voor, dat haar vader haar nu en dan plaagde met de verzekering, dat ze de eerite van zijn kinderen getrouwd zou zgn, en zij nam dat heel goed op, vooral van haar vader. Want die twee waren èf in huis, 5f op 't land bgna immer samen en hielden veel van elkander.
Want Roosje was door alles heen goedig en werd bij den dag zorgeamer; en zoo zuinig, dat moeder nooit lof fenoeg voor haar had. En die genegenheid harer ouders maakte 't haar gemakkelgk, in dit huis als een Christinne te leven. Natuurlgk liet ze vader en moeder in alles baas, maar als 't tijd was van bidden en danken en Bij bellezen, dan was zij baas, en de ouders lieten 't zoo. En geen kerkbeurt sloeg ze over, en de ouders rekenden daarmee. Want de kerk was haar liefste aardsch tehuis, en als de predikant maar niet te diep ging, genoot haar ziel daar veel, en zou z' er veel genieten zelfs al preekte de leeraar tien keer 't zelfde, want lang kon ze niet met een preek toe: 't gehoorde was spoedig vervluchtigd, en in haar hart hongerde't vaak naar wat ze pas had gehoord.(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's