De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

9 minuten leestijd

De oplossing van het kerkelijk vraagstuk.

Zooals men weet is er een poging gedaan om vertegenwoordigers van verschillende richtingen bij elkaar te brengen, opdat dezen met een gemeenschappelqk voorstel tot oplossing van het kerkelqk vraagstuk zouden komen.

Die vertegenwoordigers hebben een paar maal in kleiner en grooter kring vergaderd te Utrecht en te Amsterdam, terwql intusschen een commissie van zes was benoemd, om met een geformuleerd concept te komen, dat ten grondslag van de besprekingen kon worden gelegd.

Natuurlqk zijn er breede besprekingen gehouden, waarvan op verdienstelqke wijze door ds Riemens van Leiden aanteekeningen zqn gemaakt, welke notulen telkens zijn voorgelezen en geteekend. Zoo noodig kunnen deze ten allen tqde worden nageslagen, om te controleeren wat ieder zoo al gezegd heeft. Dat er dus niets gepubliceerd is intusschen is niet, omdat er niet te publiceeren viel, maar omdat men eenstemmig oordeelde, dat publiceeren hier geen pas gaf, daar daü de onderhandelingen eer belemmerd dan bevorderd zouden worden en de besprekingen ook niet gehouden werden om ze zoo spoedig mogelqk aan de groote klok te hangen, maar wel om zoo goed mogelqk tot overeenstemming te komen tot overeenstemming, zeggen we met opzet. Want er was natuurlqk geen overeenstemming.

De een ziet de dingen zoo gansch anders dan de ander, en het is dikwijls "' zoo moeilijk om elkaar ook maar eeniger mate te leeren verstaan'èn elkander recht te doen met woord en daad.

Daarbq liggen de dingen zoo verward, dat het bqna wanhopig lijkt om er orde in te scheppen, waarbij een geschiedenis van honderd jaar en langer maar niet met een pennestreek ongedaan kan worden gemaakt.

Onzerzijds — en we stonden daarin gelukkig gansch niet alleen — is beweerd, dat het. belijdend karakter onzer Herv. Kerk niet kan en mag geloochend worden. In de Formulieren van eenigheid, van Doop en Avondmaal vindt men de belijdenis waarop onzen Herv. Kerk gefundeerd is en waarmee ieder in de Herv. Kerk ook, wat geesten hoofdzaak, aard en karakter dier belqdenis betreft, moet instemmen.

Principieel te kiezen voor het stelsel an evenredige vertegenwoordiging is an ook uitgesloten bij allen, die dat belqdend karakter der Kerk erkennen en willen handhaven. En de oplossing te zoeken door het vormen van flliaalgemeenten gaat 'ook niet. De belijdenis der Kerk is altijd weer het struikelblok. Gelqk ook bq de pogingen om te komen tot een modus-vivendi, tenzq men dan zou bedoelen een aanvankelqk samenwonen naar de verschillende richtingen met de bedoeling zoo des. te bet«r straks uit elkaar te gaan. Want een vreedzaam samenwonen als broeders en zusters van ketzelfde huis, terwql meü onderling zóo principieel verschilt van elkaar, dat het inderdaad ia „een huis dat tegen zichzelf verdeeld is" niag 'niet worden voorgespiegeld, daar het verschil valt in het gelooven of verwerpen van datgene, wat door God Zelf als een steen des hoeks is gelegd en door alle tqden heen de grond waarheid der Kerk is geheeten n.l. Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, gestorven om onze izonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

En als het dan niet blijven kan, zooals het nu is. Omdat zoo de Kerk haar ondergang tegensnelt. Omdat zoo het bestaan onzer aloude Geref. Kerk wordt bedreigd en ons volksleven daardoor verarmd zal worden. Als het dan zoo niet langer kan en mag blqven, wat moet er dan gebeuren?

Aan het vraagstuk van de verhouding van Staat en Kerk is de aandacht geschonken. En de afwikkeling van den finantieelen band tusschen den Staat en de Ned. Herv. Kerk te bevorderen vond algemeene instemming. De Synode hierbij op te wekken zich tot de Regeering te wenden, vond men goed en noodig. Totdat intusschen reeds de Regeering zich reeds gewend heeft tot de Synode en aansporing in deze overbodig is.

Over de verhouding van ons. Hervormden, tegenover hen die de laatste honderd jaren van ons zijn uitgegaan, naar rechts en naar links, is gesproken en dat kerkelqk gescheiden leven die principieel bq elkaar hooren is algemeen betreurd, terwql ook werd gevoeld, dat niet altqd recht gedaan is aan hen, die nu buiten de Herv. Kerk leven met dezelfde belqdenis, welke onze aloude Herv. Kerk had en heeft

Over de samenstelling van de Synode is gesproken en over heel onze kerkelijke organisatie. Over... Maar waartoe meer genoemd ? 't Is niet noodig. Want juist omdat er over veel en velerlei gesproken is, breed en ernstig door mannen van allerlei richting, hebben we saam gevoeld, dat de dingen niet in één tempo behandeld kunnen worden en zgn we ten slotte het hierin eens geworden, dat we ons terug moeten trekken van het vele, om te beginnen met het begin en wel met deze nuchtere aangelegenheid: laat ons trachten het zóo te regelen, dat vóór er een oplossing van het kerkelqk vraagstuk komt, er een regeling komt, dat niemand straks voor de keuze van het beginsel of de portemonnaie gesteld zal worden en dat niemand straks de risico loopt „naakt aan den dqk" te worden gezet.

Een sober begin. Maar to«h noodsakelqk, omdat er straks toch weer zooveel van zal afhangen voor de verdere oplossing van het groote en moeilijke probleem.

Hier willen we dadelgk waarschuwen tegen misverstand.

„0f we het dus mogelqk willen maken, dat onze Herv. Kerk straks uiteenvalt in allerlei groepjes?

Dat is ons bedoelen geenszins. Het doel, dat ons voor oogeii staat, is niet om 't allerlei richtingen finantieel mogelgk te maken zich zelfstandig te gaan organiseeren; maar om het de Kerk mogelqk te maken zich als Kerk over het belgdenisvraagstuk uit te spreken.

Waarbg ons begeeren is, dat de Herv. Kerk als Herv. Kerk zich meer komt te openbaren in het midden des volks, waarbg allen die met de beginselen van het gereformeerd-protestantisme instemmen en daarbq willen leven, in die Herv. Kerk thuis hooren en ook in het midden van die Kerk moeten leven.

Maar vóór er een poging in die richting gedaan wordt willen we een regeling treffen, dat toch vooral niet aan de billgke belangen van de bezwaarde partg of partgen zal worden te kort gedaan.

Niet de verbrokkeling van de Ned. Herv. Kerk te bevorderen of te zoeken is ons doel en streven.

Ons staat haar herstel voor oogen. Haar herstel als Kerk met een echt kerkelgk leven.

Maar we zouden niet gaarne willen, dat bij een mogelqke oplossing in die richting, ook maar in iets aan de billijke belangen' van de bezwaarde partij zou worden te kort gedaan, gelijk we ook hierbg big ven denken aan de reeds uitgetredenen.

We stellen ons dus voor, dat bij een mogelgke en gewenschte oplossing de Herv. Kerk voor de een of andere richmogelijkheid rekenen en niet wetende, wie de bezwaarde partg z^n zal, willen we een regeling treffen dat aan de billijke belangen van de bezwaarde partg — welke ook — niet zal worden tekortgedaan.

Volledigheidshalve willen we hier het min of meer „oflacieele", communique der besprekingen en besluiten, zooals we dat Donderdag j.l. vonden in het Weekblad voor de Vrij», Hervormden, nö eens laten volgen nu, waardoor men allicht duidelijker nog zich een voorstelling kan maken van 't geen verhandeld en besloten is.

't Luidt aldus:

a. Er wordt een voorstel aangenomen, om van alle lidmaten instemming te eischen met een belijdenis in den engeren zin van dat woord, een belijdenis, die het gevoelen der rechtzinnigen vertolkt,

De Vergadering is van oordeel, dat — indien niet wordt getracht, het vreedzaam samenwonen der onderscheidene richtingen in de Kerk mogelgk te maken door invoering van evenredige vertegenwoordiging, het vormen van filiaalgemeen ten of iets soortgelijks — zich drie gevallen kunnen voordoen als gevolg van pogingen, om het kerkelgke vraagstuk in verband met het bestaande richtingsverschil op te lossen.

6. Er wordt een voorstel aangenomen, om de Kerk nadrukkelijk te doen verklaren, dat zg van een belgdenis in engeren zin niet wil weten, de grootst mogelijke vrgheid verlangt, en geheel op het samenwonen van verschillende richtingen wenscht te zgn ingericht.

«. Zoowel een voorstel a als een voorstel b wordt verworpen.

Mocht geval e zich voordoen, dan zou daaruit blijken, dat de Kerk geen oplossing van het kerkelgke vraagstuk begeert.

Doet zich echter het geval a of het geval b voor, dan wordt de Kerk voor groote groepen van leden, die thans tot haar behooren, onbewoonbaar, zoodat zg, misschien óok door de wet, en anders toch door hun geweten, worden gedwongen, met de Kerk te breken.

De Vergadering meent, dat dit geen reden behoeft te zijn, om een poging tot oplossing van het kerkelgke vraagstuk na te laten, en de Kerk niet in de gelegenheid te stellen, zoowel over een voorstel a als over een voorstel 6 zich uit te spreken.

Zg wenscht echter zeer bepaald, dat de groepen van leden, voor wie bg aanneming van één der voorstellen de Kerk onbewoonbaar zou worden, geen financieel nadeel zullen Iijden, Nu acht zij het onuitvoerbaar, iegelijk met de beslissing over die voorstellen of daarna bepalingen in het leven te roepen ter schadeloosstelling van de bezwaarden.

Daarom is zg van oordeel, dat het maken van bepalingen met het oog op eventueel bezwaarden aan het nemen van een beslissing moet voorafgaan

En dus doet zg daaromtrent een voorstel, een voorstel, dat derhalve niet als op zichzelf staande moet worden beschouwd, doch als een, dat moet dienen, om den weg te openen voor een poging tot oplossing van het kerkelijke vraagstuk zonder onbillgkheid en zonder krenking van rechten.

Is dit voorstel eenmaal aangenomen, dan zal, naar zg meent, zonder hartstocht en in der minne een beslissing kunnen worden genomen.

Om het karakter ervan duidelijk te doen uitkomen, geeft de vergadering in overweging, bg aanneming van het voorstel te bepalen, dat de aangebrachte reglementswijzigingen eerst op een nader vast te stellen tgdstip rechtsgeldigheid verkrggen.

Het voorstel, dat nog nader in bgzonderheden moet worden uitgewerkt, houdt in het aanbrengen van zoodanige reglementswgzigingen, dat gemeenten en deelen van gedeelten de bevoegdheid ontvangen, zich zelfstandig te constitueeren met behoud van een evenredig aandeel van de kerkelgke goederen en de fiaancieele voordeelen, mits het gebruik daarvan voor godsdienstige doeleinden wordt gewaarborgd."

Natuurlgk zal nu verder bg dit voorstel nog wel een en ander te vragen over big ven en voor allerlei opmerking en toelichting zal ook nog wel plaats zgn.

Maar we willen het ditmaal hierbg laten, men kan dan eens rustig over een en ander nadenken en verdere bespreking volgt dan wel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's