De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft. Filip. 4 : 12 en 13.

Als dingen door Christus.

De Gemeente van Pilippi had aan Paulus, zoodra zij daartoe gelegenheid vond, iets gezonden, opdat er in zijn nooddruft voorzien zou worden. Misschien eenig geld. Zij hadden in ieder geval aau zijn nood gedacht. In het slot van zijn brief wil hij daarvoor nog zijn erkeatelqkheid uitspreken. Het gaat dus over heel natuurlqke dingen, uit het dagelijksche leven. Maar de apostel weet ook deze dingen te plaatsen onder het licht des Geestes, Hij bedankt op eene wijze, die getuigt van een verborgen leven in God, waardoor niet de eere wordt gegeven aan de gevers, maar wel aan Hem Die de harten neigt. Hij is grootelijks verblijd in den Heer e, zegt hij, omdat zq aan hem gedacht en in zijne verdrukking gemeenschap gehad hebben. Hij zegt dit niet omdat het zoo slecht met hem gesteld ware, als zij hem niets gezonden hadden. Neen, dat niet. Hij heeft geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen hij is.

„Ea ik weet vernederd te worden". Neen, dit heeft hij niet geleerd aan de voeten van Gamaliel; , ook niet door de geeselslagen en steenworpen op zich zelf, of door het Iqden van schipbreuk of het verlies van eigen vrijheid. Er zijn genoeg menschen die wel schipbreuk ge leden hebben, in figuurlijken zin, en die t«ch er niets door geleerd hebben. Menigeen moest wel onder de geeselslagen van het maatschappelgke leven doorgaan, maar werd er niet door tot God gedreven. Veel veranderde dan wel, maar men bleef innerlqk dezelfde. Er zijn wel die op de puinhoopen hunner liefste wenschen kwamen te zitten, wier weg vaak over den dooden-akker ging, die wel weenden, maar nimmer over zich zelf, die dan ook den flauwsten glans van het licht der eeuwige vertroosting ontberen moesten. Het volk dat veertig jaren in de woestyn was, heeft ook veertig jaren den Heere verdriet aangedaan .... Paulus had geleerd dat hg een doemwaardig zondaar was. Door den hemelschen Leermeester was het felle licht der ontdekking op zijn weg gevallen en van de hoogte der zelfverheffing was hg gekomen tot de diepte der schuldbelgdenis. W«l, dan kan hij toch niet murmureeren, als hg de geeselslagen ontvangt? Nog veel meer had hij verdiend.  En als hg dan dacht aan het lijden van Christus, en wist dat hij verwaardigd was om den Naam des Heeren smaadheid te Igden, ja, dan was 'them alles goed, zooals het hem door zgn Koning werd toebedeeld; het was hem ook goed geweest als hy uit PhiUppi niets ontvangen had. „Ik heb geleerd, zegt hg, vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben, eu ik weet vernederd te worden, ik weet honger en gebrek te Igden".

De levensnooden zgn in den laatsten tgd voor velen zeer toegenomen. Er is veel ellende, veel droefheid, veel vernedering onder de menschheid gebracht. Wie weet hoe zich dit alles nog vermeerderen aal. De droeve nasleep van den oorlog *al wel langer zijn dan de loorbg zelf. De bitterheden dss levens hebben zich vertienvoudigd. De marabronnen zijn ontelbaar geworden. Terwijl de zonden zich vermenigvuldigden, werden de wonden zooveel te dieper en pijnlijker.... O, hoe moeilijk is het nu om lijdzaam te zijn! Welk stil verzet woont in menig hart! Hoevele oproerige gedachten woelen door elkander, al zwijgt de mond, al wordt de tong in toom gehouden. Waarom ben ik vernederd, terwijl anderen in overvloed leven? Waarom klom het gebrek mgn vensters binnen, terwgl anderen zich in weelde baden? .... Het kan dan goed doen den Bijbel te openen, en den 73sten Psalm te lezen, over Asaf's benauwing maar ook over Asaf's ruimte. Toen hg in Gods heiligdom inging, toen hij dicht bij God kwam, rees hem het licht der eeuwigheid over de dingen van den tijd. Dan is het toch veel beter in God de vastigheid te hebben dan op de gladde plaatsen der goddeloozen te staan I Komt men met al zijn zorgen dicht bg God te staan, dan schijnt het Goddelgk licht niet slechts over die zorgen, zooals de zon het droeve landschap doet s«hitteren in haar weelde, maar het schijnt ook over eigen persoon, over eigen diep bederf. verwonder u er dan over dat u nog iets gelaten is, niet dat u iets of veel ontnomen is. En gedenk dan aan Hem, Die ons in het beeld van een schaap wordt voorgesteld, stemmeloos onder de hand zijner scheerders. En er kan rust liggen in de gedachte dat de drinkbeker der smart met de heiligste bedoelingen door een getrouwen Goden Vader aan de Zijnen wordt toegeschikt, opdat zij weten zouden niet alleen deel te hebben aan het lijden van Christus, maar ook aan Zijne heerlgkheid. „Het lijden van den tegenwoordigen tijd is niet te waardeeren tegen de heerlgkheid die ons zal geopenbaard worden, "

„Ik weet vernederd te worden; ik weet ook overvloed te hebben." Paulus heeft geleerd honger te lijden, niet door harding van het lichaam, maar door de kracht des Geestes en het vermogen der genade. Maar hij weet ook overvleed te hebben en verzadigd te zgn.

Nu weten wij zulke tijden van overvloed in Paulus' leven niet aan te wgzen. Maar hij heeft blgkbaar toch een zekere welvaart gekend, al vermeldt hij dit niet. Of het moest zgn dat hg vertrouwt op de kracht der genade, die, indien hg eens overvloed mocht hebben, hem uit den valstrik der verzoeking zou voeren. In ieder geval, hg heeft geleerd overvloed te hebben.

De laatste les is zeker even moeilgk te leeren als de eerste. Niet zonder reden zegt de Schrift: die rgk willen worden vallen in den strik. De tegenspoed is een zware verzoeking, maar de voorspoed niet minder. Zijn het geen sterke beenen die de weelde kunnen dragen? Het zgn maar al te vaak de gaven Gods in het tgdelgke leven, waarmede men van den Heere af hoereert. Toen Saul tot koning werd uitgeroepen, had hij zich in zijn nederigheid achter de vaten verborgen. Maar in de dagen zijner glorie keerde hij ïich van den Heere af; waarom hg verworpen werd en een droeven dood stierf. Hg mocht willen dat hg nimmer tot den glans van het koningsehap verheven was. Zoo mocht ook menigeen willen dat hg nimmer overvloed in aardsche goederen ontvangen had.

Nu behoeven wij hierbij niet slechts te denken aan hen die hun verdiende loon in kroeg en herberg brengen. Dezen weten zeker geen voorspoed te hebben. Of aan hen die aan zulke weelderige tafels aanzitten, dat zij hun gezondheid niet weinig schaden. Of aan hen die bij een gevulde brandkast droog brood eten, ., . Neen deze menschen weten geen overvloed te hebben. Maar afgezien van dergelijke zonden, hebben wg allen zulk een zondig, van God afkeerig hart, dat wg door genade alleen leeren kunnen in voorspoed dankbaar te zgn. Wij kunnen wel een kunstmatige dankbaarheid aannemen, maar dan verwarren wij vaak een , blgdschap over de gaven met een blijdsehap in den Gever. En die twee verschillen toch hemelsbreed. Het is gelukkig als wg wat dieper mogen graven en dan blijkt onae gewaande dankbaarheid een gepleisterd graf te zijn, van binnen vol zelfgenoegzaamheid en eigen-liefde, Bij deze kennis van ons booze hart buigen wg ons met schaamte, als de Heere in Zijn Woord zegt: „de os kent zijn bezitter, en de ezel de krib zijns heeren, maar Mijn volk heeft geen kennis, Mgn volk verstaat niet."

OI dat Toen Petrus' echeepke bijna zonk door de menigte van visschen die gevangen waren, heeft hij toen soms zgn berekeningen gemaakt voor de toekomst? Neen, over éen zaak was hij slechts bezig, die hem bovenmate bezorgd maakte. Zijn zonde tegenover een weldoend God. En hg riep uit: Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch.

In een gevelsteen staat ergens te lezen: „in den meesten voorspoed behoeft men de beste raad 1794". Die beste raad ontvangt men in de verootmoediging des harten. Een schuldig menschenkind te zgn en dan nog Gods zegeningen te ontvangen, in overvloed! Is het niet om luidkeels te schreien wegens onze ondankbaarheid? En als daarbij ook nog de wetenschap mag komen dat de Heere Zgn eeniggeboren Zoon voor mij ten offer heeft gegeven, met Wien Hg ons alle dingen schenkt, dan is er toch geen sprake van dat wij den Heere eenigszins zouden vergelden voor wat Hij in Zijn ontferming aan ons ten koste legde.

Niet in den overvloed verheugt men zich dan, maar in Hem, Die den overvloed schonk. Eene verheuging die gepaard gaat met een vermaak in Zgne geboden, waarin Hg Zgn volk vermaant te gedenken aan den nood van anderen; mildelgk te geven aan hen die gebrek Igden, te steunen den arbeid in Gods Koninkrgk, het werk der liefde te bevorderen.

„Ik weet overvloed te hebben, zegt de apostel; ik vermag alle dingen door Christus Die mg kracht geeft."

Neen, hij is van zichzelf die held niet, maar hij weet door Wiens kracht hg sterk wordt.

Alle dingen. Het is duidelijk dat hier bedoeld zgn alle dingen die tot zgn roeping behooren. Tot groote dingen is hij geroepen, om het kruis goed te dragen, om in voorspoed zijn God niet te vergeten. Maar in alle deze dingen wil hg schuilen in Christus alleen. In de grootste ontbering is Christus geduldig geweest, als een lam is Hg ter slachting geleid. Hierin is Hg de Plaatsbekleeder voor Zgn Gemeente. Haar vrucht is uit  Hem gevonden. Is er dus iemand die klagen moet over zijn op roerig hart in de dagen van gebrek en ellende, hg vinde zijn rust alleen in Hem, Die Zgn Vader gehoorzaam was tot in den dood. Daar gaat het om, te rusten in het volbrachte werk van Christus, zooals een boom rust op zijn wortel. En zulk een goede boom moet goede vruchten voortbrengen; om vergenoegd te zijn in hetgeen men is, om gewillig te zgn in den weg der 'ontberingen, om zelfs lofliederen te.zingen in de gevangenis.

Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

Ook het ware dankoffer heeft Christus voor Zijn Gemeente gebracht. Hij heeft den Vader in al Zgn deugden erkend en geëerd. Opdat wg, in de dagen van overvloed, klagende over onzen ondank, zouden rusten in Zijn Gode-waardig offer, zooals een boom rust op zgn wortel. De christen groeit alleen uit den Christus op. Die goede boom moet goede vruchten voortbrengen. En het hart spreekt den apostel na: Gode zij da»k voor Zijn onuitsprekelgke gave.

Wat zal ik, met Gods gunsten overlaêln. Dien trouwen Heer' voor Zijn geeft vergelden?

'k Zal, bg den kelk des heil», Zgn naam |_vermemen, En roepen Hem met blijd' erkent'nis aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's