Financiën.
Voor dat ik een en ander mededeel moet ik eerst eén briefje schrijven.
Aan de heeren
Gebr. H. te Leiden.
Hooggeachte heeren.
Uw brief van 20 Nov. 1.1. is in mqn bezit. Mag ik U langs dezen weg daarop het volgende antwoorden:
In het blad van 4 April j.l, hebt U, zooals U schreef gelezen dat ik op de eerstvolgende bestuursvergadering uw verzoek ter tafel zou brengen. Dit is gebeurd op de vergadering van 7 April. Met algemeene stemmen werd uw voorstel aangenomen. Er was niemand tegen. Het werd ook direct uitgevoerd.
Daarop plaatste ik in het blad No. 19 van 11 April j.l. het volgende:
Correspondentie: Aan het verzoek van Gebr. H. te Leiden zal worden voldaan.
Dit is blijkbaar door U niet opgemerkt. Waar ook weer eenigzina een oorzaak voor is, want met mijn opgaven was juist de derde pag. van de Waarheidsvriend vol, zoodat deze correspondentie op de vierde pag. kwam te staan en daardoor niet zoo zeer in het oog liep; daar hebt U geen erg in gehad."
Ik heb het blad van 11 April hier voor mij liggen. Als ü mij in de gelegenheid wilt stellen het U bgv. per Poste-restante te Leiden'of Utrecht toe te zenden kunt ge Uer zelf van overtuigen.
Ik vertrouw dat U hieruit zult zien dat wij geheel overeenkomstig uw verlangen gehandeld hebben en het misverstand hierdoor is opgeruimd.
Met hoogachting,
Uw dienstw. dienaar J. C. FLIEHE, penningm.
Ja lezer, 't is lastig als ge iemand een antwoord moet schrgven op een brief dien ge ontvangen hebt en ge weet zijn adres niet.
De heeren gebroeders H. te Leiden die ons retds zoo herhaalde malen verrasten zgn nog maar niet te vinden.
Gelukkig dat zij mg wel kunnen vinden en dat wg een blad hebben, waarin wg toch met elkander praten kunnen als wij wat te zeggen hebben.
Zoo wist ik vorige week ook het adres niet van een lid dat verhuisd was en toen ik het in ons blad had gevraagd, kwam er direct iemand uit Hillegersberg die mij terecht hielp. Maar het mooiste is dat hg deze gelegenheid met een waarnam om mg te verzoeken hem een busje te zenden voor het Studiefonds. Kijk, zulke ervaringen doen je het bezit van een eigen orgaan bg vernieuwing waardeeren. Er is ook geen beter middel om onzen bond vooruit te helpen. Ik ben even big, met een nieuw abonné als met een nieuw lid, want als iemand geregeld ons blad leest duurt het niet lang of hg geeft zich op als lid, zooala ik deze week nog ondervond. Eene Aug. C. v. d. W. uit Haarlem las sedert een jaar ons blad en kwam na tot het idéé, zoo schreef hg mg, „om lid te worden. Dese gedachte liet mg maar niet los zoo ging hg verder. Ik had geen rust voor en aleer ik het u had geschreven. Een mensch doet toch nog zoo dikwgls uitgaven die strikt genomen wel achterwege kunnen big ven en het geld daarvoor besteed heeft toch heel wat meer nut in de kas van den Bond. Ik zal maar een sigaartje minder rooken dan komt het toch op hetzelfde neer. Daarbg komt dat ik een uitzicht heb op salarisverhooging en uit dank mag ik wel zoo'n klein offertje brengen. Ik hoop penningmeester dat ge vóór het afsluiten van uw boeken met nog vele gaven zult verblgd worden." Tot zoover onze vriend uit Haarlem.
Ja dat vind ik ook zoo aardig. Er is bijna geen brief of geen postwissel of er is een goede wensch bg voor het afsluiten van de boeken. Een bewgs hoe er met den gang van onze fondsen wordt meegeleefd. Welk een band er toch bestaat. Nu de tijd (1 December) schiet hard op. Zoo'n laatste week, die kan een heel jaar soms goed maken. Zoo is het ook met juffrouw Verbeek. Wat heeft ze toch de vorige week roerend geschreven. Een steen zou er haast van smelten. Als er nu eens tien menschen waren die ze elk een briefje van tien zonden. Menschen! menschen! wat zou ze gelukkig wezen! Ze stuurde me dadelgk een telegram. Dat weet ik zeker. Want geloof het maar : als ze niet aan de f 200 komt, het zou een bittere teleurstelling voor haar zijn. Verbeeld je eens dat er eens iemand was die haar een briefje van honderd zond. Wat er dan gebeuren zou, daar durf ik niet voor in te staan.
Voor ik aan mijn postwissels begin nog één woordje. Mgn Haarlemsche nieuwe lid had het daar over «alarisverhooging in uitzicht, maar op een van de postwissels heeft iemand het over salaris verhooging die binnen is. Hij schrgft: „Weet U dat dezer dagen de Christelijke onderwijzers zooveel geld ineens in handen hebben gekregen?
De afrekening van het Rgk ingevolge de Wet de Visser. Deze reden om te offeren heeft U nog niet genoemd in de Waarheidsvriend. Ik zend U hierbg f5, als een dankoffer van mijn kant vopr het Leerstoelfonds." Ik zal hier verder niets bijvoegen. Ik geloof dat ons blad in handen van zeer veel Christelgke onderwgzers komt en nu, die moeten over deze zaak maar eens nadenken.
Wij vinden uit: Amersfoort door ds. B. Batelaan f 10, van mevr. N. voor Leerstoel-en Studiefonds.
Feyenoord door J. Bot, penningmeester der Afdeeling f 11, 40 als opbrengst van de collecte bg een spreekbeurt door dr. Severgn van Leerdam en f 5, voor de Bondskas tezamen f 16, 40.
Alphen a. d. Rijn door W. Bouman f 29, als opbrengst van de collecte voor het Studiefonds, bij een spreekbeurt door ds. G. Lans van Monster en f 5, voor de Bondskas tezamen f 34.
Monster door ds. G. Lans f 5, gevonden in de collecte en bestemd voor het Leerstoelfonds.
Amersfoort door ds. B. Batelaan, van mej. G N. voor het Studiefonds f 2, 50.
Utrecht van J. D. van Galen, christelijk onderwgzer f 2, 50 voor het Studiefonds verzameld door de kinderen van mgn klas.
Rotterdam van G. W, B. f 5, voor het Studiefonds. Verder heb ik nog een verzoek van houder van busje No. 107, wonende te Rotterdam om een adres waar hij zijn busje liefst in Rotterdam kan heen zenden, aangezien hg niet meer in de gelegenheid is er mede te werken.
In zoo'n groote stad waar zooveel van onze vrienden wonen is daar zeker wel iemand, die mg hiervoor zgn adres wil opgeven, dan is er geen kosten voor heen en weer zenden.
Hartelgk dank voor deze gaven, wij zien met belangstelling de laatste week van ons oude jaar tegemoet.
In afwachting, J. C. FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, Pelsrgckenstraat 28.
Postzegels, capsules en zilverpapier.
Met hartelgken dank ontving ik deze week een groot aantal pakjes. Hoeveel de inhoud er van met hetgeen ik nog in voorraad heb zal opbrengen, kan ik nog moeielijk bepalen. Maar gezien de lage noteering voor het oogenblik van deze artikelen, kan ik wel met zekerheid zeggen, dat zeker nog wel 50 gulden als het niet meer is ontbreekt om tot een een totaal van f 200 te komen. Waar zullen die vandaan moeten komen? ? ?
1e. van mej. O. N. te Monster postzegels, capsules, zilverpapier en 50 ets.
2e. Cornelia Via te Sommelsdijk, postzegels, capsules, zilverpapier en 400 halve centen.
3e. ds. Nugteren te Bleiswgk postzegels, capsules en zilverpapier, verzameld door de catechisanten enz.
4e. de kinderen van L Blok te Kamerik poatzegels, capsules en zilverpapier.
5e. de kinderen van J. M. Molenaar te Bodegraven postzegels, capsules en zilverpapier.
6e. Johan en Annie Post te Ouderkerk ad. Amstel, postzegeli, «apaulei en «ilverpapier.
7e. Willem Bikker te Leerbroek postzegels, capsules en zilverpapier.
8e. Marie en Alletta Broeren te Benschop postzegels, capsules en zilverpapier.
9e. Mgntje Blaas te Zegveld postzecapsules en zilverpapier. l0e F. Klgnstra te Sloten postzegels, capsules en zilverpapier.
11e. Hendrik en Cor Versluis te Benschop postzegels, capsules en zilverpapier.
12e. Ds. Mulder te Garderen postzegels, capsules en zilverpapier.
Harteligk dank voor deze vele toezendingen en de hulp hierin betoond.
Mej. H. H. VERBEEK. Francois Maelsonstraat 29, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's