Uit het kerkelijk leven.
Vergadering 18 December.
Donderdag 18 December zal dus D.V. 4e buitengewone ledenvergadering van onzen Bond te Utrecht gehouden worden.
Wij wekken in de eerste plaats de leden van onzen Bond op, die vergadering bg te wonen. De onderwerpen die aan de orde komen, 's morgens dat van de Kweekschool en 's middags dat van de financieele verhouding tusschen Kerk en Staat, ziyu waarligk de belangstelling wel waard.
Het Bestuur besloot in de volgorde van onze vergadering eenige wgziging aan te brengen. Gewoonlqk toeh was het zoo dat 's morgens het referaat werd gehouden, en dat dan de middag meer aan huishoudelgke werkzaamheden werd besteed. Ditmaal echter is dat juist andersom. Wij meenden, dat dit vooral met het oog op wat thans de hoofdschotel zal wezen, wenschelqk was. We beginnen dus 's morgens met wat ons gewoonlqk 's middags bezig hield. Vandaar dat ook de morgen vergader ing alleen toegankelgk is voor Bondsleden. Op die morgenvergadering zullen dan enkele mededeelingen gedaan worden betreffende de op te richten Kweekschool voor onderwijzers (essen), waartoe op de laatste jaarvergadering in beginsel besloten is. Uit die mededeelingen, waarop wg echter niet willen vooruitloopen, zal blijken dat er te dien opzichte plannen zgn die veel kans van slagen hebben. Ook de morgenvergadering belooft dus niet onbelangrijk te zullen zijn, en daarom hopen wij dat zij door onze leden trouw zal bijgewoond worden.
Het hoofddoel van onze vergadering is echter de bespreking van het gewichtige onderwerp dat des middags aan de orde zal komen. Het onderwerp dat mr van Apeldoorn alsdan zal behandelen is: „de financieele verhouding tusschen Kerk en Staat."
Hadden wg oorspronkelijk besloten dat door niet-leden voor deze vergadering kaarten konden aangevraagd worden, om de eigenaardige moeilgkheden hieraan verbonden, besloot het bestuur van dat besluit terug te komen en deze middagvergadering voor alle belangstellenden toegankelgk te stellen. Wij twijfelen niet, of, gelijk uit de aanvraag om kaarten reeds bleek, zullen velen van deze gelegenheid gebruik maken om den geachten referent over dit gewiehtige onderwerp te hooren en wg hopen en vertrouwen dat alsdan een vruchtbare gedachtenwisseling daarop volgen zal. De stellingen die mr. van Apeldoorn ons toezegde, hopen we in het nummer van de volgende week te kunnen mededeelen.
Alle belangstellenden in deze gewichtige aangelegenheid hopen wij dus, indien het hun eenigazins mogelijk is, den 18 dezer in het bekende gebouw te Utrecht vereenigd te zien. En zoo hopen wg dat onder den zegen des Heeren deze buitengewone vergaderingen niet alleen voor onzen Bond, maar bovenal voor de Kerk des Heeren in deze landen nog rijke vruchten zullen mogen afwerpen.
De zaak Netelenbos
Wg zullen de lezers van ons blad niet vermoeien met een breed relaas over de kwestie-ds. Netelenbos. Er is reeds zooveel over geschreven en men weet wel zoo ongeveer waar het om gaat, al is ook hier weer niet de kwestie zoo eenvoudig te stellen als velen doen. Want velen zeggen: „Ds. Netelenbos is ethisch en nu moet hg er uit bg de Gereformeerden." En of nu alles daarmee gezegd is wat er in deze te zeggen is, betwijfelen we ten sterkste, hoewel we daar nu verder niet op in gaan.
Waar men weet, dat ds. Netelenbos nu afgezet is — prof. Honig was reeds zoo vriendelijk om te voren te zeggen, dat de Herv. Kerk voor hem openstaat en dat hg dus niet broodeloos behoeft te zijn! — willen we hier het voornaamste uit de afzettingsbul afschrijven.
„De classis Middelburg, bgeen in gewone vergadering, den 19 Nov. '19 in de Gasthuiskerk te Middelburg, er acte van nemend, dat van ds. J. B. Netelenbos, binnen den hem gestelden termgn, geen herroeping is ingekomen van de afwijkende gevoelens, op grond van welke de vorige classis-vergadering met medewerking van de deputt. der Part. Synode van Zeeland, naar Art. 11 D. K. O. de schorsing van den Kerkeraad van Middelburg, van den 8 Oct. '19 heeft geapprobeerd;
Opnieuw in overeenstemming met het Rapport en de conclusies der Commissie Geesink c.s. vaststellende, dat ds. J. B. Netelenbos metterdaad gevoelens voorstaat, die geacht moeten worden in strgd te zgn met de Artt. 4 en 5 der Nederlandsche Geloofsbelijdenis :
Constateerende, dat het in de eerste plaats gaat, noch om eenige door ds. J. B. Netelenbos voorgestane en van de gangbare opvattingen afwijkende exegese (uitlegging) van enkele gedeelten der H. Schrift, noch om een bepaalde uitdrukking op zichzelf in welke ds. J. B. Netelenbos het Goddelgk gezag van een der Bijbelboeken ontkende: maar om het Ethisch beginsel, dat daaraan ten grondslag ligt n.l. de meening, dat de Boeken der H. Schrift eerst Goddelgk gezag erlangen door de werking van den H, Geest in het hart der geloovigen, waartegenover de Gereformeerde Kerken steeds hebben beleden en alsnog willen handhaven, dat deze werking van den H. Geest in het hart der geloovigen dit objectieve Goddelgk gezag niet schept; maar steeds doet erkennen, waarmede o.a. in strgd ie de uitdrukking van ds. J. B. Netelenbos — ook door de Oommissie Geesink c.s. gewraakt in haar Rapport — dat de laatste en diepste grond van ons geloof niet in de Schrift kan liggen, maar alleen kan gevonden worden in den mensch zelf, in het religieuze, wedergeboren Subject, den Christen, (zie J. B. N.'s „De grond van ons geloof", Utrecht '19, bladz. 6);
Beslait met leedwezen, opnieuw gehoord het advies van deputt. voornoemd, volgens Artt. 79 en 80 D. K. O. over te gaan tot afzetting van ds. J. B. Netelenbos van den dienst en hiervan kennis te geven aan den Kerkeraad van Middelburg en aan ds. J. B. Netelenbos."
Ds. Netelenbos heeft htti hier niet bg laten zitten en heeft een protest ingediend, waarin hij o.a. schrgft:
, De meening, dat de boeken der H. Schrift eerft Goddelgk gezag erlangen door de werking van den H. Geest in het hart der geloovigen, is noch ethisch, noch van mij. Volgens mij berust dat gezag op Goddelgke ingeving.
, De als gereformeerd voorgestelde meening van het «lassisbesluit, dat deze werking van den H. Geest in hefc hart der geloovigen dit objectief Goddelgk gezag niet schept, maar slechts doet erkennen, is ook de mgne. Mgns inziens verwart de classis den zgnsgrond van dat gezag met zijn kengrond. De zgnsgrond is de ingeving, de kengrond het getuigenis des H. Geestes in het hart. Als God mijn hart bewerkt, maar ook dan alléén, zie ik het Goddelgke karakter Zijner openbaring. Laatste grond dier openbaring is God en laatste grond van mgn geloof is ook God; maar dan niet God buiten mg, maar in mij. De classis had beter gedaan nauwkeuriger mijne meeningen te onderzoeken, dan mg op grond van kwalijk begrepen ethisch beginiel te veroordeelen."
Prof. dr. H. H. Kuyper bespreekt in , de Heraut" dit protest en schrijft, dat hij het gewenscht acht, dat mocht hier metterdaad niet anders dan een afschuwelijk misverstand in het spel zijn, het vonnis zal moeten wrden herzien. De weg daartoe staat ds. Netelenbos open. Hij kan van dit vonnis revisie vragen bij de meerdere vergadering en zi«h zelfs beroepen op de Gen. Synode. En gelukkig, dat deze Synode weer zoo spoedig saamkomen zal, dat een al te lang uitstel van de behandeling dezer zaak niet behoeft gevreesd te worden.
„Maar", zoo vervolgt , de Heraut": „Maar dan is het ook noodig, dat ds. Netelenbos klaarder en duidelqker dan hg dusver deed zgn gevoelen inzake het gezag der Schrift uitspreekt. Indien hg wat den zijnsgrond van het gezag der Heilige Schrift aangaat, volmondig erkent, dat deze de inspiratie van de Schrift door den Heiligen Geest is, en alleen wat den kengrond betreft naar het getuigenis des Heiligen Geestes in onze harten verwijst, dan kan zeker niet gezegd worden, dat dit in strijd is met onze Belijdenis. Artikel V onzer Belijdenis zegt toch uitdrukkelgk, dat „wij zonder eenige weifeling al wat in deze boeken der Schrift begrepen is, gelooven, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zgn."
„Het is wel zeer te betreuren, dat ds. Netelenbos èn door zijn optreden op verschillende plaatsen èn door allerlei niet onbedenkelgke uitdrukkingen het eigenlgke geschilpunt, waarop ten slotte de beslissing gevallen is, vertroebeld heeft. Noch voor dit optreden van ds. Netelenbos, noch voor deze uitlatingen nemen we het dan ook op; we gelooven zelfs, dat ds. Netelenbos daardoor aanleiding genoeg had gegeven tot censuur. Maar hierover gaat het thans niet. De Classis heeft op advies der Provinciale Deputaten het afzettingsvonnis ten slotte gegrond op één cardinaal punt. Juist op dit punt nu is de zaak blgkbaar niet tot klaarheid gekomen. Want wanneer ds. Netelenbos bereid is het objectieve gezag van de Heilige Schrift volkomen te erkennen, maar alleen staande houdt, dat de diepste grond voor ons geloof aan de Heilige Schrift ligt in het getuigenis des Hdhgen Geestes in onze harten, dan schijnt dit volkomen in overeenstemming met wat onze Belijdenis zegt. En we kunnen geen oogenblik veronderstellen, dat de Olassis iemand onwaardig sou verklaren om langer het predikambt in onze Kerken te bedienen, die hetzelfde zegt, wat onze Confessie ons leert " Wg zijn wel benieuwd hoe deze zaak nu verder behandeld zal worden en zal afloopen.
Rondom ds. Netelenbos schgnen zich velen in de gemeente Middelburg te scharen, waaronder dr. Buizer, dr. Scheps, de schoolopziener Bringa enz. Althans we lazen een berichtje als volgt:
„Aan den oproep van het Comité van vrienden van ds. Netelenbos om in een samenkomst de te nemen houding te bespreken, hebben ongeveer 81 personen gehoor gegeven. De leiding der vergadering was in handen van den heer F. S. Eringa, districtsschoolopziener."
Beschouwen we deze dingen naast den strgd die er gestreden wordt inzake het al of niet lid mogen zgn der N.O.S V. (Nederl. Christen Studenten-Vereeniging) en het optreden van ds. Wisse van Driebergen in de Luthersche Kerk te Amsterdam, dan kunnen we wel zeggen, dat het in het midden van „de Geref Kerken' op 't oogenblik niet precies pays en vrede is.
Wat niet 't minst ook blijkt nog uit een bericht dat ons juist voor het af drukken van dit artikel onder do oogen kwam. We bedoelen hetgeen de Nederlander meedeelde, dat n.l. op 27 Nov. j.l. een aantal studenten aan de Vrije Universiteit bijeen geweest zgn naar aanleiding van de schorsing en afzetting van ds. Netelenbos, Welke bgeenkomst is geëindigd met de verklaring dat men wel niet bevoegd was om over alle kwesties, die met de zaak-Netelenbos samenhangen, een oordeel uit te spreken, maar dat men nochtans de volgende motie meende te moeten richten aan den afgezetten Middelburgschen predikant:
„Ondergeteekenden, studenten aan de Vrge Universiteit, spreken hi«rbg hun sympathie uit met de grondgedachten van uw brochure , De Grond van ons Geloof", waarvan zij den invloed en de beteekenis voor de toekomst van het Gereformeerde leven van gewicht achten, terwgl ze zich overtuigd houden, dat deze bslangrgke dingen ten opzichte van U niet met voldoende waardeering zgn behandeld en hopen, dat dit alsnog zal geschieden".
Deze verklaring werd onderteekend door een 20-tal studenten van verschillende Faculteiten.
Zoo laat het zich niet aanzien, dat deze zaak spoedig uit zal zijn, daar wel blijkt, dat er meerderen in de Geref. Kerken met ds. Netelenbos sympathiseeren, dan sommige Geref Kerkboden wel eens willen voorstellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 1919
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's