De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 54)

Een paar maal hadden hg en Roosje hen bezocht, en den allerbesten indruk achtergelaten, niet alleen wat betrof hun stoffelgk welvaren, maar ook aangaande hun wederzqdsche verhouding; al wat Roos was, was ze voor haar man, ze prees hem als den besten, en samen dienden ze den Heere. Ombra en Wijnand waren zelf geholpen door mevrouw Brants en oom Johannes en nu wilden ze gaarne Roosje en haar man helpen; konden ze 't met geld niet geheel, dan toch wel met hun naam.

Zoo kwamen dan ook Roosje en Willem te Termole wonen. De beide zusters bezochten elkander zeer dikwijls, omdat de afstand hunner woningen nog geen vierhonderd schreden bedroeg.

Al spoedig spraken ze ook over hun geesteligk leven, en Ombra voelde 't, zag het inwendig, hoe 't leven in haar, door aardsche beslommeringen en bekommernissen, was gedaald. Nu ze 't leven in Roosje waarnam, merkte zo 't maar pas voor 't eerst, want daar inwendig groeide en bloeide alles nog even tierig als voorheen. Ja, Roosje scheen nog veel meer dan ooit nabij den Heere te leven.

Ea zü — ja, in huis baden ze op de gezette tijden en lazen in den Bijbel, en haar man en zq spraken over het gelezene, en ze sloegen nooit een kerkbeurt over, en ze offerden blijde hun gaven aan den Heere en Zijn dienst, maar — daar plots vroeg Ombra zich af, wanneer ze dan werkelijk, — evenals vroeger zoo vaak — alleen, geheel alleen was geweest, om als van aangezicht tot aangezicht met den Heere te spreken, gelijk een man spreekt met zijn vriend, In eens zag ze 't duidelqk en klaar, en meende ze zich ten volle bewust te zgn, dat de Heere Jezus haar vreemd was geworden.

En ze weende en zei: „O, mijn Jezus! wat kwaad hebt Gij mq dan gedaan, dat ik U zóo kon vergeten, en zonder U leven 1" Ze liep snel weg naar een plaatsje, waar ze veilig alleen kon zijn, viel er op haar knieën en weende lang, heel lang, en 't was enkel weenen wat ze deed.

Maar 't was haar zoo wonder goed, zoo hemelsch zalig, dat ze hier had willen blijven en willen sterven.

Doch de kinderen riepen om hun moeder, en terwgl ze haastig opstond en haar gelaat droogde, zei ze:

„Heere, wat is het goed, dat Gij Roosje tot mij hebt gezonden!"

Eén voor éen nam ze haar kindertjes op en drukte ze aan haar hart. Eu 's avonds, even vóór bedtijd liep Wijnand naar buiten om alleen te zijn, omdat hij tranen van geluk voelde opkomen en ze voor alle menschenoogen wilde verbergen, en zich onder den wqden, open hemel alleen wetend, stortte hq zijn ziel uit en dacht:

„Heere! ik ben 't niet waard, dat Gg mij zulk een lieve vrouw hebt gegeven!"

En als hg weer in huis kwam zei hg: , De sterren pinkelen toch zóo mooi, en 't is zóo heerlijk buiten, dat het haast zonde is, om naar bed te gaan." 't Ging best in den winkel van Willem en Roosje. Velen van de wereldsche menschen, die haar als kind in den , Gouden Posthoorn" hadden gekend, begunstigden haar, omdat ze een teruggekeerde dorpsgenoote was, en de geloovigen deden 't nog veel liever, omdat ze een zuster in den Heere was geworden.

Willem was altgd aan zgn eigen werk en zwoegde steeds van 's morgens als hg opstond tot 's avonds tot hij naar bed ging, en daarom moest zg altijd in den winkel zijn.

Hij werd innerlijk altijd gedreven door geldzucht, en haar werd niet gevraagd, of ze in den drift hem kon bijhouden; ze móést mee. Maar haar geest was daartoe te zwak, en ze voelde dat het niet goed zou gaan en in haar vrees bad ze, dat, als het verstand haar mocht begeven, de Heere haar zou bewaren, dat ze niets kwaads deed.

Zij gehoorzaamde haar man steeds met dezelfde onverstoorbare goedmoedigheid. Hg zorgde immer goed voor zijn zaken, en dus moest zg 't ook doen voor de hare, voor den winkel en de huishouding. Ze had het toch zoo goed getroffen met dezen man, die niet alleen haar vrij liet om den Heere te dienen, maar ook zelf in alles mee deed!

Toen kreeg ze haar eerste kind.

Maar toen had ze drie zaken: den winkel, de huishouding en haar kind, en dat werd te veel zorg voor haar zwakken geest, en ze begon dingen te vergeten, en verrekende zich soms en hij merkte, dat het niet uitkwam met het geld. Dan begon hg haar te verwgten en te bekijven en de goede sloof geloofde, dat ze dat verdiende en 't deerde haar om hem, dat ze niet goed meer kon rekenen en zooveel vergat.

En er kwam nog een kind, en telkens nieuwe, door hem verzonnen, artikelen in den winkel, en Roosje was zich al niet meer bewust, dat ze sufte; ze voelde al niets meer van al zijn verwijten en hoorde zijn kijven als spel.

Toen kwam het derde kind.... en de goede Roosje werd — krankzinnig. ..

En hij moest geld verdienen, geld gare …(wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's