De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERSLAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERSLAG

16 minuten leestijd

van de buitengewone Ledenvergadering van den Geref. Bond, op Donderdag 18 December 1919, in het gebouw voor K. en W. te Utrecht.

Donderdag 18 December 1, 1. kwam de Gereformeerde Bond in buitengewone vergadering bijeen.

Deze vergadering droeg uit den aard der zaak een eenigszins ander karakter dan gewoonlijk. Wel waren we, althans des morgens, in de gewone zaal van het bekende gebouw, maar uit de opkomst viel al aanstonds af te leiden dat het geen Jaarvergadering was. Vooral de vrouwen, die anders op onze morgenvergadering nog al vertegenwoordigd zgn, hadden ditmaal haar plaats op slechts enkele uitzonderingen na, ledig gelaten De mannelgke leden echter bleken vrg go«d opgekomen te zijn.

De voorzitter opent op tijd de vergadering door het doen zingen van Psalm 84 : 6, het voorlezen van Psalm 8 en gebed. In zijn openingswoord wgst de voorzitter ook op de buitengewone omstandigheden waaronder we zgn saamgekomen. Gevolg daarvan is ook de omgekeerde orde waarin de dingen behandeld zullen worden. Eerst in de middagvergadering toch zal het hoofddoel, waartoe deze vergadering werd saamgeroepen, aan de orde komen, terwglin deze morgenvergadering slechts enkele zaken, die meer een huishoudelgk karakter dragen, behandeld zullen worden. To«h is vooral een dier zaken van het allergrootste gewicht. Het is de zaak van de kweekschool voor christelijke onderwijzers, waartoe in de laatste jaarvergadering een voorloopig besluit was genomen, die thans nader aan de orde van behandeling is.

Nadat dan ook eerst de secretaris gelegenheid bekomen heeft de notulen van de vorige vergadering voor te lezen, die ongewijzigd goedgekeurd worden, geeft de voorzitter daartoe het woord aan ds. J. de Bruin te Zeist, om namens de in deze zaak benoemde commissie verslag uit te brengen.

Ds. de Bruin spreekt aldus: Geachte Vergadering!

Als secretaris van de kweekschoolcommissie heb ik de eer u het navolgende verslag te geven.

De commissie, bestaande uit de H.H. ds. van Grieken, Duymaer van Twist, H, Turkenburg, P. A. van Schuppen en ondergeteekende, benoemd door het hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond, is ten spoedigste na hare benoeming in vergadering samei)gekomen. In die eerste vergadering werd besloten, dat ds. van Grieken als voorzitter en ondergeteekende als secretaris zou optreden.

De commissie werd geplaatst vooreen omvangrijke en moeilijke taak n.l. te komen tot oprichting van een kweekschool op gereformeerden grondslag in het centrum des lands.

De werkzaamheden van de commissie lieden toch over drie aangelegenheden :

1e. Over het toekomstig verband tusschen de kweekschool en den Gereformeerden Bond;

2e. over den steun, die van wege belanghebbende scholen geboden kon worden;

3e. over het terrein waarop de school zal verrijzen.

Over ieder punt een enkel woord van toelichting.

In eene vergadering met het hoofdbestuur werd gesproken over het verband tusschen den G. B. en de kweekschool.

Alle leden, zoowel van het hoofdbsstuur als van de commissie, waren van oordeel, dat de kweekschool moet uitgaan van den Bond. De kweekschool-commissie aal dus geen bestuur wezen, maar slechts commissie van uitvoering, die namens den Bond handelend optreedt.

Onder de argumenten, die naar voren kwamen, was ook dit, dat een kweekschool uitgaande van den Bond kan rekenen op den steun van ons Gereformeerd Hervormd publiek, dat opgenomen is in onze, gelukkig sterke, organisatie.

Namens de commissie werden aangeschreven de besturen der scholen, op wier steun zij meent te kunnen rekenen bg oprichting van een kweekschool. Tevens werd een circulaire gericht aan de hoofden dier scholen. In de verklaring, die de commissie werd toegezonden, werd van de zijde der besturen en hoofden niet anders toegezegd dan sympathie met de op te richten school en de belofte zoo noodig leerkrachten van de school te betrekken.

37 Besturen en 43 hoofden van scholen zonden de commissie een sympathiebetuiging. Een goed resultaat! Zoo kan dus bij eventueele stichting der kweekschool op dezen steun gerekend worden.

Daar der commissie ter oore kwam, dat op gunstige voorwaarden bouwterrein te verkrijgen is in de gemeente Zeist, besloot zg een conferentie aan te vragen bij de commissie van het Zeisterbosch. De commissie is vriendelijk door voormelde heeren, benoemd door den raad der gemeente Zeist, ontvangen. In een villa-park, grootsch van aanleg, werd op gunstige voorwaarden een groot terrein aangeboden. De commissie toch wenscht een zeer groot terrein in haar bezit te hebben. Mocht, wat God geve, de kweekschool met internaat tot groeten bloei en uitbreiding komen, dan is vóór alle dingen noodig, dat ter beschikking van de commissie steeds terrein aanwezig is.

Bij nader onderzoek bleek aan de Boschcommissie, dat het terrein, door haar aangeboden, niet behoort tot het Park, waarover de gemeenteraad reeds eene beslissing had genomen. Vandaar werd het verzoek der kweekschoolcommissie afgewezen. Intusschen werd door den Raad deze Boschcommissie opgedragen nader met de kweekschoolcommissie te confereeren over een ander stuk gronds in het Villapark en bg die conferentie den koopers zooveel mogelijk ter wille te zgn. Wel was intusschen een stuk in de Waarheidsvriend geplaatst, waarbij gewezen werd op een terrein in Harderwijk, doch de besprekingen met Zeist waren te ver gevorderd om deze nu af te breken.

Wel heeft de commissie haar volle aandacht aan deze zaak geschonken, maar het komt haar voor, dat Harderwijk niet als centrum des lands kan worden aangemerkt en als zoodanig voor onze plannen niet aannemelijk is.

Bovendien is het terrein ons daar toegedacht èn wat ligging 4n wat oppervlakte betreft voor ons doel niet bepaald verkieselgk.

Deze conferentie heeft reeds plaats gehad, zoodat bg indiening van een nieuw verzoek om bouwterrein eene spoedige en hoogstwaarschgnlgk een gunstige beslissing zal vallen. Doordat echter het wetsontwerp voor het Lager onderwijs nog niet behandeld is in de Kamer der Staten-Generaal, zijn de bouwplannen nog niet aanstonds voor verwezenlijking vatbaar. Het blijft steeds eene groote moeilijkheid voor de commissie, dat de wet , de Visser" nog niet is aangenomen. In een audiëntie met den minister, bggewoond door de H.H. ds. V. Grieken, Duymaer van Twist en van Schuppen, verklaarde de minister, dat zijns insiens er geen bezwaar zal bestaan de kweekschool bg de wet te erkennen. Maar feit is en blijft, dat de wet nognietgeldendeis. Enjtot zoolang kunnen de plannen niet verwezenlgkt worden.

De commissie kan haar verslag niet eindigen, voordat zij een woord van harteigken dank heeft gebracht aan den penningmeester van den Bond, die steeds trouw haar bijstond met zijn raad en hulp.

Geve God de Heere, dat spoedig de kweekschool rij ze, opdat het tekort aan gereformeerde leerkrachten op onze Hervormde scholen vermindere.

Naar aanleiding van dit uitgebracht verslag ontstaat eenige discussie en wel voornamelijk over de vraagof de kweekschool te Zeist, dan wel op een andere plaats en met name te Harderwijk gevestigd zal worden. Sommige leden, vooral ds. v, d. Berg en ds. Batelaan, blijken nog al veel te gevoelen voor Harderwijk en wel om deze redenen, dat het gemakkelgker gelegen is voor hen die van de Veluwe zullen komen, en dat er meer gelegenheid is om des Zondags tweemaal ter kerk te gaan.

Wat het eerste betreft, meent men dat het goed zal zgn een plaats te kiezen in een omgeving, waar veel godsvrucht gevonden wordt, en wat het laatste betreft, meent men dat Zeist, waar in de Herv, Kerk slechts ééa predikant van gereformeerde richting is, die elechts éénmaal per Zondag het Woord heeft te bedienen, niet de meest aangewezen plaats is om de kweekschool te vestigen. Ook ds, Remme vindt dit laatste wel eenig bezwaar, temeer waar de christelijke onderwijzers over 't algemeen toeh al niet mank gaan van de begeerte om tweemaal ter kerk te gaan. Hg meent echter dat er in dezen wel wat op gevonden zou kunnen worden, door met de kweekelingen dan de tweede maal in een zaal saam te komen.

Het voornemen om de kweekschool, niettegenstaande de gerezen bezwaren, toch is Zeist te vestigen, wordt dan ook verdedigd, niet alleen door ds. Remme, maar ook door den voorzitter en door ds, de Bruin, alsmede door de heeren Wisse en Wgnen, van Zeist, die allen den nadruk leggen op de gunstige ligging van Zeist en meenen dat de gerezen bezwaren wel ondervangen zullen kunnen worden. Ook wordt gewezen op het geschikte terrein dat men te Zeist reeds gevonden heeft, terwijl het terrein, dat te Harderwijk was aangewezen, bg nader inzien, vooral voor het Internaat, veel minder geschikt was gebleken. Op de vraag van den heer Van de Marel, van Groot-Ammers, naar de kosten, die aan het oprichten der school verbonden zullen zijn, wordt door den heer Van Schuppen een antwoord gegeven, Deze wgst er op, dat volgens het ontwerp-wet drieërlei kosten door het Rijk vergoed worden: Ie de annuïteit, 2e, de tractementen voor directeur en leeraren en 3e de exploitatie. Een vraag waar nog niet een bepaald antwoord op gegeven kan worden is, waar het stichtingskapitaal vandaan moet komen, doch men vertrouwt, dat een dergelgke bepaling in de wet zal opgenomen worden, dat ook dit bezwaar niet onoverkomelijk zal blijken te zgn.

Na deze besprekingen wordt een voorstel van den voorzitter met algemeene stemmen aan gnomen dat de vergadering, ; gehoord de discussie, aan het boofdbestuur blanco crediet geeft, om verder te gaan. Dit alles natuurlgk onder voorwaarde dat het aanhangige wetsontwerp tot wet verheven zal worden.

Hiermede zgn we aan het eind van de morgenvergadering gekomen. Te ruim half één wordt deze dan ook op verzoek van den voorzitter door den secretaris met dankzegging gesloten.

Des middags ten half twee kwamen we samen in de groote benedenzaal van het gebouw. De opkomst, die grooter had kunnen zgn, was vrij goed. Behalve de leden zagen we nu ook onderscheidene personen, die geen lid waren van onzen Bond en die blijkbaar gekomen waren om den geachten spreker van de middagvergadering te hooren over het belangrgke onderwerp dat door hem was aangekondigd en waarvan de hoofdinhoud reeds door enkele stellingen was gepubliceerd.

De voorzitter opent deze vergadering met het doen zingen van Psalm 98:8, de voorlezing van Mattheus 6 : 19—34 en gebed.

Hierna spreekt hg in zgn inleidend woord aldus:

Geachte Vergadering,

Den Geref. Bond in zijn ouden en in zgn nieuwen vorm, heeft steeds als ideaal gewenkt, de Geref, Kerk van Nederland weer op eigen beenen te zien staan, op den hechten grondslag van het gerefor meerd-protestantisme, waarvoor uit elkaar moet gaan wat geestelijk gescheiden is en bg elkaar moet komen, wat God geestelijk vereenigd heeft; bij welke reformatie alle gedachte aan een Staatskerk uitgebannen moet worden.

Groote belemmering heeft hierbij steeds gegeven de huidige fiuancieele verhouding, die er is tusschen den Staat en de Kerken, bizonderlgk de Herv. Kerk.

Want zij, die nog binnen de grenzen der Herv. Kerk wonen, maar niet meer staan op den bodem barer historische, gereformeerd-protestantsche belgdeiiis, zien in hen, die, geesteskinderen van Calvijn, buiten de Herv. Kerk samenwonen, wat dezen missen moeten aan geldelijke uitkeeringen uit 's Rijks schatkist, en daarin hun voorland ziende, aarzelen ze om heen te gaan, wat het vereenigingsproces met de broederen, die nu gescheiden van ons leven, weer in 't voortgaan belemmerd, ja, doet stilstaan.

Kon er maar een gelijke verhouding van de Overheid ten opsichfe der onderscheidene kerkgenootschappen komen, ook bij splitsing of nieuw-bouw, 't zij door gelijke uitkeering aan allen, 't zij door gelijke onthouding aan allen — dan zou de oplossing van het kerkelijk vraagstuk niet zoo lange meer op zich laten wachten, daar er eigenlijk niemand is, die den tegenwoordigen toestand als een ideale beschouwt en dezen sou willen bestendigen. Ieder voelt iets van het onwaarachtige in deze en verlangt naar andere en betere verhoudingen op kerkelijk terrein, waarbg 't niet weinig gaat om de vraag, welke positie men dan zal innemen wai betreft de erkenning en de behandeling door de Overheid.

Daarom moet de kwestie van de finantieele verhouding van kerk en Staat onder de oogen gezien worden; en wel door ons, Hervormden, daar de oplossing van het probleem der Herv. Kerk de oplossing van het kerkelijk vraagstuk is en de fianantieele verhouding van kerk en Staat voornamelijk onze Herv. Kerk raakt.

Het verwondere dan ook niemand, dat de Geref. Bond een buitengewone vergadering heeft uitgeschreven, om deze kwestie nu aan de orde te stellen, 't Ligt heelemaal op ons terrein ; gelgk dan ook op onzen jongsten Bondsdag de leden zelf het Bostuur hebben opgedragen aan de kwestie van art, 171 G.W, zijn volle aandacht te schenken en met voorstellen daaromtrent te komen. Waarvoor het ook nu het psychologisch moment mag worden genoemd.

Er is immers een nieuwe grondwetsherziening op komst. En wel heeft de regeering zelf art. 171 niet aan de orde gesteld, m< iar de Antirev. Staatspartij heeft gemeend, dat het nu de tijd is, om deze zaak in behandeling te nemen, waarom zij ook een commissie benoemd heeft, om in deze een ontwerp te maken, 't welk bereids gereed gekomen ia en straks aan de Deputatenvergadering zal worden voorgelegd.

Zoo is er kans, dat art, 171 straks toch in de Grondwetsherziening zal worden begrepen, 't welk onze huidige Regeering, bizonder Z Ex den minister van Finau ciën (wiens tegenwoordigheid aan deze plaats we ons tot een hooge eere rekenen) niet onwelkom schijnt te wezen, daar Z.Ex, zelf immers, toen in 's lands raadszaal pas nog gehandeld werd over het geven van een duurtetoeslag van f 100 aan de bedienaren van den godsdienst der gesubsidieerde kerkgenootschappen, te kennen gegeven heeft, niets liever te willen, dan den financieelen band, die er nu ligt tusschen de kerk en den Staat, onder voor beide partijen billijke voorwaarden, los te maken. Iels, wat in het midden van een groep kerkelijke personen, die saam herhaaldelijk vergaderden om hun aandacht te wgden aan de oplossing van het kerkelijk vraagstuk, te voren ook gevoeld werd als wenschelgk en noodzakelijk.

Zeker zijn de bizondere tgdsomstandigheden aan deze dingen niet vreemd. De wereldgebeurtenissen hebben ons wakker geschud. De catastrophe nu met de kerk in Rusland, in Duitschland, in Oostenrijk — gelijk vroeger reeds in Frankrgk, heeft ons doen gevoelen, niet alleen, dat de tijd der Staatskerken voorbij is, maar dat, indien er nog iets te regelen valt tusschen den Staat en de kerken, het haastig moet geschieden.

Ook hier beleven we ernstige tg den, al spaarde God Nederland nog voor veel ellende.

Troelstra, de man die door zgn vergissing ten vorigen jare een biïondere vermaardheid heeft verkregen, heeft van zgn boos plan tot een socialistische revolutie geen afstand gedaan. En niemand kan waarborgen, dat we niet spoedig voor groote, radicale veranderingen komen staan; waarbg het vooral om de positie der kerk zal gaan.

En nu is Rome, het machtige Rome ook ten onzent, niet onverschillig voor politieke machten, die haar kerkelgke aanspraken steunen. Maar toch staat Rome ten slotte er financieel héél anders voor dan onze protestantsche kerken, dewgl sg beschikt over een loo machtige. kerkelgke, goed aaneengesloten organisatie, die ook wel op de been zal blijven zonder Staatshulp,

Daarom is het vooral ónze zaak welke et hier geldt en welke hier ia gevaar is.

Waarbg weer niet allereerst de onder ons pnieuw geinstitueerde , Geref. Kerken" gevaar ioopen, dewijl zij niets uit 's Rgksschatkist ontvangen noch voor hun kerkbestuur, noch voor predikantstractementen, kinder-en studiegelden, of ensioenen, en zich toch financieol lofelijk weten te handhaven.

Maar 't geldt hier vooral de Herv. Kerk, die zoo plotseling voor een catastrophe kan komen staan, waarbg het zeer te bezien is, of zg die ernstige schade dan zal kunnen dragen en doormaken,

Daarom behooren wij, Hervormden, waakzaam te zijn en de dingen, die niet van de lucht zijn, ernstig onder de oogen te zien. Ook omdat we op 't oogenblik leven onder de gunstige omstandigheden, dat een rechtsch Kabinet 't roer van Staat in handen heeft en nu nog de metst gunstige schikkingen gemaakt kunnen worden, — maar óok omdat we als nazaten van onze gereformeerde vaderen er naar hebben te staan, dat staat en kerk ieder, naar goddelgken oorsprong, met eigen souvereiciteit en macht, onafhankelijk naast elkaar komen even.

Hier doen zich allerlei vragen, allerlei moeilijkheden voor. Zeer zeker óok van religieuzen, van kerkelijken aard. En daar moet onze vólle aandacht aan geschonken worden.

Maar niet 't minst hebben we ook noodig, dat de zaken, de financieele verhouding van kerk en staat aangaande juridisch belicht worden; en dat er veel, dat nu de dingen vertroebelt, uit den weg wordt geruimd.

Hoe dikwijls wordt hier niet in't wilde weg geredeneerd; en hoeveel, dat louter op een fictie berust, komt met lamheid slaan, wat anders met kracht zou kunnen worden naar voren gebracht.

En zie hierin de oorzaak, dat het hoofdbestuur van den Geref. Bond, dat zich niet wil terug trekken van besprekingen van religieuzen en kerkelijken aard, zich gelukkig acht, dat nu een buitengewone vergadertng van onzen Bond gehouden kan worden, waar een zoo zeer der zake kundig man als mr. L. J. van Apeldoorn de kwestie van de financieele verhouding van kerk en staat komt belichten, zgnde een christen die met onze belijdenis instemt; zijnde een Hervormd man, die met onze Herv. Kerk meeleeft; zijnde een jurist, die bizondere studie van deze dingen gemaakt heeft, gelijk heel kerkelijk Nederland nu wel weet.

Wellicht zal hij komen om oude ideeën waardeloos te verklaren en om voorslagen to doen, die ingaan tegen hetgeen door velen van geslacht tot geslacht is vertroeteld geworden.

Dat wij hem dan aanhooren mogen als een eerlgk man, derzake kundig en met ons vervuld met liefde tot de kerk des Heeren in dezen lande. Waarbij we zeker weten, dat mr. van Apeldoorn gaarne zal willen luisteren naar bedenkingen, redeneeringen, tegenwerpingen, die blaken niet gegrond te zgn op ficties, maar met de daad blgken te steunen in de historie en te staan op recht en gerechtigheid,

En hiermee hebben we tegelijk aangegeven, dat er na het houden van het referaat gelegenheid zal zijn met den geachten spreker van gedachten te wisselen, juist omdat het ons te doen is om in deze uiterst moeilijke en netelige kwestie zooveel mogelijk tot klaarheid en overeenstemming te komen, opdat we ook straks practisch werk kunnen verrichten.

Deze vergadering nu voor geopend verklarend, geef ik gaarne het woord aan mr. van Apeldoorn, — die aanstonds bereid was de uitnoodiging van ons bestuur aan te nemen, waarvoor we hem nu hier hartelijk willen dank zeggen, — tot het houden van zgn aangekondigde rede over: de financieele verhouding tusschen Kerk en Staat.

De heer Van Apeldoorn houdt nu zijn referaat dat in druk is verschenen en waarvan dus geen bepaald verslag behoeft gegeven te worden. Over de daarop gevolgde discussie echter hopen we in een volgend nummer een en ander mede te deelen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VERSLAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1919

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's