Feuilleton.
Ombra
OMBRA.
VAN STERVEN EN LEVEN.
Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 57)
Willem huisde nu met een jongere zuster. Hq had de ervaring opgedaan, dat het leven met een vrouw te duur, met een huishoudster iets goedkooper, doch met een jongere zuster't allervoordeeligst was, omdat hij de volle macht had over haar, en geen loon behoefde te geven.
Maar nu had hij opgemerkt, dat zgn oudste dochtertje haar tante Ombra al heel wat in de hand werkte, haast even flink als de beide eigen oudste meisjes. En dan begreep hij, dat hg 't eerste recht had op dat voordeel.
Dus moest Rika thuis komen, bg vader Hieraan had oud noch jong in Ombra's woning ooit gedacht, en nu kwam daar die wreede boodschap plots alle geluk verstoren. Daar was nu zelfs Wijnand geheel ontdaan van, en Ombra had weer heel den dag tranen in de oogen, en voor de kinderen was het, of Rika een gevaarlijke ziekte had opgedaan en spoedig zou sterven.
Vader Wgnand echter, hoewel hg inwendig de teleurstelling dieper gevoelde dan al de anderen, wist spoedig er allen mee te troosten, dat Rika toch dicht bij bleef, en ze elkander niet alleen nog vaak konden zien, maar dat ze vast alle dagen wel een poosje hier zou komen.
Wijnand sprak echter eerst heel ernstig met zgn zwager en legde 't vuur aan zijn conscientie, dat hij zijn kinderen niet moest afbeulen, gelijk hg zqn vrouw had gedaan.
Rika kwam dan alle dagen vast eens bij tante Ombra, soms vaker, en ze kreeg er altgd wat goeds, omdat tante vreesde, dat het kind alles behalve öVervoed werd.
't Vertrek van Rika was dus niet zoo pgnlgk als men gevreesd had; en allen begonnen er stil aan vast op te rekenen, dat vader ook de beide anderen, Aardt en Willempje, zou thuis halen.
Het was intusschen al gebeurd, dat moeder en grootmoeder Hofkamp wegens ongesteldheid een paar dagen thuis moest blijven, en de negotie dus stilstond, reden waarom ze nooit eens goed uitziekte. En nu in den voor winter hadden Wijnand en Ombra bericht gekregen, dat moeder al een week had gelegen.
Dadelijk ging Ombra haar bezoeken en vond haar ernstig ziek; een dokter was er nog niet geweest, omdat het te veel geld zou kosten, en 't eerste wat de eenige dochter nu deed, was, te zorgen dat er een dokter kwam, en zoo vaak zou komen als noodig was, voor haar rekening. Tevens beloofde ze genoeg onderstand te zullen geven, opdat vader en moeder geen gebrek leden. En dat ging alles met het volle goedvinden van Wijnand.
Maar nu nam ze ook nog eens de gelegenheid te baat, ernstig met haar moeder over haar eeuwige belangen te spreken, en moeder luisterde wel em sprak niet tegen, doch zg deed dat enkel uit het gevoel barer stoffelgke afhankelijkheid als ziellooze toepassing van het spreekwoord : wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.
Ombra voelde met onbeschrgfelijken weemoed de stille verstoktheid en onbekeerlijkheid van dat oude hart. Ze sprak — met tranen in de oogen — met moeder, ze bad met haar, ze las haar korte gedeelten uit den Bgbel voor; maar alles liet het oude mensch even koud. En vader — schudde 't hoofd. Niet over zgn vrouw, maar over zijn dochter, alsof hij wilde zeggen: wordt je dan nooit wijzer? Weet je dan nu nog niet, dat je vader en moeder niet anders kunnen en niet anders willen zijn dan ze zijn?
Ombra ging mat een hart vol weedom heen, en nu niet alleen, maar telkens, als ze een half dagje bg haar ouders was geweest.
Moeder bleef al maar sukkelen en Ombra, of een enkelen keer Wgnand, bezocht haar iedere week, altijd meedragend wat tot verkwikking, versterking en nooddruft kon dienen.
Maar daar in 't laatst van Januari kwam er een dag, dat Ombra weer naar haar ouders zou — 't was een afstand van zoo wat vijf kwartier gaans — en toch liever thuis bleef, omdat haar man niet wel was geworden, en de ongesteldheid toenam. Ze stelde 't bezoek uit tot Wgnand beterde. Maar eer 't avond was, had Ombra al den dokter bij haar man laten komen. En dienzelfden nacht waakte ze bij hem — en bad om zijn leven. Ze had wat aan den dokter gemerkt, en er was zulk een geweldige vrees over haar gekomen, En Wijnand had zoo geijld en van zulke vreemde dingen gesproken.
Maar den volgenden dag sprak hij een poosje weer heel gewoon, en zei: Ombra, als de Heere mg nu mocht wegnemen, dan moet je hier niet blijven op de tuinderij, want met gehuurde hulp zou je hier spoedig diep in de schulden zitten. De Heere zal wel voor jou en de kinderen zorgen!" Ze wenschte nu, dat hij dese woorden ook maar ijlend had gesproken, en ze wenschte 't zóó sterk, dat ze er daarom maar niets op zei.
Maar in haar schokte het en scheurde 't, en ze wilde schreeuwen, luid, heel luid, maar ze kon niet. O, de Heere zou die ontzaglijke daad doen, Wgnand van haar en de kinderen wegnemen. Och, of Hij zich mocht ontfermen over haar en haar kinderen. Hoe zou ze dan kunnen leven zonder hem, en wat zou er van de kinderen worden?
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's