Staat en Maatschappij.
Meer leiding gewenscht
Meer leiding gewenscht.
De crisis bij Marine en Oorlog vestigt den indruk, dat aan het beleid van het Kabinet iets hapert. Het wil ons toeschijnen, dat de leiding, welke van het Ministerie behoort uit te gaan, hier te kort schoot.
Bij de behandeling der begrooting van beide Departementen was het niet onduidelijk, dat het in de bedoeling der militaire Ministers lag om toch voor alles een zuinig bewindsman te zijn.
Nu is het aanbrengen van bezuiniging op marine-en legeruitgaven voortreffelijk — en zeker kan op dit terrein nog heel wat gedaan worden — maar vóór alles moet het onomstootelijk vast staan, dat de weerkracht van ons volk niet aan de bezuiniging mag ondergeschikt gemaakt worden.
We herinneren ons nog te goed de jaren, die aan den oorlog voorafgingen, toen bezuiniging op legeruitgaven schering en inslag was. Zelfs sprak een Staatsman, aan de linkerzijde der Tweede Kamer gezeten, een der corypheën van de vrijzinnigen, het in het najaar van 1913 nog uit, dat oorlogen uit den tijd waren.
Gelukkig hadden de voorstanders van een goed leger een anderen kijk op de dingen. En naast God is het aan die mannen in de Kamer te danken, dat ons land voor veel oorlogsellende gespaard bleef.
Wat heeft nu de Regeering op dit oogenblik met de landsverdediging voor ? Is zij ook van meening dat het onvoorzichtig en ondoordacht zou zijn om, terwijl alles nog buiten onze grenzen op losse schroeven staat, men van een al of niet tot stand komen van een volkenbond niets afweet, zelfs niet op de hoogte is, of er in de eerste jaren iets van beperking van bewapening komen zal, de weerkracht van ons volk te verzwakken ?
Uit de Kamerdebatten is daarvan niets gebleken.
Acht de Regeering verdere moeilijkheden met België uitgesloten, alhoewel zij weten zal, dat onze zuidelijke nabuur de sterkte van zijn leger krachtig opvoert ?
Wij weten het evenmin.
De periode van een duurzamen vrede is nog niet ingeluid. De rust om ons heen is nog niet teruggekeerd. En zoolang dit laatste niet het geval is, heeft ook ons land naar de mate zijner krachten zich paraat te houden.
Is de Regeering dit met ons eens, dan behoort er van haar meer leiding uit te gaan dan tot dusverre het geval was.
De zaak van de landsverdediging staat niet voor rekening van een of twee Ministers, maar de geheele Regeering is daarvoor verantwoordelijk.
En geeft zij dit toe, dan zal een doeltreffend optreden van het Kabinet op dit oogenblik meer dan ooit zaak zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's