Financiën.
Volgens onzen Heidelberger Catechismus is de Kerk, naar uitwgzen van Gods Woord, geroepen om „de Kerkedienst of het predikambt en de Scholen te onderhouden" (Zondag 38).
De Gemeente moet dus zorgdragen, dat het predikambt verzorgd wordt Daar moet de Gemeente zich voor interesseeren en er zich veel aan laten gelegen liggen In dien weg geeft de Heere ook de hoogste wijding aan den Sabbath en de rijkste zegeningen voor het leven. Zonder predikambt verarmt de Gemeente. Dan ontbreekt wat de Heere zelf als middel beschikte tot opbouwing van het lichaam van Ohristus. Daarom mag de Gemeente zich wel ten hoogste interesseeren voor het predikambt. Om de dienaren des Woords behoorlijk te onderhouden. Niet op Staatskosten hem te laten leven. Niet zijn weduwe en weezen onverzorgd te laten. Niet de oude dienaren des Woords gebrek te laten lijden. Maar warm zich interesseeren voor het ambt, dat de Heere instelde, om ook naar Gods ordinantie voor de ambtsdragers te zorgen.
Die het altaar bedient aal ook van het altaar moeten leven. En er zal ook in deze naar de heilige wet des Heeren moeten worden gevraagd en geleefd, dan zal het volk des Heeren verblijd worden met zegeningen.
Het predikambt mag dus wel staan als een zaak van het grootst belang voor 't oog van de Gemeente, En de Gemeente mag zich ook wel eens meer gaan afvragen: hoe komen we aan bedienaren des Woords?
Baart deze aliergewichtigste zaak wel eens zorg in het midden van de Kerk ? 't Een hangt toch zoo nauw saam met het ander.
Zijn de predikers noodig; moet de Gemeente voor de predikers zorg dragen; zullen de predikers in den; ; iniddellqken weg de Gemeente verzorgen en opbouwen — ziet, dan is de vraag toch belangrqk: maar hoe komen we nu aan die predikers ?
En laten we nu maar eerlijk zqn; tot nu toe heeft de Gemeente geredeneerd: dat komt vanzelf wel terecht! Niemand heeft zich er om bekommerd. Maar, , , . wat is het ook slecht uitgekomen ! En ziet, daarom moeten we eens gaan luisteren naar de onderwqzing van onze Vaderen, die veel te gereformeerd waren om de leer aan te hangen: „dat komt vanzelf wel terecht" Daar moesten ze niets van hebben.
Dat noemden ze taal van goddeloozeen zorgelooze menschen. Dat noemden ze: God verzoeken. Dat noemden ze zondige dwaasheid en vadsige gemakzucht. Dat riekt naar luiheid en gierigheid.
Daarom moeten we Zondag 38 weer eens ter hand gaan nemen, dan kunnen we daar lezen hoe practisch onze Vaderen waren. Want staat daar, dat de Gemeente zorgen moet voor het predikambt, aan stonds volgt dan, dat de Gemeente goede Scholen moet onderhouden, waar die dienaren des Woords hun opleiding kunnen ontvangen.
Alle uitleggers en verklaarders van onsen Catechismus zgn het daarover eens, dat met „scholen" in Zondag 38 allereerst bedoeld is „ Hoogeecholen"; scholen waar predikers opgeleid worden, om alzoo goed ^toegerust de Kerk; .te kunnen dienen, 't Een hoort ook bij het ander. Geen rivier zonder bron. Geen boom zonder wortel. En zoo ook geen predikers zonder een school, waar die predikers onderwezen, opgeleid, gevormd worden.
Natuurlijk zgn we het allen hierover hartelijk eens, dat de geestelqke onderwijzing des Heeren een van de voornaamste dingen is. De voornaamste zaak zelfs. Ontbreekt die, dan is het een lamp zonder olie. Maar we voelen allen óok — en we willen dat ook in de practgk niet vergeten — dat de opleiding aan de Hoogeschool niet kan gemist worden.
Het is heel on-gereformeerd daar lichtvaardig over te denken. De Dooperschen spraken van het inwendig licht, waarbq ze al het andere wel konden missen. Ze hadden geen geschreven Woord van God noodig. Ze wisten het evel wel! En zoo hadden ze ook geen opleiding noodig voor hen, die in de Gemeente zouden arbeiden als dienaren des Woords, Dat was een overtollige zaak. Zelfs streng te veroordeelen. Maar., . zoo redeneeren de gereformeerden niet. Die hebben helderder gezicht op den van God verordineerden weg. En daarom hebben ze die Doopersche dwalingen, — met een schijn van geesteligkheid overtrokken maar in werkelgkheid zoo vleeschelqk — ook altqd verworpen en ze hebben van den beginne af aan goede zorg gedragen voor Scholen, waar de dienaren des Woords zouden worden onderwezen en gevormd, met het oog op hun gewichtige, grootsche, goddelijke en heilige roeping, Gods Woord te bedienen in het midden der Gemeente en bezig te zgn in den dienst der gebeden en sacramenten.
Nu moet dat onder ons ook weer naar voren komen, en de Gemeente zelf moet gaan zorgen voor een goede opleiding onzer predikanten. Er moet zorg komen voor deze zaak.
Men moet zieh deze zaak gaan aantrekken. Men moet er zich voor gaan interresseeren.
't Moet een zaak van bespreking worden en van gebed. Wat voor 't oogenblik kan door ons Leerstoelfondi te gedenken. Dat bedoelt de opleiding van de a.s. bedienaren des Goddelgken Woords in gereformeerde banen te leiden voor zoover dat aan onze Rgksuniversiteiten noodig is.
Voor dit Leerstoelfonds is in enkele jaren reeds een groot kapitaal bijeengebracht. Er is echter veel voor noodig, zoodat er nog genoeg aan ontbreekt.
Toch zijn wg wel reeds zoover gevorderd, dat, als men op den ingeslagen weg blijft voortgaan, binnen niet al te langen tgd het fonds reeds vruchtbaar zou kunnen gaan werken. Daarom roepen wij u allen toe: Steunt het Leerstoelfonds!.
Ik wed, als ge het bovenstaande hebt gelezen, dat ge zegt: dat is goede, degelijke praat. Er is niets tegen in te brengen en ik ben het er geheel mede eens. Maar éen ding is zeker: van den penningmeester is het niet. Dat maakt hg mij niet wqs. Het is heel andere taal als wij in Financiën van hem gewoon zijn.
Lezer, ge hebt goed gezien. Het is niet door mg geschreven. Het komt er nu maar op aan of ge het goed en met instemming hebt gelezen. En als ge dan daarvan wilt doen blgken door mg eenige goed ingevulde postwissels toe te zenden voor het Leerstoelfonds, dan ben ik tevreden, en dan vertel ik u de volgende week wel eens hoe ik er aan gekomen ben. Voor ik tot verantwoording van de ingekomen giften overga, mag ik eerst wel eens vriendelijk bedanken voor de vele gelukwenschen, die mij op den Nieuwjaarsdag zgn toegezonden. Dat dit niet alleen mij persoonlgk gold, maar dat ook voor de fondsen een rijke zegen werd gewenscht, behoef ik er zeker niet bg te vertellen Na, de lezers sgn, wat dit laatste betreft, in de gelegenheid die wenschen zelf te vervullen.
Met hartelgken dank ontving ik uit Bodegraven van O, Muller, f 4, zijnde een gedeelte uit de bus van catechisatie en bijbelles.
Middelburg, afgezonden door den Kerkeraad, f 6, 74 voor het Leerstoelfonda uit basje No. 141, Maassluis, door ds, L. J. S. Crousaz f 1, als gevonden in de collecte.
Oldebroek, door ds. G. H Beekenkamp f 20, zijnde bij een huwelijksinzegening gecollecteerd voor de fondsen. Dat is in lang niet voorgekomen, dat men bij het sluiten van een huwelijk nog weer eens aan onze fondsen dacht. Zij het voor velen een aansporing dit voorbeeld te volgen. Hartelijk dank Middelburg, van den penningmeester der afdeeling f 10 voor het Studiefonds, zgnde een deel van het batig saldo der kas over het afgeloopen jaar, Hazerswoude, van Boudewijna Ruijs f 10, 16 uit busje 112, zijnde f9, 16 voor het Leerstoel-, en f 1 voor het Studiefonds, Hellendoorn, van G. H, B. fl en een oude zilverbon van f2, 50. Voor het vriendelijk schrijven hartelgk dank. De ruimte ontbreekt mg heden om er iets uit over te nemen.
En hiermede weet ge er weer alles van en neem ik afscheid tot de volgende week. De Heere zegene de gevers en de gaven.
J, C, FLIEHE, Penningmeester. Arnhem, Pelsrgckenstraat 28.
Postzegels, capsules en zilverpapier.
Een groote verrassing ontving ik uit X : f 10 van N.N. en f 10 van een zuster, dus dat is f20 Een goed begin bg het nieuwe jaar, waarvoor hartelgk dank, alsmede voor het pakje uit Oud Begerland van Cor, Jan en Krijna Boomgaards, bevattende postzegels, capsules en zilverpapier. Mogen er weldra meerdere volgen.
Mej. H. H, VERBEEK, Frangois Maelsonstraat 29, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's