De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Nog niet opgelost.
De niet-benoeming van den verdienstelijken veldprediker der Gereformeerde Kerken ds. Hagen tot legerpredikant, heeft in de pers heel wat stof opgejaagd. En daarvoor was alle reden.

Als toch éen man voor het legerpredikantschap in aanmerking had behooren te komen, was het zeker de uitnemende voorzitter van de vereeniging „Pro Rege"

Dat dit niet zoo gebeurde, stelde teleur en verbitterde niet weinig vele zijner talrijke vriendenen maakte op een ieder, die het werk van ds. Hagen heeft leeren waardeeren, een onaangenamen indruk.

Op de vraag, wat tot de niet-benoeming van den veldprediker aanleiding gaf, deelde de Minister van Oorlog in de Tweede Kamer dit mede :

Er was in de instructie voor de legerpredikanten bepaald geworden, dat een legerpredikant geen bestuursfunctie in eenige militaire organisat: '! zou mogen bekleeden. En daar het nu van ds. Hagen bekend was, dat hij boven allen lof de vereeniging „Pro Rege" leidde en de Minister die vereeniging niet van haren voorzitter, die zij zoozeer behoefde, wilde berooven, daarom mocht een benoeming niet overwogen worden. Dit argument lijkt ons niet afdoende.

Immers de beslissing had niet mogen genomen worden zonder de belanghebbende daarin te kennen. Ware de Minister dan bg zijne meening gebleven, dat het ambt van legerpredikant niet vereenigbaar was met het bekleeden van een leidende positie bij eenige militaire organisatie, dan had de regeering ds Hagen zelf voor de keuze moeten stellen, om te beslissen welke roeping hg ten deze wilde volgen.

Maar zooals de zaken nu beoordeeld werden, geeft het den iudruk, alsof men van ds. Hagen af wilde zij o. Immers kan het niet worden aangenomen, dat de Minister niet geweten heeft, dat hij, vóór de beslissing viel, ds. Hagen had te raadplegen. Hoe dit alles zij, de zaak blijft onopgelost.

Het was jammer, dat de omstandigheden in de Kamer het niet toelieten, het incident nader te bespreken.

Toch zal het zoo niet kunnen blijven en zal het noodige licht moeten ontstoken worden, waarom hier een predikant gepasseerd werd, die, zonder dat op zijn werk eenige aanmerking kon gemaakt worden, gedurende langer dan 5 jaren voor de geestelijke belangen der militairen met eere werkzaam was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's