De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leestafel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel

7 minuten leestijd

Tekst en Uitleg. Practische verklaring van het Nieuwe Testament door prof. dr. A. van Veldhuizen, met medewerking van anderen. De tweede brief van Petrus; de brieven van Johannet; de brief van Judas, door drs. J. Willemze, Herv, pred, te Groningen. Uitgave: J, B Walter»— Groningen, den Haag.
De uitgave Tekst en Uitleg vordert goed. Het Ev, van Mattheus is verschenen, bewerkt door prof, v. Leeuwen (2de druk), Marcus door prof. v. Veldhuizen (2de druk); Lucas door prof. de Zwaan; de Romeinenbrief door prof. v. Veldhuizen (2de druk); de brieven aan de Korinthiëra door prof. v. Veldhuizen — en nu de tweede brief van Petrus; de brieven van Johannes en de brief van Judas door doctorandus Willemze.

Naast de vertaling wordt een inleiding en een verklaring gegeven; en dat doet steeds naar deze boekjes, prettig gedrukt en keurig gebonden, grgpen. Er staat altgd wat nieuws en het is degelgk bewerkt, zoodat men het gaarne ernstig neemt met wat hier gezegd wordt. Omtrent de echtheid van den 2den brief van Petrus wordt gezegd, dat er al vroeg aan getwijfeld is; Origenes (250 j. n. Chr.) spreekt er al van; Calvgn acht hem eer samengesteld door een leerling van den Apostel, dan door Petrus zelf geschreven; maar zoo volgt dan hier: wg scharen ons aan den kant van de verdedigers der echtheid. Onze brief bevat niets, dat niet door een Apostel kan geschreven zijn of dat speciaal aan Petrus moet worden ontzegd". „Blijkens 1:13—15 heeft P. dezen 2den brief niet lang vóór zijn dood geschreven (gestorven tegen het einde van Nero's regeering, 64 n. Chr)"

Wat de brieven van Johannes betreft zegt ds, Willemze:

„De oudste overlevering, kent alle drie toe aan den Apostel Johannes". „Wg voor ons kunnen niet anders dan accoord gaan met die geleerden, die geen reden zien om de oude overlevering omtrent éénheid van auteur te verwerpen. De overeenkomst in gedachtenwereld, stgl en woordenkeus is ons te sterk, om aan twee verschillende schrgvers te denken." „Die eene auteur is dezelfde, die het Evangelie naar Johannes schreef. Dat volgt uit de treffende overeenkomst tusschen den Isten Brief en het Evangelie, waaromtrent geen verschil van gevoelen bestaat". „Wij blijven in den Apostel Johannes den schrijver der brieven zien".

Aangaande den brief van Judas zegt de schrijver van Tekst en Uitleg: Wg houden (om deze redenen) Judas, den broeder van Jezus, voor den schrijver van onzen brief." „Overigens weten wij aangaande dezen Judas niet meer dan wat af te leiden is uit 1 Kor, 9 : 5 n.l. dat hg gehuwd is geweest en behoord heeft onder de predikers van het Evangelie. Waar hij als zoodanig gearbeid heeft, is niet nader bekend."

Wat de lezers aangaat, tot wie de brieven van Petrus en Judas gericht zijn, lezen we: „De brieven zgn bestemd voor geloovigen in zekere streken. Wg scharen ons 't liefst bij hen, die aan christenen uit de Joden denken; in het Noorden van Palestina en in Syrië." „Wg hebben te deuken aan Gemeenten, die gesjieht zgn door de prediking, die na de vervolging in verband met Stefanus' ombrenging een aanvang nam."

Wat Johannes betreft is de zaak eenvoudiger. Het is bekend dat deze apostel gearbeid heeft in KI.-Azië, waar Efeze het middelpunt zijner werkzaamheden was. Wij hebben hier denkelijk te maken met Gemeenten, die door de prediking van Paulus en diens helpers zgn gesticht.

Uitvoerig staat ds. Willemze stil bg den tijd, waarin deze brieven geschreven zijn, waarbg breed gesproken wordt over de dwaalleeraars, wier optreden de aanleiding is tot het schrijven van deze epistels. Bij Petrus en Judas zgn het menschen, die aanvankelgk de christelgke belgdenis omhelsd hebben, deel namen aan de liefdemaaltgden, maar die daarna den „rechten" weg verlaten hebben. Zg zijn van een vrije levensopvatting: ongebondenheid, ja verregaande onzedelgkheid is een kenmerkende trek. Die practgken worden daar verdedigd met bepaalde leeringen. Vermoedelijk hebben zg Paulus' leer aangaande de vrgheid des christens van de wet verdraaid en zoo misbruikt,

Johannes heeft weer anderen op 't oog. Dan loopt de strgd in de eerste plaats over Jezus, De dwaalleeraars ontkenden, dat Hg de Christus is, dat Hg de Zone Gods is enz. Bizonder moet hier de aandacht vallen op Gerinthus, een tijdgenoot van Johannes in Kl.-Azië'. Of we echter bg Cerinthus en de zgnen mogen blgven staan ? Algemeen verbreid is de gedachte, dat 1 Joh. 4 : 1—3 ingaat tegen Doeeten, in wier opvatting de Verlosser geen echt-menschelgke natuur gehad heeft, maar slechts in een schgn-lichaam verschenen is. Tegen deze gedachte heeft ds. Willemze evenwel bezwaar, omdat

Johannes nergens elders op de menschelijke natuur van den Verlosser nadruk legt.

Na over den inhoud en de verhouding der brieven gesproken te hebben (blz. 21—54) is de Inleiding ten einde en komt (blz 55—68) de tekst der brieven, waarna (blz. 69—137) een breede uitlegging volgt.

Voor zoover wij er over oordeelen kunnen komt ons dit deeltje van „Tekst en Uitleg" zéér aanbevelenswaardig voor. Wetenschappelijk, degelijk wordt hier over de dingen gehandeld, waarbij we telkens tot onse blgdschap bemerkten, dat hier een man aan 't woord is, die den Bgbel intact laat en het Woord des Heeren in alles eert en eerbiedigt. Wij bevelen deze uitgaaf dan ook gaarne aan.

Begeven noch verlaten, doo S. Bison. Uitgave: Buurman en de Kier, Leiden 1919.
Vroeger hebben we al eens een paar boekjes van S. Bison gelezen en aanbevolen. Hg geeft ons nu een verhaal uit den tijd der kerkelgke afscheiding in ons land, waarbij duidelijk uitkomt, dat degenen die Gods Woord eeren niet zelden in groote moeilijkheden komen; maar gelukkig! de Heere begeeft noch verlaat de Zqnen.

Het is een eenvoudig verhaal, dat zich gemakkelgk laat lezen; vooral voor hen die zeggen: „'k Versta de spraak der wereld niet, De wereld mij nog minder; Maar als mijn oog op Jezus ziet, Wat geeft het mij dan hinder? "

Salomo en Sulamith, vijftien leerredenen uit Het lied der liederen, door F, W. Krummacher, 3de druk. Uitgave: Buurman en De Kier, Leiden.
Krummacher — F, W. namelqk — was vroeger bedienaar des Evangeliss te Elberfeld en is daarna hofprediker van Z.M. den Koning van Pruisen te Berlijn geworden.

Zqn „dichterlqke" voordrachien over „het meest dichterlijke boek des Bijbels" hebben in Duitschland veel opgacg gemaakt en daarna werden ze ook gevraagd en gelezen in ons vaderland.

De uitgevers Buurman en De Kier geven nu, een 3den druk van de Nederlandsche uitgave, welke indertijd geschiedde naar den 4den, veel vermeerderden Duitschen druk.

Wij vertrouwen dat dit goede boek door ons Nederlandsche volk wel dankbaar ontvangen zal worden. Men houdt wel van zulke lectuur.

Van Wee en van Vree, twee schetsen uit het leven der Alfoeren @p Geram, door H. Kraijer van Aalst. Uitgegeven door den „ boek handel van den Zendingsstudieraad te den Haag.
Evenals het vroeger verschenen „Liefde-Macht" van denzelfden schrijver, zijn de beide schetsen, welke hier worden aangeboden, geheel op feiten gegrond.

Alles is zelf doorleefd. Uit alles blijkt dat de schrgver de Alfoeren lief heeft. Hij zegt zelf: „Ik zie mgn inlanders-Alfoeren met een warmkloppend hart en een liefdevol oog. Idealiseeren doe ik hen niet; maar ik zoek bij hen het mooie en het schoone en ik vind het telkens weer, al is het menigmaal ook verscholen onder afstootende vormen en vreeselgke gewoonten."

De foto's — deels opnamen van den schrijver, deels van prof. dr. H. Deninger— sluiten ten nauwste bij den tekst aan.

De boek-versiering is ontleend aan Ceramsche motieven op kleeding, huisraad, geesten huizen ens.

Wij bevelen dit keurig uitgegeven boek gaarne hartelijk aan. „De Zendingsliefde zal teerder voelen, als zij met het harteleven van den Inlander in aanraking komt."

Het adres van den boekhandel van den Zendingsstudieraad is A. J. O. van Seters, Nassau-Zuilensteinstraat No. 25, 's-Gravenhage.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Leestafel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's