Uit de Pers.
Scheurziekte,
In de N. Rott. Courant van Zondag 11 Jan. lazen wg het volgend stuk van Gereformeerde zijde ingezonden, hetwelk wij voor onze lezers overnemen.
Het komt de laatste jaren af en toe voor, dat een heele gemeente de geref, kerken vaarwel zegt om over te gaan tot de chr, gereformeerden of de oudgereformeerden. Eenige jaren geleden brak drievierde gedeelte van de leden der geref. kerk te Veenendaal met den predikant, ds, den Hengst, het verband met de geref. kerken en vormde een oud geref. gemeente, omdat zg zich niet langer kon vereenigen met den nieuwen koers, dien de geref. kerken waren uitgegaan onder invloed van het neocalvinisme. Twee jaar geleden sloot de geref. kerk van Kapelle-Biezelinge, op Zuid-Beveland, zich aan bg de chr. gereformeerde kerk. Verleden jaar liep de kerk van Oosterland op Schouwen over tot de oud-gereformeerden en nu weer is het de geref, kerk van Werkendam., die het verband met de geref. kerken heeft opgezegd en zich heeft vereenigd met de chr, gereformeerde kerk ter plaatse. Ook gebeurde het wel, dat personen individueel over gaan van de geref, kerk naar de chr. gereformeerde of (in Zeeland) naar de oud-gereformeerde.
Men pleegt in gereformeerde kringen de oorzaken van dergelgke overgangen nog al eens te zoeken in plaatselgke toestanden. Dit is niet juist. In sommige gevallen kunnen zij wel eens de aanleiding zgn geweest, maar de oorzaak ligt elders de leden der kleinere plattelandsgemeenten der geref. kerken, met name in Zeeland, Z.-Holland en op de Veluwe leven in een gedachtensfeer, waaraan de jonge predikanten in de geref. kerken zich moeilgk kunnen aanpassen. Men kan dan ook opmerken, dat een scheuring in den regel ontstaat, als de gemeente vacant is. Zooals onder alle ultra's, vindt men ook onder de ultraorthodoxen dikwgls twist en tweedracht. Heeft de gemeente een predikant, dan kan deze zooveel mogelgk trachten weg te nemen, hetgeen zijn kudde onderling verdeelt en geruststellende gesprekken houden met broeders, die ernstig bezwaard zijn over den toestand der geref, kerken en het oor leenen aan de beweringen der chr. gereformeerden, die in brochure's en blaadjes komen vertellen dat men in de geref. kerk ethische predikanten aa^ntreft. Is de gemeente echter vacant, dan is er niemand, die eenig gezag heeft, om twisten tusschen de broederen bg te leggen of hun bekommerde harten gerust te stellen. Zij, die in troebel water willen visschen, hebben vrij spel. In den tijd van de vacature treden er predikanten en candidaten van elders op en menige broeder constateert dan, dat het toch niet meer is als vroeger. Hij vindt nog steeds zijn bevrediging bij den prediker, die met de vuist op den kansel beukt en de menschen lederen Zondag weer vertelt van „de plaats waar weening is en knarsinge der tanden". Hg moet te veel „ethische" preeken slikken; zoo noemt hg alle preeken, die hem niet bevallen en met name die, die een meer praktischen kant hebben en waarin al te veel op zijn eigen tekortkomingen wordt gewezen. Hg is van die goede-werkenpreeken niet gediend. Wat maalt hg om preeken waarin gedlchtea geciteerd worden of gesproken wordt van „de brandende vraagstukken van dezen kommervoll«n tgd" en van de roeping der christenheid in de hedendaagsche samenleving. Het gaat over zgn hoofd heen, terwgl de predikaties van den ouden dominee, waarin het Zondag op Zondag den zondaar werd aangezegd, dat hg zich had te bekeeren van zgn boozen weg en waarbg hg soms kon opmaken, dat deze zinsnede voor broeder A en een andere voor broeder B bedoeld was, hem werkelgk voldoening gaven.
Er zijn onder de gereformeerde predikanten ook nu nog wel die, voordat zij in een gemeente preeken, eerst eens gaan informeeren naar de .ligging" van de gemeente, zooals men dat pleegt te noemen, Zg zgn de voorzichtige herders, die weten hoe onhandelbaar de kudde soms kan zgn en daarom hun uiterste best doen haar zoet te houden. Gelukkig kan echter geconstateerd worden, dat de jongste predikanten dat niet meer doen, en het gevolg kan men reeds zien. De schare, die zelf niet onder woorden kan brengen, wat of nu eigenlgk in den loop van een twintigtal en voornamelgk het laatste tiental jaren in de prediking is veranderd, voelt op haar manier, dat het niet meer is als voorheen. Zij begroet speciaal de jongere predikanten met wantrouwen en vooroordeel.
In de plattelandsgemeenten treft men vaak enkele personen aan, wier oordeel over een preek door de groote schare, die de gave des onderscheids mist, groot gewicht gehecht wordt. Laat een dergelijke domineeskeurder zich ongunstig uit over een predikant, dan sluit het meerendeel der gemeente zich bij zgn oordeelvelling aan. Hetzelfde doet zg ten opzichte van de kerkelijke toestanden. In den regel zgn dergelijke personen, aan wier oordeel door velen zoo groote waarde wordt gehecht, menschen van een zeer eigenaardige geestesgesteldheid, die nergens iets naar hun zin kunnen vinden. Gaan zg tot een andere kerkformatie over, dan zullen zg ook daar slechts onrust en verdeeldheid brengen.
Over het algemeen zijn de gereformeerden ten plattelande meer reactionair dan die in de steden, iets wat in den aard van de zaak ligt. Uit de symptonen die zich hoe langer hoe minder beginnen thuis te gevoelen in de geref. kerken. Tegen hun zin te blijven behoeven zij niet. Zg kunnen zonder moeite overgaan tot de chr. geref, kerk, die hen gaarne in haar lidmatenboeken schrgft.
Men zal van ons niet verwachten, dat wg een klaagzang aanheffen over het heengaan van de meest reactionaire elementen. Wg laten het geweeklaag over „de breuke Sions" gaarne aan de kerkbode-rédacteurs over en zijn er volstrekt niet rouwig om, dat zg, die hun sympathieën voelen naar de chr. gereformeerden, aansluiting zoeken bg die groep.
De meer gematigden in het algemeen, die tot dusver geen partij durfden kiezen in den strijd tusschen jongeren en ouderen in de geref. kerken, kunnen nu met eigen oogen zien, dat marchandeeren met de uiterst rechtsche groep onbegonnen werk is. Op een beslissend moment laat zij toch de middengroep en met haar de geheele geref, kerk in den steek. Nu op deze groep geen staat meer te maken valt, doet men beter, ook eens naar den anderen kant te zien, want ook daar dreigt een groep verloren te gaan als men het roer niet wendt. Wij hebben nog altijd eenige hoop, dat men dit zal inzien.
Prof, Bouwman van Kampen teekent in de Bazuin hierbg het volgende aan :
„ Hoewel wg niet gaarne elke uitdrukking in dit stuk zouden onderschrgven, meenen wg toch dat er veel waars in ligt, en dat er eene, zg 't dan ook niet bedoelde, waarschuwing in gelegen is die wij ter harte moeten nemen.
Het is de fout van den schrijver dat hij generaliseert. Het is dan ook niet juist alsof onder de jongere predikanten een geheel andere geest heerscht, dan onder de ouderen. De schrijver zelf schgnt veel sympathie te hebben voor de beweging der zoogenaamde jongeren, die niet gaarne de oude-paden betreden, en nieuwe wegen willen, en daarom stelt hij het gaarne voor dat dit gezelschap groot is. Maar wel zijn in zijne voorstelling ware trekken, die wij niet stilzwggend mogen voorbggaan.
Het is waar dat in menige gemeente geklaagd wordt over een zoogenaamde oppervlakkige prediking, waarmee men bedoelt dat in de prediking niet genoegzaam het werk des Geestes, de christelijke bevinding wordt voorgesteld. De prediking gaat wel eens buiten het leven om, raakt het hart niet, zoodat velen niet ontvangen wat zij noodig hebben. De prediking is te droog, te voorwerpelijk, geeft wel schriftverklaring, uiteenzetting van de leer, maar raakt het leven weinig, en als de eisch des Heeren wordt voorgesteld, spreekt vaak al te zeer de wettische toon. Nog anderen uiten wel eens de klacht, alsof hg van oordeel is dat alle leden van de gemeente geloovigen zijn. De roepstem tot bekeering wordt niet aangedrongen, het schgnt alsof de nooden der ziel niet wegen op het hart des predikers. Zoo worden er allerlei bezwaren ingebracht. En al moge het waar zgn dat de aanmerkingen volstrekt niet altoos waar zgn, of zeer overdreven worden, wel is waar dat die bezwaren soms worden ingebracht, en dat van oud-gereformeerde en chr. gereformeerde zijde de bezwaarden worden bewerkt om in hun kring de toevlucht te nemen, en dat velen de lokstem opvolgen. Er is, helaas, bg velen weinig kerkelgk bewustzijn, weinig gevoel voor de eenheid van Christus' kerk. De scheurziekte is een ernstige krankheid. En toch, er moet mee gerekend worden. De voorgangers van de gemeente moeten niet alleen waarschuwen tegen dit euvel, maar ook bij de verzorging der gemeente, bg de prediking en het huisbezoek zich zóó gedragen, dat alle reden van scheuring worde voorkomen. En het eenige gezonde geneesmiddel is dat men trouw de gemeente bearbeidt, let op de behoefte des volks, en den rijkdom van den levenden Christus voorstelt, welke voldoet aan de behoefte des harten".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's