De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

Mare. 5 : 30.

Heimelijk genaderd, heerlijk gered, verblijd heengegaan.
De H. Schriftuur is vol van exempelen om een behoeftig volk aan te moedigen. Niemand heeft ooit zich te vergeefs tot den Heere gewend. Hij hielp heel den dag en zelfs 's nachts; in een woning of in 't open veld; soms onder de prediking. Hq gaf genade des geloofs, en die genade leert van den Heere, in allerlei nooden, iets goeds te verwachten. En Hij helpt vaak ongedacht en onverwacht.

Wij zitten dikwqls naar 't Oosten te turen en meenen reeds een wolkje als eens mans hand te zien, terwql de Heere van 't Westen uit Zijne bestelde hulpe zendt.

Eens werd Jezus Christus geroepen bij een rijk heer, een Overste, wiens dochtertje ernstig krank was. Op weg derwaarts wordt de Heere opgehouden door een arme vrouwe, die zoo maar met haar nood op Hem aanloopt — haast zei ik: op Hem aankruipt — en Hem gelegenheid geeft om Zijne heerlijkheid te openbaren. En dan gaat de Heere zijn reis vervolgen en de vrouwe gaat haars weegs zonder veel te roemen en zonder groote dingen te beloven.

Die ontmoeting van den Heiland met die vrouwe is voor haar zoo zegenrijk geweest en voor alle mannen en vrouwen, wie 't gaat als haar, bemoedigend.

De naam dier vrouwe blijft onbekend, doch hare ervaringen zijn bekende, zoodat mijn lezers wel iemand kennen wien 't ging als deze vrouwe uit Marcus 5.

Ervaring brengt de H. Schriftuur ons nabij, omdat „de Geest nog steeds getuigt dat de Geest de waarheid is."

Velen van 's Heeren kinderen hebben wel eens heel zachtkens gezegd: „daar kon ik mijn naam wel bq zetten." Bij de historie en sielservaringen van die vrouwe kunnen velen hun naam plaatsen.

Hare geschiedenis is zoo buitengewoon en toch niet ongewoon. Wij hebben de reis naar Jaïrus' woning wel meegemaakt en bleven ook staan, toen de Heiland de vraag, hierboven geschreven, deed. Wij ook hebben ons ingedacht in den toestand dier kranke, dier zoo totaal uitgeputte vrouw, 't Was wat! Twaalf lange jaren door een zelfde ongesteldheid ondermqnd en bijna weggekwgnd! Levenskrachten gesloopt, levenslust benomen; straks wacht haar 't graf. Voor haar geen redding. Zij had letterlijk alles geprobeerd en alles opgeteerd. Zg had van vele medicqnmeesters veel geleden, doch 't was met al dat gedokter niet beter, veeleer erger geworden. Dat konden die dokters niet helpen. O neen! Die menschen hadden hun best gedaan, hadden medelgden met haar betuigd, doch haar ongetroost laten henengaan.

Daar hoort ze — nu let ze er op! — van Jezus, Zij heeft van Hem zonderlinge gedachten en van Zqn volmaaktheden heeft ze bekrompen voorstellingen. En toch ook heeft ze zulke groote ver­ wachtingen van. Hem, zoodat se in haar, harte overlegde : „Indien ik maar Zijne kleederen mag aanraken, ik zal gezond worden." Met weinig is ze tevreden en ze gelooft, dat dat weinige haar meer zal baten, dan al dat gemedicineer dier twaalf pijnlijke jaren. Zij ziet morgenschemering. Zij gelooft aan de mogelijkheid harer genezing èn begeeft zich op weg om dezen arts in 't geheim te naderen.

Er ligt eene uitnemende lieflijkheid in deze historie, zegt iemand, maar deze genezene vrouwe is tevens beeld van een mensch, die uit zonde gered is; wij voegen er aan toe, dat vooral uit den afloop dezer genezing blijkt, dat er „diepere wateren" van zielswerkzaamheden onder hare begeerte naar lichamelijke genezing werkten.

Die beschroomdheid, dat schuchtere in heel haar doen; dat niet durven en toch moeten; die vreeze uit aanmerking van eigen geringheid en ellende en daartegenover dat gevoelen van des Heeren hoogheid en heiligheid; en dan wist ook zij wel, dat ze de wet tegen had; zij mocht zich niet onder de menschen begeven, want hare krankheid maakte haar onrein, Zij scheen niet alleen onbeleefd, doch vond zichzelf  te.. , vrijmoedig.

Zij begeeft zich op weg en had niet geluisterd naar den raad om maar thuis te blijven, omdat de Heere haar toch ook in huis wel vinden kon; zq moet de deur uit, zoo goed als allen die overtuigd werden van de doodelgke kwaal huns harten, en die 't ook al overal geprobeerd hebben en eindelqk door alle geneesheeren zijn opgegeven, en bijna in wanhoop ondergegaan van Jezus hadden gehoord en aan 't zuchten gingen, en zeiden in hun harte: och, mocht ook ik maar de zoom Zijns kleed aanraken, want 't is met mij met al die „geneesmiddelen" hoe langer hoe erger geworden

Gij hebt ze ook gekend, die van hunne zielesmart niet durfden spreken, (want niemand moest het weten!) doch uitgingen tot den Heere en hunne klachten en begeerten uitspraken voor dat oor, dat zich neigt tot het gebed desgenen, die gansch ontbloot is; tot Hem die on/e stamelende, soms dwaze woorden, nooit verkeerd uitlegt.

En wat werden zulke menschen soms plotseling openbaar, als Christus Zqne kracht deed uitgaan! Dan konden zg niet verborgen blijven,

De vraag des Heeren: Wie heeft Mijne kleederen aangeraakt ? noodzaakte de vrouwe om uit te komen. De discipelen vonden die vraag heel vreemd.

De vrouwe gevoelde, dat met die vraag zij bedoeld werd en niemand anders. Zoo iets gebeurt nog telkens. Onder de prediking van Gods waarheid komt het voor, dat de H. Geest het woord zegelt en deez' of geen doet zeggen: dat is mijn toestand, daar word ik bedoeld. Misschien is 't gisteren wel gebeurd, dat iemand een vraag in de prediking duidelijk als tot hem gericht hoorde en hg daardoor werkzaam werd.

En dan is 't gisteren en vandaag waar, dat als de Heere Zgne genadige kracht in ons verheerlgkt, wij niet kunnen achterblqven en tot Zijn roem moeten getuigen, dat er van Hem kracht is uitgegaan.

't Is zoo echt, zoo innig waar, als ons wordt medegedeeld, dat die vrouwe, wetende wat er geschied was, midden door de menschen doorgaat om aan Jezus' voeten neder te vallen, vreezende en bevende. Als er kracht van Christus uitgaat, ook in de weldaden, dan worden die weldaden niet alleen obligatiën, maar worden wg er verlegen mêe enzgn soms bevreesd, dat de Heere Zijne weldaden weer van ons nemen zal.

Dat nu doet Hij niet, doch Hij zorgt er voor, dat wij niet met de weldaden van Hem afloopen, en vooral dat wij niet aan de weldaad genoeg hebben, doch Hem en Zijne gunst in de weldaad genieten mogen.

Eerst dan toch hebben wg recht genot, ook in de goeddadigheden onzes Gods, als wij ze bezitten mogen in de overtuiging, dat ze uitvloeisels zijn van Zijne genade over ons in Christus Jezus, en alzoo, dat de weldaden begrepen zijn in deu schat der gegevene beloften, welke in Hem ja en amen zijn.

Als vrucht van de verborgene gemeenschap des Heeren staat op ons blad de mededeeling: „en zg zeide Hem al de waarheid." De ervaring van de kracht van Christus maakt oprecht.

Deze mededeeling gaf iemand aanleiding om te vragen, waarom zoovele heilbegeerige zielen dikwijls zoo tobben en de gezondheid hunner ziele niet toeneemt? En hij antwoordt, dat veler vrijmoedigheid om op den Heere te vertrouwen, daarom zoo gering is, omdat ze den Heere zoo dikwgls halve waarheid zeggen, in plaats van al de waarheid.

In eik geval is 't waar, dat oprechtheid door den Heere wordt gekroond; immers. Hij doet den oprechten het licht opgaan midden in de duisternis.

Oprechte belijdenissen helderen de lucht menigmaal op en zijn te gelijk aanmoediging voor anderen.

Hier is 't zeer opmerkelgk, dat door 't geval met de vrouwe en door hare belgdenisse bizonder een Jaïrus werd gesterkt. Hij toch zal even later 't bericht ontvangen, dat Zgn kind gestorven is. Om door den dood henen aan het leven vast te houden, is geloofswerk.

Voor dat „werk" in den Overste wag de genezing der vrouwe en wat zij van hare ellende, hare hoop en haar geloof sprak, zeer dienstig.

„De eene gloeiende kool steekt nog wel eens een ander aan", plachten onze ouden te zeggen.

Voor de schare tot een getuigenis, was het voor de discipelen ongetwijfeld tot sterkte, 't Doet zoo goed te hooren, dat de Heere nog dezelfde is.

De vele medeloopers op den weg, die de waarheid Gods ten onder houden door hunne onbekeerlgkheid en wereldliefde of Gods getuigenissen steeds overwoekeren door eigen ideën, zgn zulke klare toonbeelden tot verzwaring des oordeels. Gods werk met die vrouwe was nog niet af. Wilde zij steelsgewgze lichamelijken welstand verkrijgen, de Heere had in heel dezen weg hare zielsredding voor, en zegelt in 't einde haren weg als een geloofsweg.

Zij wordt mildelijk door den Heere gezegend, in het woord, meer waard dan goud; tot haar toch zeide Hg : Dochter, uw geloof heeft u behouden! Het geloof maakt zonen en dochteren Gods, en maakt in de verzekering Gods een arme vrouwe een rgke dochter. Dat geloof was het „diepere water" in heel deze handeling. Die bevende komen, gaan juichende heen; gedurig; en in't einde sgn vele vreesachtige  zielen met bizondere blgdschap uitgegaan.

Wat is 't onderscheid groot tusschen die velen op den weg, die eenige belangstelling hadden, maar zich redden met hunne godsdienstigheid, zonder persoonlijke aanraking met den Heiland, die desnoods Zgn kleed, doch niet Hem begeerden, en die enkele die door 't geloof aansluiting verkreeg met den Hemelkoning en Zijne kracht door den Heiligen Geest deelachtig werd!

Ach, dat velen nog mochten zeggen: Hij heeft mij, mij arme, aangeraakt en ik heb Zgne verborgene gemeenschap ondervonden, 't Is heerlijk, als ons geloof mag uitgaan op Zijne belofte en Hij door Zgne genade 't zegel op ons geloof zet.

Een geloovig volk prijze den Heere en ga heen in vrede!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's