De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN, 60)

De kinderen kwamen dus vooreerst terug, en dat was voor Ombra werkelijk het beste, omdat elk kind een stuk levende troost voor haar was.

En al spoedig moest er over de tuinderij gehandeld worden, want zij wilde den goeden raad van haar man opvolgen en de heele zaak overdoen aan een ander; 't was daarvoor nu de beste tijd. Een trouwe vriend van haar man bood haar hierin hulp, en spoedig was er iemand gevonden, die gaarne de zaak overnam.

Maar intusschen wist Ombra nog altijd niet, wat ze nu zou beginnen. Sommigen rieden haar aan, te gaan winkelen, anderen keurden dat af, en terwijl ze nog maar altgd tot geen besluit kon komen, kwam er tijding van vader, dat moeder 't wel spoedig zou afleggen, en dat Ombra daarom moest komen, wilde ze haar nog levend zien.

Ze ging dan den volgenden dag, en sprak en bad met haar moeder, maar 't was alles tevergeefs: moeder scheen geen zintuig te bezitten voor zaken, die niet van deze wereld zijn.

Tien dagen daarna was Ombra er weer, om mee moeder te begraven.

HOOFDSTUK XXI.

Daar zat nu vader alleen, heel alleen, een oud man. Ombra vroeg hem, bij haar in huis te komen, maar hy schudde het hoofd.

»Bg jou zal gauw genoeg schraalhans keukenmeester zijn. Voor jou het brood verdienen kan ik niet meer, en jijzelf zult met |e kinderen wèt goed je eigen korstjes kunnen bijten. Waar moet je van leven? Je centjes zullen gauw genoeg óp zijn. . . ."

„De Heere sal mg en de kinderen brood geven, vader I — En wel zooveel, dat u er mee van eten kunt."

, Dat zou 'k dan eerst moeten zien.  Maar 'k houd niet van dingen die in de lucht hangen. Wat je in je handen hebt, dat heb je. Weet je wat? — Ik kies het wisse voor 't onwisse: ik ga in 't armhuis."

Ombra schrok terug.

, Maar vader! — dat zult u toch niet doen? Wie heeft daar nu ooit aan gedacht: Aardt Hofkamp in 't armhuis I"

Triestig staarde hy naar den grond, en 't hoofd weer opheffend, zei hij:

„Ombra, — van dat moeder ziek werd, heb ik aan niets anders gedacht; daarom ben ik er nu geheel over heen. Ik heb tot mij zelf gezegd : Aardt Hofkamp, jij behoort in 't armhuis; er is nergens anders plaats voor je. — Ja, wie had dat ooit gedacht? - — Je moeder weet er niets van. En ik denk ook niet, dat ze over mijn toekomst gemaald heeft. Dat was ook maar het beste. . . ."

„Maar vader! . . ."

„Ja, Ombra! 'k weet wel, dat jij het goed meent. En jij zoudt van je armoedje mij wel niet het kleinste part geven, maar dat part zie ik zóó min, dat ik liever naar 't armhuis ga. Daar zal 'k toch altgd mijn buik vol krggen, en behoor-Iqke kleeren en ligging, — Nu, daar moet je nou niet om huilen, want ik zie geen anderen weg Jij bent een arm weeuwije met vier meisjes — ik heb met je moeder ellende genoeg beleefd — grijn er niet om. — Ik ga naar 't armhuis; als 't kan, morgen den dag. Dan kan ik mgn hoofd rustig neerleggen."

Een week later was Aardt Hofkamp in 't armhuis. En daar werd geacht, dat hij nog sterk genoeg was, om mee te werken op 't armhuisland, waar niets dan aardappelen werden verbouwd. Doch hg beklaagde zich bij zgn broer Johannes, en die wist gedaan te krggen, dat hg niet op 't land behoefde te werken, en voorzag hem wekelgks van eenig zakgeld, om daarvoor boter, kaas, suiker of andere verkwikking te koopen.

Want veel kon Johannes niet meer missen; de wagenmakerij hadden ze al lang aan den kneeht overgedaan, en Willems studie had veel meer gekost, dan ze gerekend hadden. En hg en zgn vrouw waren zelf reeds oud.

Ombra had den raad opgevolgd van haar beste vrienden, had een huisje in 't dorp gehuurd en was gaan winkelen.

De beide oudste meisjes trokken er eiken dag op uit met een mand om de waren uit moeders winkel bij de menschen, die buiten 't dorp langs de wegen woonden, te verkoopen.

Maar al spoedig bleek dit de weg te zijn, om 't beetje geld, waarmee men had kunnen beginnen, met moeite en verdriet op te maken.

Toen trok Ombra met haar vier kinderen naar Bornhem.

Met tranen in de oogen kwam ze weer voor .'t eerst de woonkamer van haar oom en tante binnen, en haar eerste woorden waren:

„Vol toog ik heen, en ledig keerde ik weder. Ik ben nu Naomi."

„Maar je ging heen met den Heere — zei haar oom — en Hg keert met je, terug. Naomi's laatste was beter dan haar eerste."

Zg glimlachte al weer.

„Haar laatste beter dan haar eerste — Oom! dat is het voor alle kinderen Gods. Met vader is 't andersom. Hoe maakt vader het? Ik zal toch blij zijn, dat hg dagelijks bg mg in huis zal kunnen komen."

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's