De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

5 minuten leestijd

OMBRA.

VAN STERVEN EN LEVEN.

Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 61)
Nadat ze zoowat al het familienieuws hadden verteld, vroeg tante, wat plan Ombra nu had. En ze zei, dat ze niets anders wist, dan maar werkhuizen zien te krijgen.

Ik ben sterk, tante, en 'k wil liefst mqn kinderen bg me hebben; en allicht vind ik een dienstje ook voor de oudste meisjes."

Tante zuchtte, en Ombra meende de beteekenis daarvan te verstaan.

„Maar tante, wat zou dat? Ik ben hier nooit anders dan als dienstbode geweest. Wat zou het dan, dat ik nu werkvrouw word ? — In 't zweet uws aanschqns zult gij uw brood eten: dat is van de schepping aan zoo geweest, en dat zal zoo big ven. 't Is maar, dat ik nu weer zal werken als dienstbare; maar ik zie geen anderen weg ...."

„Als we jou nog eens aan een winkeltje hielpen, Ombra? "

. Zij schudde het hoofd,

„Ik deug niet voor winkelen, tante — en 'k heb er ook geen zin in; ik werk liever. En de kinderen met negotie de streek op — nooit weer! Werken is 't eerlijkst van al."

Dan wisten oom en tante ook niets beters.

Ombra kreeg goede werkhuizen genoeg, en al spoedig hadden de beide oudste meisjes een niet te moeilijken dienst. Als moeder uit werken was, vonden de beide jongsten een aangename toevlucht bij oom en tante, waar ze dan zulk een dag geheel thuis waren. De derde echter kreeg ook al een dagdienst, zoodra ze van school kon, en de jongste zou nu over dag bg oom en tante blijven, Ombra en haar kinderen hadden nu een veel beter leven dan toen ze winkelden in Termole. En daar het huishouden niet veel nam, kon ze van haar verdienste zelfs iets wegleggen voor een kwaden dag.

Iederen avond na acht uur waren allen bij elkaar in moeders woning. En nog altgd werd er over vader gesproken, alsof hg nog maar pas was gestorven, en lieflijke herinneringen aan het leven op de tuinderij doken de een na de ander op en werden het onderwerp van een meer of minder weemoedig gesprek. 't Zou soms al te weemoedig zgn geweest, ware 't niet, dat ze allen, terwijl ze 't zoet verleden al dieper en dieper zagen wegzinken, den hemel telkens nader wisten. Want bg moeder bleef de afstand tusschen hier en daar altijd éen enkele schrede, en de kinderen kwamen geheel onder den indruk daarvan. Bg vader immers was 't ook maar een korte stap geweest I

Dood en graf, hemel en eeuwigheid waren voor haar zaken, die óm haar, vlak bij haar lagen, zaken te teer en te ernstig soms om ze aan te raken, maar die men toch telkens zag en waarvan men 't intiem belang kende. Even als wat men zoo heel dicht bg wist, in moeders kast, gedachtenissen van vader. Want dood en graf, en vader en God, en eeuwigheid en zaligheid waren be­grippen, door éen band aan elkander gesnoerd; wie aan éen er van raakte, bewoog ook al de andere.

Meest, als moeder met haar dochters alleen was, voelde 't, of de eeuwigheid hier ademde, of een geur uit het oord der hemelsche rust hier was heengedreven.

Zondags — als na den middag weer allen eenige uren bij elkander waren, dan was 't immer de heilige feestdag, de dag der dagen; dan was het, of de grensen tusschen 't tgdelgke hier en het eeuwig daar verzet waren, zoo, dat de uithoeken des hemels de aarde raakten, en de uithoeken der aarde zich ten hemel indrongen; er was dan bijna geen scheiding. Dan ook was vader veel naderbij en al de moeite en zorg van 't leven was licht en ijl als nevel.

En als jachtwolken glden de jaren heen. De kinderen werden groot, en de ouden strompelden ten grave.

Tante Beije scheidde van 't leven zóo stil en gemakkelijk, alsof ze haar gewone middagdutje deed.

Oom Johannes volgde haar ruim een jaar later. Tot een paar dagen voor zijn dood was hij altijd goed gezond, en die laatste dagen bracht hij pijnloos en bewusteloos door.

Aardt had zijn schoonzuster en zijn broer niet mee kunnen begraven, omdat hij wegens zgn verlamde beenen 't huis niet meer kon verlaten. Die verlamming had hem al lang belet, naar zgn dochter en kleindochters te gaan.

En Ombra kon op zgn best ééns in de week even haar vader bezoeken. Als 't te pas kwam, trachtte ze met hem te spreken over de groote reis, doch hg deed of hij 't niet hoorde en liet haar maar praten. Eindelijk raakte zgn verstand in de war en wilde hg 't bed uit, hoewel hij allang niet meer staan kon. Ze moesten hem vastbinden en hg stierf door een beroerte. Zijn lijk hebben ze gekist, en een voerman heeft voor eenige stuivers de kist naar 't graf gereden. Vier, vgf oude mannetjes volgden, naar de wet van 't Armhuis, hun ouden genoot, en bij hen voegden zich Ombra en haar vier kinderen, allen in 't zwart.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1920

De Waarheidsvriend | 2 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1920

De Waarheidsvriend | 2 Pagina's