Feuilleton.
OMBRA.
VAN STERVEN EN LEVEN.
Een waar verhaal door JAN VELTMAN. 62)
En ze hebben gestaard in 't donkere graf van haar vader en grootvader; geen enkel zonnestraaltje verhelderde er de donkerte of koesterde er de kilte. Eén troost was er: dat de man verlost was uit 't aardsche lijden. Maar verder .... 't was Ombra zoo vreemd kil temoede; 't was haar vader, uit en door wiens leven zq 't leven had ontvangen; zg was vleesch van zijn vleesch, en zijn bloed stroomde door haar aderen, en zg weende over hem, en in haar ziel treurde 't zooals 't daar nog nooit over een doode had getreurd. Want bij 't graf van Mien en van Roosje, bg dat van haar man, en van haar oom en haar tante, had de glanslach der hope op 't weerzien voor den troon van God door haar tranen heen geschitterd; maar hier sprak in haar het gevoel, dat haar vader voor goed van haar gescheiden was, en de verwqdering tusschen hem en haar altqd, altgd zou toenemen, en dat gevoel somberde zoo kil in haar ziel en onthield aan haar donkere, matte tranen den gloor der hope.
En de kinderen weenden, omdat moeder weende.
Van 't graf reed de voerman naar zijn eigen woning, de oude mannetjes dribbelden langs 't kortste pad weer naar 't Armhuis, en Ombra en hare dochters togen in 't rouwgewaad langs de straat naar hun woning, nagezien door nieuwsgierige menschen, want niemand wist, dat zg haar vader en grootvader hadden begraven.
HOOFDSTUK XXII.
Willem.....
Wie kende hem zoo?
Maar wie kende dominee Hofkamp niet in de groote stad? Hij zat met de linkerhand onder 't hoofd aan de schrqftafel in zqn studeerkamer, terwql hg met den penhouder in zgn rechterhand in zqn reeds grijs wordenden baard krieuwelde, zonder dat hij zich daarvan iets bewust was. Hij staarde vóór - zich heen naar heel ver, dwars door de muren en door de donkerte, buiten, heen. Hij zag duidelijk den weg met de mooie eiken daar langs; de grond was nog nat van den regen, en de dalende zon spiegelde en schitterde in plassen en plasjes. Naast hem gingen Mina en Ombra op weg naar Termole. Hg en zijn zuster waren reeds te ver mee gegaan, maar omdat ze zooveel genoten, gingen ze nog verder, en immer verder mee, want langs den weg werd het steeds mooier.
Hij zag nu nog duidelijk al de weelde van toen en hij hoorde niet het suisen van de lamp en 't brobbelen van 't overtollige gas, dat er boven de gloeikous uit walmde, 't Snorken van de electrische tram scheurde bg ruwe rukken door de lucht en door zgn huis, maar hij hoorde 't niet, want hg was heel ver van hier, met Mien en Ombra op weg naar Termole....
Was er gebeld? Zijn vrouw kwam de kamer in. , Maar man, ben je doof? "
Hg keek haar aan, alsof hg geslapen had en nog niet helder wakker was. Ik meende al, dat er gebeld werdl"
'k Heb drie keer gebeld, maar je kwam niet. Er is een dame, om je te spreken."
Nu stond hg op en fatsoeneerde een weinig zgn kleeren.
„Een dame? Een juffrouw of een mevrouw? "
„Mevrouw, " zei ze en liet hem voorgaan. Maar — juist toen hg de deur opende der kamer, waar de dame hem wachtte, werd hg zich bewust, dat hij nog niet wist, of hg haar als juffrouw of als mevrouw moest aanspreken. Waarom had zijn vrouw dat niet gezegd? Want nu ... o, dat was een jong meisje; dat zag hij met één blik.
Hij maakte een kleine buiging voor de dame en zei: ,
„Juffrouw...." „Mevrouw!" wees zijn vrouw hem terecht. „Pardon, mevrouw...."
Wat een zeldzame dame! Wat een teerheid zweefde er om dat gelaat. Wat een levenservaring teekenden die lijnen in haar wezen. Wat een Igden somberde er uit die wonder glansende oogen. Wat een geloofsberusting plooide er om dien levenden mond. — Voorzeker, hg had het terstond moeten zien, dat deze dame al lang gehuwd was en hg haar dus als mevrouw moest toespraken.
Ze lachte zoo eigenaardig. En ze bleef maar staan. Zgn vrouw deed ook een beetje ongewoon.
„Neef Willem!" zei de dame en pakte zijn hand; doch zij merkte wel, dat hij haar niet kende.
„Ik ben Trui van Ombra." „Och! — van Ombra." In dat „Och!" lag een ziel vol verrassing, een ziel vol blijdschap en hartelijke toegenegenheid.
„Een dochter van Ombra!"
Hij kon niet meer zeggen; maar zgn hand schudde en drukte de hare zóó veelzeggend, dat voor haar geen woorden noodig waren.
Ze zaten met hun drieën nu dicht bgeen. Willem beklaagde 't zich inwendig, dat hg zich niet herinneren kon, ooit een der kinderen van Ombra gezien te hebben.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's