De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Jesaja 63 vers 9a.

• In al hun benauwdheid was Hij benauwd.

De profeet Jesaja, lezers, waaruit deze tekstwoorden gekozen zijn, profeteerde in \ de dagen dat het rijk van Juda, dat der twee , stammen, langzamerhand haren ondergang tegemoet ging. De eene goddelooze koning \ vdlgde op den ander, die 't volk des Heeren, , het volk dat de Heere had uitverkoren uit | alle volken der aarde, om met hen in een bizonder verbond te treden, af te voeren van den dienst van jehova en te leiden tot den dienst der afgoderij der omliggende volken. Het waren de koningen Uzzia, Jotham en inzonderheid de goddelooze koning Achaz, onder wiens regeering de profeet Jesaja zijn verhevene Godspraken tot het afvallige volk heeft gericht.

Wie God verlaat, heeft smart op smart te vreezen, dat gevoelde de Godsman ; maar met zulk een teederheid, en met zulke heldere profetische blikken in de toekomst, dat tusschen zijn bedreigingen, die hij in den Naam van zijnen Zender tot 't volk spreekt, telkens ook weer klinken lieflijke vernianinigen en vertroostingen, inzonderheid als hij ook wijzen mag op het groote heil dat voor Israël stond te komen. Met het oog van een geloovig. ziener, die door den Heere met bijzondere profetische gaven was toegerust, mocht hij bhkken achter den sluier der toekomst en zag hij hoe eenmaal de tijd zou annireken, dat temidden van den nacht der zonden en ongerechtigheden' een lu/nt i-iu opgaan, dat joden en heidenen zou beschijnen.

Om deze oorzaak mogen wij zeggen dat hij een lieflijke evangeliebode is geweest, We zien in hem den man die gevoeld heeft de nooden van het volk des Heeren, c: i gekend heeft de klachten die er zoo menigmaal liggen op den bodem hunner zielen. Hoeveel liehoeftige en verslagene harten, die bij het licht des Heiligen Geestes zichzelven zagen liggen als vertreden op de vlakte des velds, zonder eenig uitzicht op redding, hebben 'n troost voor hunne zielen mogen vinden in de heerlijke beloften uit Jeseja's profetieën

Een van deze heerlijke waarheden vinden wij in het woord van onzen tekst, waarin wij gewezen worden op Hem, in Wien alle beloften ja en amen zijn.

Het zondige Israël zal ondervinden dat het te doen heeft met een God die woont in het hooge en verhevene, en die met de geringste zonde geen gemeenschap kan hebben, maar liie naar de reinheid en rechtvaardigheid van zijn Goddelijk Wezen moet oordeelen en straffen. Wee de hoovaardige kroon der dronkenen van Efraïm, welker heerlijk sieraad is een afvallende bloem, zij zal zijn gelijk een vroegrijpe druif voor den zomer. De profeet heeft hun laten zien dat Juda is op een hellend vlak, op een weg, waarvan het einde zal zijn een afgrond van jammer en ellende, waarin zij zal neerstorten. De heidenen zullen komen en zullen het land met voeten vertreden.

Wee dengenen die nu nog zullen roepen : vrede, vrede en geen gevaar, zie toe, want een haastig verderf zal hen overkomen, smart als van eene barende vrouw. Israël zal niet ongewaarschuwd wegzinken in het moeras harer ongerechtigheden, ze zal niet zonder ernstige vermaningen onder de roede lier kastijding worden gebracht.

Neen, dat kon de Heere niet, want van Sina'i's bergtop had het eenmaal zoo heer­lijk geklonken : „Zij zijn immers Mijn volk, kinderen die niet liegen zullen." Wanneer ze straks bij de puinhoop.en van hun verloren . aardsch geluk zullen neerzitten, dan zal dit de worm zijn, - ----.---die knagen zal aan hunne - zielen : „Eigen schuld, eigen schuld."Vreeze en ' benauwdheid zal hen aangrijpen, al hun lust zal zijn vergaan, zij zullen hunne harpen aan de wilgen hangen en een loflied Gode zal niet meer worden gehoord ; zoo zal het gaan met Israël indien het zich niet bekeerd; maar zoo zal 't ook gaan met allen die zich buigen voor de afgoden van deze wereld.

Wee dengenen die vleesch tot hunnen arm stellen, wee dengenen voor wie hun buik hun god is, wee dengenen die vergenoegd zijn met de brooze schatten van deze wereld Wee dengenen waar het eigen ik zetelt op den wankelenden troon hunner fantasieën. Daar komt een tijd van benauwdheid, een tijd dat men zichzelf zal vervloeken, omdat men het rijke aanbod van Gods ontfermende genade heeft verworpen. De groote schat van heerlijkheid en rijkdom die daar ligt in het profetisch woord : „In al hun benauwdheid was Hij benauwd", zal niet voor dezuli< en wezen, maar voor hen geldt het woord: „Ik zal lachen in uw verderf en spotten als uwe vreeze komt."

Maar de heerlijke troost van onzen tekst is voor dat Israël, dat onder de roede Zijner  verbolgenheid leerde bukken. Welk een teedere liefde en Goddelijke ontferming spreekt uit deze woorden : „in al hun benauwdheid was Hij benauwd

Waar de heiligheid en rechtvaardigheid van zijn Goddelijk Wezen eischt om de roede der kastijding te gebruiken, daar is Hij tevens met innerlijke ontferming bewogen en schreit Zijn Goddelijk 'Vaderhart onder den druk Zijner kinderen. Wie zal zulk een liefde peilen ?

Wie vermag dit„Goddelijk mysterie, deze verborgenheid maar eenigszins te doorgronden ?

ja, alleen het geloof van Gods kinderen mag hier iets van verstaan en zegt er ja en amen op. Als het Israël van den ouden dag in benauwdheid was, dan was er Eèn, die met dat volk leed en dit één zijn met dat volk zou zich straks ten volle openbaren als de heerlijke profetische waarheid van onzen tekst hare volkomen vervulling zou hebben. Hij heeft de pers alleen getreden en. daar wss niemand van de volken met Hem.

Deze, n.I. de lijdende Borg, wordt hier sprekende ingevoerd in dit hoofdstuk. Wie is deze die van Edom komt, met besprenkelde kleederen van Bozra ?

Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad en Uwe kleederen als van éénen die in de wijnpers treedt ?

Israels verlossing uit tijdelijke benauwdheden zou ook een vrucht zijn van het bloed der verzoening dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.

Heerlijke troost voor de gemeente des Heeren : , , In al hunne benauwdheid was Hij benauwd. Want in hetgeen Hijzelf verzocht  zijnde geleden heeft, kan Hij degenen die  verzocht worden te hulp komen. Als de last uwer zonden en ongerechtigheden u neerdrukken, als ze u als 'n zware last te zwaar wórden, zoodat ge meent daar onder moeten omkomen en met den dichter moet: uitroepen: 

'k Wou vluchten, maar kon nergens heen, I Zoodat mijn. dood voorhanden scheen En alle hoop mij gansch ontviel, Daar niemand zorgde voor mijn ziel."

Vreest met, want voor u zijn de heerlijke troostvolle woorden : „In al hun benauwd-heid was Hij benauwd." 't Kan bang zijn ' voor de ziele, dat ontzettende Godsgemis te moeten gevoelen, die ledige plaats, dat knagend geweten, dat door onrust voortgedreven worden gelijk de golven eener onstuimige zee, die ontzettende angst voor het rechtvaardig oordeel Gods, dat troosteloos zoeken naar eenigen troost ; ja het zou tot wanhoop leiden, was niet Hij, de vlekkeloos Reine in al hunne  benauwdheid benauwd geweest.

Zie Hem daar aan het einde Zijner loopbaan gekomen met eenige Zijner discipelen den hof van Gethsemané betreden, beladen met den vollen last der zonden Zijns volks, gebukt onder den last van den toorn Gods, die tegen Hem ten volle zal ontbranden. Zie Hem daar worstelen in de eenzaamheid ; hoor' hoe de angstkreten uit Zijn ziele geperst worden, omgezet in het gebed: „Vader indien 't mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan. Doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt."

Zie hoe de angsten voor het nameloos lijden Hem het bloedig zweet uit het voorhoofd perst en op de aarde doet afloopen. Zie hoe Hij daar gebukt hénengaat in den donkeren hof om te zien of Zijne jongeren niet met Hem waken ; maar neen, zij slapen. Hij moet de pers alleen treden, en dat alles voor uwe zonden, volk des Heeren, voor de zonden van hen die de Vader van eeuwigheid heeft gekend en ze heeft aangezien in het smartelijk lijden, van den Borg.

„In al hunne benauwdheid was Hij benauwd."

Gemeente des Heeren, in al uwe benauwdheid, niet alleen in de benauwdheid uwer ziele vanwege uwe zonden, maar Zijn gansche leven op deze aarde is één Borgtochtelijk werk geweest.

Als rampen en tegenheden in dit leven u treffen, als moeiten en zorgen u neerdrukken ; ook Hij heeft dat gekend. Als kind moeten vluchten naar Egypte, altijd onder den haat en de vijandschap van Zijn tijdgenooten moeten verkeeren, geen rust gekend, want Hij moest getuigen : „De vossen hebben holen en de vogelen des hemels hebben nesten, maar de Zoon des menschen heeft niets waar Hij het hoofd op nederlegge."

Hij die het geen roof behoefde te achten Gode even gelijk te zijn, heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den menschen in alles gelijk geworden, uitgeno men de zonde. En in hetgeen Hij zelf verzocht zijnde geleden heeft, kan Hij degenen die verzocht worden, te hulp komen.

Als de vorst der duisternis, de leugenaar van den beginne de ziele van Gods kind bespringt en ze tracht alles te ontnemen, wat de Heere ze gaf, als hij 't zaad des twijfels ' uitstrooit in het hart, zoodat ze gaat twijfelen aan haar staat voor den 'Heere en weer bij vernieuwing gaat vreezen; bedenkt dan dat Hij ook daarin uw Borg is. Ook Hem ' heeft de satan niet met rust gelaten, maar heeft zijn booze satanische macht ook bij Christus doen gelden; maar gelukkig tevergeefs.

En daarom kon Hij ook tot Petrus en in hem tot al Zijn volk zeggen : „De satan heeft u zeer begeerd om te ziften als de tarwe, maar jk heb voor u gebeden dat uw geloof niet, ophoude."

, Gemeente des Heeren ! welk een wereld Gemeente des Heeren ! welk een wereld van gedachten, waarvan het geloof slechts ' iets verstaat, ligt er in de woorden In al ' hun benauwdheid was Hij benauwd."

Als de Heilige Geest de blinde zielsoogen van den zondaar opent, zoodat deze als het ware voor het gericht Gods wordt getrokken voor Zijn heilige Vierschaar wordt gesteld en meent daaronder te moeten wegzinken, dan ziet God de ; Vader dien door schuld verslagen zondaar aan in Hem, die gestaan heeft voor den aardschen rechter Pilatus en waarvan deze getuigen moest : „Ik vind geen schuld in dezen mensch." Zelf geen zonden hebbende stond Hij daar beladen met de zonden Zijns volks. En als Hij beladen met het vloekhout den Via-Dolorosa, den weg van smarten naar Golgotha's heuveltop gaat, dan draagt Hij ook daar het kruis, waaronder hier Gods kinderen door dit Mesech, dit tranendal gebukt gaan, opdat zij ook niet bezwijken in hunne ziele.

In al hunne benauwdheid was Hij benauwd.

Als Zijn lichaam aan den kruispaal is genageld en de Heilige daar hangt ten spot en hoon van menschen, en God in den hemel als 't ware Zijn toorn over de zonden openbaart door een ongewone duisternis, en het gevoel van Zijn Godverlatenheid zich openbaart in de zieleklacht : „Eli, Eli Lama Sabachtani, Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten", dan is dit alleen opdat 's Heeren volk nimmer van Hem zal verlaten worden.

Ja, de Heere verlaat de Zijnen niet. Hoe donker ook menigmaal de weg van Gods kinderen zijn moge, hoe raadselachtig hij menigmaal schijne, hoe vaak ge ook zeggen moet : Zou er wel wetenschap zijn bij den Allerhoogste? De Heere kent uw lijden, kent den strijd Zijner kinderen, waaraan zij 'hier nog onderworpen zijn, en juist omdat Hij, de Borg, 'in al hunne benauwdheid is benauwd geweest, kon de dichter het uitroepen :

„God is 't verbroken hart, 't Verbrijzeld en bedrukt gemoed. Ten allen tijd nabij en goed, In tegenheid en smart."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's