De slotsom.
Word ik door tegenstand benard, benauwd, getart; wat zoude ik vreezen ? De Heer', die mij ter hulpe snelt, gelijk een Held, zal vaardig wezen. Als men mijn hart, mijn huis verdenkt, mij kwelt of krenkt door woord of werken. God is mijn Toevluëht en daarheen snel ik alleen : 'k heb arendsvlerken.
'k Ben liever in mijns Gods gevecht een trouwe knecht dan ooit te zwenken naar andrer kleur, hoezeer ik plag mijns vijands vlag haar eer te schenken. Ik weet mij-zelf ellendig mensch, maar 's harten wensch bedoelt Gods eere en Die mij hoedt en hoeden zal voor zwenk of val, dat is mijn „HEERE."
Herwijnen, 5-2-'20.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's