De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In „De Bazuin" schrijft prof. Bouwman, van Kampen, in verband met een vraag over de viering van den Goeden Vrijdag het volgende artikel :

De Goede Vrijdag.

De Goede Vrijdag is eerst zeer laat als kerkelijke feestdag gevierd.

In de oude Christelijke Kerk werden de Woensdag en de Vrijdag als vastendagen beschouwd, omdat (zoo zeggen de Constit. Apost. 5, 14), „onze Heer op een Woensdag door Judas is verraden, en op een Vrijdag door de Joden gekruisigd is." Deze vastendagen noemde men : dies stationes, eene zinspeling op het houden van de wacht door de militairen, en eene aanduiding dat de Chrtstenen op de wacht moesten staan. Daartoe vastten zij op die dagen tot drie uur in den middag, waarna men in zeer vele Kerken het avondmaal vierde en naar huis terugkeerde.

De overblijfsels van deze vastendagen vindt men in de latere Roomsche Kerk, waar de Goede Vrijdag wordt beschouwd als een halve feestdag, waarop men werken mag, en in de Engelsche Kerk, die heeft bepaald, „dat, hoewel Woensdag enVrijdag geen heilige dagen zijn, evenwel de predikant en het volk wekelijks op die tijden, op het gewone uur des gebeds, in de Kerk vergaderen zal."

Luther, die van oordeel was, dat geen enkele kerkelijke feestdag van goddelijke instelling was, achtte in 1530 het toch wel fein und loblich dat men ook de dagen vierde, Waarop Christus is gestorven en opgestaan, ja, hij achtte deze dagen zelfs de voornaamsten van alle feestdagen. Gevolg daarvan werd dan ook, dat de Lutherschen dezen dag beschouwden als avondmaalsdag

De Gereformeerden gevoelen al zeer weinig voor de kerkelijke feestdagen buiten den Zondag. Zij vreesden voor de Roomsche superstitie en voor achteruitzetting van den Zondag. Reeds op de Synode van 1574 spraken zij „dat men met den Zondag alleen tevreden zijn zal" (Art. 53).. „Men zal ook op Paasch-en Pinksterdag van de Verrijzenis Christi en van de zending van den H. Geest leeren mogen, 't welk in de vrijheid der dienaren staan zal." Men gaf toen nog geen enkele concessie. Maar wijl het volk op de feestdagen zeer gesteld was, en de Overheid moeite voorzag van het afschaffen der feestdagen, gaf de Synode van 1578 een concessie, en bepaalde in art. 75 : „De dienaren zullen de feestdagen, die in de week vallen, door predikatiën voor de Feeststoffen, zoo mogelijk verhinderen dagen van onnutte en schadelijke lediggang te worden, en ze integendeel profijtelijk te maken. Maar men moest vlijtig blijven arbeiden om de feestdagen afgeschaft te krijgen. In 1581 werd toegestaan den Hemelvaartsdag te houden. Van den Goeden Vrijdag lezen wij eerst in 1589. Op sommige plaatsen werden de Roomsche gebruiken nog nageleefd en werd er op Goeden Vrijdag bij nacht gepredikt. De Synode van Gouda besloot dat men dit zou tegengaan (Art. 30). In Gelderland, waar de Duitsche gewoonten sterk inwerkten, werd door de Prov. Synode van Zutphen 1596, Art. 22, voorgeschreven dat ook de predikanten ten plattelande „alle Vrijdagen in de vasten de historie des lijdpns" zouden verklaren. Door de classis Nijmegen werd in 1611 die dag Goede Vrijdag genoemd. Het houden van feestdagen was in die classis „op amende van een daalder" verboden, doch hiervan was de Vrijdag voor Paschen uitgezonderd. In de Remonstrantsche Kerkorde van 1612 werd de Goede Vrijdag onder de kerkelijke feest-en vierdagen gerekend, maar de Gereformeerden hebben dien dag nimmer kerkelijk gesanctioneerd.

Onder invloed van de Luthersche kerk, vooral na de verschijning van het Piëtisme, werd de Goede Vrijdag in sommige provinciën meer algemeen gehouden, maar eerst in 1787 werd door de Synode bepaald dat aangezien „de dag des doods van Hem, die ons leven en het leven der wereld is" slechts in weinige provincies werd gevierd, op dien dag een godsdienstoefening zou gehouden worden. Eerst in de 19de eeuw werd de Goede Vrijdag bij de Ned. Hervormden een kerkelijke feestdag. Reeds op de Synode van 1818 en vooral na 1845 waren er verzoeken ingekomen, en daarom richtte de Synode van 1853 een verzoek tot de kerkeraden, dat die dag meer naar waarde gevierd werd, waartoe vooral het houden van het avondmaal op dien dag dienen kon. Eigenaardig is 't dat de Herv. Synode zoo weinig leefde uit de Gereformeerde gedachte, en dat zij een dag in de week stelde boven den Zondag, die door heel de Christelijke Kerk als de vreugdedag van Christus' verlossing werd gevierd. Voorts werden bij de Herv. Synode herhaaldelijk pogingen aangewend om te bewerken, dat de Goede Vrijdag tot de algemeen erkende Christelijke feestdagen gereti»nd mocht worden, maar deze achtte dit niet gewenscht. Tot nog toe heeft ook de Regeering van ons land zulke verzoeken afgewezen.

Nu zijn de gronden waarop, volgens het schrijven van broeder Swet, ds. Van Leeuwen en anderen besliste tegenstanders waren van het houden van een dienst des Woords op Goeden Vrijdag, niet heel sterk. Al is het verkeerd om dezen dag, zooals men in sommige Hervormde kringen doet, als een bijzonder heiligen dag te eeren, en dien dag kerkelijk als avondmaalsdag te vieren, er kan geen gegrond motief worden aangevoerd tegen het samenkomen van de gemeente op den Goeden Vrijdag tot de bediening des Woords.

Men mag den Goeden Vrijdag even goed kerkelijk vieren als den Hemelvaartsdag. De Hemelvaartsdag is evengoed als alle kerkelijke feestdagen eene menschelijke instelling. De Heere heeft ons wel geboden den Zondag als rustdag te houden, maar er is ons in Gods Woord nergens voorgeschreven een bijzonderen feestdag te vieren. Wanneer dan ook in onze Kerkorde (Art. 67) gezegd wordt : „De gemeenten zullen onderhouden, benevens den Zondag, ook den Kerstdag, Paschen, Pinksteren en Hemelvaartsdag" dan rust dit niet op goddelijk gebod. Alleen de Zondag is de dag des Heeren. DeKerstdag wanneer hij niet op Zondag valt, is evenals de Hemelvaartsdag een inzetting der Kerk. Maar daarom is het niet verkeerd den Kerstdag en den Hemelvaartsdag kerkelijk te vieren. In den loop der eeuwen zijn deze dagen in de Christelijke wereld algemeen als rustdagen en feestdagen erkend, en de Kerk heeft het wenschelijk geoordeeld dat op die dagen in de samenkomsten der gemeente 't Evangelie, waaraan die dagen herinneren, te prediken. En het zou niet goed zijn wanneer eene Kerk zich aan het volgen van die eerbiedwaardige gewoonte onttrok. Zoo ook mag de Goede Vrijdag wel kerkelijk gevierd worden.

Het is aanbevelenswaardig dat de Kerk zich aansluit in dezen bij de bestaande gewoonte. Indien b.v. de Kerk in de plaatsen, waar de gemeente op Goeden Vrijdag samenkomt, besloot deze samenkomst af te schaffen, zou dit het gevoel van de leden der gemeente krenken. En zoo zou het misschien minder goed zijn in plaatsen, waar de menschen niets gevoelen voor het houden van den Goeden Vrijdag en de Tweede feestdagen, dat de kerkeraad besloot deze kerkelijk te vieren. Evenals van de Tweede feestdagen wordt verklaard in Art. 67 K. O. dat de onderhouding in de vrijheid der Kerken v/ordt gelaten, zoo behoort dit ook te gelden van den Goeden Vrijdag.

Verkeerd is alleen den Goeden Vrijdag zoo bijzonder hoog te eeren, dat hij gesteld wordt op één lijn met of boven den Zondag» Verkeerd is, den Goeden Vrijdag te bestemmen voor avondmaals-Zondag. De Zondag is de door God aangewezen dag als rustdag, en als de dag voor de samenkomsten der gemeente. De Zondag is geheiligd door de Opstanding van Christus, en behoort te worden onderhouden als de dag der verlossing van de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's