Staat en Maatschappij.
Bevredigende verklaringen.
De interpellatie van dr. Beumer betreffende de uitvoering van de Invaliditeitswet heeft ten aanzien van twee gewichtige punten, waaromtrent moeilijkheden gerezen waren, klaarheid gebracht.
In de eerste plaats over de bekende kwestie van hen, die tegen de wet principieel bezwaar hebben en met een beroep op hun geweten verklaren, zich niet aan de wet te mogen onderwerpen.
En in de tweede plaats over het bezwaar, dat bijzonder door de landbouwers wordt naar voren gebracht, en dat ziet op de vraag, of de kinderen, die in het bedrijf van hun ouders werkzaam zijn, behooren beschouwd te worden als verzekeringsplichtigen. De Minister van Arbeid heeft met betrekking tot beide onderwerpen, naar het ons voorkomt, bevredigende verklaringen afgelegd.
Met betrekking tot de eerstgenoemden deelde Minister Aalberse mede, dat het ontwerp tot wijziging van de Invaliditeitswet met het oog op hen die tegen verzekering gewetensbezwaren hebben spoedig bij de Kamer kan worden ingewacht. Het'ontwerp werd reeds op 26 Februari naar den Raad van State verzonden en kan dus ieder oogenblik terug verwacht worden.
De regeling, die getroffen zal worden, komt in hoofdzaak hierop neer, dat van de bezwaarden de verklaring zal gevraagd worden, die o.a. dit inhoudt, dat zij tegen iedere verzekering bezwaar hebben en ook zelf, dus noch voor hun huis, noch voor hun vee een verzekering hebben gesloten.
In afwachting van het tot stand komen der wijziging, heeft de Minister aan de verschillende Raden van Arbeid, en dit geschiedde reeds op 24 December van het vorig jaar, instructies gegeven, om hen, die bovengenoemde verklaring reeds nu afleggen, buiten de bemoeienis van den Raad te laten.
Bij de bespreking van deze aangelegenheid deed het zeer sympathiek aan, toen de Minister van Arbeid zich als volgt uitliet : , , Wanneer het nu mogelijk is om aan het werkelijk gevoelde en bestaande gewetensbezwaar tegemoet te komen dan geloof ik, dat ik mijn plicht niet zou doen, wanneer ik niet inderdaad trachtte dat bezwaar te ondervangen".
Zulke woorden eeren den bewindsman, die ze uitsprak.
En wat het bezwaar van de landbouwers aangaat, sloot de Minister zich bij den interpellant aan, die de aandacht had gevestigd op de zeer eigenaardige gezinsverhoudingen op het platteland, waar vader, moeder en de kinderen gezamenlijk werken en gezamenlijk van dien arbeid leven en voor hun rechtsgevoel niet staan in elkanders dienstbetrekking. De Minister herinnerde daarbij aan zijn reeds meermalen uitgesproken zienswijze dat hier inderdaad in zeer vele gevallen niet in juridischen zin van een arbeidsovereenkomst kan worden gesproken en dat dus volgens die opvatting de kinderen niet verplicht verzekerd waren krachtens de Invaliditeitswet.
Intusschen moest de Minister de beslissing van den rechter in hoogste instantie — de Centrale Raad van Beroep — ten aanzien van den wets-uitleg afwachten.Mocht echter dan naar het oordeel van dien Raad als regel wel het bestaan van een arbeidsovereenkomst worden aangenomen, zoodat die kinderen wel als arbeiders in den zin van de Invaliditeitswet beschouwd worden, dan, zoo verklaarde de Minister, zou hij zeer ernstig overwegen of aan dat bezwaar niet toch. door een wijziging der wet zal moeten worden tegemoet gekomen.
Ook hier schonk dus Minister Aalberse aan het geopperde bezwaar zijn volle aandacht.
Dr. Beumer heeft met zijn interpellatie goed werk verricht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's