Financiën.
Over deze vraag zal wel in alle plaatsen waar men met doel en strekking van deze fondsen op de hoogte is, in gunstigen zin beslist zijn. Over het vorig jaar kon ik op de jaarvergadering getuigen van 'n grooten vooruitgang van het aantal en de opbrengsten der collecten van de spreekbeurten. Men zou allicht daaruit afleiden, dat dit van invloed zou geweest zijn op de opbrengst der Paaschcollecten en dat deze dan zeker zooveel minder opbrachten. Het tegendeel is waar. Het totaal van de opbrengst der spreekbeurten was dubbel zoo hoog als het jaar te voren en de opbrengst der Paaschcollecten was toch ƒ 600.— hooger. Welk een verblijdend verschijnsel is dit. Niet anders te verklaren, dan uit de grootere offervaardigheid en het doorwerken van het begrip van de groote noodzakelijkheid om door onze fondsen de prediking van de Gereformeerde Waarheid in onze Kerk te steunen. Ziende op hetgeen achter is, op onze ervaring in het verleden, hebben wij het grootste vertrouwen op hetgeen de Paaschdagen voor onze fondsen zullen opleveren en wil ik mij ten minste niet laten verontrusten door de gedachte dat deze feestdagen zoo vroeg zijn in dit jaar en daardoor spreekbeurt en Paaschcollecte zoo kort achter elkander volgen. Neen, geen leeuwen op den weg !
Ons jaarverslag kon in een opgewekten toon worden uitgebracht, want dank zij de vele inkomsten, had ik mijn boeken weer niet met een dalend cijfer behoeven af te sluiten. Dat is toch een voorrecht dat niet vele penningmeesters ten deel valt, dat zij 10 jaar achter elkander elk jaar met 'n hoogere ontvangst mogen eindigen. Hoe dikwijls hebben wij reeds gezegd : Nu zijn wij op het toppunt, hooger zullen wij vast niet komen en ziet, tóch waren wij weer over het cijfer van het vorig jaar. Ditmaal zelfs was het ƒ 1700.— meer.
Misschien zegt de een of ander : voorzichtig man. Toch niet leep van den penningmeester om dat zoo maar in de krant te zetten. Ze zullen dan gaan denken : dan heb je 't zoo hard niet meer noodig en hun hand op den zak gaan houden." Best mogelijk dat het niet voorzichtig is, maar dat waag ik er op. Ik acht dat allen die zoo ruim en zoo van harte onze fondsen steunen en gesteund hebben er ook recht op hebben te weten, of het goed of slecht gegaan is in het afgeloopen jaar. En als er dan reden is om blijde te zijn dan mag ik niet mijn mond houden of tegen beter weten in een armoedig gezich zetten. Neen, dan zeg ik liever : wees blijde met mij, want de Heere heeft ook dit jaar groote dingen gedaan en ongekenden zegen gegeven. Het gaat goed, ' het gaat best met onze fondsen. Wij hebben geen reden tot klagen, het zou de grootste ondankbaarheid zijn dit te doen. Het versterkt ook in ons het geloof dat deze zegen er niet zou zijn als het doel niet zou bereikt worden. Dat doel is nog steeds de prediking van de Waarheid te bevorderen in onze oude Hervormde Vaderiandsche Kerk. En dit doel is het overwaard er veel voor te doen en allen die de Waarheid liefhebben zullen hun hand niet op den zak kunnen houden al had ik nog dubbel zooveel ontvangen. Daar zullen ook de a.s. Paaschdagen van getuigen. Daar twijfel ik geen oogenblik aan.
Voor ik eindig nog een opmerking. Niet in alle plaatsen wordt een collecte gehouden. Want er zijn helaas nog tal van gemeenten, waar men van de Gereformeerde Waarheid niets weten wil, of althans niet zooveel dat men voor onze fondsen een collecte wil houden. Dit behoeft natuurlijk voor niemand een beletsel te zijn, zijn gave voor onze fondsen te offeren. Men kan die wikkelen in een stukje papier met vermelding : „Voor de fondsen van den Geref. Bond"of men kan mij een postwissel zenden.
Met hartelijken dank ontving ik uit Baarn, van R. B. ƒ 7.50. „Aangezien ik verhinderd was om de jaarvergadering bij te wonen, zend ik u de reis-en verblijfkosten."
Dat is er één die het voorbeeld van mijn vriend Dirk heeft gevolgd. Waar blijven de anderen ?
Huizen, door ds. Remme ƒ 10 voor het Studiefonds van N.N. en ƒ 5, een dankoffer, gecollecteerd bij de openbare belijdenis op j.l. Zondag.
Schoonhoven, door ds. W. Wesseldijk ƒ 2.50 van een mijner catechisanten. Voor ieder fonds de helft.
.Bodegraven, van N. N. ƒ 1 voor het Studiefonds met een begeleidend schrijven. waarop ik dezer dagen wel zal antwoorden. De Heere zegene de gevers en de gaven.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE. Arnhem, Pels Ryckenstraat 28.
Postzegels, capsules en zilverpapier.
Deze week ontving ik van :
Ie. Gré en Mar Daniel te Groot-Ammers postzegels, capsules en zilverpapier ;
2e. de kinderen van L. Blok te Kamerik postzegels, capsules en zilverpapier ;
3e. N. N. te Montfoort, postzegels, capsules en zilverpapier.
In de hoop, dat er nog velen volgen,
Den Haag, Franfois Maelsonstraat 29. Mej. H. H. VERBEEK.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's