Leestafel.
Chr. Brochurenreeks „Ons .Arsenaal, 2de serie no. S. De Modernen en de Christus» door ds. D. van Dijk, te Urtnuizen. Uitgave ; J. B. v. d. Brink & Co.. Zutphen.
Deze brochure handelt over de modernen en wil aantoonen wat dezen denken aangaande „Jezus" en ..Christus". .Met .Jezus" bedoelt men dan een ..historische persoon, die aan 't begin onzer jaartelling in Palestina zou geleefd en gewerkt hebben en die den naam Jezus draagt — terwijl öiet bij het woord „Christus" "t oog heeft op „de voorstelling, die men in den loop der eeuwen, in den boezem der Christelijke Kerk zich van dien Jezus gemaakt heeft en nu, heden ten dage, nog maakt" 't Is bij de modernen ook al „zooveel hoofden, zooveel zinnen.'" Maar wat de hoofdstroomingen leeren wordt hier dan eenigszins aangegeven ; nl. de oud-Modernen : de jong-Modemen en de Radicalen.
De Heere heeft in Zijn onbegrijpelijke genade voor een gevallen menschengeslacht een Middelaar en Veriosser, Jezus Christus, gegeven. Wiens beeld ons, onder Geestesleiding geteekend is in Gods Woord. Zooais de Bijbel ons Hem teekent zóó is de Chnstus Gods van ouds door Christus' Kerk aangenomen en beleden. Maar de modernen schikken zich daar niet naar. In 1768 stierf prof. Reimarus, hoogleeraar in de Oostersche talen te Hamburg, die een boek geschreven heeft, waarin tegenover een godsdienst, die gebaseerd is op een bizondere openbaring, een godsdienst die steunde op "t licht der natuur en op 't gezond verstand, w-erd gesteld : en waarbij werd aangetoond — bij het licht van het gezond verstand — dat al wat de Evangeliën ons voor Goddelijks en bovennatuuriijks van Jezus vertellen onhistorisch, dus onwaar is.Hij tracht voorts door redeneering van het gezond verstand de historische kern te vinden in het veeivalcfig vervalschte verhaal der Evangeliën, om zoo te komen tot vaststelling van wat Jezus werkelijk geweest is en werkelijk gedaan heeft. Wat er aan deze historische keradoor de schrijvers der Evangeliën later is toegevoegd, beschouwt hij als opzettelijk bedrog. „Zoo zouden de discipelen verteld hebben, dat Jezus zelf zou gezegd hebben, dat Hij moest lijden, sterven en opstaan, om daarna - weder te komen om Zijn koninkrijk op te richten — terwijl daar toch in werkelijkheid niets van waar was. Deze toeleg der discipelen gelukte : met behulp van listig bedrog wisten zij het verhaal der opstanding een schijn van waarheid te geven en zoo is dat beeld van Jezus, dat de Evangeliën ons teekenen. de wereld ingedragen en eeuw na eeuw door duizenden als waar omhelsd
"Tot zoover de „Wolfenbötteler Fragmenten" van Reimarus, door Lessing in faandschrift gevonden en uitgegeven.
Onder invloed van deze beweging heeft zich de moderne Christus-beschouwing ook in ons land baan gebroken. En bij veel verschil, belijden de modernen : dat er in werkelijkheid nooit een Jezus geleefd heeft, gelijk ons in de Heilige Schrift geteekend wordt ; een Jezus die tegelijk God en mensch was en die inzonderheid door Zijn opstanding uit de dooden bewezen heeft dat Hij God was.
Bij dat gemeenschappelijk uitgangspunt krijgen we dan in hoofdzaak drieërlei strooming of richting : de oud-Modernen ; jong-Modernen en Radicalen.
De eersten vertoonen 't type van de eerste vertegenwoordigers der moderne richting in Nederland. Zij redeneeren aldus : Zeer veel van wat in de Evangeliën en in de Apostolische brieven van Jezus wordt meegedeeld, draagt het stempel der onwaarheid. Immers daarbij is zoo ontzaglijk veel dat strijdt tegen het menschelijk gevoel en nog meer dat strijdt tegen de menschelijke rede. Tegen het eerste strijdt de voorstelling dat Jezus Zijn bloed zou hebben vergoten ter verzoening van de zonden der Zijnen. , Tegen de menschelijk rede strijden al de wonderverhalen, waarvan de Evangeliën vol zijn. Daarbij komt, dat de verschillende schrijvers elkander telkens tegenspreken, terwijl het Evangelie van Johannes ons een gansch ander beeld teekent dan de drie andere Evangelisten, terwijl ook deze drie op zoo menig punt van elkaar afwijken en tegen elkaar ingaan. Uit dit alles — zoo redeneert men dan — vloeit voort, dat het beeld, dat de Bijbel ons van Jezus teekent, niet historisch kan zijn. Niet wat Jezus werkelijk geweest is, maar wat de apostelen, wat de ' Kerk van Jezus gemaakt hebben, wordt ons ; in het N. T. geschilderd.
We moeten daarom in al wat ons omtrent : Jezus is overgeleverd de historische kern trachten te vinden ; zóó kan Hij dan voor ons de groote Meester, het groote Voorbeeld zijn. Maar, dat was niet zoo gemakkelijk, want wat den een toescheen historie te zijn, kwam den ander voor louter verzinsel te wezen. En zoo heeft men tenslotte van Jezus gemaakt wat men zelf te voren zich als ideaal gevormd had. Het beeld dat men zichzelf gemaakt had, dét moest ook het resultaat worden van het onderzoek dat ingesteld werd. Zoo werd Hij, de vrome, liefdevolle prediker van God, Deugd en Onsterfelijkheid, sprekend van den Vader, die alle menschen als Zijne kinderen liefheeft en hunne zonden en gebreken door de vingers ziet, en in het einde alles goed maakt. Zoo werd Hij ook voor sommigen een socialist, een ' kosmopoliet, een communist — of ook wel een idealist, die meende dat er spoedig een I rijk van volkomen geluk hier zou aanbreken.
Ieder maakt zich eenvoudig zijn eigen Jezus, om Hem vervolgens voor te stellen als den Jezus der historie.
De jong-Modernen gingen daarbij nog een stapje verder. Zij zeiden : als 't er op aankomt hebben wij van geen enkel woord, van geen enkele daad van Jezus volmaakte zekerheid. En ook al zouden we van eenige daad of van eenig woord eenige zekerheid hebben, dan zouden we nog niet zeker weten of Jezus ook nu nog die daad zou hebben gedaan en of Hij ook nu nog dat woord zou hebben gesproken. De historische Jezus, van Wien we toch eigenlijk zoo goed als niets met zekerheid weten, kan dus onmogelijk gezag hebben voor ons in ons godsdienstig en zedelijk leven. En daarom — zoo redeneeren de jong-Modernen — moeten we trachten te weten te komen wat in den Bijbl waarheid en verdichting is en wij moeten trachten te verstaan hoe de apostelen en de Kerk uit later tijden er toe hebben kunnen komen om van een gewoon menschenkind zulk een beeld te teekenen als de N. Testamentische Geschriften ons laten zien ~ maar wat we allen, hoe verschillend ook in ideaal en streven, vóór alles noodig hebben, is te zien op een ideaal-gestalte, waarin we eigen gedachten en idealen als in levenden lijve ons voor oogen zien treden ; en die ideaal-gestalte vinden we in den Christus, in den Christus-figuur, welke ons geloofsleven noodig heeft tot bezieling en model, en welke ook niemand zonder groote schade voor zijn eigen leven verwaarloozen kan. De Radicalen onder de Modernen gingen evenwel nog verder. Die redeneerden : hoe kan uit den mensch Jezus de Christusgestalte ontstaan zijn ; hoe kan iemand die een gewoon mensch was het aanzijn geven aan een beeld gelijk ons dit in de Evangeliën en in de Apostolische brieven geteekend wordt? En omdat voor hen hierbij niet bewezen is, dat er werkelijk een Jezus geweest is, kwamen zij tot de conclusie, dat aan de Evangeliën elke historische kern ontbreekt..
Als bewijzen voor de stelling, dat er nooit een Jezus geweest is, brengen zij vooral drie dingen te berde : Ie. dat er bij de niet-christelijke schrijvers niets over Jezus gezegd wordt ; 2e. dat de gedachten, die in de Ev. als van Jezus afkomstig worden voorgesteld, ook bij heidensche en Joodsche schrijvers worden gevonden ; 3e. dat er in de brieven van Paulus zoo weinig gesproken wordt over Jezus' leven en omwandeling op aarde.
Als men dan aan de Radicalen vraagt : maar hoe zijn dan toch die Evangeliën ontstaan, als er nooit iemand als Jezus geweest is ? als er nooit iemand geweest is, die men als stichter van den Christelijken godsdienst zou kunnen beschouwen ? — dan geeft de een : een mythische en de ander een symbolische verklaring.
De aanhangers van een mythische verklaring zeggen : er wordt onder alle heidensche volken een mythe, een fabel gevonden van een God, die eerst leeft, straks sterft en daarna weer levend wordt. Deze mythe heeft haar ontstaan te danken aan 'tgeen men ziet in het rijk der natuur. Welnu, zoo zegt men, de Jezus der Evangeliën is nies anders dan zulk een mythische figuur, voorgesteld als een menschelijk wezen, waarin de eeuwige wet der natuur openbaar wordt, leven, sterven en door den dood heen weer tot het leven gaande.
, Een andere strooming der Radicalen spreekt van een symbolische verklaring der Evangeliën. Zij bedoelen daarmee : de feiten waarvan ons het Evangelie spreekt, zijn niet bedoeld als historische gebeurtenissen, maar zijn niet anders dan een zinnebeeldige voorstelling van hoogere waarheden. De geboorte, het lijden en sterven, de opstanding, en hemelvaart des Heeren zijn geen feiten, die slechts éénmaal geschied zijn, neen, zij stellen slechts voor wat er alle eeuw door plaats vindt. Wat ons van Jezus Christus verhaald wordt is niets anders dan wat er eigenlijk met ieder mensch gebeurt. Volgens de Radicalen van beiderlei schakeering is dus al wat de Evangeliën ons van Jezus Christus verhalen niets dan een inkleeding van de waarheid, dat wij door den wegvan lijden en strijd en dood het ware leven deelachtig worden.
Zien we dus op der Modernen ideeën in deze, dan moeten we constateeren, dat hun gemeenschappelijk uitgangspunt ongeloof verraadt. Men gelooft eenvoudig niet, dat Jezus waarachtig God en waarachtig mensch is ; men gelooft niet dat Christus' bloed . reinigt van alle zonden een iegelijk die gelooft ; men gelooft niet, dat Jezus dooden opwekte en de storm op zee stilde. En daarom beschuldigt men de apostelen en de Kerk van opzettelijk bedrog. Omdat de modernen den Christus der Schriften niet willen, maken zij zich dan een eigen Jezus — een Jezus, zooals zij meenen dat Hij geweest moet zijn. ; En zoo wordt hun historische Jezus een Jezus van eigen makelei.
Men voelt dat er zoo een principieel verschil komt tusschen den Christen die Gods Woord aanvaardt en den moderne, die Gods Woord niet aanvaardt, zooals het daar ligt in den Bijbel, die ons van God gegeven is. Jezus is niet meer de groote inhoud van het; Evangelie dat Hij predikt, de Groote Verzoener onzer zonden, die zelf het heil bewerkt dat het Evangelie aanbiedt — maar Hij is eenvoudig leeraar geworden, zooiets als Mozes, Luther enz. Maar ook als leeraar beteekent Hij weer niet veel, daar we niets met zekerheid van Hem weten. De naam van Jezus kan evengoed uit de prediking gemist worden. Wat gepredikt moet worden is wat als ideaal voor oogen gesteld mag en moet worden — de Christusfiguur. De gedachtenwereld, die men over 't algemeen als van Jezus afkomstig beschouwj en die verder door ieder naar eigen aanleg mag worden gefatsoeneerd, hebben we toch — en ook al zou Jezus nooit bestaan hebben, niet om zijn persoon gaat het, maar om die gedachtenwereld — die wereld van idealen, die ieder in zijn hart draagt, en die door de teekening van den Christusfiguur moet worden opgewekt en veredeld.
't Wordt dus het staren op een gestalte, welke ten slotte het product is van den menschelijken geest, een personificatie van eigen, menschelijke idealen. En waar de rechts-modernen (een bizondere schakeering van de Jong-Modernen) wel gevoel hebben van schuld en wel behoefte hebben aan genade (waardoor zij sympathiek uitsteken boven de modernen in 't algemeen), daar kunnen zij zich toch niet vinden iti den Christus der Schriften, in Zijn verzoenend lijden en sterven.
Waar de modernen gebroken hebben met den persoon van Jezus, en met alle geloof aan een bijzondere openbaring Gods, zooals die daar vervat is in de Schrift — daar maakt men zich een eigen God en een eigen Godsdienst, waarbij het einde bittere teleurstelling moet zijn en waar tegenover de christelijke Kerk door alle tijden dan ook positief positie heeft ingenomen, die leugenen dwaalleer verwerpend als zijnde Godonteerend en zielverdervend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's