De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Aan de predikanten in Nederland. Eenigen tijd geleden behandelde ds. Kramer, Geref. pred. te Beverwijk, van den kansel het zevende gebod en vond daarin aanleiding tot een preek over het sexueeie leven. Hij toonde aan het nauwe verband, dat bestaat tusschen religie en sexueel leven. Hij besprak de heiligheid van het huwelijk, gesloten uit ware liefde, die uit God is. De religie en het sexueeie leven, die zoo'n groot en overwegend deel van ons geheele leven uitmaken en die zoo moeilijk te leven zijn, omdat ze beide dikwijls te intiem en te innig zijn, om anderen daarin te raadplegen of raad te geven. Hij behandelde dat vreemde iets, dat de leden der beide sexen op zekeren leeftijd naar elkaar toestuwt en dat wij ons niet recht kunnen verklaren. Het iets, dat zoo wonderlijk is, dat het hart van het meisje bonst, als ze de stem of den stap hoort van hem, dien ze rein liefheeft, dat de jongen zich geheel geeft aan haar, die zijn liefde bezit, voor haar teekent, zingt, musiceert.

Hij sprak over ons lichaam, dat een tempel is van den Heiligen Geest en hoe de menschheid zonde doet, als ze het Neo-Malthusianisme te baat neemt, om hare wellusten te botvieren en te bedekken. Hoe verderfelijk het N.-M. is, en hoe heerlijk de gedachte aan een zorgende moeder, door hare kinderen omringd, die kinderen begroetend als de heerlijkste schepping en schoonste gave van God, die de oorsprong is ook van het sexueele leven.

Tenslotte wekte hij op tot den grooten strijd, om daartegen weerstand te bieden, hoe groot die strijd is en welk een rijke troost en opwekking we kunnen putten uit den 139sten Psalm, vers 7.

Gij hebt mijn gansch gestel doorgrond, Zelfs vóór mijn eersten levensstond. Ik ben verbazend voortgebracht. Op 't nagaan van Uw wond'ré macht. Sla ik verrukt het oog naar boven ; 'k Zal U, mijn Schepper, altoos loven.

Waar in deze jaren in alle landen, en in Nederland evenzeer, van vele zijden geklaagd wordt over de verwildering op sexueel gebied ; .»nu de geslachtsziekten zich enorm uitbreiden en daardoor gezondheid en levensvreugde van zoovele gezinnen wordt verwoest, zoodat in medische en hygiënische kringen ingrijpende maatregelen worden beraamd om dit voortwoekerend kwaad te stuiten — nu komt 't ons voor, dat de predikanten in dezen strijd tegen de geslachtelijke zonde niet achter mogen blijven. De preutschheid, die het kwaad niet bij den naam durft noemen, of in zulke vage termen dat ze op 't gehoor geen indruk achter kunnen laten, heeft haar tijd gehad.

Wij meenen dat hier voor de geestelijken een schoone taak voor de hand ligt, en dat een kiesche en treffende wijze van behandeling, waartoe de predikant te Beverwijk o.a. het voorbeeld gaf, tot zegen der gemeente door velen kon worden gevolgd, zij het ook op geheel andere wijze, naar ieders eigenaardige gaven en talenten.

Mogen wij hopen dat vele predikanten dezen wenk ter harte nemen en er van den kansel en door het huisbezoek een krachtige trooming ter bevordering der sexueeie reinheid van ons volk moge uitgaan.

Namens de Centrale Commissie der Rein Leven Vereeniging,

FELIX ORTT

Het probleem van de geestelijke verzorging blijft een van de ernstigste en moeilijkste vraagstukken. Telkens wordt daarbij weer genoemd het parochiestelsel. En nu voelen wij vooral wat onze Hervormde Kerk betreft de groote practische bezwaren, maar het principieel goede en het practisch nuttige weegt bij ons zwaar. Daarom nemen we uit , , De Heraut" het volgende artikel over :

Calvijn en de parochiekerken.

Na de Reformatie waren in de meeste Gereformeerde Kerken de vroeger bestaande parochiën opgeheven. Men had toen de eene en onverdeelde gemeente. En het sprak dus vanzelf, dat de predikanten, die telkens van kerkgebouw wisselden, daardoor weinig in verband traden met hun gehoor.

Calvijn heeft van meet af hiertegen gewaarschuwd. Hij drong er telkens bij de Overheid op aan, die toen nog in kerkelijke zaken zoo goed als oppermachtig was, om de Kerk in parochiën te verdeelen. Dat Calvijn onder deze parochiën niet verstond wat men tegenwoordig de wijkindeeling noemt, is duidelijk. Wat Calvijn wilde was, dat de gemeente in vaste parochiën zou worden ingedeeld ; dat elke parochie haar eigen kerk zou hebben ; dat in deze kerk dezelfde predikant regelmatig zou optreden, en dat de leden der parochiën gehouden zouden wezen om onder dien predikant op te gaan.

Het was Calvijn te doen om aan het telkens verwisselen van den predikant op den kansel en van het naloopen door de gemeenteleden een einde te maken. Wat hij wilde was, dat de predikant zijn eigen gemeente zou leeren kennen en de gemeente hem.

Vandaar dat Calvijn na zijn verbanning uit Geneve, toen pogingen werden aangewend om hem weer naar Geneve te doen terugkeeren, aan de Synode te Zurich schreef in een plan tot betere doorvoering van de reformatie, dat voor een .strengere handhaving van de tucht in de eerste plaats noodig was, dat de stad zou verdeeld worden in vaste parochies, omdat, zooals hij er aan toevoegde, de stad niet alleen zoo bevolkt is, maar de bevolking ook saamgesteld is uit lieden van verschillende afkomst en daarom het toezicht en bestuur der gemeente altijd verward zal wezen, wanneer het volk niet meer van nabij zijn eigen predikant kennen leert en de predikant zijn eigen volk. En dat kan alleen geschieden door deze instelling.

Herminjard teekent daarbij aan, dat Calvijn de gelegenheid had gehad om de voordeden van deze organisatie te leeren kennen tijdens zijn verblijf te Bazel, waar elk gemeentelid verplicht was, althans des Zondags, de Kerk van zijn Parochie te bezoeken, opdat de predikant des te beter zijn kudde mocht leeren kennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1920

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's