Uit de Pers.
De Nederlander" heeft een (hoofd)-' artikel gestaan van de hand van dr. De Vrijer, van Odijk, ter aanbeveling van het voorstel tot verbetering van de predikantstractementen, zooals dat nu onlangs door de Synode voorloopig aangenomen is. Nu komt mr. Van Apeldoorn, in onzen kring geen onbekende, ook in „De Nederlander" tegen deze zaak zijn stem verheffen. We
De Synode en de Predikantstractementen.
„De Nederlander" van 3 Mei 1.1. bevatte een artikel van dr. M. J. A. de Vrijer, betreffende bovengemeld onderwerp. Het artikel bedoelt klaarblijkelijk stemming te maken voor het door de Synode voorloopig aangenomen reglement op de predikantstractementen en is door de bezadigdheid, waarmede het werd geschreven, alleszins geschikt om tot dat doel mede te werken, althans ten opzichte van dat overgroote deel van het publiek, hetwelk niet zelf kennis neemt van hetgeen door de Synode is beraadslaagd en besloten.
Die bezadigdheid is echter geenszins in overeenstemming met het reglement zelf, noch met de Memorie van Toelichting, welke bij het concept-reglement was gevoegd. Beide zijn opgesteld door eene Commissie van vijf personen, waarvan ook dr. De Vrijer deel uitmaakte. Wat lezen wij nu in genoemde Memorie van Toelichting ? De Commissie wenscht, ten behoeve van de verbetering der predikantstractementen, door de Synode o.m. geheven te zien een bedrag van 10 % van de zuivere opbrengst der kerkeen pastoriegoederen, en van het bedrag dat overblijft, indien het minimum-salaris is verkregen, nog 10 % meer. De vraag, of de Synode het recht heeft deze bijdragen te vorderen, is bij de Commissie wel ge#ezen, maar zij heeft het niet noodig gevonden er een antwoord op te geven. Zij verklaart zonder blikken of blozen : „De Commissie laat deze vraag in het midden." En zij laat hierop volgen : „Indien kerkvoogden als beheerders der pastoralia (lees : kerkvoogden als beheerders der kerkegoederen en predikanten als beheerders der pastoralia) beslist weigeren de bijdragen te storten, dan zullen zij niet gerechtelijk gedwongen worden; " (Onderstreeping van mij). De Comm. verwacht, dat de kerkvoogden en predikanten die bijdragen wel niet zullen weigeren. Maar zij is hierop toch niet heelemaal gerust en verklaart daarom verder : „Maar de Commissie zou de storting dezer bijdragen niet geheel aan de goedgezindheid van kerkvoogden en predikanten willen overlaten. Van de betaling ervan moeten alle uitkeeringen uit de kas voor de predikantstractementen worden afhankelijk gesteld. Geen aanvulling van 't aanvangssalaris, geen verhooging en geen kindergeld wordt verkregen, indien niet kerkvoogden en predikanten zich verbinden de bepaling van de voorgestelde regeling uit te voeren. Ja, de Commissie wil nog verder gaan. Zij wil daarvan afhankelijk stellen de goedkeuring der predikantsberoeping. Voor het welslagen van 'n algemeene regeling is het nu eenmaal beslist noodzakelijk, dat zij in alle gemeenten wordt aanvaard en uitgevoerd en de Kerk mag niet langer toelaten, dat gemeenten predikanten krijgen, zonder goede waarborgen voor een behoorlijke bezoldiging."
En dit standpunt van de Commissie is door de Synode aanvaard ! De Synode bekommert zich dus even weinig als de Commissie, om het recht. De vraag of zij het recht heeft betaling te eischen van kerkvoogden en predikanten, laat haar koud ; zij laat die vraag „in het midden." Zij wil deze vraag ook niet door den rechter zien uitgemaakt. Zeer verstandig ! want ieder weet, hoe 's rechters beslissing zou uitvallen Maar zij schroomt niet den kerkvoogden toe ie roepen : „Of het nu recht is of geen recht, betalen zult Gij. En als Gij niet betaalt, zullen wij zorgen, dat Uwe gemeente geen predikant krijgt."
Wie nog eenig rechtsgevoel bezit, moet tegen zulk 'n schandelijken dwang zich met kracht verzetten. Hij late zich niet verleiden door de bezadigde woorden van dr. De Vrijer, die n^. thans zijn artikel in dit blad schreef : „Met dwang bereikt de Kerk niets. Met liefde en vrijwilligheid zijn ten allen tijde wonderen verricht !" Schoone woorden voorwaar ! maar v/oorden, waartegen het aangeprezen reglement der Synode vloekt !
De Synode speelt met dit reglement hoog spel. Zij zal, naar mijn vaste overtuiging, ervaren dat het recht zich niet ongestraft laat ter zijde stellen. De Synode moge zich laten medesleepen door den geest des tijds, die zich, volgens eene opmerking van den secretaris der Synode, „om rechtsgronden niet veel bekommert", (Verslag N.R. Court. 22 April 1920, Ochtendblad), zij behoeft er niet op te rekenen, dat de leden der Kerk haar op dezen weg als schapen zullen volgen. Maar zij kan er wel van verzekerd zijn, dat zij bezig is haar eigen graf te delven.
Mr. L. J. VAN APELDOORN,
Diaken in de Ned. Herv. Gem.te Leeuwarden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1920
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's